Art. 11.3.2. Wijze van samenstellen

§ 1.

De MiNa-Raad bestaat uit vierentwintig leden, door de Vlaamse regering benoemd voor een termijn van vier jaar.

 

Daarvan worden er achttien vertegenwoordigers benoemd op voordracht van het maatschappelijke middenveld, met name :

voor de milieuverenigingen : acht vertegenwoordigers op voordracht van een koepelorganisatie, bedoeld in artikel 11, § 2, eerste lid, van het decreet van 29 april 1991 tot vaststelling van de algemene regelen inzake de erkenning en de subsidiëring van de milieuverenigingen, of op voordracht van gewestelijke ledenverenigingen die als zodanig erkend zijn op grond van datzelfde decreet, na advies van een koepelorganisatie;
voor de sociaal-economische organisaties : zes vertegenwoordigers op voordracht van de sociaal-economische organisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, met inbegrip van één vertegenwoordiger van een landbouworganisatie;
voor de organisaties die verbonden zijn aan de open ruimte : twee vertegenwoordigers op voordracht van deze organisaties;
voor de socio-culturele organisaties die de belangen van consumenten en gezinnen vertegenwoordigen : twee vertegenwoordigers op voordracht van deze organisaties.

 

Twee leden worden benoemd op voordracht van de organisaties die de Vlaamse steden en gemeenten of de Vlaamse provincies vertegenwoordigen.

 

De overige vier leden zijn onafhankelijke deskundigen. Zij worden aangewezen na een openbare oproep tot kandidaatstelling.

 

§ 2.

De organisaties die optreden namens het maatschappelijke middenveld, evenals de organisaties die optreden namens steden, gemeenten of provincies, dragen bij elke voordracht zowel een effectieve vertegenwoordiger als ook een plaatsvervangend lid voor. Voor de onafhankelijke deskundigen wordt geen plaatsvervangend lid aangewezen.

 

§ 3.

De vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld en hun plaatsvervangers, evenals de vertegenwoordigers van steden, gemeenten en provincies en hun plaatsvervangers, worden voorgedragen op dubbele lijsten die in een evenwichtige vertegenwoordiging van man en vrouw voorzien.

 

§ 4.

De voorzitter van de MiNa-Raad wordt door de Vlaamse regering onder de leden benoemd. De voorzitter vertegenwoordigt de raad in rechte, onverminderd de mogelijkheid tot delegatie van die bevoegdheid.

 

§ 5.

De voordragende organisaties kunnen te allen tijde overgaan tot de vervanging van de door hen voorgedragen leden en plaatsvervangers, volgens de procedure, vermeld in § 3. Wanneer een vertegenwoordiger van het maatschappelijke middenveld zelf ontslag neemt, treedt de plaatsvervanger van rechtswege in zijn plaats, en duidt de Vlaamse regering een nieuwe plaatsvervanger aan op voordracht van de organisatie die het ontslagnemend lid voorgedragen had, volgens dezelfde procedure.

 

§ 6.

Wanneer een onafhankelijke deskundige ontslag neemt, wijst de Vlaamse regering een nieuw raadslid aan na een openbare oproep tot kandidaatstelling.

 

§ 7.

Wanneer uit het jaarverslag blijkt dat een raadslid zich kennelijk niet engageert in de werking van de Raad, dan wordt dat raadslid van rechtswege ontslagen. Een raadslid engageert zich kennelijk niet in de raadswerking wanneer het raadslid in een werkjaar noch aan de vergaderingen van werkcommissies, noch aan raadszittingen deelgenomen heeft. De Vlaamse regering duidt op dat moment en voor rest van de looptijd van het betrokken mandaat voor de desbetreffende categorie, zoals gedefinieerd in artikel 11.3.1, § 2, een nieuw raadslid aan, na openbare oproep tot kandidaatstelling.