Art. 4.6.3bis.

1.

De initiatiefnemer gaat de aanzienlijke gevolgen voor het milieu van de tenuitvoerlegging van plannen en programma’s na, onder meer om onvoorziene negatieve gevolgen in een vroeg stadium te kunnen identificeren en de passende herstellende maatregelen te kunnen nemen.

2.

Om te voldoen aan de bepalingen van paragraaf 1 kunnen, als dat passend is, de bestaande monitoringsregelingen worden gebruikt om overlapping van monitoring te vermijden.

3.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de monitoring.