Titel XV.
Slotbepalingen


Hoofdstuk I.
Wijzigingsbepalingen


Art. 15.1.1.
In 33°, van artikel 569, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden “van de beroepen tegen de beslissingen tot het opleggen van een administratieve geldboete op grond van artikel 37, § 1, en § 2quater, eerste lid, van het elektriciteitsdecreet en van artikel 46, § 1, en § 2bis, eerste lid, van het aardgasdecreet” vervangen door de woorden “van de beroepen tegen de beslissingen van de VREG tot het opleggen van een administratieve sanctie op grond van de artikelen 13.3.1 tot en met 13.3.5 van het Energiedecreet”.

Art. 15.1.2.
In artikel 2 van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
(...)
punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
(...)
punten 5° en 7° worden geschrapt.

Art. 15.1.3.
In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 2 wordt vervangen door wat volgt:
(...)
in § 4 worden de woorden “of een huishoudelijke aardgasafnemer” geschrapt.

Hoofdstuk II.
Opheffingsbepalingen


Art. 15.2.1.
De volgende regelingen worden opgeheven:
de wet van 10 maart 1925 op de electriciteitsvoorziening, voor wat de Vlaamse energiebevoegdheden betreft;
het decreet van 17 juli 2000 houdende organisatie van de elektriciteitsmarkt;
het decreet van 6 juli 2001 houdende de organisatie van de gasmarkt;
het decreet van 2 april 2004 tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van de flexibiliteitsmechanismen uit het Protocol van Kyoto;
het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt;
het decreet van 22 december 2006 houdende eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot uitvoering van een energieprestatiecertificaat en tot wijziging van artikel 22 van het REG-decreet.

Hoofdstuk III.
Overgangs- en slotbepalingen


Art. 15.3.1.
Voor distributienetbeheerders die minder dan honderd huishoudelijke afnemers hebben, kan de Vlaamse Regering voorzien in uitzonderingen, voor zover daarvoor een technische of financiële noodzaak bestaat.

Art. 15.3.2.
De Vlaamse Regering kan voorzien in uitzonderingen op de bepalingen van dit decreet voor wat de levering van aardgas en het beheer van het aardgasdistributienet betreft in het gebied van de gemeente Baarle-Hertog, dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied, voor zover daarvoor een technische of financiële noodzaak bestaat.

Art. 15.3.3.
Voor wat betreft de productie-installaties waarvoor reeds groenestroomcertificaten werden toegekend vóór de inwerkingtreding van artikel 7.1.1, kent de VREG de groenestroomcertificaten toe aan de producent van de elektriciteit die in de productie-installaties wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen.

Art. 15.3.4.
Behoudens andersluidende bepalingen worden de begroting en rekeningen van de VREG opgemaakt en goedgekeurd en wordt de controle uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van [het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof.]

Art. 15.3.5.
Het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1 neemt de uitstaande rechten en plichten lastens het begrotingsfonds “Energiefonds”, [vermeld in artikel 20 van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt], over.
De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten, worden gevoegd bij de financiële middelen van het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1, § 2.

Art. 15.3.5/1.
Het beheer van een op 1 juli 2011 bestaand net voor distributie van elektriciteit of aardgas dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, is toegestaan als gesloten distributienet mits melding aan de VREG, zelfs indien dit net de grenzen van de eigen site, als bedoeld in artikel 4.6.1, overschrijdt.]

Art. 15.3.5/2.
Elke beheerder van een elektriciteitslijn, aardgasleiding of net voor distributie van elektriciteit of aardgas dat niet wordt uitgebaat door een door de VREG aangewezen distributienetbeheerder en dat geen op 1 juli 2011 bestaande directe lijn of directe leiding is, moet zich conformeren aan de bepalingen van dit decreet door, naargelang het geval:
het voldoen aan de bepalingen van artikelen 4.7.2 en 4.7.3, als het net een toegelaten privédistributienet betreft, als vermeld in artikel 4.7.1, § 2;
de overdracht van het beheer van het distributienet aan de distributienetbeheerder, als het net een niet-toegelaten privédistributienet betreft, binnen redelijke termijn zodra een achterliggende netgebruiker of een leverancier op vraag van en voor rekening van een achterliggende afnemer, zijn rechten wil uitoefenen;
het melden als gesloten distributienet overeenkomstig artikel 15.3.5/1 en het voldoen aan de bepalingen van artikelen 4.6.2 tot en met 4.6.9, waarbij de artikelen 4.6.3, 8° tot en met 12°, 4.6.8 en 4.6.9 slechts van toepassing zijn binnen redelijke termijn zodra een achterliggende netgebruiker of een leverancier op vraag van en voor rekening van een achterliggende afnemer zijn rechten wil uitoefenen.]

Art. 15.3.5/3.
De vergunningen of toelatingen die verleend zijn voor de inwerkingtreding van artikel 4.1.27 van dit decreet op grond van de wet van 10 maart 1925 op de electriciteitsvoorziening of de wet van 17 januari 1938 tot regeling van het gebruik door de openbare besturen, de vereenigingen van gemeenten en de concessiehouders van openbare diensten of van diensten van openbaar nut, van de openbare domeinen van den Staat, van de provinciën en
van de gemeenten, voor het aanleggen en het onderhouden van leidingen en inzonderheid van gas- en waterleidingen verleende wegenisvergunningen of toelatingen worden gelijkgesteld met een domeintoelating die op grond van artikel 4.1.27 van dit decreet wordt verleend.

Art. 15.3.5/4.
Groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten, afgeleverd voor 1 januari 2013, worden op 1 januari 2013 opgesplitst in de centrale databank in enerzijds respectievelijk een groenestroomcertificaat of warmte-krachtcertificaat en anderzijds een garantie van oorsprong. De vermeldingen die op deze certificaten vermeld staan op 1 januari 2013, blijven daarbij behouden.

Art. 15.3.5/5.

§ 1

De Vlaamse Regering wordt gemachtigd waarborgen te verlenen ten gunste van de elektriciteitsdistributienetbeheerders, de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangewezen, met het oog op de gedeeltelijke dekking van het verlies dat deze netbeheerders gebeurlijk dragen als gevolg van het banken van groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en modaliteiten waaronder deze waarborg kan worden toegekend en uitgekeerd. In afwijking van artikel 8 van het decreet van 7 mei 2004 houdende bepalingen inzake kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest kan de Vlaamse Regering bepalen om de toekenning van de waarborg niet afhankelijk te maken van de betaling van een bijdrage.

§ 3

De Vlaamse Regering bepaalt voor ieder begrotingsjaar de maximale omloop van de uitstaande verbintenissen waarop de waarborg van het Vlaamse Gewest betrekking heeft.

Art. 15.3.5/6.

[1 ]

In afwijking van artikel 10.1.3, § 1, kan de Vlaamse Regering voor verslaggevers die zich voor 1 januari 2015 als zodanig al in de energieprestatiedatabank geregistreerd hebben en die minstens één startverklaring of één EPB-aangifte ingediend hebben, uitzonderingen toestaan op de erkenningsvoorwaarden.

[2

In afwijking van artikel 11.1.6/1, § 1, tweede lid, beschikken verslaggevers over een termijn tot en met 30 juni 2017 om de mandaten, functies of activiteiten die tot de onverenigbaarheid, vermeld in artikel 11.1.6/1, § 1, tweede lid, aanleiding geven neer te leggen, en om desgevallend hun statuten aan te passen. Als de verslaggever nalaat de onverenigbare mandaten of functies neer te leggen, dan kan het Vlaams Energieagentschap de erkenning intrekken.
]

Art. 15.3.5/7.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders in wiens geografisch gebied op de datum van de inwerkingtreding van dit artikel al toegelaten directe lijnen als vermeld in artikel 4.5.1 liggen, zorgen ervoor dat die lijnen uiterlijk op 31 december 2018 uitgerust zijn met een meter die toelaat de hoeveelheid elektriciteit die in de directe lijn geïnjecteerd wordt, te meten voor de berekening van de heffing, vermeld in titel XIV, hoofdstuk III. De VREG bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerders de nodige informatie om die installatie mogelijk te maken. De kost van deze meter en de plaatsing ervan is ten laste van de beheerder van de directe lijn.

Art. 15.3.5/8.
Afnemers waarvan de gratis hoeveelheid elektriciteit nog niet werd toegekend voor het leveringsjaar 2015 en de afnemers waarvan de gratis hoeveelheid elektriciteit niet correct is toegekend op hun afrekeningsfactuur hebben nog steeds recht op de toekenning van de gratis hoeveelheid elektriciteit. Dit recht houdt op te bestaan indien de afnemer niet binnen een termijn van twee jaar na de afrekeningsfactuur waarop de gratis hoeveelheid elektriciteit normaal gezien moest toegekend worden, aan zijn leverancier kenbaar heeft gemaakt dat de toegekende gratis hoeveelheid elektriciteit op deze afrekeningsfactuur niet correct of niet toegekend is. In afwijking van artikel 6.1.1, tweede lid, zijn de kosten voor de levering van deze gratis elektriciteit ten laste van alle afnemers.
De VREG ziet toe op de correcte naleving van deze overgangsbepaling.

Art. 15.3.5/9.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders zorgen ervoor dat tegen uiterlijk 1 juli 2017 de autonome stroombegrenzers die geplaatst staan bij toegangspunten die door commerciële leveranciers worden beleverd, worden weggenomen.

Art. 15.3.5/10.
Tegen de beslissingen die de VREG met toepassing van titel IV, hoofdstuk I, afdeling XII, heeft genomen, en die op de dag van de inwerkingtreding van dit artikel niet definitief waren, loopt een nieuwe beroepstermijn van 30 dagen vanaf diezelfde dag.

Art. 15.3.5/11.
In afwijking van artikel 14.1.1 wordt het geheel van afnamepunten waarvoor bij de VREG op 1 januari 2018 al een aanvraag tot goedkeuring als een gesloten distributienet lopende is, behandeld conform artikel 14.1.1, § 2, tweede lid, op voorwaarde dat tegen uiterlijk 1 januari 2021 over deze aanvraag een gunstige beslissing valt.
In afwijking van artikel 14.1.1 wordt het geheel van afnamepunten waarvoor bij de daartoe bevoegde federale overheidsdienst op 1 januari 2018 al een aanvraag tot goedkeuring als een gesloten industrieel net, vermeld in artikel 2, 41°, van de federale Elektriciteitswet, lopende is, behandeld conform artikel 14.1.1, § 2, tweede lid, op voorwaarde dat tegen uiterlijk 1 januari 2021 over deze aanvraag een gunstige beslissing valt.
Indien de afnamepunten, vermeld in het eerste en tweede lid, op 1 januari 2021 echter geen deel uitmaken van een goedgekeurd gesloten distributienet of een goedgekeurd gesloten industrieel net, dan worden zij alsnog voor de periode vanaf 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020 belast conform artikel 14.1.1, § 2, eerste lid, en dit aan het tarief, vermeld in artikel 14.1.2, die voor de desbetreffende maandelijkse periodes van toepassing was. In afwijking van artikel 14.2.2 zorgt de Vlaamse Belastingdienst in dat geval tegen uiterlijk 1 juli 2021 voor een bijkomende aanslag. De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de gegevensoverdracht van de toegangshouders en de netbeheerders aan de Vlaamse Belastingdienst voor de correcte toepassing van dit artikel.

Art. 15.3.5/17.
De werkmaatschappij past tegen uiterlijk 1 april 2019 de statuten en de samenstelling van haar raad van bestuur aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.5/1, aan. Als de werkmaatschappij de statuten of de samenstelling van de raad van bestuur niet aanpast, dan kan de VREG de toestemming, vermeld in artikel 4.1.5, eerste lid, intrekken.

Art. 15.3.5/18.
De distributienetbeheerders hebben tot en met 1 januari 2021 de tijd om te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.1, eerste lid, waarbij eventueel onderling gebieden kunnen worden uitgewisseld. De VREG doet, conform de door de Vlaamse Regering volgens artikel 4.1.4 vastgestelde procedure, waar nodig een nieuwe aanwijzing als distributienetbeheerder, of wijzigt de bestaande aanwijzing als distributienetbeheerder.

Art. 15.3.5/19.
Ten aanzien van de beperkingen, vermeld in artikel 4.1.5/2, genieten de gedelegeerd bestuurder, de CEO en de leden van het managementcomité van de werkmaatschappij, die in dienst of aangesteld zijn op 1 januari 2019, tot het einde van hun lopende functie of mandaat van de geldelijke arbeidsvoorwaarden die zij genoten op 1 januari 2019.

Art. 15.3.5/20.
In afwijking van artikel 3.1.3, eerste lid, 4°, g), publiceert de VREG de daarin vermelde studie voor het eerst tegen uiterlijk 1 september 2019.

Art. 15.3.5/21.
De VREG kan bepalen dat een elektriciteitsproductie-eenheid in gespecifieerde omstandigheden als een bestaande productie-eenheid, dan wel als een nieuwe productie-installatie wordt beschouwd in het kader van de Netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net, als bedoeld in verordening 2016/631/EU.
De VREG kan bepalen dat een distributiesysteem of een verbruikseenheid in gespecifieerde omstandigheden als bestaand, dan wel als nieuw wordt beschouwd in het kader van de Netcode voor aansluiting van verbruikers, als bedoeld in verordening 2016/1388/EU.

Art. 15.3.6.
Dit decreet wordt aangehaald als: het Energiedecreet.

Art. 15.3.7.
De Vlaamse Regering kan de bepalingen van het Energiedecreet coördineren, met inachtneming van de wijzigingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie.
Te dien einde kan de Vlaamse Regering:
de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;
de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen;
zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen teneinde ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen;
in de bepalingen die niet in de coördinatie worden opgenomen, de verwijzingen naar de gecoördineerde bepalingen aanpassen.
De coördinatie zal het volgende opschrift dragen: “Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid, gecoördineerd op [...]”.

Art. 15.3.8.
De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop de verschillende bepalingen van dit decreet in werking treden.