Art. 11.4.2. Permanente werkcommissies

1.

In de schoot van de MiNa-Raad worden permanente werkcommissies opgericht voor het natuurbeleid, het bosbeleid, het jachtbeleid, het binnenvisserijbeleid, Natuur- en milieueducatie (NME) en Duurzame ontwikkeling.

2.

De Vlaamse regering kan in de schoot van de MiNa-Raad nog andere permanente werkcommissies instellen betreffende onderdelen of aspecten van het milieubeleid waarvoor een specifieke deskundigheid bestaat en waarbij specifieke doelgroepen of maatschappelijke groepen aangesproken worden.

3.

De samenstelling van deze permanente werkcommissies gebeurt, rekening houdende met de evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen, als volgt :

  1. de helft van de leden wordt door de Vlaamse regering geselecteerd en benoemd op grond van specifieke deskundigheid en op grond van specifieke representativiteit in verband met het onderwerp dat in de permanente werkcommissie behandeld wordt;
  2. de helft van de leden wordt door de Vlaamse regering geselecteerd en benoemd op grond van specifieke deskundigheid en op grond van een voordracht van de MiNa-Raad.

De permanente werkcommissies kunnen nooit meer dan 16 leden tellen.

4.

De MiNa-Raad delegeert aan de permanente werkcommissies de voorbereiding van de activiteiten beschreven onder artikel 11.2.1, voorzover die activiteiten verband houden met het beleid dat het voorwerp uitmaakt van de opdracht van de werkcommissie.

5.

De MiNa-Raad neemt steeds de eindbeslissing over de ontwerpadviezen en andere ontwerpdocumenten die tot stand komen in de permanente werkcommissies.