Art. 13.1.2.

§ 1 [

De VREG kan aan een marktpartij, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier, of aan hun aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, vermeld in artikel 3.1.3 en 3.1.4.
]

§ 2

[De personeelsleden van de VREG zijn bevoegd] om toezicht uit te oefenen op de naleving van [titels IV, IV/1, V, VI] en [hoofdstuk II] tot en met IV van titel VII van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan en de niet-naleving hiervan vast te stellen in een proces-verbaal.
Bij het uitvoeren van hun toezichttaak kunnen de genoemde personeelsleden van de VREG bij iedere marktpartij [warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier] ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de terreinen en de gebouwen. Tot [gebouwen] hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner [of een daartoe gemachtigd persoon] gekregen;
ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de [politierechter].

§ 3

De marktpartij [, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier] aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken op grond van § 1, of toegang te verlenen aan de personeelsleden van de VREG op grond van § 2, is verplicht om binnen de door de VREG gestelde termijn alle medewerking te verlenen.
Gegevens of inlichtingen die in het kader van § 1 en § 2 worden verkregen, gebruikt de VREG alleen voor de uitoefening van haar taken en bevoegdheden, vermeld in de artikelen 3.1.3 en 3.1.4.