Hoofdstuk IV.
Administratieve sancties opgelegd door het VEKA


Afdeling I.
Administratieve sancties wegens overtreding van de maatregelen en verplichtingen inzake de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, warmtekrachtkoppeling en het rationeel energiegebruik


Art. 13.4.1.

§ 1

[Het VEKA] kan de netbeheerders verplichten tot naleving van artikel 7.5.1 van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten van dit decreet binnen de door [het VEKA] bepaalde termijn. Als een netbeheerder bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, kan [het VEKA] een administratieve geldboete opleggen.
Die administratieve geldboete mag per kalenderdag niet lager zijn dan 1000 euro en niet hoger zijn dan 100.000 euro, en in totaal niet hoger zijn dan 2 miljoen euro of 1 % van de omzet die de betrokken netbeheerder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.

§ 2

[Het VEKA] kan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen van 10 cent per kilowattuur te weinig bespaarde primaire energie ten opzichte van de opgelegde hoeveelheid primaire energiebesparing per categorie van afnemers.

§ 3

Bij niet-naleving van het REG-actieplan kan [het VEKA] een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 1000 euro en niet hoger dan 100.000 euro per inbreuk.

§ 4

Bij niet-naleving van een actieverplichting kan [het VEKA] aan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.

§ 5

Bij niet-naleving van een middelenverplichting of financieringsverbintenis kan [het VEKA] aan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen die het drievoudige bedraagt van het deel van de middelenverplichting of financieringsverbintenis dat niet werd nageleefd.

§ 6

Als een ontwerp-REG-actieplan niet voldoet aan de voorwaarden voor vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd, kan [het VEKA] de netbeheerder aanmanen om binnen een gestelde termijn de betreffende voorwaarden na te leven.
Als de netbeheerder bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] een administratieve geldboete op van 1000 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden.

§ 7

Als een ontwerp-REG-rapport niet de door de Vlaamse Regering vastgelegde gegevens bevat, kan [het VEKA] de netbeheerder aanmanen om binnen een gestelde termijn de betreffende gegevens aan te leveren.
Als de netbeheerder bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] een administratieve geldboete op van 1000 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden.

§ 8

Als een ontwerp-REG-actieplan, een definitieve lijst van acties, de reserveacties, de aanvraag-formulieren of het ontwerp-REG-rapport niet tijdig worden ingediend, kan [het VEKA] de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen van 1000 euro per kalenderdag dat de opgelegde termijnen worden overschreden.

Art. 13.4.2.

§ 1

Overtredingen van de door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 12.2.1 [en artikel 12.2.3] opgelegde eisen inzake de consistentie, volledigheid en accuraatheid van de te rapporteren gegevens, worden door [het VEKA] bestraft met een administratieve geldboete die niet lager is dan 50 euro, en niet hoger dan 20.000 euro.

§ 2

Overtredingen van de door de Vlaamse Regering in toepassing van [artikel 12.2.1 en artikel 12.2.3], opgelegde rapporteringstermijn worden door [het VEKA] bestraft met een administratieve geldboete van 250 euro per kalenderdag.

Art. 13.4.2/1.

§ 1

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen in toepassing van artikel 1.1.3, 113°/2 van dit decreet informatie heeft overgemaakt die door [het VEKA] werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en die een correcte bepaling van de startdatum in de weg staat, dan kan [het VEKA] die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler.
Indien voor de productie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan [het VEKA] werden verstrekt door [het VEKA] reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend.

§ 2

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen in toepassing van artikel 7.1.1.[, artikel 7.1.2, 7.1.3 en 7.1/1.1] informatie heeft overgemaakt die door [het VEKA] werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en die een correcte toepassing van deze bepalingen van dit decreet in de weg staat, dan kan [het VEKA] die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler.
Indien voor de procutie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan [het VEKA] werden verstrekt door [het VEKA] reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend.

§ 3

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen informatie heeft overgemaakt die door [het VEKA] werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten, niet consistent of niet in overeenstemming met de realiteit is, en die een correcte berekening van een projectspecifieke bandingfactor zoals bedoeld in artikel 7.1.4/1., § 1, tweede lid, in de weg staat, dan kan [het VEKA] die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler.
Indien voor de productie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan [het VEKA] werden verstrekt door [het VEKA] reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend.

Art. 13.4.3.

§ 1

Bij niet-naleving van een actieverplichting, vastgelegd in artikel 7.6.1, kan [het VEKA] aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.

§ 2

Bij niet-naleving van een middelenverplichting, vastgelegd ter uitvoering van artikel 7.6.1, legt [het VEKA] aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete op die het drievoudige bedraagt van het deel van de middelenverplichting dat niet werd nageleefd.

§ 3

Bij niet-naleving van een informatie- en sensibiliseringsverplichting, vastgelegd ter uitvoering van artikel 7.6.2, kan [het VEKA] aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.

Art. 13.4.4.

§ 1

De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld met een aangetekende brief met bericht van ontvangst. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete, de bepalingen die van belang zijn en de beroepsmogelijkheid.

§ 2

De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, beslissen over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 13.4.1, § 1, §§ 3, 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 13.4.2, § 1, [artikel 13.4.2/1] en artikel 13.4.3, § 1, die de betrokkene met een aangetekende brief aan hen richt. Het verzoek schorst de bestreden beslissing.
De in het eerste lid vermelde verzoeken worden binnen vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van de in § 1, vermelde aangetekende brief, gericht aan de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren.
De beslissing van de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren wordt binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van het in het eerste lid vermelde verzoek, ter kennis gebracht van de indiener van het verzoekschrift. Met een met redenen omklede aangetekende brief, gericht aan de indiener van het verzoek, kan de bevoegde ambtenaar de voormelde termijn eenmalig verlengen met dertig kalenderdagen.
Als de beslissing niet binnen de gestelde termijn is verzonden, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.

§ 3

Als de betrokkene het oneens is met de berekening van de administratieve geldboete die opgelegd is volgens artikel 13.4.1, § 2, artikel 13.4.2, § 2, en artikel 13.4.3, § 2, kan hij binnen tien kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in § 1, de ambtenaren die daartoe aangewezen zijn door de Vlaamse Regering per aangetekende brief op de hoogte brengen van de materiële vergissingen en rekenfouten die bij de berekening gemaakt zouden zijn. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief.

§ 4

[...]

§ 5

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing.
De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, kunnen uitstel van betaling verlenen voor een door hen bepaalde termijn.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.
De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

§ 7

Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren wordt een dwangbevel uitgevaardigd door de ambtenaar die belast is met de invordering.
Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe is aangewezen door de Vlaamse Regering.

§ 8

Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief.

§ 9

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging van toepassing.

Afdeling II.
Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de energieprestatieregelgeving


Art. 13.4.5.

§ 1

[Als een startverklaring [of een voorafberekening] niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, legt [het VEKA] de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.
]

§ 2

Als een architect niet voldoet aan de ver-plichtingen van [artikel 11.1.6/1, § 3], maant [het VEKA] de architect aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
Als de architect bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de architect een adminis-tratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.

§ 3

Als een startverklaring [of een voorafberekening] laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant [het VEKA] de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.

§ 4

Als een EPB-aangifte niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, maant [het VEKA] de verslaggever aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume [of bij renovatie of functiewijziging nieuw gecreëerd beschermd volume]. [Het VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting moet worden nageleefd.
Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de verslaggever een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 25 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreven.

§ 5

Als een EPB-aangifte laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant [het VEKA] de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
[Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 1000 euro voor elke EPB-aangifte die niet of te laat is ingediend, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume of bij renovatie of functiewijziging nieuw gecreëerd beschermd volume. [Het VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarin de betreffende verplichting moet worden nageleefd. De maximale boete bedraagt 10.000 euro per EPB-aangifte die niet of te laat is ingediend.]
Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de aangifteplichtige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt [10 euro] per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreden.
Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft en uit een controle blijkt dat de EPB-eisen niet werden gerespecteerd, legt [het VEKA], naast de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op die het dubbele bedraagt van de administratieve geldboete die berekend is volgens de bepalingen van artikel 13.4.6. Voor de bepaling van die administratieve geldboete worden daarbij de waarden die vastgesteld zijn in de EPB-aangifte, vervangen door de waarden vastgesteld bij controle.

[§ 6

Als [Het VEKA] vaststelt dat een natuurlijke persoon of rechtspersoon in strijd met de voorwaarden, vermeld in artikel 1.1.3, 127°, toch optreedt als verslaggever, maant [het VEKA] die persoon aan om binnen een gestelde termijn die activiteiten te staken en om de dossiers waarin hij actief is over te dragen aan een verslaggever, als vermeld in artikel 1.1.3, 127°. [Het VEKA] ontzegt die persoon tevens alle toegang tot de energieprestatiedatabank.
Als deze persoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap hem een boete op van 500 euro per ingediende EPB-aangifte.
]

Art. 13.4.6.

[§ 1]

Als uit de EPB-aangifte blijkt dat de EPB-eisen [vermeld in artikel 11.1.1, § 1,] niet werden gerespecteerd, legt [het VEKA], tot vijf jaar na de indiening van de EPB-aangifte, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op van:
60 euro per afwijking van 1 W/K op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen en het K-peil, zoals bepaald in 1.1.1 en 1.1.2 van de bijlage bij dit decreet;
24 eurocent per afwijking van 1 MJ/jaar op het vlak van de globale energetische prestatie, zoals bepaald in 1.2 van de bijlage bij dit decreet;
48 eurocent per 1000 Kh en per m3 afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, zoals bepaald in 1.3 van de bijlage bij dit decreet;
4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 1.4 van de bijlage bij dit decreet.
[86 eurocent per afwijking van 1 kWh/jaar op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming, zoals bepaald in punt 1.5 van de bijlage, die bij dit decreet is gevoegd;]
[[100 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.1 van de bijlage bij dit decreet;]]
[[15 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van elektrische bodem/water warmtepompen, elektrische water/water warmtepompen, elektrische lucht/water warmtepompen en elektrische lucht/lucht warmtepompen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.2 van de bijlage bij dit decreet;]]
[[1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor directe elektrische verwarming, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.3 van de bijlage bij dit decreet;]]
[[75 cent per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor elektrische warmwaterproductietoestellen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.4 van de bijlage bij dit decreet;]]
10°
[[30 euro per afwijking van 1 m2.K/W op de isolatie van circulatieleidingen en combilussen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.5 van de bijlage bij dit decreet;]]
11°
[[14 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ijswaterinstallaties, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.6 van de bijlage bij dit decreet;]]
12°
[[30 eurocent per afwijking van 1 %.m2 op het warmteterugwinrendement van centrale ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.7, 1°, van de bijlage bij dit decreet;]]
13°
[[22 euro per afwijking van 1 m2 op de systeemfactor van centrale mechanische ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.7, 2°, van de bijlage bij dit decreet;]]
14°
[[1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen van verlichtingssystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.8 van de bijlage bij dit decreet;]]
15°
[[2,5 euro per afwijking van 1 m2 op de eis betreffende de energieverbruiksmeters, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.9 van de bijlage bij dit decreet;]]
16°
[100 euro per afwijking van 1 m2 op de systeemfactor van systemen van externe warmtelevering en systemen met andere opwekkers (andere dan ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische bodem/water warmtepompen, elektrische water/water warmtepompen, elektrische lucht/water warmtepompen, elektrische lucht/lucht warmtepompen en systemen van externe warmtelevering), bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.10 van de bijlage bij dit decreet;]
17°
[1,5 euro per afwijking van 1 kWh op vlak van het S-peil, bepaald conform punt 1.8 van de bijlage bij dit decreet.]
[Het VEKA] vestigt de administratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt.
[De maximale boete bedraagt 25 euro per m3 nieuw gecreëerd beschermd volume en 10 euro per m3 [beschermd volume dat gerenoveerd wordt of een functiewijziging ondergaat].]

[§ 2

In afwijking van § 1 zal [het VEKA] indien uit de EPB-aangifte blijkt dat zowel aan de EPB-eisen, vermeld in artikel 11.1.1, § 1, als de EPB-eisen, vermeld in § 1/1, niet is voldaan, de sancties, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, wat betreft het K-peil, [en § 1, eerste lid, 2° en 15°], enkel opleggen wanneer de gemeente niet binnen één jaar na het indienen van de EPB-aangifte is overgegaan tot het sanctioneren van de aangifteplichtige op grond van artikel 13.6.1, § 1. Deze sanctie wordt door [het VEKA] vermeerderd met de sanctie, vermeld in artikel 13.6.1, § 1, eerste lid. De maximale boete bedraagt 25 euro per m3 nieuw gecreëerd beschermd volume.
]

Art. 13.4.7.

§ 1

[Als bij controle blijkt dat de EPB-aangifte niet met de werkelijkheid overeenstemt, legt [het VEKA] tot vijf jaar na het indienen van de EPB-aangifte de verslaggever een administratieve geldboete op van:
60 euro per afwijking van 1 W/K op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen en het K-peil, zoals bepaald in punt 2.1.1 en 2.1.2 van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
24 eurocent per afwijking van 1 MJ/jaar op het vlak van de globale energetische prestatie, zoals bepaald in punt 2.2 van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
48 eurocent per 1000 Kh en per m3 afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, zoals bepaald in punt 2.3 van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 2.4 van de bijlage bij dit decreet;
86 eurocent per afwijking van 1 kWh/jaar op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming, zoals bepaald in [punt 2.6] van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
10 euro per m2 niet-gerapporteerd schildeel, met een maximum van 500 euro per niet gerapporteerd schildeel;
10 euro per m2 verschil tussen de in de EPB-aangifte opgegeven brutovloeroppervlakte en de bij de controle vastgestelde brutovloeroppervlakte, met een maximum van 500 euro, zoals bepaald in [punt 2.5] van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
[[100 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.1 van de bijlage bij dit decreet;]]
[[15 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement elektrische bodem/ water warmtepompen, elektrische water/water warmtepompen, elektrische lucht/water warmtepompen en elektrische lucht/lucht warmtepompen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.2 van de bijlage bij dit decreet;]]
10°
[[1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor directe elektrische verwarming, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.3 van de bijlage bij dit decreet;]]
11°
[[75 eurocent per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor elektrische warmwaterproductietoestellen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.4 van de bijlage bij dit decreet;]]
12°
[[30 euro per afwijking van 1 m2.K/W op de isolatie van circulatieleidingen en combilussen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.5 van de bijlage bij dit decreet;]]
13°
[[14 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ijswaterinstallaties, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.6 van de bijlage bij dit decreet;]]
14°
[[30 eurocent per afwijking van 1 %.m2 op het warmteterugwinrendement van centrale ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.7, 1°, van de bijlage bij dit decreet;]]
15°
[[22 euro per afwijking van 1 m2 op de systeemfactor van centrale mechanische ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.7, 2°, van de bijlage bij dit decreet;]]
16°
[[1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen van verlichtingssystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.8 van de bijlage bij dit decreet;]]
17°
[[2,5 euro per afwijking van 1 m2 op de eis betreffende de energieverbruiksmeters, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.9 van de bijlage bij dit decreet;]]
18°
[[100 euro per afwijking van 1 m2 op de systeemfactor van systemen van externe warmtelevering en alle andere opwekkers (andere dan ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische bodem/water warmtepompen, elektrische water/water warmtepompen, elektrische lucht/water warmtepompen, elektrische lucht/lucht warmtepompen en systemen van externe warmtelevering), bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.10 van de bijlage bij dit decreet;]]
19°
[[10 euro per m2 verschil tussen de oppervlakte van de ruimten waarin de eisen voor technische installaties gelden, die in de EPB-aangifte opgegeven is, en de waarde van de oppervlakte die bij controle vastgesteld is, met een maximum van 500 euro per eis voor technische installaties waarvoor de oppervlakte niet waarheidsgetrouw gerapporteerd is, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.8 van de bijlage bij dit decreet;]]
20°
[[50 euro per afwijking van 1 m op de lengte van de circulatieleiding, met een maximum van 500 euro, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.9 van de bijlage bij dit decreet;]]
21°
[[10 euro per afwijking van 1 m2 voor elke eis voor technische installaties die niet gerapporteerd is, met een maximum van 1000 euro per eis voor technische installaties, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.10 van de bijlage bij dit decreet;]]
22°
[[50 euro per afwijking van 1 m voor een circulatieleiding of combilus die niet gerapporteerd is, met een maximum van 1000 euro, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.11 van de bijlage bij dit decreet;]]
23°
[1,5 euro per afwijking van 1 kWh op vlak van het S-peil, bepaald conform punt 2.12 van de bijlage bij dit decreet;]
24°
[150 euro per niet-gerapporteerde ruimte waarvoor ventilatie-eisen gelden.]
[Een in de EPB-aangifte vergeten schildeel kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 5° en 21°.]
[Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de thermische isolatie van de constructie-elementen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, op grond van afwijkingen op het vlak van het K-peil, of krachtens het eerste lid, 2°, 3°, 5° en 21°.]
[Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de ventilatievoorzieningen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, 2°, 3° en 5°.]
Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het K-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 2°, 3° en 5°.
Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven brutovloeroppervlakte kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 5°.
Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de netto-energiebehoefte voor verwarming kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 2° en 3°.
Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het E-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 3°.
[Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het S-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 2° en 3°.]
[De maximale boete bedraagt 10 euro per m3 beschermd volume dat nieuw gebouwd wordt, gerenoveerd wordt of een functiewijziging ondergaat en bedraagt niet meer dan 20.000 euro.]
[Het VEKA] vestigt de administratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt.]

§ 2

Voor EPB-aangiften met betrekking tot gebouwen waarvan de startverklaring in 2006 werd ingediend, bedraagt de administratieve geldboete slechts de helft van het bedrag dat op basis van § 1, eerste lid, is verschuldigd, met een minimum van 250 euro.

[§ 3

De verslaggever dient binnen zestig kalenderdagen na de vestiging van de administratieve geldboete bij [het VEKA] een EPB-aangifte in die in overeenstemming is met de controlevaststellingen.
De verslaggever brengt de aangifteplichtige daarvan onmiddellijk op de hoogte en bezorgt hem de nieuw ingediende EPB-aangifte. De kosten voor de herindiening van de EPB-aangifte vallen volledig ten laste van de verslaggever.
[...]
]

[§ 4 [

Als [het VEKA] vaststelt dat de EPB-aangifte niet in overeenstemming is met de as-builtsituatie op de datum van de indiening van de EPB-aangifte of met de gemaakte controlevaststellingen, verplicht [het VEKA] de verslaggever om binnen de 60 kalenderdagen een nieuwe EPB-aangifte in te dienen die in overeenstemming is met zijn controlevaststellingen.
Als [het VEKA] vaststelt dat de indeling van het bouwproject in EPB-eenheden in de EPB-aangifte niet correct is gebeurd, verplicht [het VEKA] de verslaggever om binnen 60 kalenderdagen een nieuwe EPB-aangifte in te dienen volgens de correcte indeling in EPB-eenheden.
De verslaggever brengt de aangifteplichtige daarvan onmiddellijk op de hoogte en bezorgt hem de nieuw ingediende EPB-aangifte. De kosten voor het herindienen van de EPB-aangifte zijn volledig ten laste van de verslaggever.
]]

[§ 5

Als een overtreding van de verplichting, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, of in paragraaf 4, eerste en tweede lid, wordt vastgesteld, maant [het VEKA] de verslaggever aan om binnen een vastgestelde termijn de verplichting na te leven. Als de verslaggever bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, legt [het VEKA] een administratieve geldboete van 500 euro op. [Het VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarin de betreffende verplichting moet worden nageleefd.
Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het [eerste lid, in fine], in gebreke blijft, legt [het VEKA] de verslaggever een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 10 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden.
]

Art. 13.4.7/1.

§ 1

[Onverminderd artikel 13.4.7 kan [het VEKA] verslaggevers die herhaaldelijk fouten maken, verplichten om binnen een door het agentschap vastgestelde termijn te slagen voor een door of namens het agentschap georganiseerd examen. Verslaggevers die binnen deze termijn niet slagen voor dit examen, worden in hun activiteiten geschorst totdat zij alsnog slagen voor het examen.
[Het VEKA] kan tevens verslaggevers die blijk geven van kennelijke onbekwaamheid, die de erkenningsvoorwaarden niet naleven of die activiteiten uitvoeren die in strijd zijn met de bepalingen van artikel 11.1.6/1, § 1, tweede lid, schorsen in hun activiteiten, vermeld in dit decreet, voor een termijn die [het VEKA] zelf bepaalt, of de erkenning als verslaggever definitief intrekken. [De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarbij vooraleer de schorsing van een verslaggever wordt opgeheven, hij dient te slagen voor een door of namens [het VEKA] georganiseerd examen.]
Wanneer de verslaggever een rechtspersoon is, kan [het VEKA] de sanctie, vermeld in het eerste en tweede lid, opleggen aan één of meer van de natuurlijke personen, vermeld in artikel 1.1.3, 127°.
De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden koppelen aan de opheffing van een schorsing.]

§ 2

Binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de betekening van de beslissing van [het VEKA], kan de betrokken verslaggever bij wege van aangetekend schrijven met ontvangstbewijs beroep aantekenen bij de minister. De verslaggever kan vragen om gehoord te worden.
De minister of zijn gemachtigde neemt een beslissing binnen een termijn van dertig kalenderdagen, die ingaat op de dag waarop het beroep is ontvangen.
Als de minister of zijn gemachtigde zijn beslissing niet heeft betekend binnen de in het vorige lid bepaalde termijn, wordt ervan uitgegaan dat het beroep werd ingewilligd.]

Art. 13.4.8.

§ 1

Het bedrag van de verschuldigde administratieve geldboete wordt aan de betrokkene meegedeeld per aangetekende [zending], met vermelding van de redenen waarom de boete wordt opgelegd en met verwijzing naar de artikelen die van toepassing zijn. In voorkomend geval wordt de berekening bijgevoegd.
Indien de betrokkene het oneens is met de sanctie kan hij, binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, [het VEKA] van zijn tegenargumenten op de hoogte brengen per aangetekende [zending]. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief.
[Het VEKA] kan zijn beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als die tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt binnen de dertig kalenderdagen na het ontvangen van de tegenargumenten van de betrokkene een nieuwe kennisgeving plaats.

§ 2

Na de kennisgeving, vermeld in § 1, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden.
[Het VEKA] kan uitstel van betaling verlenen voor een termijn die het zelf bepaalt.

§ 3

Indien de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.
Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende [zending]. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 4

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.
De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Afdeling III.
Administratieve sanctie wegens overtreding of niet-naleving van de energieprestatieregelgeving bij bestaande gebouwen


Art. 13.4.9.

§ 1

Als de aangifteplichtige bij de uitvoering van de werken, handelingen of wijzigingen de EPB-eisen, vermeld in artikel 11.1.1, § 2, niet naleeft, kan [het VEKA] een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5000 euro, afhankelijk van het type gebouw, de bruikbare vloeroppervlakte of het beschermd volume.

§ 2

[...]
De procedure omschreven in artikel 13.4.8 is van overeenkomstige toepassing.

Art. 13.4.9/1.

§ 1

Als het [VEKA] vaststelt dat in strijd met artikel 11.2/2.1 de door de Vlaamse Regering vastgestelde minimale eisen [voor een renovatie of het minimale energieprestatielabel bij residentiële gebouwen of] niet-residentiële gebouwen niet werden gerespecteerd, dan kan het [VEKA] aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon op wie de verplichting rust een administratieve geldboete opleggen van 500 euro tot en met 200.000 euro.
Het [VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd.
Als de natuurlijke persoon of de rechtspersoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, nog steeds in gebreke blijft, kan het [VEKA] hem of haar een nieuwe administratieve geldboete opleggen, als bedoeld in het eerste lid. Het [VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. Deze procedure wordt herhaald tot aan de op grond van artikel 11.2/2.1 vastgestelde verplichting is voldaan.

§ 2

De procedure, vermeld in artikel 13.4.8, is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling III/1.
Administratieve sanctie wegens de niet-naleving van het gebruiksverbod op bepaalde verwarmingsinstallaties, technische installaties en technische bouwsystemen, en gebouwautomatisering en -controlesystemen


Art. 13.4.9/2.
Als het VEKA vaststelt dat er in een residentieel of niet-residentieel gebouw in strijd met artikel 11.1/1.3 een stookolieketel of een ketellichaam is geplaatst of vervangen, legt het aan de betrokken aangifteplichtige een administratieve geldboete van 3000 euro op, vermeerderd met 2000 euro per gebouweenheid in het gebouw.
In afwijking van het eerste lid wordt de administratieve geldboete aan de eigenaar of de houder van een zakelijk recht op het gebouw opgelegd als de stookolieketel of het ketellichaam in strijd met artikel 11.1/1.3 werd geplaatst of vervangen los van werkzaamheden die vallen onder het toepassingsgebied van de energieprestatieregelgeving, vermeld in artikel 11.1.1.
De procedure, vermeld in artikel 13.4.8, is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling IV.
Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de verplichtingen betreffende energieprestatiecertificaten


Art. 13.4.10.

§ 1

Als bij de controle blijkt dat het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, kan [het VEKA] de energiedeskundige die het energieprestatiecertificaat heeft afgeleverd een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan [250 euro], en niet hoger dan 5000 euro [...].
[[Het VEKA] verplicht de energiedeskundige om binnen de dertig kalenderdagen een nieuw energieprestatiecertificaat op te maken dat in overeenstemming is met de controlevaststellingen, en om dat nieuwe energieprestatiecertificaat te overhandigen aan de eigenaar of gebruiker van het gebouw. [Indien het gebouw wordt verhuurd, dan bezorgt de eigenaar tevens een kopie van het nieuwe energieprestatiecertifcaat aan de huurder.] De kosten voor de opmaak van het energieprestatiecertificaat vallen volledig ten laste van de energiedeskundige.
Als een overtreding van het tweede lid wordt vastgesteld, maant [het VEKA] de energiedeskundige aan om binnen een vastgestelde termijn de verplichtingen na te leven. Als de energiedeskundige bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, legt [het VEKA] [de energiedeskundige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 10 euro per kalenderdag dat de vastgelegde termijn wordt overschreden].]

[§ 1/1

Als [het VEKA] vaststelt dat een geschorste energiedeskundige in strijd met de schorsingsvoorwaarden toch actief optreedt als energiedeskundige, legt [het VEKA] hem een boete op van 500 euro per ingediend energieprestatiecertificaat.]

§ 2

Als zou blijken dat de eigenaar of gebruiker van een gebouw die krachtens artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, over een energieprestatiecertificaat moet beschikken, niet over een geldig energieprestatiecertificaat beschikt, legt [het VEKA] hem, op voorwaarde dat de eigenaar of gebruiker werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete op die niet lager is dan [500 euro], en niet hoger dan 5000 euro [...].

§ 3

Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder [of de houder van een zakelijk recht] ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt [het VEKA] hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan [500 euro], en niet hoger dan 5000 euro [...].
Die administratieve geldboete kan niet worden gecumuleerd met de sanctie vermeld in § 2.

[§ 3/1

Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw[, of voor een gebouw waarop een zakelijk recht wordt gevestigd,] waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, het kengetal [of het label], het adres van het gebouw of de unieke code van het energieprestatiecertificaat niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde kengetal [of label], het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan [het VEKA] de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan [250 euro], noch hoger dan 5.000 euro [...].
In afwijking van het eerste lid legt [het VEKA] de sanctie, vermeld in het eerste lid, op aan de [opdrachthouder,] lasthebber of gevolmachtigde in het geval de eigenaar of gebruiker gebruikmaakte van deze [opdrachthouder,] lasthebber of gevolmachtigde in het kader van het te koop of te huur stellen van het gebouw.
Die administratieve geldboete kan voor de eigenaar of gebruiker niet worden gecumuleerd met de sanctie, vermeld in paragraaf 2 of 3.]

[§ 3/2

Indien blijkt dat de instrumenterende ambtenaar of een derde de hem op grond van artikel 11.2.2, § 3, opgelegde verplichtingen niet heeft nageleefd, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren opgeroepen, dan kan [het VEKA] hem een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 250 euro en niet hoger dan 5000 euro.
]

§ 4

[...]
De procedure in artikel 13.4.8 is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling V.
Procedure en administratieve geldboete bij niet-naleving van verplichtingen in het kader van het netbeheer


Art. 13.4.11.

§ 1

[Het VEKA] legt, na de betrokkenen te hebben gehoord of daartoe naar behoren te hebben opgeroepen, aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon in de volgende gevallen een administratieve geldboete op die niet lager is dan 150 euro, en niet hoger dan 20.000 euro:
bij het zonder machtiging van de betrokken netbeheerder handelingen uitvoeren op het distributienet of op het plaatselijk vervoernet voor elektriciteit;
bij het zonder machtiging de aansluiting op het distributienet of op het plaatselijk vervoernet voor elektriciteit manipuleren;
bij het niet uitvoeren van de meldingsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het aansluitingsreglement, het aansluitingscontract of het technisch reglement;
bij het bezorgen van informatie die niet consistent of in overeenstemming met de werkelijkheid is in het kader van meldingsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het aansluitingsreglement, het aansluitingscontract of het technisch reglement.

§ 2

Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn en de hoogte van de administratieve boete.

§ 3

Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. [Het VEKA] kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 4

Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 3 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.

§ 5

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald is bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Afdeling VI.
Administratieve sanctie wegens niet-naleving van de eisen bij elektromobiliteit


Art. 13.4.12.

§ 1

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat niet aan de verplichtingen vastgesteld door of krachtens artikel 11/1.1.1 is voldaan, kan [het VEKA] aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het halen van die verplichting een administratieve geldboete opleggen van:
2000 euro per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen;
1000 euro per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.

§ 2

Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn en de hoogte van de administratieve boete.

§ 3

Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. [Het VEKA] kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 4

Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 3 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.

§ 5

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Afdeling VII.
Administratieve sancties wegens overtreding van de voorwaarden waartegen de steunmaatregelen inzake energetische renovaties zijn verleend


Art. 13.4.13.

§ 1

Als het Vlaamse Energieagentschap vaststelt dat niet aan de verplichtingen, vastgesteld door of krachtens artikel 8.2.2, § 1, derde lid, of artikel 8.2.3, § 2, is voldaan, maant [het VEKA] de kredietnemer aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
Als de kredietnemer bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de kredietnemer een administratieve geldboete op van:
300 euro voor een leningsbedrag tot en met 15.000 euro;
600 euro voor een leningsbedrag van 15.001 tot en met 30.000 euro;
900 euro voor een leningsbedrag van 30.001 euro tot en met 45.000 euro;
1200 euro voor een leningsbedrag vanaf 45.001 euro.

§ 2

De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld met een aangetekende brief. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete, de bepalingen die van belang zijn en de beroepsmogelijkheid.

§ 3

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing. [Het VEKA] kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 4

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.
De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

§ 5

Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren wordt een dwangbevel uitgevaardigd door de ambtenaar die belast is met de invordering.
Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe is aangewezen door de Vlaamse Regering.

§ 6

Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief.

§ 7

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging van toepassing.

Afdeling VIII.
Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de verplichtingen aangaande het rationaliseren en gebruik te maken van hernieuwbare energietechnologieën door ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen


Art. 13.4.14.

§ 1

Als het VEKA vaststelt dat, in strijd met artikel 7.7.2, de door de Vlaamse Regering vastgestelde verplichtingen voor ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen inzake het rationaliseren van hun energiegebruik en het gebruikmaken van hernieuwbare energietechnologieën niet werden gerespecteerd, dan kan het VEKA aan de onderneming, niet-commerciële instelling en publiekrechtelijke rechtspersoon op wie de verplichting rust een administratieve geldboete opleggen van 1000 euro tot en met 500.000 euro.
Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd.
Als die onderneming, niet-commerciële instelling of publiekrechtelijke rechtspersoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, nog steeds in gebreke blijft, kan het VEKA hem of haar een nieuwe administratieve geldboete opleggen als bedoeld in het eerste lid. Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. Deze procedure wordt herhaald tot aan de op grond van artikel 7.7.2 vastgestelde verplichting is voldaan.

§ 2

De procedure, vermeld in artikel 13.4.8, is van overeenkomstige toepassing.