Art. 2.14.1.1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op elektromagnetische golven met een frequentie tussen 10 MHz en 10 GHz, afkomstig van vast en tijdelijk opgestelde zendantennes.

 

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op elektromagnetische golven die afkomstig zijn van :

 

mobiele zendantennes;

medische apparatuur en industriėle toepassingen voor de ruimte waarin de bron van de elektromagnetische golven zich bevindt.

 

Voor vast opgestelde zendantennes die gebruikt worden om de veiligheid van de luchtvaart te garanderen kan een uitzondering gevraagd worden aan de minister als een beperking van het vermogen van de vast opgestelde zendantennes in strijd is met de internationale normen en regelgeving inzake de veiligheid van de luchtvaart (ICAO).