Besluit kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie
Besluit van de Vlaamse regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie

Gelet op het decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 22 november 2002;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheden:
dat het besluit noodzakelijk is voor de volledige omzetting in intern recht van de Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (die moest omgezet zijn tegen uiterlijk 25 december 2000);
dat het Koninkrijk België bij beslissing van 17 september 2002 gedagvaard werd voor het Europees Hof van Justitie wegens niet-naleving van de omzettingsverplichting van bovenvermelde richtlijn (zaak C-122/02);
dat op de EU-top van Staatshoofden en Regeringsleiders van maart 2002 in Barcelona werd beslist dat de lid-Staten binnen één jaar het deficit inzake omzetting van interne markt-richtlijnen zouden reduceren tot 1,5 % en voor wat betreft de richtlijnen waarvan de uiterste omzettingstermijn reeds meer dan twee jaren is verstreken te reduceren tot 0 %. Richtlijn 98/83/EG wordt, zoals bijna alle milieurichtlijnen, beschouwd als een interne marktrichtlijn;
dat België het afgelopen jaar een aanzienlijke verbetering gerealiseerd heeft wat de omzetting van EU-richtlijnen betreft en dat het van groot belang is de inspanningen voor een tijdige omzetting daar waar mogelijk ten spoedigste te finaliseren;
dat de richtlijn in kwestie bepaalt dat het water bestemd voor menselijke consumptie uiterlijk tegen 25 december 2003 moet voldoen aan de eisen opgenomen in bijgevoegd besluit en hiervoor een controleprogramma opgesteld en goedgekeurd moet worden;
dat de rapportering over de naleving van de richtlijn per kalenderjaar gebeurt en het derhalve wenselijk is om de kwaliteitseisen ten laatste op 1 januari 2003 te laten ingaan (datum waarop voorgesteld wordt om het nu toepasselijk besluit van 15 maart 1989 op te heffen);
dat de uiterlijke datum voor het indienen van het controleprogramma voor 2003 (artikel 11, § 1) vastgelegd is op 1 december 2002;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 29 november 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Overwegende de richtlijn van de Raad van de Europese Unie 98/83/EG van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van water, bestemd voor menselijke consumptie;
(...)

Hoofdstuk I.
Definities en algemene bepalingen m.b.t. levering en productie van water, bestemd voor menselijke consumptie


Artikel 1.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
de minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid;
nieuwe inrichtingen en waterdistributienetwerken: inrichtingen en waterdistributienetwerken die aangelegd of gewijzigd worden na het inwerking treden van dit besluit;
het decreet: [het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018;]
[de bevoegde entiteit Leefmilieu: de afdeling, bevoegd voor operationeel waterbeheer, van de Vlaamse Milieumaatschappij;]
[de bevoegde entiteit Volksgezondheid: de afdeling, bevoegd voor het toezicht op de volksgezondheid, van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid;]
[nooddrinkwatervoorziening: de levering door de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk van water, bestemd voor menselijke consumptie, tijdens een geplande of ongeplande onderbreking van de levering via het openbaar waterdistributienetwerk van water, bestemd voor menselijke consumptie;]
[noodwatervoorziening: de levering door de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk van water, uitsluitend voor sanitaire doeleinden, tijdens een geplande of ongeplande onderbreking van de levering via het openbaar waterdistributienetwerk van water, bestemd voor menselijke consumptie.]
De definities van het decreet zijn van toepassing op dit besluit.

Art. 2.

§ 1

Behoudens afwijkingen toegestaan krachtens hoofdstuk II mag geen water, bestemd voor menselijke consumptie, geleverd worden dat niet gezond en schoon is.
Onder leveren wordt verstaan elke vorm van terbeschikkingstelling al dan niet tegen betaling, ook als onderdeel van de verhuur, het verpachten of op enige ander wijze ter beschikking stellen van onroerende goederen, zelfs als verbruiker en leverancier dezelfde persoon zijn.

[§ 1/1

De minimale kwaliteitseisen voor water bestemd voor menselijke consumptie worden uitgedrukt in parameterwaarden en kunnen aangevuld worden met richtwaarden. De minimale kwaliteitseisen voor water bestemd voor menselijke consumptie uit bijlage I zijn van toepassing.
Richtwaarden worden gebruikt voor micro-organismen, parasieten of andere stoffen waarvoor geen parameterwaarden zijn of kunnen worden vastgesteld, en die hetzij in het kader van de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, vermeld in artikel 3/1, § 3, en de risicobeoordeling, vermeld in bijlage II, deel C, hetzij door de bevoegde entiteit leefmilieu en de bevoegde entiteit volksgezondheid, als relevant worden beschouwd.
Parameterwaarden en richtwaarden worden vastgelegd door de Vlaamse Regering op gezamenlijke voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, na advies te hebben ingewonnen bij de bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid.
]

§ 2

Het water dat bestemd is voor menselijke consumptie wordt geacht gezond en schoon te zijn wanneer:
het geen micro-organismen, parasieten of andere stoffen bevat in hoeveelheden of concentraties die gevaar voor de gezondheid van de mens kunnen opleveren;
het minstens voldoet aan de in bijlage I, delen A en B, gestelde parameterwaarden;
het geproduceerd en gedistribueerd wordt overeenkomstig het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.

Art. 3.
Als de waterleverancier water levert dat niet geschikt is voor menselijke consumptie zoals tweedecircuitwater neemt hij afdoende voorzorgen om de menselijke consumptie ervan te beletten.

Art. 3/1.

§ 1

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk staat binnen zijn distributiegebied in voor de totstandbrenging en instandhouding van een duurzame voorziening van water, bestemd voor menselijke consumptie, als vermeld in artikel [2.1.1, § 2], van het decreet.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt, uiterlijk op 1 januari 2016, per leveringsgebied of per andere logische eenheid in het distributiegebied een leveringsplan op dat ten minste de volgende gegevens bevat:
een schematisch overzicht met technische gegevens van de inrichtingen en het openbaar waterdistributienetwerk, zoals een overzicht van:
a)
de winnings- en productielocaties;
b)
het transport- en distributienetwerk, inclusief verbindingen met aangrenzende gebieden;
c)
de capaciteit en levering onder niet-verstoorde omstandigheden;
d)
de beschikbare reservecapaciteit en verbindingsmogelijkheden met andere gebieden voor gebruik bij verstoringen;
e)
de aansluitingsgraad binnen het gebied;
f)
[de dekkingsgraad van het openbaar waterdistributienetwerk met opgave van zones waar geen openbaar distributienetwerk aanwezig is;]
een synthese van de aanpak om de verplichtingen voor de levering conform artikel [2.1.1, § 2], van het decreet in te vullen, zowel in niet-verstoorde als in verstoorde omstandigheden.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt het leveringsplan actueel.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk neemt alle passende maatregelen om te kunnen voorzien in de toekomstige behoeften van water, bestemd voor menselijke consumptie, in zijn distributiegebied. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt onder meer een langetermijnvoorzieningsplan op voor een periode van twintig jaar met daarin een planning met inbegrip van een prognose van de vereiste investeringen ter veiligstelling van de voorziening van water, bestemd voor menselijke consumptie, opgesplitst in winning, zuivering en distributie. Het langetermijnvoorzieningsplan wordt om de zes jaar herzien. Het eerste langetermijnvoorzieningsplan wordt opgesteld tegen uiterlijk 1 januari 2017. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt bij de opmaak van het langetermijnvoorzieningsplan rekening met de door de Vlaamse Milieumaatschappij aangeleverde informatie over de behoefteprognose voor water, bestemd voor menselijke consumptie, en over de draagkracht van de ruwwaterbronnen.

§ 2

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk zet alle passende middelen in om de waterlevering op elk moment te verzekeren, waaronder de organisatie van een nooddrinkwatervoorziening of een noodwatervoor-ziening. In geval van een nooddrinkwatervoorziening wordt een algemene inspanningsverbintenis aangegaan naar rato van drie liter water, bestemd voor menselijke consumptie, per inwoner per dag.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk meldt elke onderbreking in de levering via het openbaar waterdistributienetwerk met een verwachte duur van meer dan 24 uur en met een omvang van meer dan honderd aftakkingen aan de bevoegde entiteit Leefmilieu en aan de bevoegde entiteit Volksgezondheid. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt beide entiteiten op de hoogte van de evolutie van de situatie, zijn onderzoeken en de genomen maatregelen.
De bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid kunnen in onderling overleg en in overleg met de exploitanten van het openbaar waterdistributienetwerk richtlijnen voor de nooddrinkwatervoorziening en de noodwatervoorziening opstellen.

§ 3

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk borgt de kwaliteit van het productie- en distributieproces en het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, onder meer door de nodige controle, vermeld in hoofdstuk III, te verzekeren en door de implementatie van een risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie.
Via de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie wordt nagegaan of er een significant risico bestaat dat het water, bestemd voor menselijke consumptie, dat wordt geleverd, niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 2. De primaire bedrijfsprocessen die in ieder geval deel moeten uitmaken van de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, zijn:
de winning, de opslag en het transport van oppervlaktewater, grondwater of ander water dat gebruikt wordt voor de bereiding van water, bestemd voor menselijke consumptie;
de behandeling van het onttrokken water tot water, bestemd voor menselijke consumptie, met inbegrip van het gebruik van chemicaliën en materialen;
de opslag en distributie van het water, bestemd voor menselijke consumptie, tot op het punt dat het geleverd wordt aan de klant.
Als er significante risico's zijn dat niet gegarandeerd kan worden dat het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, gezond en schoon is als vermeld in artikel 2, neemt de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk binnen zijn bevoegdheden de nodige herstelmaatregelen. De herstelmaatregelen beogen de risico's weg te nemen, te beperken of te beheren om zo de potentiële negatieve impact van de risico's op de kwaliteit van het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid maximaal te voorkomen of te beperken.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie actueel. De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk zorgt daarbij voor een herziening om de zes jaar en tussentijds als daar aanleiding toe is.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk bewaakt de kwaliteit en de effectiviteit van de controles, vermeld in hoofdstuk III, en de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie.
De bevoegde entiteit Leefmilieu kan, in overleg met de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk, nadere richtlijnen opstellen voor de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie en voor de implementatie ervan.

§ 4

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt, uiterlijk 1 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit, een interventieplan op waarin het gekozen concept, de organisatie en de middelen om te voldoen aan de verplichting voor de organisatie van een nooddrinkwatervoorziening of noodwatervoorziening conform paragraaf 2, en de bepalingen, vermeld in artikel 14, § 1, worden beschreven.
Het interventieplan is onder meer afgestemd op de richtsnoeren, vermeld in artikel 14, § 2.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt het interventieplan actueel en zorgt voor een herziening om de zes jaar en tussentijds als daar aanleiding toe is.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt het interventieplan ter inzage voor de bevoegde entiteit Leefmilieu die de vereiste afstemming op de richtsnoeren, vermeld in artikel 14, § 2, kan nagaan en eventueel de nodige aanpassingen kan vragen. De bevoegde entiteit Leefmilieu kan ook op elk moment advies verstrekken over het interventieplan.

Art. 4.
Niemand mag zich direct of indirect op het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten beroepen om de huidige kwaliteit van water, bestemd voor menselijke consumptie, erop te laten achteruitgaan, tenzij dit geen gevolgen heeft voor de bescherming van de volksgezondheid en de verontreiniging van voor de drinkwaterproductie bestemd water niet toeneemt.

Art. 5.

§ 1

Enkel de technische hulpstoffen en andere toevoegsels, opgenomen in bijlage IV, mogen worden aangewend bij de bereiding [of nabehandeling in het huishoudelijk leidingnet] van water, bestemd voor menselijke consumptie. De minister kan na advies van [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] de bijlage IV aanpassen, onder meer ingevolge de technologische vooruitgang of Europese maatregelen.

§ 2

De waterleverancier neemt alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de stoffen, bedoeld in § 1, alsook de stoffen die in het water achterblijven ingevolge de toegepaste materialen in zijn nieuwe inrichtingen en waterdistributienetwerken, niet in een hogere concentratie in het geleverde water voorkomen dan door het goede gebruik van die stoffen of materialen onvermijdelijk is. In geen geval mag het gebruik van die stoffen en de toepassing van die materialen een overschrijding van de parameterwaarden in bijlage I, delen A en B tot gevolg hebben en noch direct noch indirect afbreuk doen aan de bescherming van de volksgezondheid.

§ 3

Als het water, bestemd voor menselijke consumptie, bij de bereiding of distributie gedesinfecteerd wordt, neemt de waterleverancier alle maatregelen om de doelmatigheid van de toegepaste desinfectie te controleren. Daarbij wordt er naar gestreefd om de aanwezigheid van desinfecteermiddelen en afbraakproducten door de desinfectie zo laag mogelijk te houden.

Hoofdstuk II.
Afwijkingen


Art. 6.

§ 1

De minister kan, op aanvraag van de waterleverancier en na advies van [de bevoegde entiteit Volksgezondheid], afwijkingen op de parameterwaarden van bijlage I, deel B toestaan als de afwijking geen gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid en de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, in het leveringsgebied in kwestie op geen enkele andere redelijke manier kan worden verzekerd.
Een tweede volgende afwijking kan worden toegestaan op basis van een verslag waaruit moet blijken dat de situatie voldoende verbeterd is.
De afwijkingen, zoals hierboven bedoeld, worden telkens toegestaan voor een zo kort mogelijke termijn die niet langer mag zijn dan drie jaar. Aan het einde van elke termijn rapporteert de waterleverancier over de toestand en de opgetreden verbeteringen.

§ 2

In uitzonderlijke gevallen kan de minister, op aanvraag van de waterleverancier, na advies van [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] en na goedkeuring door de Commissie van de Europese Unie, de afwijking een derde maal voor ten hoogste drie jaar verlengen.

Art. 7.

§ 1

De vraag tot afwijking wordt ingediend bij [de bevoegde entiteit Leefmilieu]. Elke aanvraag tot afwijking of verlenging van de toelating tot afwijking van een parameterwaarde als bedoeld in artikel 6 bevat minstens:
de reden van de vraag tot afwijking;
de parameter waarvoor een afwijking wordt gevraagd, de voorgaande relevante controleresultaten die met deze parameter verband houden en de maximaal toelaatbare waarde volgens dit besluit en eventueel eerder toegestane afwijking;
het leveringsgebied in kwestie, de hoeveelheid geleverd water per dag, het betrokken aantal verbruikers, de mogelijke gevolgen van de afwijking voor levensmiddelenbedrijven in het leveringsgebied;
een passend controleschema met, zo nodig, een verhoogde controlefrequentie t.o.v. die voorzien in het controleprogramma bedoeld in artikel 11;
een plan voor de nodige herstelmaatregelen, met inbegrip van een tijdschema voor het werk, een raming van de kosten en voorzieningen voor de evaluatie;
de gevraagde duur van de afwijking.

§ 2

De afwijkingen worden bij besluit van de minister toegestaan. Als geen besluit is genomen binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag wordt de afwijking beschouwd als geweigerd. De termijn van zestig dagen wordt verlengd met de duur tussen de vraag en ontvangst van eventueel extra informatie, gevraagd door [de bevoegde entiteit Leefmilieu].
Het besluit vermeldt:
de reden voor het toestaan van de afwijking;
de parameter waarvoor een afwijking wordt toegestaan, de voorgaande relevante controleresultaten die met deze parameter verband houden en de maximaal toelaatbare waarde;
het leveringsgebied in kwestie, de hoeveelheid geleverd water per dag, het aantal betrokken verbruikers en de mogelijke gevolgen van de afwijking voor betrokken levensmiddelenbedrijven;
een passend controleschema met, zo nodig, een verhoogde controlefrequentie t.o.v. die voorzien in het controleprogramma bedoeld in artikel 11;
een samenvatting van het plan voor de nodige herstelmaatregelen, met inbegrip van een tijdschema voor het werk, een raming van de kosten en voorzieningen voor de evaluatie;
de toegestane duur van de afwijking.
De waterleverancier informeert de betrokken bevolking zo spoedig mogelijk over het besluit omtrent de afwijking en de daaraan verbonden voorwaarden. Bovendien verstrekt de waterleverancier zo nodig advies aan specifieke bevolkingsgroepen, waarvoor de afwijking een bijzonder risico kan opleveren. De waterleverancier brengt [de bevoegde entiteit Leefmilieu] en [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] onmiddellijk op de hoogte van de informatie en adviezen die hij in dit verband heeft verstrekt.

§ 3

In afwijking op § 2 mag [de bevoegde entiteit Leefmilieu], op advies van [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] als ze van oordeel is dat de tijdelijke overschrijding van de parameterwaarde geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid en de voorgestelde herstelmaatregelen het probleem binnen maximaal 30 dagen kunnen oplossen, de maximaal toelaatbare parameterwaarde en de tijd waarin het probleem moet worden opgelost vast stellen. Dit kan enkel gebeuren mits voor bedoelde parameter in het leveringsgebied in kwestie de maximaal toegelaten waarde gedurende de voorafgaande 12 maanden in totaal niet meer dan in dertig dagen is overschreden. [De bevoegde entiteit Leefmilieu] rapporteert onmiddellijk aan de minister over de toegestane afwijkingen.

Art. 8.
Nadat de waterleverancier een aanvraag ingediend heeft bij [de bevoegde entiteit Leefmilieu] en na advies van [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] kan de minister bij besluit lokale of tijdelijke afwijkingen op de bepaling van artikel 5, § 1, toestaan.
Bij ontstentenis van beslissing binnen een termijn van 60 dagen na de aanvraag, te vermeerderen met de duur die eventueel nodig is om extra inlichtingen te verstrekken aan [de bevoegde entiteit Leefmilieu], wordt de toelating als geweigerd beschouwd.

Hoofdstuk III.
Controle


Art. 9.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk voert de nodige operationele monitoring uit in de vorm van analyses of inspecties ter hoogte van de inrichtingen en in het openbaar waterdistributienetwerk.
De operationele monitoring heeft als doel op te volgen of zowel het onttrokken water dat gebruikt wordt voor de productie van water, bestemd voor menselijke consumptie, als het water van het zuiveringsproces en van het openbaar waterdistributienetwerk van die aard is dat het water dat geleverd wordt aan de verbruiker, voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 2.
De operationele monitoring inclusief de te meten parameters en frequenties worden afgestemd op de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, vermeld in artikel 3/1, § 3[, waarbij er bijkomend rekening gehouden wordt met de parameters waarvoor een richtwaarde werd vastgesteld met toepassing van artikel 2, § 1/1] [en de parameters die zijn geëvalueerd met toepassing van artikel 10, § 6.]

Art. 10.

§ 1

De waterleverancier controleert het door hem geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie [conform de bepalingen van bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd].
[...]
De monsters moeten zodanig genomen zijn dat ze representatief zijn voor de kwaliteit van het gedurende het jaar verbruikte water in het leveringsgebied.
De plaatsen van monsterneming worden voorgesteld door de waterleverancier in het controleprogramma, bedoeld in artikel 11, zodanig dat aangetoond wordt dat het water, bestemd voor menselijke consumptie, gezond en schoon is op de plaatsen, bepaald door artikel [2.3.2], van het decreet.

§ 2 [

De monstername en de analyse worden gedaan door een laboratorium in de discipline water, deeldomein drinkwater, dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010. De monsters worden geanalyseerd conform de bepalingen in bijlage III, die bij dit besluit is gevoegd.
]

§ 3

Andere dan in bijlage III, [deel A] vermelde methoden mogen worden gebruikt, mits kan worden aangetoond dat de verkregen resultaten minstens even betrouwbaar zijn. Desgewenst legt de waterleverancier alle relevante inlichtingen en pertinente informatie hierover, met inbegrip van het aantonen van de gelijkwaardigheid met de gespecificeerde methoden, voor aan [de bevoegde entiteit Leefmilieu] voor akkoord.
Voor de in bijlage III, [deel B], genoemde analyses mag elke methode worden gebruikt die voldoet aan de eisen inzake juistheid, precisie en aantoonbaarheidgrens. De waterleverancier legt alle relevante inlichtingen en pertinente informatie over de gebruikte methoden, met inbegrip van het bewijs van voldoen aan de eisen, voor aan [de bevoegde entiteit Leefmilieu] voor akkoord of aanmerkingen.
Het akkoord van [de bevoegde entiteit Leefmilieu] met betrekking tot de methodes, bedoeld in de alinea's 1 en 2, blijft geldig tot zolang geen andere methode opgelegd of toegelaten wordt al dan niet op verzoek van een waterleverancier. [De bevoegde entiteit Leefmilieu] houdt een lijst bij van de toegelaten methodes die daar op eenvoudig verzoek te verkrijgen is.
De waterleverancier is vrijgesteld van de verplichtingen in de alinea's 1 en 2 indien de methodes bepaald zijn in [het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu] of in het erkenningsbesluit van het laboratorium dat de analyses zal uitvoeren.

§ 4

Voor micro-organismen, parasieten of andere stoffen [als vermeld in artikel 2, § 2, 1°, waarvoor geen parameterwaarden of richtwaarden] zijn vastgesteld, zorgt de waterleverancier per geval voor aanvullende controle als er reden is om aan te nemen dat deze aanwezig kunnen zijn in hoeveelheden of aantallen die een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.

[§ 5

De abonnee, hetzij de verbruiker, hetzij de eigenaar, is in geval van een nabehandeling of een tijdelijke opslag van het water, bestemd voor menselijke consumptie, zelf verantwoordelijk voor een passende bijkomende controle, die de impact evalueert van die nabehandeling of die tijdelijke opslag op de conformiteit van het water, bestemd voor menselijke consumptie met de voorwaarden, vermeld in artikel 2, § 2.
]

[§ 6

Als de waterleverancier micro-organismen, parasieten of chemische stoffen waarvoor geen parameterwaarde of geen richtwaarde is vastgelegd, vaststelt in het water bestemd voor menselijke consumptie, meldt de waterleverancier dat aan de bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid.
De bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid evalueren in onderling overleg de noodzaak om een parameterwaarde of een richtwaarde vast te leggen. Ze rapporteren hun bevindingen aan de bevoegde ministers en maken die bekend aan de waterleveranciers.
Als het is aangewezen om een parameterwaarde of richtwaarde vast te leggen, leggen de bevoegde entiteiten een voorstel van parameterwaarde of richtwaarde voor aan de bevoegde ministers.
In het tweede en derde lid wordt verstaan onder bevoegde ministers: de minister en de minister bevoegd voor het gezondheidsbeleid.
]

Art. 11.

§ 1

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt een operationeel monitoringspro-gramma op waarin de operationele monitoring, vermeld in artikel 9, wordt beschreven.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk deelt uiterlijk op 1 september van elk jaar het operationele monitoringsprogramma voor het volgende jaar mee aan de bevoegde entiteit Leefmilieu die tot zestig dagen na ontvangst bijkomende informatie kan opvragen en advies kan geven. [De bevoegde entiteit Leefmilieu kan nadere regels bepalen voor de inhoud van het operationeel monitoringsprogramma.]

§ 2

[De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk en de titularis van een private waterwinning, die water, bestemd voor menselijke consumptie, levert in het kader van een commerciële of openbare activiteit, deelt] uiterlijk op 1 september van elk jaar, voor akkoord of aanmerkingen, een controleprogramma als vermeld in artikel 10, voor het volgende jaar mee aan de bevoegde entiteit Leefmilieu. Dat controleprogramma voldoet minimaal aan de specificaties, vermeld in bijlage II. Bij ontstentenis van weigering of opmerkingen door de bevoegde entiteit Leefmilieu binnen [drie maanden] na ontvangst wordt het controleprogramma geacht goedgekeurd te zijn. De bevoegde entiteit Leefmilieu kan, als dat noodzakelijk is, [in overleg met de indiener] het controleprogramma aanpassen.

§ 3

Voor de toepassing van het controleprogramma worden de publieke gebouwen ingedeeld in minstens twee categorieën. Categorie 1 bevat minstens de gebouwen bedoeld in artikel [2.1.2, 22°], b tot en met e, van het decreet. De bemonsteringen in de publieke gebouwen worden niet meegeteld om te voldoen aan de bepalingen, vermeld in bijlage II, tabel B.

§ 4

De bevoegde entiteit Leefmilieu kan nadere regels bepalen met betrekking tot de inhoud van het controleprogramma.

Art. 12.
De controleambtenaren kunnen op eigen initiatief of op verzoek van de minister te allen tijde aanvullende controles van het water, bestemd voor menselijke consumptie, uitvoeren. Voor de bemonstering [en analyses] kunnen zij een beroep doen op een laboratorium dat erkend is [laboratorium in de discipline water, deeldomein drinkwater, erkend voor de desbetreffende monsternemingen [en analyses] volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu]. Zij verwittigen onmiddellijk de waterleverancier en [de bevoegde entiteit Leefmilieu] van elke vaststelling van niet voldoen aan de kwaliteitseisen of overschrijding van de parameterwaarden in bijlage II [van dit besluit of van de richtwaarden vastgesteld met toepassing van artikel 2, § 1/1, van dit besluit].

Hoofdstuk IV.
Herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik


Art. 13.

§ 1

De waterleverancier onderzoekt onmiddellijk de oorzaak van elk door hem of een controleambtenaar vastgesteld geval, waarin niet aan de overeenkomstig artikel 2, § 2, bepaalde kwaliteitseisen voor het water, bestemd voor menselijke consumptie, wordt voldaan.

§ 2

Als het water bestemd voor menselijke consumptie, niet aan de kwaliteitseisen van artikel 2, § 2, voldoet, inzonderheid door overschrijding van de parameterwaarden in bijlage I delen A en B, en dit niet te wijten is aan het huishoudelijke leidingennet neemt de waterleverancier onmiddellijk de nodige herstelmaatregelen om de kwaliteit van het water weer op peil te brengen. Er wordt onder meer gelet op de mate waarin de parameterwaarde in kwestie is overschreden en op het mogelijke gevaar voor de volksgezondheid.

§ 3

Als de waterleverancier of een controleambtenaar vaststelt dat niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen of de specificaties in bijlage I, deel C, en dit waarschijnlijk niet te wijten is aan het huishoudelijk leidingennet onderzoekt de waterleverancier het mogelijke risico voor de volksgezondheid. De waterleverancier kan hierover het advies inwinnen van [de bevoegde entiteit Volksgezondheid].
De waterleverancier neemt alle nodige herstelmaatregelen om de kwaliteit van het water weer op peil te brengen als de bescherming van de volksgezondheid dat vereist.

[§ 3/1

Als de waterleverancier of een controleambtenaar vaststelt dat er niet aan een richtwaarde wordt voldaan, onderzoekt de waterleverancier de mogelijke risico's voor de volksgezondheid en de maatregelen die redelijkerwijs genomen kunnen worden om te voldoen aan de bepalingen vermeld in artikel 2.
De waterleverancier, de bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid evalueren in onderling overleg de risico's voor de volksgezondheid en leggen in onderling overleg de maatregelen vast die in voorkomend geval genomen moeten worden.
De bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid evalueren in onderling overleg de noodzaak en haalbaarheid tot vaststelling van een parameterwaarde en opname van de parameter in hetzij deel A, hetzij deel B van bijlage I. De bevoegde entiteiten rapporteren over hun bevindingen aan de bevoegde ministers
]

§ 4

De waterleverancier informeert onverwijld schriftelijk [de bevoegde entiteit Leefmilieu] en [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] over de vaststellingen, [vermeld in paragraaf 2, 3 en 3/1], en houdt ze regelmatig op de hoogte van de evolutie van de situatie, zijn onderzoeken en de genomen maatregelen.
[De bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid kunnen altijd op eigen initiatief advies verstrekken over die maatregelen.]

§ 5

Als de waterleverancier of een controleambtenaar vaststelt dat niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan of dat een risico hiertoe bestaat en dit waarschijnlijk te wijten is aan het huishoudelijke leidingnet of aan het onderhoud daarvan en het niet gaat om publieke gebouwen, zorgt de waterleverancier ervoor dat:
maatregelen worden genomen om het niet voldoen aan de kwaliteitseisen of het risico daarop te verkleinen of weg te nemen, zoals het adviseren van eigenaars of abonnees over mogelijke herstelmaatregelen die zij kunnen nemen, en raadgevingen over de verbetering aan het huishoudelijk leidingnet.
De waterleverancier kan ook adequate behandelingstechnieken toepassen om de eigenschappen van het water zodanig te veranderen dat het risico voor het niet voldoen aan de kwaliteitseisen te wijten aan het huishoudelijke net wordt verkleind of weggenomen. Dit gebeurt enkel als het verantwoord is door de omvang van het probleem bij een groot aantal huishoudelijke leidingnetten in een leveringsgebied en bij overwegingen van efficiëntie;
de betrokken verbruikers naar behoren worden geïnformeerd over de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid en dat de abonnees of eigenaars worden geadviseerd over mogelijke aanvullende herstelmaatregelen die zij moeten nemen.

§ 6

Als de waterleverancier of een controleambtenaar in een publiek gebouw vaststelt dat het water, bestemd voor menselijke consumptie, niet voldoet aan de kwaliteitseisen, licht hij de abonnee, [de bevoegde entiteit Leefmilieu] en [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] in en adviseert hen over mogelijke herstelmaatregelen. De abonnee licht de eigenaar van het huishoudelijke leidingnet in. De abonnee of de eigenaar op verzoek van de abonnee neemt de nodige herstelmaatregelen zodat het water, bestemd voor menselijke consumptie, voldoet aan de kwaliteitseisen.
De abonnee licht de verbruikers in behalve wanneer [de bevoegde entiteit Leefmilieu], na advies van [de bevoegde entiteit Volksgezondheid], oordeelt dat de overschrijding van de kwaliteitseisen geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid. [de bevoegde entiteit Leefmilieu] en [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] kunnen op eigen initiatief te allen tijde advies verstrekken aan de eigenaar of de abonnee over de te nemen herstelmaatregelen.

[§ 7

Bij situaties als vermeld in paragraaf 2 en 3, bepalen de bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid in overleg en samen met de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk de noodzaak om een nooddrinkwatervoorziening of een noodwatervoorziening te organiseren.
]

Art. 14.

§ 1

In het geval van een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid, ongeacht of al dan niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan, onderbreekt de waterleverancier de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, beperkt hij het gebruik ervan of neemt hij andere maatregelen om de volksgezondheid te beschermen.
De waterleverancier beslist welke maatregelen noodzakelijk zijn en houdt daarbij rekening met de risico's die de onderbreking van de levering of de inperking van het gebruik van water bestemd voor menselijke consumptie kunnen opleveren voor de volksgezondheid. Deze beslissing wordt onmiddellijk ter informatie bezorgd aan [de bevoegde entiteit Leefmilieu] en [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] die ook te allen tijde op eigen initiatief advies kunnen verstrekken over deze maatregelen.
De waterleverancier informeert de abonnees en de verbruikers onmiddellijk over de situatie en voorziet hen van het nodige advies. De abonnee verleent zijn medewerking aan de waterleverancier voor het informeren van de verbruikers.

§ 2

[de bevoegde entiteit Leefmilieu] en [de bevoegde entiteit Volksgezondheid] kunnen samen richtsnoeren voor de informatieoverdracht en crisiscommunicatie opstellen om de waterleverancier bij de vervulling van de door dit artikel opgelegde verplichtingen te ondersteunen.
[De bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid bepalen in overleg en samen met de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk de noodzaak om een nooddrinkwatervoorziening of een noodwatervoorziening te organiseren.]

§ 3

[...]

Art. 14/1.

§ 1

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk meldt aan de bevoegde entiteit Leefmilieu elke situatie die een ernstige bedreiging voor de continuïteit van de waterlevering kan inhouden.
De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk onderzoekt de aangemelde situatie en neemt de nodige maatregelen om de continuïteit van de waterlevering te verzekeren. De exploitant brengt de bevoegde entiteit Leefmilieu op de hoogte van maatregelen die gepland en genomen zijn.

§ 2

Alleen op verzoek van de bevoegde entiteit Leefmilieu en in overleg met de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk kunnen de volgende personen, rekening houdend met het advies van de bevoegde entiteit Leefmilieu, beslissen om tijdelijke beperkingen op het gebruik van het water bestemd voor menselijke consumptie dat wordt geleverd vanuit het openbaar waterdistributienetwerk in een distributiegebied of in een deel van een distributiegebied op te leggen of die op te heffen:
de minister;
de gouverneur, als de bedreiging voor de continuïteit van de waterlevering zich beperkt tot het provinciale niveau;
de burgemeester, als de bedreiging voor de continuïteit van de waterlevering zich beperkt tot het gemeentelijke niveau.
De personen vermeld in het eerste lid, 1° tot 3°, kunnen op eigen initiatief en gekoppeld aan een situatie met een mogelijke impact op de continuïteit van de waterlevering, de bevoegde entiteit Leefmilieu vragen om de noodzaak tot het opleggen van tijdelijke beperkingen op het gebruik van water bestemd voor menselijke consumptie te evalueren. De bevoegde entiteit Leefmilieu evalueert in samenspraak met de betrokken exploitanten van het waterdistributienetwerk de situatie en richt desgevallend een verzoek tot het opleggen van tijdelijke beperkingen aan de meest gepaste persoon, vermeld in het eerste lid, 1° tot 3°.
De beslissing om een gebruiksbeperking in te stellen of op te heffen, wordt onmiddellijk bekend gemaakt door de volgende personen aan de volgende personen:
de minister aan de betrokken gouverneurs, burgemeesters en exploitanten van het openbaar waterdistributienetwerk;
de gouverneur aan de minister en de betrokken burgemeesters en exploitanten van het openbaar waterdistributienetwerk;
de burgemeester aan de minister en de betrokken gouverneur en exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk.
De exploitant van het openbaar waterdistributiewerk maakt de beslissing om een gebruiksbeperking in te stellen of op te heffen onmiddellijk aan de gebruikers bekend via passende kanalen.
Beslissingen van de minister vervangen eventueel al eerder genomen beslissingen door een gouverneur of een burgemeester.
Beslissingen van een gouverneur vervangen eventueel al eerder genomen beslissingen door een burgemeester.
Beslissingen genomen op een lager niveau kunnen niet in minder strenge wijze afwijken van beslissingen genomen op hoger niveau

§ 3

De bevoegde entiteit Leefmilieu kan richtlijnen opstellen om de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk te ondersteunen bij de vervulling van verplichtingen vermeld in paragraaf 1 en 2. Deze richtlijnen hebben betrekking op de informatieoverdracht van gegevens tussen de exploitant en de bevoegde entiteit, en op het afstemmen van de communicatie.

Hoofdstuk V.
Informatie- en rapportageverplichtingen


Art. 15.

§ 1

Elke verbruiker krijgt van de waterleverancier op eenvoudig verzoek passende en recente informatie over de kwaliteit en de levering van het water, bestemd voor menselijke consumptie, in zijn leveringsgebied. De bepalingen inzake openbaarheid van milieu-informatie zijn van toepassing.
De minister kan, na consultatie van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de wijze vaststellen, waarop de waterleverancier de abonnee of de verbruiker van informatie voorziet.

§ 2

De waterleverancier verstrekt jaarlijks vóór één april van het daaropvolgende jaar aan [de bevoegde entiteit Leefmilieu] de volledige resultaten van de controles die uitgevoerd werden in elk kalenderjaar overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. Het eerste verslag heeft betrekking op het jaar 2003.
De gegevens bevatten minstens de volgende elementen
algemeen
a)
de aanduiding van het leveringsgebied op een kaart, het aantal abonnees en het verdeelde volume, de productieplaats(en);
b)
de aanduiding op een kaart van de punten waar bemonsterd werd en het aantal monsters dat op desbetreffende punt genomen werd;
c)
het bewijs van de representativiteit van de monsters voor het leveringsgebied in kwestie met betrekking tot plaats, tijd en samenstelling van het water;
d)
de toegestane afwijkingen.
controle
[a)
parameters groep A]
1)
per bemonsteringsplaats voor de bewakingsparameters de norm (rekening houdend met toegestane afwijkingen) de minimumwaarde, de mediaanwaarde en de maximumwaarde, het aantal analyses;
[b)
parameters groep B]
1)
voor elke parameter (met uitzondering van de parameters die reeds in [groep A] opgenomen zijn), gegroepeerd per bemonsteringsplaats en type (microbiologische, chemische en indicatorparameters): de normwaarde (rekening houdend met toegestane afwijkingen), alle gemeten waarden, de minimumwaarde, de mediaanwaarde en de maximumwaarde;
c)
[parameterwaardeoverschrijdingen] en genomen maatregelen
1)
voor elke [parameterwaardeoverschrijding]: de monsterplaats, de grootte van de overschrijding en een beknopt overzicht van de mogelijke oorzaak, de genomen maatregelen en de vastgestelde evolutie gedurende het jaar of de duur van de overschrijding;
2)
andere maatregelen die genomen of opgelegd werden.
[De bevoegde entiteit Leefmilieu] kan in overleg met de waterleverancier de wijze van rapporteren nader bepalen.

§ 3

[De bevoegde entiteit Leefmilieu] publiceert driejaarlijks, voor het einde van het kalenderjaar dat volgt op de verslagperiode, een verslag over de kwaliteit en de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie. De verbruikers worden van het bestaan en de procedure voor het verkrijgen van het verslag op de hoogte gebracht.
Elk verslag omvat minimaal de gegevens over alle waterleveranciers die gemiddeld meer dan 200 m3 per dag of aan meer dan 1000 personen leveren en beslaat drie kalenderjaren. Het eerste verslag heeft betrekking op de periode 2002 tot en met 2004, waarbij voor 2002 de gegevens bekomen in toepassing van het besluit van 15 maart 1989 houdende vaststelling van een technische reglementering inzake drinkwater gebruikt zullen worden.

[§ 4

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt de resultaten van de operationele monitoring ter inzage van de bevoegde entiteit Leefmilieu en verstrekt jaarlijks vóór 1 april van het daaropvolgende jaar aan de bevoegde entiteit Leefmilieu de resultaten van:
de analyses van het onttrokken water dat gebruikt wordt voor de bereiding van water, bestemd voor menselijke consumptie;
de analyses van het water, bestemd voor menselijke consumptie, bij de ingang in het openbaar waterdistributienetwerk;
de analyses van het water, bestemd voor menselijke consumptie, in het openbaar waterdistributienetwerk.
De bevoegde entiteit Leefmilieu kan in overleg met de waterleverancier de wijze van rapporteren nader bepalen.
]

[§ 5

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt minstens de volgende informatie over de implementatie van de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, vermeld in artikel 3/1, ter inzage van de bevoegde entiteit Leefmilieu:
een beschrijving van de methodologie die gebruikt wordt voor de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie;
een stand van zaken met betrekking tot de implementatie ervan binnen zijn distributiegebied;
als de risico-evaluatie of de herziening ervan aangeeft dat er geen significante risico's op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid zijn, een verklaring die dat bevestigt;
als herstelmaatregelen genomen of gepland zijn om een risico op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid weg te nemen:
a)
een beschrijving van de genomen herstelmaatregelen;
b)
bewijsstukken die aantonen dat het risico is weggenomen;
c)
een beschrijving van de vastgelegde herstelmaatregelen met tijdpad voor de uitvoering en de wijze van opvolging van de effectiviteit;
als de risico-evaluatie aangeeft dat er na het nemen van herstelmaatregelen nog een significant risico op een negatieve impact op de kwaliteit van het geleverde water, bestemd voor menselijke consumptie, en op de volksgezondheid blijft bestaan:
a)
de beschrijving van de significante risico's;
b)
de herstelmaatregelen die de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk al heeft genomen;
c)
de herstelmaatregelen die volgens de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk bijkomend door hem moeten worden genomen, inclusief een tijdpad voor de uitvoering ervan;
de maatregelen die bijkomend kunnen worden genomen door andere partijen.
De bevoegde entiteit Leefmilieu kan op elk moment inhoudelijk advies verstrekken en aanbevelingen geven over de implementatie van de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie.
]

[§ 6

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk houdt het leveringsplan en het langetermijnvoorzieningsplan, vermeld in artikel 3/1, § 1, ter inzage van de bevoegde entiteit Leefmilieu.
De bevoegde entiteit Leefmilieu kan op elk moment het leveringsplan en het langetermijnvoorzieningsplan opvragen en doorlichten om:
na te gaan of de plannen de minimale inhoud, vermeld in artikel 3/1, § 1, bevatten;
inhoudelijk advies te verstrekken.
De bevoegde entiteit Leefmilieu en de exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk bepalen onderling de wijze waarop de gegevens uit het leveringsplan of het langetermijnvoorzieningsplan worden uitgewisseld en maken afspraken over de verdere verspreiding ervan.
]

[§ 7

De exploitant van het openbaar waterdistributienetwerk stelt voor de volgende situaties een evaluatienota op:
een afwijking van de kwaliteitseisen als vermeld in artikel 13, § 2 en § 3;
een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid als vermeld in artikel 14;
een ernstige bedreiging voor de continuïteit van de waterlevering als vermeld in artikel 14/1.
Die evaluatienota wordt binnen dertig dagen na de volgende gebeurtenissen opgesteld en bezorgd aan de bevoegde entiteit Leefmilieu:
de afwijkingen aan de kwaliteit van het water bestemd voor menselijke consumptie als vermeld in artikel 13, § 2 en § 3, zijn verdwenen;
de ernstige bedreiging voor de volksgezondheid, vermeld in artikel 14, valt weg;
de ernstige bedreiging voor de continuïteit van de waterlevering, vermeld in artikel 14/1, valt weg.
Die evaluatienota wordt opgesteld in het kader van hetzij de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, vermeld in artikel 3/1, § 3, hetzij het verzekeren van de waterlevering, vermeld in artikel 3/1, § 1 en § 2, en bevat steeds:
een analyse van de oorzaak van de situatie;
het verloop en de evaluatie van de genomen acties en herstelmaatregelen en in voorkomend geval de bijbehorende communicatie;
maatregelen die de waterleverancier in voorkomend geval neemt om gelijkaardige situaties in de toekomst te voorkomen of te beperken.
De exploitant kan ook andere gegevens opnemen in de evaluatienota.
]

Hoofdstuk VI.
Aansluitrecht


Afdeling I.
Kosteloze levering van water bestemd voor menselijke consumptie


Art. 16.
[...]

Art. 17.
[...]

Art. 18.
[...]

Afdeling II.
Recht op aansluiting


Art. 19.

§ 1

[...]
De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of desgevallend de gemeente kan [enkel] om technische, juridische of economische redenen de aansluiting [op het bestaande openbare waterdistributienetwerk] weigeren, onder meer als niet kan gegarandeerd kan worden dat het geleverde water te allen tijde schoon en gezond blijft.
In geval van weigering stelt de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, de aanvrager in kennis van de weigering binnen de drie weken na de aanvraag. De weigering wordt gemotiveerd.

§ 2

De eigenaar kan tegen de weigering binnen drie weken met een ter post aangetekende brief beroep aantekenen bij de minister. De minister neemt een beslissing binnen zestig dagen na ontvangst van het bezwaar. De termijn wordt geschorst gedurende de tijd die nodig is voor het ontvangen van eventuele aanvullende inlichtingen van de beroeper. Bij ontstentenis van beslissing binnen de gestelde termijn wordt het beroep geacht te zijn verworpen.
De minister kan in het geval, bedoeld in § 1, alinea 2, de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk verplichten om op een andere wijze dan aansluiting op het openbare waterdistributienetwerk te voorzien in de noodzakelijke hoeveelheid water bestemd voor menselijke consumptie tegen dezelfde voorwaarden die de de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk toepast op de personen die aangeslotenen zijn op een openbaar waterdistributienetwerk in de gemeente.

Hoofdstuk VII.
Slotbepalingen


Art. 20.

§ 1

De kwaliteit van het water, bestemd voor menselijke consumptie moet voldoen aan de bepalingen van dit besluit, rekening houdend met de opmerkingen 2, 4 en 11 in bijlage I deel B, op 1 januari 2003.

§ 2

De waterleverancier legt binnen drie maanden na inwerkingtreding een rapport voor aan [de bevoegde entiteit Leefmilieu] over de maatregelen die hij heeft genomen om te voldoen aan de bepaling van § 1.

§ 3

De minister kan, in uitzonderlijke gevallen en op basis van een met redenen omkleed verzoek van de waterleverancier, voor bepaalde leveringsgebieden, bij de Europese Commissie een bijzonder verzoek indienen om de datum in § 1 te verlaten. De minister bepaalt in dat geval de na te leven voorwaarden en kan, voor zover van toepassing, bepalen dat de kwaliteitseisen van het besluit van de Vlaamse regering van 15 maart 1989 houdende vaststelling van een technische reglementering inzake drinkwater van toepassing blijven. De verlenging kan niet langer zijn dan drie jaar. Voor het einde van de toegestane termijn maakt de waterleverancier een evaluatie, waarvan de resultaten bezorgd worden aan de Commissie, die op basis van deze evaluatie een tweede periode van maximaal drie jaar kan toekennen.
In het met redenen omklede verzoek van de waterleverancier wordt melding gemaakt van de ondervonden moeilijkheden en worden ten minste alle in artikel 7, § 1, genoemde gegevens opgenomen.
In geval van aanvaarding van het verzoek informeert de waterleverancier de in het gebied betrokken bevolking onverwijld hierover. Bovendien adviseert de waterleverancier in het bijzonder specifieke bevolkingsgroepen, waarvoor de aanvaarding van zijn verzoek een bijzonder risico kan opleveren, over maatregelen die zij kunnen nemen.

Art. 21.
Het besluit van de Vlaamse regering van 15 maart 1989 houdende vaststelling van een technische reglementering inzake drinkwater wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2003, behalve wat de kwaliteitsnormen van voor menselijke consumptie bestemd water betreft in die leveringsgebieden waar overeenkomstig artikel 20, § 3, de datum bedoeld in artikel 20 § 1 verlaat wordt en de minister bepaalt dat de bestaande normen van kracht blijven.
De ministeriële besluiten die genomen werden ter uitvoering van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 maart 1989 houdende vaststelling van een technische reglementering inzake drinkwater blijven geldig tot ze ophouden van kracht te zijn of tot ze gewijzigd of opgeheven worden.

Art. 22.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het Leefmilieu en het Waterbeleid, zijn ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage I.
Parameters en parameterwaarden


Deel A Microbiologische parameters
Parameter
Parameterwaarde (aantal/100 ml)
Escherichia coli (E. coli)
0
Enterokokken
0
Voor water bestemd voor menselijke consumptie dat in het kader van een niet-commerciële activiteit in flessen of andere verpakkingen wordt geleverd, gelden de volgende parameters en parameterwaarden:
Parameter
Parameterwaarde
Escherichia coli (E. coli)
0/250 ml
Enterokokken
0/250 ml
Pseudomonas aeruginosa
0/250 ml
Totaal kiemgetal bij 22°C
100/ml (*)
Totaal kiemgetal bij 37°C
20/ml (*)
Pathogene micro-organismen en parasieten
afwezig
(*)
In de eindverpakking zijn deze waarden enkel van toepassing binnen 12 uuur na het bottelen, waarbij het water gedurende deze periode van 12 uur op 4°C + 1°C wordt gehouden.

Deel B chemische parameters
Parameter
Waarde
Eenheid
Opmerkingen
Acrylamide
0,10
µg/l
Opmerking 1 en 11
Antimoon
5,0
µg/l
Opmerking 11
Arseen
10
µg/l
Opmerking 11
Benzeen
1,0
µg/l
Opmerking 11
Benzo(a)pyreen
0,01
µg/l
Opmerking 11
Boor
1,0
mg/l
Opmerking 11
Bromaat
10
µg/l
Opmerking 2
Cadmium
5
µg/l
Opmerking 12
[Chloriet
700
µg/l
Opmerkingen 13 en 14
Chloraat
700
µg/l
Opmerking 15]
Chroom
50
µg/l
 
Koper
2,0
mg/l
Opmerkingen 3 en 3bis
Cyanide
50
µg/l
 
1,2–dichloorethaan
3,0
µg/l
Opmerking 11
Epichloorhydrine
0,10
µg/l
Opmerking 1 en 11
Fluoride
1,5
mg/l
 
Lood
10
µg/l
Opmerkingen 3 en 4
Kwik
1,0
µg/l
 
Nikkel
20
µg/l
Opmerking 3 en 11
Nitraat
50
mg/l
Opmerking 5
Nitriet
0,10
mg/l
Opmerking 5
Pesticiden
0,10
µg/l
Opmerkingen 6 en 7
Pesticiden – totaal
0,50
µg/l
Opmerkingen 6 en 8
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
0,10
µg/l
Som van de concentraties van de gespecificeerde verbindingen; opmerking 9
Seleen
10
µg/l
 
Tetrachlooretheen en trichlooretheen
10
µg/l
Som van de concentraties van de gespecificeerde parameters; opmerking 11
Trihalomethanen – totaal
100
µg/l
Som van de concentraties van de gespecificeerde verbindingen; opmerking 10
Broomdichloormethaan
60
µg/l
Opmerking 11
Styreen
20
µg/l
Opmerking 11
Xyleen
500
µg/l
Opmerking 11
Trichlorobenzenen – totaal
20
µg/l
Opmerking 11
Vinylchloride
0,50
µg/l
Opmerking 1 en 11
Opmerking 1: deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximale vrijkoming van het overeenkomstige polymeer in contact met water.
Opmerking 2: waar mogelijk moet de waterleverancier, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar gebracht mag worden, naar een lagere waarde streven. Uiterlijk op 25 december 2008 moet aan deze waarde worden voldaan. De parameterwaarde voor bromaat bedraagt tussen 25 december 2003 en 24 december 2008 25 µg/l.
Opmerking 3: deze waarde geldt voor een monster van water, bestemd voor menselijke consumptie, dat via een passende steekproefmethode aan de kraan verkregen is en dat representatief mag worden geacht voor de gemiddelde waarde die de verbruiker wekelijks binnenkrijgt. De waterleverancier houdt rekening met eventuele pieken die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid.
Opmerking 3bis: de waterleverancier moet ernaar streven om de waarde van 0,10 mg/l aan de uitgang van de waterbehandelingsinstallatie en 1,0 mg/l aan de grens tussen het waterdistributienetwerk en het huishoudelijke leidingnet niet te overschrijden.
Opmerking 4: uiterlijk op 25 december 2013 moet aan deze waarde worden voldaan. De parameterwaarde voor lood bedraagt 50 µg/l tot en met 24 december 2003. De parameterwaarde voor lood bedraagt 25 µg/l tussen 25 december 2003 en 24 december 2013.
De waterleverancier zorgt ervoor dat alle passende maatregelen worden genomen om de concentratie van lood in water bestemd voor menselijke consumptie zo veel mogelijk te verlagen gedurende de periode die nodig is om ervoor te zorgen dat aan de parameterwaarde wordt voldaan. Bij het uitvoeren van de maatregelen om deze waarde te bereiken moet de waterleverancier toenemende prioriteit toekennen aan die gevallen waarin de loodconcentratie in water, bestemd voor menselijke consumptie, het hoogst is.
Opmerking 5: de waterleverancier zorgt ervoor dat de voorwaarde dat [nitraat]/50 + [nitriet]/0,5 ≤ 1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3 en voor nitriet in NO2, vervuld wordt, en dat de waarde van 0,10 mg/l voor nitriet niet wordt overschreden in het water bij de uitgang van de waterbehandelingsinstallatie. De waterleverancier streeft ernaar om de waarde van 25 mg/l voor nitraat niet te overschrijden.
[Opmerking 6: Onder pesticiden wordt verstaan: gewasbeschermingsmiddelen, biociden en hun relevante metabolieten, degradatie- en afbraakproducten, waarbij onder gewasbeschermingsmiddelen moet worden verstaan de gewasbeschermingsmiddelen, vermeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, en onder biociden moet worden verstaan de biociden, vermeld in artikel 3 van verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden. Alleen die pesticiden die naar alle waarschijnlijkheid in een bepaald water voorkomen, moeten worden gecontroleerd.]
Opmerking 7: de parameterwaarde geldt voor elk afzonderlijke pesticide. In het geval van aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide is de parameterwaarde 0,030 µg/l.
Opmerking 8: “Pesticidentotaal” is de som voor alle afzonderlijke pesticiden die bij de controleprocedure worden opgespoord en gekwantificeerd.
Opmerking 9: de gespecificeerde verbindingen zijn: benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, benzo(ghi)peryleen en indeno(1,2,3-cd)pyreen. Tot en met 24 december 2003 bedraagt de parameterwaarde 0,2 µg/l en wordt onder polycyclische aromatische koolwaterstoffen verstaan: fluoranteen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, benzo(ghi)peryleen en indeno(1,2,3-cd)pyreen.
Opmerking 10: waar mogelijk moet de waterleverancier, zonder dat evenwel de desinfectie in gevaar gebracht mag worden, naar een lagere waarde streven. De gespecificeerde verbindingen zijn chloroform, bromoform, dibroomchloormethaan en broomdichloormethaan. De waterleverancier zorgt dat alle passende maatregelen worden genomen om de concentratie van THM in water bestemd voor menselijke consumptie zoveel mogelijk te verlagen gedurende de periode die nodig is om ervoor te zorgen dat aan de parameterwaarde wordt voldaan. Bij het uitvoeren van de maatregelen om deze waarde te bereiken, moet de waterleverancier toenemende prioriteit toekennen aan die gevallen waarin de concentratie van THM in water bestemd, voor menselijke consumptie, het hoogst is.
Opmerking 11: uiterlijk op 25 december 2003 moet aan deze waarden worden voldaan. Tot en met 24 december 2003 bedraagt de parameterwaarde voor antimoon 10 µg Sb/l, voor arseen 50 µg As/l en voor nikkel 50 µg Ni/l.
Opmerking 12: de waterleverancier streeft ernaar om de waarde van 3 μg/l voor cadmium niet te overschrijden.
[Opmerking 13: [Chloriet hoeft] alleen te worden gemeten als chloordioxide gebruikt wordt bij de behandeling van het water, bestemd voor menselijke consumptie.
Opmerking 14: De waterleverancier tracht te allen tijde de concentratie chloriet in het water, bestemd voor menselijke consumptie, zo laag mogelijk te houden en de streefwaarde van [200 µg/l] niet te overschrijden.]
[Opmerking 15: Chloraat hoeft alleen te worden gemeten bij chlorering van het water, bestemd voor menselijke consumptie.]

Deel C Indicatorparameters
Parameter
Parameter-waarde
Eenheid
Opmerkingen
Aluminium
200
µg/l
 
Ammonium
0,50
mg/l
 
Chloride
250
mg/l
Opmerking 1
Clostridium perfringens (met inbegrip van sporen)
0
Aantal/100 ml
Opmerking 2
Kleur
Aanvaardbaar voor de verbruikers en geen abnormale verandering
 
Opmerking 11
Geleidingsvermogen voor elektriciteit
2100 en geen abnormale verandering
µS/cm bij 20°C
Opmerking 1
Waterstofionenconcentratie
> 6,5 en < 9,2
pH-eenheden
Opmerking 1
Ijzer
200
µg/l
 
Mangaan
50
µg/l
 
Geur
Aanvaardbaar voor de verbruikers en geen abnormale verandering
 
Opmerking 12
Oxideerbaarheid
5,0
mg/l O2
Opmerking 4
Sulfaat
250
mg/l
Opmerking 1
Natrium
200
mg/l
Opmerking 3
Smaak
Aanvaardbaar voor de verbruikers en geen abnormale verandering
 
Opmerking 12
Telling kolonies bij 22°C
Geen abnormale verandering
 
 
Colibacteriën
0
Aantal/100 ml
 
Organische koolstof totaal (TOC)
Geen abnormale verandering
 
Opmerking 6
Troebelingsgraad
Aanvaardbaar voor de verbruikers en geen abnormale verandering
 
Opmerking 7
Vrije chloorresten
250
µg/l
Opmerking 8
Temperatuur
25
°C
Opmerking 5
[Saturatie-index
>0.5
 
Opmerking 13]
Aanvullende parameters
Deze parameters vervolledigen de informatie vor de verbruiker over de belangrijkste karakteristieken van het water, bestemd voor menselijke consumptie, dat aan hem geleverd wordt.
Deze parameters moeten slechts gemeten worden na een wijziging door de waterleverancier van de oorsprong of de onderlinge verhoudingen ervan in het geleverde water.
Parameter
Parameterwaarde
Eenheid
Opmerkingen
Calcium
270
mg/l
 
Magnesium
50
mg/l
 
Fosfor
 
µg/l
 
Kalium
 
mg/l
 
Totale hardheid
67,5
Franse graden
Opmering 9
Zink
5000
µg/l
Opmerking 10
Opmerking 1: het water mag niet agressief zijn.
Opmerking 2: deze parameter moet enkel worden gemeten als het water afkomstig is van of beïnvloed wordt door oppervlaktewater. Als niet aan deze parameterwaarde wordt voldaan, onderzoekt de betrokken waterleverancier de waterlevering om zich ervan te vergewissen dat er geen potentieel gevaar voor de menselijke gezondheid bestaat ten gevolge van de aanwezigheid van pathogene micro-organismen, bijvoorbeeld Cryptosporidium. De waterleverancier levert de resultaten van dergelijke onderzoeken aan [de bevoegde entiteit Volksgezondheid].
Opmerking 3: de waterleverancier moet ernaar streven om de waarde van 150 mg/l niet te overschrijden aan de grens tussen het waterdistributienetwerk en het huishoudelijke leidingnet.
Opmerking 4: deze parameter moet niet worden gemeten als de TOC-parameter wordt geanalyseerd.
Opmerking 5: als gedurende meer dan 7dagen deze parameterwaarde overschreden wordt, moet de waterleverancier extra controles uitvoeren met betrekking tot microbiële groei en met betrekking tot stoffen die bij hogere temperaturen uit de gebruikte materialen voor productie of distributie van water, bestemd voor menselijke consumptie, kunnen uitlogen.
Opmerking 6: deze parameter moet niet worden gemeten bij een waterlevering van minder dan 10.000 m3 per dag.
Opmerking 7: in het geval van oppervlaktewaterbehandeling moet de waterleverancier streven naar een parameterwaarde van ten hoogste 1,0 NTE (nephelometrische troebelingseenheden) in het water bij de uitgang van de waterbehandelingsinstallatie. In geval van oppervlaktewaterbehandeling of van de behandeling van grondwater, dat onder rechtstreekse invloed staat van een oppervlaktewater moet bij een significante stijging van de troebelingsgraad de aanwezigheid van pathogene micro-organismen, zoals Cryptosporidium, Campylobacter en Giardia onderzocht worden, tenzij aangetoond kan worden dat deze micro-organismen niet aanwezig zijn in het oppervlaktewater of in het grondwater in kwestie, dat onder rechtstreekse invloed staat van een oppervlaktewater.
Opmerking 8: deze parameter moet enkel worden gemeten als een behandeling met chloorgas of hypochloriet heeft plaatsgevonden.
Opmerking 9: het water, bestemd voor menselijke consumptie, dat een ontharding of ontzilting heeft ondergaan, moet een minimale hardheid van 15 Franse graden hebben.
1 Franse graad = 0,56 Duitse graad = 0,7 Engelse graad = 10 ppm CaCO3 = 4 mg/l Ca
Opmerking 10: De waterleverancier moet ernaar streven om de waarde van 200 µg/l bij de uitgang van de waterbehandelingsinstallatie niet te overschrijden.
Opmerking 11: De waterleverancier moet ernaar streven om de waarde van 20 mg/l op de schaal Pt/Co niet te overschrijden.
Opmerking 12:[ Voor routine metingen in het kader van de controles, vermeld in artikel 9 en 10, wordt geur en smaak op een kwalitatieve wijze bepaald. Voor metingen in het kader van de behandeling van klachten, wordt geur en smaak op een kwantitatieve wijze bepaald, waarbij de waterleverancier ernaar moet streven om de parameterwaarde van een verdunningsfactor 3 bij 25 °C niet te overschrijden.]
[Opmerking 13: Deze parameter hoeft alleen te worden opgevolgd door een exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk in het water in het openbaar waterdistributienetwerk en door de titularis van een private waterwinning die water bestemd voor menselijke consumptie levert in het kader van een openbare of commerciële activiteit, waarbij gestreefd wordt naar een jaargemiddelde > -0.2.]

Bijlage II.
Controle


Deel A Algemene doelstellingen en controleprogramma's voor het water bestemd voor menselijke consumptie

1. Met de programma's voor de controle van water, bestemd voor menselijke consumptie:
a)
moet worden nagegaan of de geldende maatregelen om risico's voor de gezondheid van de mens te beheersen in de volledige watertoevoerleidingketen vanaf het wingebied, over de onttrekking, de behandeling en de opslag tot en met de distributie doeltreffend zijn en of het water op het punt waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan, gezond en schoon is;
b)
moet informatie worden verstrekt over de kwaliteit van het water bestemd voor menselijke consumptie om aan te tonen dat wordt voldaan aan de verplichtingen, vermeld in artikel 2 en aan de parameterwaarden, vermeld in bijlage I;
c)
moeten de geschiktste middelen worden vastgesteld om het risico voor de gezondheid van de mens te beperken.

2. De controleprogramma's, vermeld in artikel 11, § 2, voldoen aan de parameters en frequenties vermeld in deel B, en bestaan uit een van de volgende punten of uit de beide volgende punten:
a)
het nemen en het analyseren van verschillende watermonsters;
b)
metingen die in het kader van een doorlopend proces van controle worden geregistreerd.
Daarnaast kunnen de controleprogramma's bestaan uit een van de volgende punten of uit de beide volgende punten:
a)
inspecties van registraties over de functionaliteit en de staat van onderhoud van de installatie;
b)
inspectie van het intrekgebied en de infrastructuren voor de onttrekking, de behandeling, de opslag en de distributie van water.

Deel B Parameters en frequenties

1 Algemeen kader
In een controleprogramma moet rekening worden gehouden met artikel 2, met inbegrip van de parameters die belangrijk zijn om de impact van het huishoudelijk leidingnet op de kwaliteit van het water te bepalen op het punt waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan, vermeld in artikel [2.3.2], van het decreet. Bij de keuze van de geschikte parameters voor controle moeten de lokale omstandigheden voor elk watervoorzieningssysteem in overweging worden genomen, waarbij rekening gehouden wordt met artikel 10, § 5, van dit besluit.
De bepalingen van punt 2 en punt 3 gelden niet voor water bestemd voor menselijke consumptie dat afkomstig is van een private waterwinning die gemiddeld minder dan 10 m3 per dag levert of waarvan minder dan vijftig personen gebruik maken op voorwaarde dat:
a)
het water niet aan gebruikers geleverd wordt in het kader van een commerciële of openbare activiteit;
b)
de winning gemeld werd conform artikel 35octies, § 2, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.
Voor deze winning wordt er een controle uitgevoerd als volgt:
a)
een controle van de parameters, vermeld in deel A, B en C van bijiage I bij de ingebruikname;
b)
een controle van de volgende parameters na de ingebruikname: de parameters uit groep A om de vijf jaar en van de parameters uit groep B om de tien jaar.
De resultaten worden meegedeeld aan de bevoegde entiteit Leefmilieu en de bevoegde entiteit Volksgezondheid die eventueel de waterleverancier en de betrokken verbruikers zo spoedig mogelijk passend advies verstrekken, als blijkt dat de kwaliteit van het water gevaar voor de gezondheid van de gebruiker kan opleveren.

2 Lijst van parameters

1° Parameters groep A
De volgende parameters (groep A) worden gecontroleerd overeenkomstig de controlefrequenties, vermeld in tabel A van punt 3:
a)
Escherichia coli (E.coli), enterococcen, colibacteriën, telling kolonies bij 22°C, kleur, troebelingsgraad, smaak, geur, waterstofionenconcentratie, geleidbaarheid voor elektriciteit, ammonium, nitraat, nitriet, lood, ijzer;
b)
andere parameters die als relevant zijn aangeduid in het controleprogramma en in voorkomend geval door middel van een risicobeoordeling zoals vermeld in deel C.
Onder specifieke omstandigheden worden de volgende parameters toegevoegd aan de parameters van groep A:
a)
aluminium als het als vlokmiddel gebruikt wordt;
b)
Clostridium perfringens (met inbegrip van sporen) als het water afkomstig is van of beïnvloed kan worden door oppervlaktewater;
c)
vrije chloorresten als het water een behandeling met chloorgas of hypochloriet ondergaat.

2° Parameters groep B
De parameters, vermeld in bijlage I, en parameters die in voorkomend geval door middel van een risicobeoordeling als vermeld in deel C als relevant worden beschouwd, die niet in het kader van groep A zijn geanalyseerd, worden gecontroleerd overeenkomstig de controlefrequenties, vermeld in tabel A van punt 3.

3 Bemonsteringsfrequenties

Tabel A. Minimumfrequentie voor monsterneming en analyse voor nalevingscontrole
Dagelijks binnen een leveringsgebied gedistribueerde of geproduceerde hoeveelheid water (opmerking 1) m3
Parameters groep A: aantal monster- nemingen per jaar (opmerking 2)
Parameters groep B: aantal monster- nemingen per jaar (opmerking 2)
≤ 10
3
1 (opmerking 3)
> 10 en ≤ 100
5
1 (opmerking 3)
> 100 en ≤ 1000
11
1
> 1000 en ≤ 3300
22
2
> 3300 en ≤ 6600
33
3
> 6600 en ≤ 9900
44
4
> 9900 en ≤ 20.000
67
5
> 20.000 en ≤ 30.000
102
6
> 30.000 en ≤ 40.000
125
7
> 40.000 en ≤ 50.000
160
8
> 50.000 en ≤ 60.000
195
9
> 60.000 en ≤ 70.000
218
10
> 70.000 en ≤ 80.000
253
11
> 80.000 en ≤ 90.000
276
12
> 90.000 en ≤ 100.000
311
12
> 100.000
4
10
 
+ 75 voor elke 25.000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid
+ 1 voor elke 25.000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid
Opmerking 1: De hoeveelheden zijn gemiddelden die berekend werden over een kalenderjaar. De waterleverander mag zich bij het vaststellen van de minimumfrequentie baseren op het aantal inwoners in een leveringsgebied in plaats van op de hoeveelheid water, uitgaande van een waterverbruik van 200 I/dag/hoofd van de bevolking. Het controleprogramma wordt vastgesteld op basis van de meest recente beschikbare gegevens.
Opmerking 2: Voor zover mogelijk moet het aantal monsters gelijk over plaats en tijd worden verdeeld.
Opmerking 3: Voor private winningen kan de frequentie voor controle van de parameters uit groep B verlaagd worden tot 0,25, als een volledige controle van de parameters uit groep B een bevredigend resultaat heeft gegeven en als voor de gebruikstoepassingen een dergelijke verlaging kan worden aanvaard. De waterleverancier kan deze verlaging aanvragen via het controleprogramma, vermeld in artikel 11, § 2. De bevoegde entiteit Leefmilieu beslist over de aanvraag nadat ze daarover het advies heeft gevraagd bij de bevoegde entiteit Volksgezondheid.

Tabel B. Minimumfrequentie van monsterneming en analyse van water bestemd voor menselijke consumptie dat geleverd wordt in publieke gebouwen
Binnen een leveringsgebied aanwezige publieke gebouwen
Parameters groep A (Opmerking1)
Parameters groep B (Opmerking 1)
Categorie I
Driejaarlijks
20 % van de frequentie uit tabel A
Andere categorieën
20 % van de frequentie uit tabel A
20 % van de frequentie uit tabel A
Opmerking 1: Het aantal uit te voeren analyses wordt altijd naar boven afgerond.

Tabel C. Minimumfrequentie van monsterneming en analyse van water, bestemd voor menselijke consumptie, dat in het kader van een niet-commerciële activiteit in flessen of andere verpakkingen wordt geleverd
Dagelijks in flessen of verpakkingen geproduceerde hoeveelheid water in m3 (opmerking 1)
Parameters groep A: aantal monsternemingen per jaar
Parameters groep B: aantal monsternemingen per jaar
≤ 10
1
1
> 10 en ≤ 60
12
1
> 60
1 voor elke 5 m3 en fractie daarvan van de totale hoeveelheid
1 voor elke 100 m3 en fractie daarvan van de totale hoeveelheid
Opmerking 1: De hoeveelheden zijn gemiddelden die berekend werden over een kalenderjaar

Deel C Risicobeoordeling

1

De volgende waterleveranciers zijn verplicht een risicobeoordeling uit te voeren in het kader van de opmaak van het controleprogramma, vermeld in artikel 11, § 2, die voldoet aan de bepalingen, vermeld in punt 2 tot en met 7:
a.
De exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk waarbij de risicobeoordeling deel uitmaakt van de risico-evaluatie- en risicobeheerstrategie, vermeld in artikel 3/1, § 3;
b.
De titularis van een private waterwinning die water bestemd voor menselijke consumptie levert in het kader van een openbare of commerciële activiteit.

2

De risicobeoordeling, vermeld in punt 1, wordt uitgevoerd op basis van de algemene beginselen van risicobeoordeling zoals vastgesteld met betrekking tot internationale normen zoals norm EN 15975-2 inzake het “veiligstellen van de drinkwatervoorziening, richtsnoeren betreffende risico-en crisisbeheer”.
De bevoegde entiteit Leefmilieu kan nadere richtlijnen geven omtrent de invulling van de risicobeoordeling.

3

[In de risicobeoordeling wordt er rekening gehouden met de resultaten van de programma’s voor de monitoring, vermeld in 1.7.5.1 tot 1.7.5.3 van het decreet , voor de waterlichamen, vermeld in artikel 1.7.6.1, tweede lid, 1°, van het voormelde decreet, die gemiddeld meer dan 100 m3 per dag leveren conform punt 2.1.2 en 3.4.1 van bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2013 tot vaststelling van het geactualiseerde monitoringprogramma van de watertoestand ter uitvoering van artikel 1.7.5.1 en 1.7.5.3 van het decreet, en met de parameters waarvoor richtwaarden zijn vastgesteld.]

4

Op basis van de resultaten van de risicobeoordeling wordt de lijst van parameters, vermeld in deel B, punt 2, uitgebreid en/of worden de bemonsteringsfrequentie, vermeld in deel B, punt 3 verhoogd, als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
a.
De in deze bijlage vermelde lijst van parameters of frequenties volstaat niet om te voldoen aan de verplichtingen, vermeld in artikel 5, § 3, en artikel 10, § 1;
b.
Bijkomende controle is vereist voor de toepassing van artikel 10, § 4;
c.
[De nodige waar orgen vermeld in deel A punt a) moeten worden geleverd.]

5

Op basis van de resultaten van de risicobeoordeling kan de lijst van parameters, vermeld in deel B, punt 2, beperkt worden en worden de bemonsteringsfrequentie, vermeld in deel B, punt 3 verlaagd, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a.
De bemonsteringsfrequentie voor E.coli, enterococcen, geur, kleur, smaak, troebelingsgraad, waterstofionenconcentratie, geleidingsvermogen voor elektriciteit mag onder geen beding lager liggen dan de frequentie, vermeld in deel B, punt 3;
b.
Voor alle andere parameters:
i.
Rekening houdend met artikel 10, § 1, wordt de plaats en de bemonsteringsfrequentie bepaald met inachtneming van de herkomst van de parameter en van de variatie en de langetermijnontwikkeling van de concentratie van de parameter;
ii.
Om de minimumfrequentie voor de monsterneming van een parameter als vermeld in deel B, punt 3, te verlagen, moeten alle resultaten van de monsters die in een periode van ten minste drie jaar met regelmatige tussenpozen zijn genomen op plaatsen die representatief zijn voor het volledige leveringsgebied, minder dan 60 % van de parameterwaarde bedragen;
iii.
Om een parameter te schrappen van de lijst van te controleren parameters als vermeld in deel B, punt 2, moeten alle resultaten van de monsters die in een periode van ten minste drie jaar met regelmatige tussenpozen zijn genomen op plaatsen die representatief zijn voor het volledige leveringsgebied, minder dan 30 % van de parameterwaarde bedragen;
iv.
Het schrappen van een specifieke parameter als vermeld in deel B, punt 2, van de lijst van te controleren parameters wordt gebaseerd op het resultaat van de risicobeoordeling, waarbij kennis wordt genomen van de controleresultaten van de bronnen van voor menselijke consumptie bestemd water en waarbij wordt bevestigd dat de volksgezondheid beschermd is tegen de schadelijke gevolgen van verontreiniging van water, bestemd voor menselijke consumptie als vermeld in artikel 2;
v.
Alleen als in de risicobeoordeling wordt bevestigd dat er geen enkele redelijkerwijs te voorziene factor aanwezig is waardoor de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemd water achteruit zou kunnen gaan, kan de bemonsteringsfrequentie worden verlaagd of een parameter worden geschrapt uit de lijst van te controleren parameters als vermeld in punt ii) en iii).

6

De wijze waarop de risicobeoordeling werd uitgevoerd en een samenvatting van de resultaten van de risicobeoordeling worden opgenomen in het controleprogramma, vermeld in artikel 11, § 2, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de bevoegde entiteit Leefmilieu.

7

De risicobeoordeling wordt actueel gehouden en er wordt jaarlijks in het kader van de opmaak van het controleprogramma, vermeld in artikel 11, § 2, geëvalueerd in welke mate een aanpassing van het controleprogramma noodzakelijk is om te voldoen aan de vereisten, vermeld in punt 4 en 5.

Deel D Steekproefmethoden en plaatsen van monsterneming

1

De plaatsen van monsterneming worden zo bepaald dat wordt voldaan aan de punten, vermeld in artikel [2.3.2], van het decreet, waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan. In geval van een distributienet kan de waterleverander voor specifieke parameters echter monsters nemen in het leveringsgebied of in de behandelingsinstallatie als kan worden aangetoond dat er geen negatieve verandering zou zijn in de gemeten waarde van de betrokken parameters. Voor zover mogelijk wordt het aantal monsters gelijkelijk over tijd en plaats verdeeld.

2

Monsterneming op het punt waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan, moet aan de volgende vereisten voldoen:
a.
Monsters voor bepaalde chemische parameters, in het bijzonder koper, lood en nikkel, worden genomen aan de kraan van de consument zonder er voorafgaand water uit te laten stromen. Een monster moet worden genomen met een hoeveelheid van een liter op een willekeurig tijdstip gedurende de dag;
b.
Monsters voor microbiologische parameters op het punt waar aan de parameterwaarden moet worden voldaan, worden genomen en behandeld overeenkomstig EN ISO 19458, steekproefdoel B.

3

Monsterneming in het distributienet, met uitzondering van monsterneming aan de kraan van de consument, wordt uitgevoerd overeenkomstig ISO 5667-5. Monsters voor microbiologische parameters in het distributienet worden genomen en behandeld overeenkomstig EN ISO 19458, steekproefdoel A.

Bijlage III.

Elk laboratorium waar monsters geanalyseerd worden, moet erkend zijn als laboratorium in de discipline water, deeldomein drinkwater, voor de analyse van de desbetreffende parameters volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu.

Deel A Microbiologische parameters waarvoor analysetechnieken gespecifieerd zijn
De volgende beginselen voor methoden voor microbiologische parameters worden gegeven als referentie als een CEN/ISO-methode wordt opgegeven of als leidraad, in afwachting van de eventuele toekomstige aanneming van andere voorschriften. Alternatieve methoden kunnen worden gebruikt als aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10, § 3, wordt voldaan.
De methoden voor microbiologische parameters zijn:
a)
Escherichia coli (E. coli) en colibacteriën (EN ISO 9308-1 of EN ISO 9308-2);
b)
Enterococcen (EN ISO 7899-2);
c)
Pseudomonas aeruginosa (EN ISO 16266);
d)
opsomming van micro-organismen die gekweekt kunnen worden – telling kolonies bij 22 °C (EN ISO 6222);
e)
opsomming van micro-organismen die gekweekt kunnen worden – telling kolonies bij 36 °C (EN ISO 6222);
f)
Clostridium perfringens met inbegrip van sporen (EN ISO 14189).

Deel B Chemische en indicatorparameters waarvoor prestatiekenmerken gespecificeerd zijn

1 Chemische en indicatorparameters
Voor de parameters, vermeld in tabel A, houden de gespecificeerde prestatiekenmerken in dat met de gebruikte analysemethode ten minste concentraties moeten kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de parameterwaarde, met een bepalingsgrens als vermeld in artikel 1/2, tweede lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 aprii 2013 tot vaststelling van het geactualiseerde monitoringprogramma van de watertoestand ter uitvoering van [de artikelen 1.7.5.1 en 1.7.5.3 van het decreet], van 30 % of minder van de desbetreffende parameterwaarde en een meetonzekerheid als vermeld in tabel A. Het resultaat wordt met ten minste evenveel significante cijfers uitgedrukt als de parameterwaarde, vermeld in bijlage I, delen B en C.
De meetonzekerheid, vermeld in tabel A, wordt niet gebruikt als bijkomende tolerantie voor de parameterwaarden, vermeld in bijlage I.

Tabel A: Minimumprestatiekenmerk meetonzekerheid
Parameters
Meetonzekerheid (opmerking 1) % van de parameterwaarde (behalve voor pH)
Opmerkingen
Aluminium
25
 
Ammonium
40
 
Antimoon
40
 
Arseen
30
 
Benzo(a)pyreen
50
Opmerking 2
Benzeen
40
 
Boor
25
 
Bromaat
40
 
Broomdichloormethaan
50
 
Cadmium
25
 
Chloride
15
 
Chroom
30
 
Geleidbaarheid
20
 
Koper
25
 
Cyanide
30
Opmerking 3
1,2-dichloorethaan
40
 
Fluoride
20
 
Waterstofionenconcentratie (uitgedrukt in pH-eenheden)
0,2
Opmerking 4
IJzer
30
 
Lood
25
 
Mangaan
30
 
Kwik
30
 
Nikkei
25
 
Nitraat
15
 
Nitriet
20
 
Oxideerbaarheid
50
Opmerking 5
Pesticiden
30
Opmerking 6
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
50
Opmerking 7
Seleen
40
 
Natrium
15
 
Sulfaat
15
 
Styreen
50
 
Tetra chlooretheen
30
Opmerking 8
Trichlooretheen
40
Opmerking 8
Trihalomethanen - totaal
40
Opmerking 7
Trichloorbenzenen
50
 
Totale organische koolstof (TOC)
30
Opmerking 9
Troebelingsgraad
30
Opmerking 10
Vrije chloorresten
30
 
Xyleen
30
 
Acrylamiden epichloorhydrine en vinylchloride controleren via productcontrole
Opmerking 1: Onder meetonzekerheid wordt verstaan: een niet-negatieve parameter die de spreiding karakteriseert van de kwantitatieve waarden die aan een te meten grootheid worden toegekend, gebaseerd op de gebruikte informatie. Het prestatiekenmerk voor meetonzekerheid (k = 2) is het percentage van de parameterwaarde, vermeld in de tabel, of beter. De meetonzekerheid wordt geschat op het niveau van de parameterwaarde, tenzij anders vermeld.
Opmerking 2: Als niet aan de waarde van de meetonzekerheid kan worden voldaan, moet de beste beschikbare techniek worden toegepast (tot 60 %).
Opmerking 3: Met deze methode wordt het totaal aan cyanide in elke vorm bepaald.
Opmerking 4: De waarden voor meetonzekerheid worden uitgedrukt in pH-eenheden.
Opmerking 5: De referentiemethode is EN ISO 8467.
Opmerking 6: De prestatiekenmerken voor afzonderlijke pesticiden zijn indicatief.
Lage waarden voor meetonzekerheid van 30 % zijn haalbaar voor meerdere pesticiden, hogere waarden tot 80 % kunnen worden toegelaten voor een aantal pesticiden.
Opmerking 7: De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 25 % van de parameterwaarde, vermeld in bijlage I, deel B.
Opmerking 8: De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 50 % van de parameterwaarde, vermeld in bijlage I, deel B.
Opmerking 9: De meetonzekerheid moet worden geschat op het niveau van 3 mg/l van de totale organische koolstof (TOC). Voor het bepalen van de TOC en de opgeloste organische koolstof (DOC) worden de CEN 1484-richtsnoeren gebruikt.
Opmerking 10: De meetonzekerheid moet worden geschat op het niveau van 1,0 NTU (nephelometrische troebelingseenheid) overeenkomstig EN ISO 7027-1.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 September 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2002 houdende reglementering inzake de kwaliteit en levering van water, bestemd voor menselijke consumptie.

Bijlage IV.
Toevoegsel toegelaten voor de waterbehandeling


4.1 Voor desinfectie of oxidatie
Reagens
Basiseenheid
Maximaal toe te passen dosering (g/m3)
Chloor
Cl2
30
Natriumhypochloriet
Na ClO
30
Calciumhypochloriet
Ca (ClO)2
30
Magnesiumhypochloriet
Mg (ClO)2
30
Natriumchloriet
Na ClO2
5
Ammoniak
NH3
0,5
Ammoniumchloride
NH4Cl
1,5
Ammoniumsulfaat
(NH4)2SO4
1,8
Zwaveldioxide
SO2
2
Natriumwaterstofsulfiet
NaHSO3
4
Natriumdisulfiet
Na2S2O5
3,5
Natriumsulfiet
Na2SO3
7
Calciumsulfiet
CaSO3
5
Kopersulfaat
CuSO4
5
Kaliumpermangaat
KMnO4
2
Ozon
O3
10
Zuurstof
O2
30
Waterstofperoxide
H2O2
10
Pyretrines (enkel in uitzonderlijke gevallen)
 
0,5
[Chloordioxide
ClO2
3]

4.2 Voor coagulatie-flocculatie
Reagens
Basiseenheid
Maximaal toe te passen dosering (g/m3)
Aluminiumsulfaat
Al2(SO4)3 18H2O
150 g/m3
Natriumaluminaat
NA2Al2O4
30 g/m3
Aluminiumpolyhydroxychloride Aluminiumpolyhydroxychlorosulfaat
Aln(OH)mCl3n-m
100 g/m3
 
|OH
|
 
|,5
|
 
|Cl
|100 g/m3
 
n Al|1,5
|
 
|(SO4)
|
 
| 0,2
 
Flural (aluminiumfluoridesulfaat)
AlFSO4
10 g/m3
Ijzer(II)sulfaat
FeSO4 7H2O
100 g/m3
Ijzer(III)sulfaat
Fe2(SO4)3 9H2O
200 g/m3
Ijzer(III)chloride
FeCl3 6H2O
100 g/m3
Ijzer(III)chloridesulfaat
FeClSO4
70 g/m3
Homopolymeren van dimethyl diallyl ammoniumchloride met moleculair gewicht begrepen tussen 400.000 en 3.000.000 met minder dan 10 % monomeren
(C3H16NCl)n
5 g/m3
Polyacrylamiden
(C3H5NO)n
2 g/m3
Zilvernitraat
AgNO3
150 µg/l

4.3 Voor pH-correctie en/of mineralisatie
Reagens
Basiseenheid
Maximaal toe te passen dosering (g/m3)
Natronloog
NaOH
100
Natriumcarbonaat
Na2CO3
200
Natriumwaterstofcarbonaat
NaHCO3
200
Natriumchloride
NaCl
130
Ongebluste kalk
CaO
200
Gebluste kalk
Ca(OH)2
200
Calciumcarbonaat
CaCO3
300
Calciumchloride
CaCl2
120
Calciumsulfaat
CaSO4
140
Magnesiumoxide
MgO
80
Magnesiumcalciumoxydecarbonaat
CaCO3 MgO
300
Magnesiumcarbonaat
MgCO3
175
Koolstofdioxide
CO2
50
Waterstofchloride (zoutzuur)
HCl
25
Waterstofsulfaat (zwavelzuur)
H2SO4
30

4
Dit besluit is niet toepasselijk op technische hulpstukken die als filtermassa gebruikt worden evenmin als op ionenuitwisselingsharsen.

5 Allerlei
Reagens
Basiseenheid
Maximaal toe te passen dosering (g/m3)
Natriumsilicaat
SiO2
10
Natriumhexametafosfaat
P2O5
5
Natrium, kalium of calciumzouten van mono- of polyfosforzuur
P2O5
5