Art. 7.

§ 1

Het toezicht betreffende de verplichtingen die voortvloeien uit deze wet en haar uitvoeringsbesluiten geschiedt door de daartoe door de minister gemachtigde ambtenaren van de Algemene Directie Energie en van de Algemene Directie Controle en bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

§ 2

De Algemene Directie Energie stelt elk jaar een lijst op van de geregistreerde aardoliemaatschappijen die in het voorgaande kalenderjaar benzineproducten en/of dieselproducten tot verbruik hebben uitgeslagen, met vermelding van de in het kalenderjaar uitgeslagen hoeveelheden fossiele brandstoffen en de corresponderend uitgeslagen hoeveelheden duurzame biobrandstoffen.

§ 3

Elk kwartaal, na ontvangst van de gegevens bedoeld in artikel 6, § 1 en § 2, verifieert de Algemene Directie Energie deze gegevens voor elke geregistreerde aardoliemaatschappij die benzineproducten en/of dieselproducten heeft uitgeslagen. Indien zij meent dat er aanwijzingen zijn dat de naleving van artikel 4 voor het betrokken jaar in gevaar komt, meldt zij dit bij een ter post aangetekende brief aan de betrokken maatschappij.

§ 4

De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze vast waarop dit toezicht wordt uitgeoefend.