Art. 10.

§ 1

Worden bestraft met een administratieve boete van honderd tot tienduizend euro, degene die de verplichtingen en de controles voorzien in de artikelen 6, § 2, 7 en 8 niet naleven of verhinderen. In geval van herhaling wordt de geldboete verdubbeld.

§ 2

Elke geregistreerde aardoliemaatschappij die het percentage zoals vastgelegd in artikel 4 niet naleeft wordt gestraft met een administratieve boete gelijk aan 900 euro per 1000 liter bij 15° C ontbrekende biobrandstof, die niet bijgemengd werd bij de tot verbruik uitgeslagen jaarlijkse hoeveelheid dieselproducten of benzineproducten overeenkomstig artikel 4, § 1, en op voorwaarde dat zij werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen.
De Algemene Directie Energie baseert zich hiervoor op de gegevens die ze ontvangt van [de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen] van de FOD Financiën en van de geregistreerde aardoliemaatschappijen.

§ 3

De administratieve boete wordt geďnd ten gunste van de Schatkist door de Algemene Directie Energie.
De regels voor de inning worden bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

§ 4

De geregistreerde aardoliemaatschappij waaraan een administratieve boete is opgelegd, kan binnen de door de Koning bepaalde termijn voor betaling van de boete, bij de rechtbank van eerste aanleg van Brussel een beroep indienen tegen de beslissing om een boete op te leggen. Het beroep wordt bij verzoekschrift op tegenspraak ingediend op basis van artikel 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek. Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing.