Art. 18.

§ 1.

De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de milieucoördinator, vermeld in artikel 6, 3°, a), voor het uitoefenen van de functie bij inrichtingen, aangeduid met de kenletter A in de vijfde kolom van de lijst van de als hinderlijk beschouwde inrichtingen, vastgesteld in de indelingslijst vermeld in artikel 5.2.1, §1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid:

een natuurlijke persoon zijn;
de graad van master of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten;
in het bezit zijn van een getuigschrift van aanvullende vorming voor milieucoördinatoren van het eerste niveau of van het overgangsniveau dat, nadat de persoon het vastgelegde onderricht heeft gevolgd en geslaagd is voor het examen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, a);
minstens één jaar praktische ervaring in het beheersen en voorkomen van milieuhinder en risico’s op bedrijfsniveau verworven hebben binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag.

 

§ 2.

De hierna vermelde bijzondere erkenningsvoorwaarden gelden voor de milieucoördinator, vermeld in artikel 6, 3°, a), voor het uitoefenen van de functie bij inrichtingen, aangeduid met de kenletter B in de vijfde kolom van de lijst van de als hinderlijk beschouwde inrichtingen, vastgesteld in de indelingslijst vermeld in artikel 5.2.1, §1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid:

een natuurlijke persoon zijn;
minstens de graad van bachelor of een daarmee gelijkgeschakelde graad bezitten;
in het bezit zijn van een getuigschrift van aanvullende vorming voor milieucoördinatoren van het tweede niveau dat, nadat de persoon het vastgelegde onderricht heeft gevolgd en geslaagd is voor het examen, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, uitgereikt is door een erkend opleidingscentrum als vermeld in artikel 6, 4°, a);
minstens één jaar praktische ervaring in het beheersen en voorkomen van milieuhinder en risico’s op bedrijfsniveau verworven hebben binnen vijf jaar voorafgaand aan de erkenningsaanvraag.