Bijlage I.

De criteria overeenkomstig artikel 4.2.3, ž 2, 2░, en artikel 4.2.3, ž 3 zijn:

1. De kenmerken van plannen en programma's, in het bijzonder gelet op :

  1. de mate waarin het plan of programma een kader vormt voor projecten en andere activiteiten met betrekking tot de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden, alsmede wat betreft de toewijzing van hulpbronnen;
  2. de mate waarin het plan of programma andere plannen en programma's, met inbegrip van die welke deel zijn van een hiŰrarchisch geheel, be´nvloedt;
  3. de relevantie van het plan of programma voor de integratie van milieuoverwegingen, vooral met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling;
  4. milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma;
  5. de relevantie van het plan of programma voor de toepassing van de milieuwetgeving van de Europese Gemeenschap (bijvoorbeeld plannen en programma's in verband met afvalstoffenbeheer of waterbescherming).

2. Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden be´nvloed, in het bijzonder gelet op :

  1. de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten;
  2. de cumulatieve aard van de effecten;
  3. de grensoverschrijdende aard van de effecten;
  4. de risico's voor de menselijke veiligheid of gezondheid of voor het milieu (bijvoorbeeld door ongevallen);
  5. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden);
  6. de waarde en kwetsbaarheid van het gebied dat kan worden be´nvloed gelet op :
    - bijzondere natuurlijke kenmerken of cultureel erfgoed;
    - de overschrijding van de milieukwaliteitsnormen of van grenswaarden;
    - intensief grondgebruik;
  7. de effecten op gebieden en landschappen die door een lidstaat, door de Europese Gemeenschap, dan wel in internationaal verband als beschermd gebied zijn erkend.

á