Bijlage I.
Bepaling van de administratieve geldboeten


1 Administratieve geldboeten voor de aangifteplichtige

1.1 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de thermische isolatie

1.1.1 Afwijking op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen
Als de in de EPB-aangifte opgegeven warmtedoorgangscoŽfficiŽnt van een constructie-element de maximaal toegestane waarde overschrijdt, rekening houdend met eventueel van toepassing zijnde uitzonderingsregels, bedraagt de overeenkomstige afwijking voor dat constructie-element, uitgedrukt in W/K:
(Uaangifte − Ueis)Aaangifte
waarin:
Uaangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de warmtedoorgangscoŽfficiŽnt van het betreffende constructie-element, in W/m2K;
Ueis
de maximaal toegestane waarde van de warmtedoorgangscoŽfficiŽnt van het betreffende constructie-element, in W/m2K;
AAangifte
de in de EPB-aangifte vermelde oppervlakte van het betreffende constructie-element, uitgedrukt in m2.
[In afwijking van het eerste lid wordt voor een gebouw dat meerdere [EPB-eenheden] en gemeenschappelijke delen bevat, de boete van een constructie-element dat behoort tot een gemeenschappelijk deel gelijk verdeeld over de verschillende [EPB-eenheden].]
Als de in de EPB-aangifte opgegeven warmteweerstand van een constructie-element kleiner is dan de minimaal toegestane waarde, rekening houdend met eventueel van toepassing zijnde uitzonderingsregels, bedraagt de overeenkomstige afwijking voor dat constructie-element, uitgedrukt in W/K:
(l/Raangifte − l/Reis)Aaangifte
waarin:
Raangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de warmteweerstand van het betreffende constructie-element, in m2K/W;
Reis
de minimaal toegestane waarde van de warmteweerstand van het betreffende constructie-element, inm2K/W;
Aaangifte
de in de EPB-aangifte vermelde oppervlakte van het betreffende constructie-element, uitgedrukt in m2.

1.1.2 Afwijking op het vlak van de globale thermische isolatie (K-peil)
Als in de EPB-aangifte wordt opgegeven dat niet voldaan is aan een of meer eisen i.v.m. het K-peil, wordt voor elke overschrijding de overeenkomstige afwijking op het vlak van thermische isolatie, uitgedrukt in W/K, als volgt bepaald:
0.01(Kaangifte−Keis)AT,aangifte
waarin:
Kaangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het K-peil;
Keis
de maximaal toegestane waarde van het K-peil voor de betreffende bestemming;
AT,aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde warmteverliesoppervlakte die hoort bij het betreffende K-peil, in m2.
[In afwijking van het eerste lid wordt voor een gebouw dat meerdere [EPB-eenheden] bevat, (met uitzondering van “aangrenzende onverwarmde ruimten” en “gemeenschappelijke delen”) de boete verdeeld pro rata van het aandeel van de warmteverliesoppervlakte van elke [EPB-eenheid] in de warmteverliesoppervlakte van het totale K-peilvolume exclusief “gemeenschappelijke delen”. De som van alle effectieve individuele boeten is dan gelijk aan de totale boete berekend voor het geheel.
Voor elke overschrijding van het K-peil wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van thermische isolatie voor elke [EPB-eenheid] dat deel uitmaakt van hetzelfde K-peilvolume, uitgedrukt in W/K, als volgt bepaald:
0.01(Kaangifte – Keis)AT, aangifte*AT,EPB-eenheid / (AT,aangifte – AT,GD)
waarin:
Kaangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het K-peil;
Keis
de maximaal toegestane waarde van het K-peil voor het betreffende K-peilvolume;
AT, aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde warmteverliesoppervlakte van het betreffende K-peilvolume, in m2;
AT,EPB-eenheid
de in de EPB-aangifte vermelde warmteverliesoppervlakte van het betreffende [EPB-eenheid], in m2;
AT,GD
de in de EPB-aangifte vermelde warmteverliesoppervlakte van de “gemeenschappelijke delen” binnen het betreffende K-peilvolume, in m2;]

1.2 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de globale energetische prestatie
Als in de EPB-aangifte wordt opgegeven dat met voldaan is aan ťťn of meerdere eisen i.v.m. het E-peil, dan wordt voor elk de overeenkomstige afwijking op het vlak van de globale energetische prestatie, uitgedrukt in MJ/jaar, als volgt bepaald:
Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik,aangifte−Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik,eis
waarin:
Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik,aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, in MJ/jaar;
Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik,eis
de maximaal toegestane waarde van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik voor de betreffende bestemming, in MJ/jaar.

1.3 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het risico op oververhitting
Als in de EPB-aangifte wordt opgegeven dat niet voldaan is aan een of meer eisen i.v.m. het risico op oververhitting, wordt voor elk de overeenkomstige afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, uitgedrukt in Khm3, als volgt bepaald:
(Ioververhittmg,aangifte−Ioververhitting,eis)Vvaststelling
waarin:
Ioververhittmg,aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de indicator voor oververhitting, in Kh;
Ioververhitting,eis
de maximaal toegestane waarde van de indicator voor oververhitting, in Kh;
Vvaststelling
het bij controle vastgestelde volume van het gebouwdeel waarvoor de evaluatie van het risico op oververhitting gebeurd is, in m3.

1.4 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van ventilatie

1.4.1 Toevoervoorzieningen
Als in de EPB-aangifte wordt opgegeven dat het totale [toevoerdebiet] in een ruimte kleiner is dan de minimumwaarde zoals die op basis van de EPB-eis voor die ruimte is bepaald in de EPB-aangifte, wordt de overeenkomstige afwijking voor de toevoer in die ruimte, uitgedrukt in m3/h, als volgt bepaald:
Vtoevoer,min,aangifte − Vtoevoer,aangifte
waarin:
Vtoevoer,min,aangifte
het opgelegde minimale [toevoerdebiet] voor die ruimte zoals dat op basis van de EPB-eis voor die ruimte is bepaald in de EPB-aangifte, in m3/h;
Vtoevoer,aangifte
het in de EPB-aangifte opgegeven totale [toevoerdebiet] in die ruimte, bepaald zoals bieronder nader vastgelegd, in m3/h;
Bij de bepaling van het totale [toevoerdebiet] in een ruimte gelden de volgende regels:
Er wordt gesommeerd over alle luehttoevoervoorzieningen in die ruimte.
Als het toevoerdebiet met buitenlucht gerealiseerd moet worden, wordt er echter alleen gesommeerd over de toevoervoorzieningen die buitenlucht binnen brengen.
Als de regelkarakteristieken van een regelbare toevoeropening niet voldoen aan de gestelde eisen, dan wordt het [toevoerdebiet] gelijkgesteld aan nul voor die opening.
Het debiet van regelbare doorstroomopeningen wordt niet meegerekend.
Het debiet van een spleet onder een deur, in mVh, wordt gegeven door:
3600 . Aspleet,aanglfte voor een drukverschil van 2 Pa
8000 . Aspleet,aangifte voor een drukverschil van 10 Pa
waarin:
Aspleet,aanglfte
de in de EPB-aangifte opgegeven sectie van de deurspleet, in m2.
Als in een ruimte met residentiŽle bestemming er verplichte afvoer rechtstreeks naar buiten is, dan worden voor de bepaling van het toevoerdebiet alleen de doorstroomopeningen (inclusief spleten van binnendeuren) beschouwd. Als de verticale scheidingsconstructies van de ruimte echter alleen grenzen aan een garage, een gemeenschappelijke gang of trappenhuis, een huisvuilkoker of verzamelruimte voor huisvuil, een liftkoker, een stookplaats, een gasmeterruimte of een brandstofopslagplaats, dan worden voor de bepaling van het toevoerdebiet ook andere toevoeropeningen beschouwd.

1.4.2 Afvoervoorzieningen
Als in de EPB-aangifte wordt opgegeven dat het totale [afvoerdebiet] in een ruimte kleiner is dan de minimumwaarde zoals die op basis van de EPB-eis voor die ruimte is bepaald in de EPB-aangifte, wordt de overeenkomstige afwijking voor de afvoer in die ruimte, uitgedrukt in mVh, als volgt bepaald:
Vafvoer,min,aangifte − Vafvoer.aangifte
waarin:
Vafvoer,min,aangifte
het opgelegde minimale [afvoerdebiet] voor die ruimte zoals dat op basis van de EPB-eis voor die ruimte is bepaald in de EPB-aangifte, in m3/h;
Vafvoer.aangifte
het in de EPB-aangifte opgegeven totale ontweipafvoerdebiet in die ruimte, bepaald zoals hieronder nader vastgelegd, in m3/h.
Bij de bepaling van het totale [afvoerdebiet] in een ruimte gelden de volgende regels:
Er wordt gesommeerd over alle luchtafvoervoorzieningen in die ruimte.
Als er afvoer rechtstreeks naar buiten gerealiseerd moet worden, wordt er echter alleen gesommeerd over de afvoervoorzieningen die de lucht rechtstreeks naar buiten lozen.
Voor het debiet van een regelbare afvoeropening en bijbehorend afvoerkanaal geldt:
o
Als de regelkarakteristieken van de regelbare afvoeropening niet voldoen aan de gestelde eisen, dan wordt het [afvoerdebiet] gelijk gesteld aan nul.
o
Zoniet dient het minimum genomen te worden van volgende debieten:
enerzijds het in de EPB-aangifte opgegeven nominale debiet van de regelbare afvoeropening
anderzijds het debiet van het bijbehorende afvoerkanaal, berekend als
3600 . Aafvoerkanaal,aangifte
met
Aafvoerkanaal,aangifte
de in de EPB-aangifte opgegeven sectie van het afvoerkanaal, in m2.
Het debiet van regelbare doorstroomopeningen wordt niet meegerekend.
Het debiet van een spleet onder een deur, in m3/h, wordt gegeven door:
3600 . Aspleet,aangifte voor een drukverschil van 2 Pa
8000 . Aspleet,aangifte voor een drukverschil van 10 Pa
waarin:
Aspleet,aangifte
de in de EPB-aangifte opgegeven sectie van de deurspleet, in m2.
In een ruimte met residentiŽle bestemming waar verplichte toevoer van buitenlucht is en in een woonkamer of analoge ruimte, worden voor de bepaling van het afvoerdebiet alleen de doorstroomopeningen (inclusief spleten van binnendeuren) beschouwd. Als de verticale scheidingsconstructies van de ruimte echter alleen grenzen aan een garage, een gemeenschappelijke gang of trappenhuis, een huisvuilkoker of verzamelruimte voor huisvuil, een liftkoker, een stookplaats, een gasmeterruimte of een brandstofopslagplaats, dan worden voor de bepaling van het afvoerdebiet ook andere afvoeropeningen beschouwd.

[1.5 Afwijkingen bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de netto-energiebehoefte voor verwarming, dan wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming, uitgedrukt in kWh/jaar, als volgt bepaald:
(Q heat net spec, aangifte– Q heat net spec, eis)Af,gross
waarin:
Q heat net spec, aangifte-
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto-energiebehoefte voor verwarming per eenheid brutovloeroppervlakte, in kWh/m2.jaar;
Q heat net spec, eis
de maximaal toegestane waarde van de netto-energiebehoefte voor verwarming per eenheid brutovloeroppervlakte, in kWh/ m2.jaar;
Af,gross
de in de EPB-aangifte vermelde brutovloeroppervlakte in m2;]

[
1.6 [...]
]
[
1.7 Afwijkingen bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de systeemeisen

1.7.1 Ketels op gasvormige en vloeibare brandstof
Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale installatierendement, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het installatierendement, uitgedrukt in %.m≤, als volgt bepaald:
inst, eis- ηinst, aangifte) Ainst, heat, net, aangifte
waarin:
ηinst, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het installatierendement;
ηinst, eis de minimaal vereiste waarde van het installatierendement;
Ainst, heat, net, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, in m≤. Dit is de som van de vloeroppervlaktes, uitgedrukt in m≤ van alle ruimtes waarin minstens ťťn warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie.

1.7.2 Elektrische warmtepompen
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de minimale SPF, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van SPF, uitgedrukt in m≤, als volgt bepaald:
(SPFeis - SPFaangifte) Ainst, heat, net, aangifte
waarin:
SPFaangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de SPF i;
SPFeis de minimaal vereiste waarde van de SPF;
Ainst, heat, net, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m≤. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m≤ van alle ruimtes waarin minstens ťťn warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie.

1.7.3 Directe elektrische verwarming
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal toegestaan [...] vermogen van [directe] [...] verwarming, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het [...] vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
(Wtot, aangifte/Af, gross, aangifte - 15 W/m≤) Af, gross, aangifte
waarin:
Wtot, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het totale afgiftevermogen van de [...] verwarmingstoestellen, uitgedrukt in W;
Af, gross, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde brutovloeroppervlakte in m≤.

1.7.4 Elektrische doorstroomtoestellen en boilers
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal toegestaan elektrische vermogen van elektrische warmwaterproductietoestellen, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het elektrische vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
Pel, aangifte - max [ 2500; 2500 + 50 * (Af, gross, aangifte - 150) ]
waarin:
Pel, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het elektrisch vermogen, uitgedrukt in W, bepaald door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen;
Af, gross, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde brutovloeroppervlakte in m≤.

1.7.5 Circulatieleidingen
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de isolatie van circulatieleidingen, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak isolatie, uitgedrukt in m≤.K/W, als volgt bepaald:
(R,l,min, eis - Rl, aangifte) lcirc, aangifte
waarin:
R,l,min, eis de minimaal vereiste waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment, uitgedrukt in m.K/W;
Rl, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment, uitgedrukt in m.K/W;
lcirc, aangiftee de in de EPB-aangifte vermelde lengte van het betreffende segment van de circulatieleiding in m.

1.7.6 IJswatersystemen
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale systeemrendement van ijswatersystemen, wordt de overeenkomstige afwijking van het systeemrendement, uitgedrukt in m≤, als volgt bepaald:
sys,cool,min, eis - ηsys,cool, aangifte) Ainst, cool, net, aangifte
waarin:
ηsys,cool,min, eis de minimaal vereiste waarde van het systeemrendement;
ηsys,cool, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het systeemrendement;
Ainst, cool, net, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, uitgedrukt in m≤. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m≤ van alle ruimtes waarin minstens ťťn koude afgifte-element of inblaasmond van koude lucht aangesloten is op de betreffende koelinstallatie.

1.7.7 Energieprestatie van ventilatiesystemen
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale warmteterugwinrendement voor centrale ventilatiesystemen, wordt de overeenkomstige afwijking van het warmteterugwinrendement, uitgedrukt in %.m≤, als volgt bepaald:
hr, vent, eis - ηhr, vent, aangifte) Ainst, vent, net, aangifte
waarin:
ηhr, vent, eis de minimaal vereiste waarde van het warmteterugwinrendement;
ηhr, vent, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het warmteterugwinrendement;
Ainst, vent, net, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m≤. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m≤ van alle ruimtes waarin minstens ťťn mechanische toevoer- of afvoeropening aangesloten is op de betreffende ventilatie-installatie.

1.7.8 Verlichting
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat er in een ruimte niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen voor verlichting, wordt de overeenkomstige afwijking op het equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen in die ruimte, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
(wequiv, aangifte - wequiv, max, eis) Alight, net, aangifte
waarin:
wequiv, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen in de betreffende ruimte;
wequiv, max, eis het maximaal equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen in de betreffende ruimte;
Alight, net de in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m≤, van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen overschreden wordt.

1.7.9 Energieverbruiksmeters
Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de verplichte energieverbruiksmeters, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan Ainst, heat, net, aangifte zoals bepaald in 1.7.1 in geval van warmteproductie en gelijk aan Ainst, cool, net, aangifte zoals bepaald in 1.7.6 in geval van koeling.
]
[
1.8 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het S-peil
Als in de EPB-aangifte wordt opgegeven dat niet voldaan is aan een of meer eisen met betrekking tot het S-peil, wordt voor elke overschrijding de overeenkomstige afwijking op het vlak van het S-peil, uitgedrukt in kWh, als volgt bepaald:
(Saangifte - Seis)Abol, aangifte
waarin:
Saangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het S-peil, in kWh/m2;
Seis
de maximaal toegestane waarde van het S-peil voor de betreffende bestemming, in kWh/m2;
Abol, aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde equivalente boloppervlakte die hoort bij het betreffende S-peil, in m2.
]
[
1.9 Bepaling van het beschermd volume als de EPB-aangifte niet voldoet aan de voorwaarden voor de vorm en de inhoud of als de EPB-aangifte niet of laattijdig wordt ingediend
Het beschermd volume wordt overgenomen uit de ingediende startverklaring met voorafberekening. Bij het ontbreken van de startverklaring wordt het beschermd volume berekend op basis van de vergunningsplannen of wordt het totaal volume van het gebouw overgenomen uit het statistisch formulier bij de stedenbouwkundige vergunning. Als het gebouw verschillende EPB-eenheden omvat waarvoor een EPB-aangifte moet worden ingediend, wordt het volume per EPB-eenheid bepaald door het totaal volume van het gebouw forfaitair te verminderen met 10†% (ingenomen volume gemeenschappelijke delen) en daarna te delen door het aantal EPB-eenheden.
]
2 Administratieve geldboeten voor de verslaggever

2.1 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van thermische isolatie

2.1.1 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de thermische isolatie van constructie-elementen
Als bij controle de vastgestelde waarde van de warmtedoorgangscoŽfficiŽnt van een of meer constructie-elementen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van thermische isolatie, uitgedrukt in W/K, als volgt bepaald:
(Uvaststelling − Uaangifte)Avaststelling
waarin:
Uvaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van de warmtedoorgangscoŽfficiŽnt, in W/m2K;
Uaangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de warmtedoorgangscoŽfficiŽnt van het betreffende constructie-element, in W/m2K;
Avaststelling
de bij controle vastgestelde oppervlakte van het betreffende constructie-element, in m2.
Als bij controle de vastgestelde waarde van de warmteweerstand van een of meer constructie-elementen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elk dergelijk constructie-element de afwijking op het vlak van thermische isolatie, uitgedrukt in W/K, als volgt bepaald:
(1/Rvaststelling – 1/Raangifte)Aaangifte
waarin:
Rvaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van de warmteweerstand van het betreffende constructie-element, in m2K/W;
Raangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de warmteweerstand van het betreffende constructie-element, in m2K/W;
Aaangifte
de ia de EPB-aangifte vermelde oppervlakte van het betreffende constructie-element, uitgedrukt in m2.

2.1.2 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de globale thermische isolatie (K-peil)
Als bij controle de vastgestelde waarde van het K-peil voor een of meer bestemmingen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van thermische isolatie, uitgedrukt in W/K, als volgt bepaald:
0.01(Kvaststelling − Kaangifte)AT,vaststelling
waarin:
Kvaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van het K-peil;
Kaangjfte
EPB-aangifte vermelde waarde van het K-peil;
AT,vaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van de warmteverliesoppervlakte van de betreffende bestemming, in m2.
[In afwijking van het eerste lid wordt voor een gebouw dat meerdere [EPB-eenheden] bevat, (met uitzondering van “aangrenzende onverwarmde ruimten” en de “gemeenschappelijke delen”) de boete verdeeld pro rata van het aandeel van de warmteverliesoppervlakte elke [EPB-eenheid] in de warmteverliesoppervlakte van het totale K-peilvolume exclusief “gemeenschappelijke delen”. De som van alle effectieve individuele boeten is dan gelijk aan de totale boete berekend voor het geheel.
Voor elke overschrijding van het K-peil wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van thermische isolatie voor elke [EPB-eenheid] dat deel uitmaakt van hetzelfde K- peilvolume, uitgedrukt in W/K, als volgt bepaald:
0.01(Kvaststelling – Kaangifte)AT, vaststelling *AT,EPB-eenheid / (AT,vaststelling – AT,GD)
waarin:
Kvaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van het K-peil;
Kaangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het K-peil;
AT, vaststelling
de bij de controle vastgestelde warmteverliesoppervlakte van het betreffende K-peilvolume, in m2;
AT,EPB-eenheid
de warmteverliesoppervlakte van het betreffende [EPB-eenheid], in m2;
AT,GD
de warmteverliesoppervlakte van de “gemeenschappelijke delen” binnen het betreffende K-peilvolume, in m2.
In de EPB-aangifte gerapporteerde oppervlakten die meer dan 5†% afwijken van de oppervlakten bij vaststelling, worden gecorrigeerd bij de berekening van Kvaststelling.
Het verkeerd rapporteren van de grens van het beschermd volume wordt gecorrigeerd bij het berekenen van Kvaststelling.]

[2.1.3 Afwijkingen bij de berekening van koudebruggen
Als bij een controle van een EPB-aangifte waarin de invloed van de bouwknopen wordt bepaald aan de hand van een numerieke berekening of de methode van de EPB-aanvaarde bouwknopen, wordt vastgesteld dat de invloed van een of meer bouwknopen foutief werd bepaald of vergeten, dan wordt de invloed per foutieve of ontbrekende bouwknoop voor de berekening van Kvaststelling bepaald aan de hand van de waarden bij ontstentenis voor Ψe of X) zoals bepaald door de Vlaamse Regering
met:
†–† HTjunctions,contrŰle
de warmteoverdrachtscoŽfficiŽnt door transmissie via de bouwknopen bepaald bij een controle, in W/K;
†–† HTjunctions,aangifte
de warmteoverdrachtscoŽfficiŽnt door transmissie via de bouwknopen zoals bepaald in de EPB-aangifte, in W/K;
†–† HTunctions,foutief
de warmteoverdrachtscoŽfficiŽnt door transmissie via de bouwknopen die foutief werden bepaald in de EPB-aangifte, in W/K. De invloed van een bouwknoop is foutief bepaald in volgende gevallen:
†–† de bouwknoop is foutief gecatalogiseerd als een EPB-aanvaarde bouwknoop;Ψee of Xe is foutief berekend;
†–† lk,contrŰle
de totale lengte van de lineaire bouwknoop waarvan de invloed foutief bepaald of vergeten werd, bepaald met buitenafmetingen, in m;
†–† Ψe,controle
de waarde bij ontstentenis uit tabel 2 voor de lineaire warmtedoorgangscoŽfficiŽnt van de bouwknoop waarvan de invloed foutief bepaald of vergeten werd, in W/mK;
†–† Xe,controle
de waarde bij ontstentenis uit tabel 3 voor de puntwarmtedoorgangscoŽfficiŽnt van de bouwknoop waarvan de invloed foutief bepaald of vergeten werd, in W/K;
†–† bk
temperatuurreductiefactoren bepaald volgens nadere specificaties vanwege de minister;
†–† nk en nl
het aantal energiesectoren en delen van het gebouw met een andere bestemming waaraan de lineaire bouwknoop k of puntbouwknoop l grenst.
Als alleen de lengte van een lineaire bouwknoop of de reductiefactor b niet overeenstemt met de uitgevoerde situatie en de psie of Xe correct berekend zijn in de EPB-aangifte, zullen bij de berekening van Kvaststelling de foutieve lengtes waarmee HTjunctions,aangifte werd berekend, worden gecorrigeerd door de vastgestelde lengtes.
Als bij een controle van een EPB-aangifte wordt vastgesteld dat de invloed van bouwknopen niet in rekening is gebracht, of als de numerieke berekening niet voldoet aan de bepalingen zoals vastgelegd in het betreffende ministerieel besluit, wordt de invloed van de bouwknopen voor het berekenen van Kvaststelling bepaald aan de hand van de forfaitaire toeslag, vastgesteld door de Vlaamse Regering.
De maximale afwijking ten gevolge van een verkeerde berekening van de invloed van bouwknopen kan nooit meer bedragen dan de invloed van de bouwknopen voor het project berekend aan de hand van optie C.]

2.2 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de globale energetische prestatie
Als bij controle de vastgestelde waarde van het E-peil voor ťťn of meerdere bestemmingen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van de globale energetische prestatie, uitgedrukt in MJ/jaar, als volgt bepaald:
Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik,vaststelling − Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik,aangifte
waarin:
Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik,vaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, in MJ/jaar;
Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik,aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, in MJ/jaar.

2.3 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het risico op oververhitting
Als bij controle de vastgestelde waarde voor het risico op oververhitting groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de overeenkomstige afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, uitgedrukt in Khm3, als volgt bepaald:
(Ioververhitting,vaststelling − Ioververhitting,aangifte)Vvaststelling
waarin:
Ioververhitting,vaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van de indicator voor oververhitting, in Kh;
Ioververhitting,aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de indicator voor oververhitting, in Kh;
Vvaststelling
het bij controle vastgestelde volume van het gebouwdeel waarvoor de evaluatie van het risico op oververhitting gebeurd is, in m3.

2.4 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van ventilatie

2.4.2 Bepaling van de eisen
Als bij controle vastgesteld wordt dat voor een ruimte het geŽiste minimale debiet in de EPB-aangifte te laag werd opgegeven, dan wordt de overeenkomstige afwijking voor die ruimte, uitgedrukt in m3/h, als volgt bepaald:
Veis,min,vastgesteld − Veis,min, aangifte
waarin:
Veis,min,vastgesteld
opgelegde minimale nominale debiet voor die ruimte, zoals die op basis van de EPB-eis is bepaald bij controle, in m3/h;
Veis,min, aangifte
opgelegde minimale nominale debiet voor die ruimte, zoals opgegeven in de EPB-aangifte, in m3/h.
Als bij controle vastgesteld wordt dat voor een afvoerkanaal de geŽiste minimale sectie in de EPB-aangifte te laag werd opgegeven, dan wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in mVh, als volgt bepaald:
3600(Aeis,min,vastgesteld − Aeis,min,aangifte)
waarin:
Aeis,min,vastgesteld
de opgelegde minimale sectie van het afvoerkanaal, zoals die op basis van de EPB-eis is vastgesteld bij controle, in m3/h;
Aeis,min,aangifte
de opgelegde minimale sectie van het afvoerkanaal, zoals opgegeven in de EPB-aangifte, in m3/h.

2.4.2 Toevoervoorzieningen
Als bij controle vastgesteld wordt dat het totale [toevoerdebiet] in een ruimte in de EPB-aangifte groter is dan in werkelijkheid, dan wordt de overeenkomstige afwijking voor de toevoer in die ruimte, uitgedrukt in m3/h, als volgt bepaald:
Vtoevoer,aangifte − Vtoevoer,vastgesteld
waarin:
Vtoevoer,aangifte
het in de EPB-aangifte opgegeven totale [toevoerdebiet] voor die ruimte, in m3/h;
Vtoevoer,vastgesteld
het bij controle vastgestelde totale [toevoerdebiet] voor die ruimte, bepaald zoals hieronder nader vastgelegd, in m3/h.
Bij de vaststelling bij controle van het totale [toevoerdebiet] voor een ruimte gelden de volgende regels:
Er wordt gesommeerd over alle luchttoevoervoorzieningen in die ruimte.
Als het toevoerdebiet met buitenlucht gerealiseerd moet worden, wordt er echter alleen gesommeerd over de toevoervoorzieningen die buitenlucht binnenbrengen.
Als de regelkarakteristieken van een regelbare toevoeropening niet voldoen aan de gestelde eisen, dan wordt het [toevoerdebiet] gelijkgesteld aan nul voor die opening.
Het debiet van regelbare doorstroomopeningen wordt niet meegerekend.
Het debiet van een spleet onder een deur, in m3/h, wordt gegeven door:
3600 . Aspleet,vastgesteld voor een drukverschil van 2 Pa
8000 . Asspleet,vastgesteld voor een drukverschil van 10 Pa
waarin:
Aspleet,vastgesteld de bij controle vastgestelde sectie van de deurspleet, in m2.
Indien in een ruimte met residentiŽle bestemming er verplichte afvoer rechtstreeks naar buiten is, dan worden voor de bepaling van het toevoerdebiet enkel de doorstroomopeningen (inclusief spleten van binnendeuren) beschouwd. Als de verticale scheidingsconstructies van de ruimte echter alleen grenzen aan een garage, een gemeenschappelijke gang of trappenhuis, een huisvuilkoker of verzamelruimte voor huisvuil, een liftkoker, een stookplaats, een gasmeterruimte of een brandstofopslagplaats, dan worden voor de bepaling van het toevoerdebiet ook andere toevoeropeningen beschouwd.

2.4.3 Afvoervoorzieningen
Als bij controle vastgesteld wordt dat het totale [afvoerdebiet] in een ruimte in de EPB-aangifte groter is dan in werkelijkheid, wordt de overeenkomstige afwijking voor de toevoer in die ruimte, uitgedrukt in m3/h, als volgt bepaald:
Vafvoer, aangifte − Vafvoer, vastgesteld
Hierin zijn:
Vafvoer, aangifte
het in de EPB-aangifte opgegeven totale [afvoerdebiet] voor die ruimte, in m3/h;
Vafvoer, vastgesteld
het bij controle vastgestelde totale [afvoerdebiet] voor die ruimte, bepaald zoals hieronder nader vastgelegd, in m3/h.
Bij de vaststelling bij controle van het totale [toevoerdebiet] voor een ruimte gelden de volgende regels:
Er wordt gesommeerd over alle luchtafvoervoorzieningen in die ruimte.
Als er afvoer rechtstreeks naar buiten gerealiseerd moet worden, wordt er echter alleen gesommeerd over de afvoervoorzieningen die de lucht rechtstreeks naar buiten lozen.
Voor het debiet van een regelbare afvoeropening en bijbehorend afvoerkanaal geldt:
o
Als de regelkarakteristieken van de regelbare afvoeropening niet voldoen aan de gestelde eisen, dan wordt het [afvoerdebiet] gelijkgesteld aan nul.
o
Zoniet dient het minimum genomen te worden van volgende debieten:
enerzijds het vastgestelde nominale debiet van de regelbare afvoeropening
anderzijds het vastgestelde debiet van het bijbehorende afvoerkanaal, berekend als
3600. Aafvoerkanaal,vastgesteld
met
Aafvoerkanaal,vastgesteld de bij controle vastgestelde sectie van het afvoerkanaal, in m2.
Het debiet van regelbare doorstroomopeningen wordt niet meegerekend.
Het debiet van een spleet onder een deur, in m3/h, wordt gegeven door:
3600 . Aspleet,vastgesteld voor een drukverschil van 2 Pa
8000 . Aspleet,vastgesteld voor een drukverschil van 10 Pa
waarin:
Aspleet,vastgesteld de bij controle vastgestelde sectie van de deurspleet, in m2.
In een ruimte met residentiŽle bestemming waar verplichte toevoer van buitenlucht is en in een woonkamer of analoge ruimte, worden voor de bepaling van het afvoerdebiet alleen de doorstroomopeningen (inclusief spleten van binnendeuren) beschouwd. Als de verticale scheidingsconstructies van de ruimte alleen grenzen aan een garage, een gemeenschappelijke gang of trappenhuis, een huisvuilkoker of verzamelruimte voor huisvuil, een liftkoker, een stookplaats, een gasmeterruimte of een brandstofopslagplaats, dan worden voor de bepaling van het afvoerdebiet ook andere afvoeropeningen beschouwd.

[2.5 Afwijkingen bij het bepalen van de brutovloeroppervlakte
Als bij controle de vastgestelde waarde van de brutovloeroppervlakte meer dan 5 procent kleiner blijkt te zijn dan in de EPB-aangifte vermeld is, dan wordt de afwijking, uitgedrukt in m2, als volgt bepaald:
Abruto aangifte – Abruto vaststelling
waarin:
Abruto aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de bruto-oppervlakte, in m2.
Abruto vastselling
de bij controle vastgestelde bruto-oppervlakte, in m2.]

[2.6 Afwijkingen op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming
Als bij controle wordt vastgesteld dat de netto-energiebehoefte in de EPB-aangifte groter is dan in werkelijkheid, dan wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming, uitgedrukt in kWh/jaar, als volgt bepaald:
(Qheat net spec, vastgesteld – Qheat net spec, aangifte) Af,gross vastgesteld
waarin:
Qheat net spec, aangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto-energiebehoefte voor verwarming per eenheid brutovloeroppervlakte, in kWh/m2.jaar;
Qheat net spec, vastgesteld
de bij controle vastgestelde netto-energiebehoefte voor verwarming per eenheid brutovloeroppervlakte, in kWh/m2.jaar;
Af,gross vastgesteld
de bij controle vastgestelde brutovloeroppervlakte, in m2.]

[
2.7 Afwijkingen van niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de systeemeisen

2.7.1 Ketels op gasvormige en vloeibare brandstof
Als bij controle de vastgestelde waarde van het installatierendement kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het installatierendement, uitgedrukt in %.m≤, als volgt bepaald:
inst, aangifte - ηinst, vaststelling) Ainst, heat, net, vaststelling
waarin:
ηinst, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het installatierendement;
ηinst, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van het installatierendement;
Ainst, heat, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m≤. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m≤ van alle ruimtes waarin minstens ťťn warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie.

2.7.2 Elektrische warmtepompen
Als bij controle de vastgestelde waarde van de SPF kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, dan wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van SPF, uitgedrukt in m≤, als volgt bepaald:
(SPF aangifte - SPF vaststelling) Ainst, heat, net, vaststelling
waarin:
SPF aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de SPF;
SPF vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de SPF;
Ainst, heat, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m≤. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m≤ van alle ruimtes waarin minstens ťťn warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie.

2.7.3 Directe elektrische verwarming
Als bij controle de vastgestelde waarde van het [...] vermogen van de [directe] [...] verwarming groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het [...] vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
Wtot, vaststelling - Wtot, aangifte
waarin:
Wtot, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van het totale afgiftevermogen van de [...] verwarmingstoestellen, uitgedrukt in W;
Wtot, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het totale afgiftevermogen van de [...] verwarmingstoestellen, uitgedrukt in W.

2.7.4 Elektrische doorstroomtoestellen en boilers
Als bij controle de vastgestelde waarde van het elektrische vermogen van de elektrische warmwaterproductietoestellen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het elektrische vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
Pel, vaststelling - Pel, aangifte
waarin:
Pel, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van het elektrisch vermogen die bepaald is door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen, uitgedrukt in W;
Pel, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het elektrisch vermogen, die bepaald is door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen, uitgedrukt in W.

2.7.5 Circulatieleidingen
Als bij controle de vastgestelde waarde van de isolatie van circulatieleidingen slechter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de isolatie, uitgedrukt in m≤.K/W, als volgt bepaald:
(R,l, aangifte - Rl, vaststelling) lcirc, vaststelling
waarin:
R,l, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment, uitgedrukt in m.K/W;
Rl, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment, uitgedrukt in m.K/W;
lcirc, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de lengte van het betreffende segment van de circulatieleiding, uitgedrukt in m.

2.7.6 IJswatersystemen
Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement van ijswatersystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het systeemrendement, uitgedrukt in m≤, als volgt bepaald:
sys,cool, aangifte - ηsys,cool, vaststelling) Ainst, cool, net, vaststelling
waarin:
ηsys,cool, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het systeemrendement;
ηsys,cool, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van het systeemrendement;
Ainst, cool, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, uitgedrukt in m≤. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m≤ van alle ruimtes waarin minstens ťťn koude afgifte-element of inblaasmond van koude lucht aangesloten is op de betreffende koelinstallatie.

2.7.7 Energieprestatie van ventilatiesystemen
Als bij controle de vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement voor centrale ventilatiesystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het warmteterugwinrendement, uitgedrukt in %.m≤, als volgt bepaald:
hr, vent, aangifte - ηhr, vent, vaststelling) Ainst, vent, net, vaststelling
waarin:
ηhr, vent, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het warmteterugwinrendement;
ηhr, vent, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement;
Ainst, vent, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m≤. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m≤ van alle ruimtes waarin minstens ťťn mechanische toevoer- of afvoeropening aangesloten is op de betreffende ventilatie-installatie.

2.7.8 Verlichting
Als bij controle voor een ruimte de vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen voor verlichting groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen voor die ruimte, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
(wequiv, vaststelling - wequiv, aangifte) Alight, net, vaststelling
waarin:
wequiv, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen in de ruimte;
wequiv, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen in de ruimte;
Alight, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m≤, van de ruimte waarin de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen afwijkt ten opzichte van de bij controle vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen.

2.7.9 Energieverbruiksmeters
Als bij controle blijkt dat niet voldaan is aan de eis betreffende de verplichte energieverbruiksmeters (er is geen meter geplaatst of de meter voldoet niet aan de minimaal vereiste karakteristieken) in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan Ainst, heat, net, vaststelling, zoals bepaald in 2.6.1, in geval van warmteproductie en gelijk aan Ainst, cool, net, vaststelling, zoals bepaald in 2.6.6, in geval van koeling.
]
[
2.8 Afwijkingen bij het bepalen van de oppervlakten van de ruimtes waarin de systeemeisen gelden
Als bij controle de vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakten van de ruimten waarin de systeemeisen met betrekking tot direct elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers gelden, meer dan 5% kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m≤, als volgt bepaald:
Af, gross, aangifte - Af, gross, vaststelling
waarin:
Af, gross, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde bruto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m≤;
Af, gross, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m≤.
Als bij controle de vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte van de ruimten waarin een systeemeis geldt, meer dan 5% groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m≤, als volgt bepaald:
in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties:
Ainst, heat, net, vaststelling - Ainst, heat, net, aangifte
waarin:
Ainst, heat, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1.
Ainst, heat, net, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1.
in geval van ijswatersystemen en energieverbruiksmeters van koelinstallaties:
Ainst, cool, net, vaststelling - Ainst, cool, net, aangifte
waarin:
Ainst, cool, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6.
Ainst, cool, net, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6.
in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen:
Ainst, ven, net, vaststelling - Ainst, vent, net, aangifte
waarin:
Ainst, ven, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7.
Ainst, vent, net, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7.
in geval van verlichting:
Alight, net, vaststelling - Alight, net, aangifte
waarin:
Alight, net, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m≤, van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen overschreden wordt.
Alight, net, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m≤, van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geÔnstalleerd vermogen overschreden wordt.
]
[
2.9 Afwijkingen bij de bepaling van de lengte van circulatieleidingen
Als bij controle de vastgestelde waarde van de lengte van een circulatieleiding meer dan 5% groter blijkt in de EPB-aangifte is vermeld, dan wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in meter, als volgt bepaald:
(lcirc, vaststelling - lcirc, aangifte)
waarin:
lcirc, vaststelling de bij controle vastgestelde lengte, uitgedrukt in meter van de circulatieleiding;
lcirc, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de lengte, uitgedrukt in meter van de circulatieleiding.
]
[
2.10 Afwijking bij de rapportering van de geldende systeemeisen
Als bij controle blijkt dat een systeemeis van toepassing is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, dan is de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m≤, per geldende eis die niet gerapporteerd is gelijk aan:
in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties:
Ainst, heat, net, vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1;
in geval van ijswatersystemen en energieverbruiksmeters van koelinstallaties:
Ainst, cool, net, vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6;
in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen:
Ainst, vent, net, vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7;
in geval van verlichting:
Alight, net, vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m≤, van de ruimtes waarvoor de systeemeis met betrekking tot verlichting van toepassing is;
in geval van direct elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers:
Af, gross, vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m≤.
]
[
2.11 Afwijking bij de rapportering van circulatieleidingen
Als bij controle blijkt dat een circulatieleiding geplaatst is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan de bij controle vastgestelde lengte in meter van de circulatieleiding.
]
[
2.12 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het S-peil
Als bij controle de vastgestelde waarde van het S-peil voor een of meer bestemmingen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van het S-peil, uitgedrukt in kWh, als volgt bepaald:
(Svaststelling - Saangifte)Abol, vaststelling
waarin:
Svaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van het S-peil, in kWh/m2;
Saangifte
de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het S-peil, in kWh/m2;
Abol, vaststelling
de bij controle vastgestelde waarde van de equivalente boloppervlakte van de betreffende bestemming, in m2.
]
3 Afrondingsregels bij het bepalen van de administratieve geldboete
Bij het berekenen van de afwijkingen worden volgende afrondingen toegepast:
de oppervlakte A (m2) wordt afgerond tot op twee cijfers na de komma;
het volume V (m3) wordt afgerond tot op drie cijfers na de komma;
de warmtedoorgangscoŽfficiŽnt U (W/m2.K) wordt afgerond tot op twee cijfers na de komma;
de warmteweerstand R (m2.K/W) wordt afgerond tot op twee cijfers na de komma;
het K-peil (-) is een geheel getal;
het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik (MJ) wordt afgerond tot een geheel getal;
de indicator voor oververhitting I (Kh) wordt afgerond tot een natuurlijk getal;
het ventilatiedebiet V (m3/h), wordt afgerond op drie cijfers na de komma;
[de jaarlijkse netto-energiebehoefte voor verwarming Q (kWh/m≤.jaar) wordt afgerond tot op twee cijfers na de komma;]
[Het S-peil (kWh/m2) is een geheel getal]