Art. 2.

Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:

- grondwater : al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of de ondergrond staat;
- grondwaterwinning: alle putten, opvangplaatsen, draineerinrichtingen, bronbemalingen en over het algemeen alle werken en installaties die tot doel of tot gevolg hebben grondwater op te vangen, met inbegrip van het opvangen van bronnen op het uitvloeiingspunt en het tijdelijk of bestendig verlagen van de grondwatertafel ingevolge grondwerken;
- waterwingebied: het geografisch gebied dat overeenkomstig artikel 3, 2°, is afgebakend en waar kunstwerken en inrichtingen zijn of zullen worden gevestigd voor het winnen en vergaren van grondwater, hoofdzakelijk bestemd voor de drinkwatervoorziening;
- beschermingszone: het geografisch gebied dat overeenkomstig artikel 3, 2°, is afgebakend om het grondwater in het waterwingebied tegen verontreiniging te vrijwaren;
- direkt lozen: het toevoegen of verspreiden van stoffen in het grondwater zonder doorsijpeling in de bodem of de ondergrond;
- indirekt lozen: het toevoegen of verspreiden van stoffen, in het grondwater na doorsijpeling in de bodem of de ondergrond. De hoogste grondwaterstand in het gebied is steeds bepalend voor het vaststellen van een direkte of indirekte lozing;
- bodem: het bovenste, losse deel van de aardkost, dat de wortelzone omvat;
- ondergrond: het gedeelte van de aardkost dat onder de bodem gelegen is;
- verontreiniging: het door de mens direkt of indirekt lozen van stoffen of energiedragers in het grondwater, die een gevaar inhouden voor de drinkwatervoorziening, de natuurlijke ecosystemen of andere vormen van rechtmatig gebruik van grondwater.
- hydrogeologische hoofdeenheid : een opeenvolging van geologische lagen die globaal dezelfde hydrologische eigenschappen bezitten. De hydrogeologische hoofdeenheden zijn opgesomd in de bijlage gevoegd bij dit decreet.
- afgesloten watervoerende laag : watervoerende laag die voorkomt onder één van de volgende afsluitende hydrogeologische hoofdeenheden die gekenmerkt worden door de unieke code 0300, 0500, 0700 of 0900 zoals weergegeven in bijlage bij dit decreet. De Vlaamse Regering legt deze gebieden op kaart vast. Daarbij wordt er voor gezorgd dat elke winning eenduidig is vastgelegd.