Afdeling 2.
Algemene erkenningsvoorwaarden


Art. 8.

De volgende algemene erkenningsvoorwaarden gelden voor alle erkenningen, vermeld in artikel 6:

1 de aanvrager van de erkenning en, in voorkomend geval, de natuurlijke personen waarvan de identiteit moet worden vermeld in de aanvraag, hebben in de periode van drie jaar die de erkenningsaanvraag voorafgaat, in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen voor overtredingen van de milieuwetgeving die verband houden met het gebruik van de erkenning;
2 in de periode van twee jaar die de erkenningsaanvraag voorafgaat, werd geen erkenning van de aanvrager met hetzelfde voorwerp opgeheven met toepassing van artikel 54, 1, 2, wegens de schending van een of meer van de algemene of bijzondere gebruikseisen van de erkenning.