Hoofdstuk IV.
Werking


Art. 11.4.1. Interne werking

Inzake de werking van de MiNa-Raad, zijn artikel III.99 tot en met III.104 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 van toepassing.

 

De raad regelt zijn werking in een huishoudelijk reglement dat ten minste de samenstelling, werking en bevoegdheden van het dagelijks bestuur bepaalt, alsook de bevoegdheden van de voorzitter en de directeur. De directeur maakt van rechtswege deel uit van het dagelijks bestuur. Noch het dagelijks bestuur, noch de voorzitter, noch de directeur kunnen worden belast met het vaststellen van een advies.


Art. 11.4.2. Permanente werkcommissies

§ 1.

In de schoot van de MiNa-Raad worden permanente werkcommissies opgericht voor het natuurbeleid, het bosbeleid, het jachtbeleid, het binnenvisserijbeleid,  Natuur- en milieueducatie (NME) en Duurzame ontwikkeling.

 

§ 2.

De Vlaamse regering kan in de schoot van de MiNa-Raad nog andere permanente werkcommissies instellen betreffende onderdelen of aspecten van het milieubeleid waarvoor een specifieke deskundigheid bestaat en waarbij specifieke doelgroepen of maatschappelijke groepen aangesproken worden.

 

§ 3.

De samenstelling van deze permanente werkcommissies gebeurt, rekening houdende met de evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen, als volgt :

  1. de helft van de leden wordt door de Vlaamse regering geselecteerd en benoemd op grond van specifieke deskundigheid en op grond van specifieke representativiteit in verband met het onderwerp dat in de permanente werkcommissie behandeld wordt;
  2. de helft van de leden wordt door de Vlaamse regering geselecteerd en benoemd op grond van specifieke deskundigheid en op grond van een voordracht van de MiNa-Raad.

De permanente werkcommissies kunnen nooit meer dan 16 leden tellen.

 

§ 4.

De MiNa-Raad delegeert aan de permanente werkcommissies de voorbereiding van de activiteiten beschreven onder artikel 11.2.1, voorzover die activiteiten verband houden met het beleid dat het voorwerp uitmaakt van de opdracht van de werkcommissie.

 

§ 5.

De MiNa-Raad neemt steeds de eindbeslissing over de ontwerpadviezen en andere ontwerpdocumenten die tot stand komen in de permanente werkcommissies.


Art. 11.4.3. Financiėle middelen

De MiNa-Raad verkrijgt de middelen voor zijn werking en voor de uitvoering van zijn opdracht uit :

dotaties;
eigen inkomsten.

 


Art. 11.4.4. Samenwerking

§ 1.

De MiNa-Raad kan, voor het onderzoeken van bijzondere vraagstukken, een beroep doen op deskundige derden, al dan niet tegen betaling.

 

§ 2.

De MiNa-Raad kan bij het vervullen van zijn opdracht onder meer volgende samenwerkingsvormen aangaan :

samenwerking met vergelijkbare adviesorganen buiten het Vlaamse Gewest, om informatie en ideeėn uit te wisselen over het intergewestelijke, het nationale, het Europese en het internationale milieubeleid en het beleid inzake het milieuaspect van duurzame ontwikkeling;
samenwerking met andere strategische adviesraden van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, om over beleidsaangelegenheden te adviseren die verschillende beleidsdomeinen overspannen;
samenwerking met provinciale en gemeentelijke milieuadviesraden, om informatie en ideeėn uit te wisselen over het Vlaamse, het provinciale of het gemeentelijke milieubeleid.