Art. 38.

De erkende MER-deskundige, vermeld in artikel 6, 1°, d):

beschikt over de nodige software voor het voorspellen van effecten van plannen en projecten op mens en milieu en kan die hanteren en de resultaten ervan correct interpreteren; 
beschikt over de nodige vakliteratuur en gegevens over de uit te voeren taken met betrekking tot de erkenning; 
blijft op de hoogte van de recentste ontwikkelingen en wetgeving inzake de discipline waarvoor hij erkend is, door daarvoor jaarlijks een bijscholing van minstens acht uur te volgen per discipline. 

mag zijn erkenning niet gebruiken als:

a)

hij, in rechte of in feite, bestuursmandaten opneemt of bestuursfuncties uitoefent bij de opdrachtgever;
b) de opdrachtgever, zelf of met een tussenpersoon, in rechte of in feite bestuursmandaten opneemt of bestuursfuncties uitoefent bij de erkende persoon;
c) hij bloed- of aanverwant in de rechte lijn tot en met de derde graad en in de zijlijn tot en met de vierde graad is met de opdrachtgever;
d) er financiële banden zijn tussen hem en de opdrachtgever;
e) hij rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gedeeltelijk, gecontroleerd of beheerd wordt door de opdrachtgever.