Onderafdeling 2.5.2.4.
Plannen


Art. 2.5.2.4.1.

§ 1.

Als het niveau van verontreinigende stoffen in de lucht in bepaalde zones of agglomeraties een grenswaarde of streefwaarde, in beide gevallen verhoogd met de toepasselijke overschrijdingsmarge, overschrijdt, worden voor die zones en agglomeraties luchtkwaliteitsplannen vastgesteld om de desbetreffende grenswaarde of streefwaarde, vermeld in bijlage 2.5.3.11 en 2.5.3.14, te bereiken.

 

In geval van overschrijding van grenswaarden waarvoor het uiterste tijdstip voor naleving al is verstreken, worden in de luchtkwaliteitsplannen passende maatregelen opgenomen, zodat de periode van overschrijding zo kort mogelijk kan worden gehouden. De luchtkwaliteitsplannen kunnen bovendien maatregelen omvatten die gericht zijn op de bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals kinderen.

 

De luchtkwaliteitsplannen omvatten ten minste de gegevens, vermeld in bijlage 2.5.3.15, deel A, en kunnen maatregelen omvatten overeenkomstig artikel 2.5.2.4.2. De plannen worden, nadat ze door de Vlaamse Regering zijn vastgesteld, onverwijld, maar uiterlijk twee jaar na het einde van het jaar waarin de eerste overschrijding is vastgesteld, door de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging, via de geëigende kanalen aan de Europese Commissie meegedeeld.

 

Als voor verschillende verontreinigende stoffen een plan moet worden opgesteld of uitgevoerd, worden, waar passend, geïntegreerde luchtkwaliteitsplannen opgesteld en uitgevoerd voor alle verontreinigende stoffen in kwestie.

 

§ 2.

Er wordt gezorgd voor, voor zover dat uitvoerbaar is, samenhang met andere plannen of programma’s die vereist zijn krachtens artikel 2.10.3 en artikel 2.2.4.4, om de relevante milieudoelstellingen te bereiken.


Art. 2.5.2.4.2.

§ 1.

Als in een bepaalde zone of agglomeratie het risico bestaat dat de niveaus van verontreinigende stoffen een of meer alarmdrempels, vermeld in de bijlage 2.5.3.12, zullen overschrijden, worden actieplannen opgesteld die op korte termijn te nemen maatregelen bevatten om het risico van overschrijding of de duur ervan te beperken. Als dat risico geldt voor een of meer van de grenswaarden of streefwaarden, vermeld in de bijlage 2.5.3.7, 2.5.3.11 en 2.5.3.14, kunnen, als dat passend is, ook kortetermijnactieplannen worden opgesteld.

 

Als evenwel een risico bestaat dat de alarmdrempel voor ozon, vermeld in bijlage 2.5.3.12, deel B, zal worden overschreden, worden kortetermijnactieplannen alleen opgesteld als er, rekening houdend met de nationale geografische, meteorologische en economische omstandigheden, substantiële mogelijkheden bestaan om het risico, de duur of de ernst van een dergelijke overschrijding te verminderen. Als een kortetermijnactieplan wordt opsteld, wordt rekening gehouden met Beschikking 2004/279/EG van de Commissie van 19 maart 2004 betreffende een leidraad voor de uitvoering van Richtlijn 2002/3/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende ozon in de lucht.

 

§ 2.

De kortetermijnactieplannen, vermeld in paragraaf 1, kunnen, naargelang van het geval, voorzien in effectieve maatregelen om activiteiten die bijdragen tot het risico op overschrijding van de respectieve grenswaarden, streefwaarden of alarmdrempels, te beheersen en indien nodig op te schorten. De actieplannen kunnen maatregelen voor het verkeer van motorvoertuigen, bouwwerkzaamheden, voor anker liggende schepen en het gebruik van industriële installaties of producten, en de verwarming van woningen behelzen. In het kader van die plannen kunnen ook specifieke acties voor de bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals kinderen, in overweging worden genomen.

 

§ 3.

Als een kortetermijnactieplan is opgesteld, worden de resultaten van onderzoeken naar de haalbaarheid en de inhoud van de specifieke kortetermijnactieplannen, alsook gegevens over de uitvoering van die plannen beschikbaar gesteld voor de bevolking en voor belanghebbende organisaties, zoals milieuorganisaties, consumentenorganisaties, organisaties die de belangen van kwetsbare bevolkingsgroepen behartigen, andere organen die bij de gezondheidszorg betrokken zijn, en de belanghebbende vakverenigingen.


Art. 2.5.2.4.3.

Onverminderd artikel 2.5.2.4.2, § 3 worden de plannen en programma’s, vermeld in deze onderafdeling, en elke wijziging of herziening ervan, als volgt opgesteld :

de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging stelt het ontwerpplan en -programma op, wijzigt of herziet de bestaande plannen en programma’s en kan daarbij de meest belanghebbende overheidsorganen, instellingen, privaatrechtelijke organisaties en sociale en maatschappelijke groeperingen betrekken. Het ontwerp van plan of programma of het ontwerp van wijziging of herziening wordt vervolgens bekendgemaakt aan het publiek, zoals bepaald in 2° en 3°; 
2°  het ontwerp van plan of programma of het ontwerp van wijziging of herziening wordt, na goedkeuring door de Vlaamse Regering, door de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging, bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging zorgt ook voor de actieve consultatie van het publiek via de voor haar gebruikelijke kanalen, zoals elektronische middelen en media, waaronder de publicatie in twee kranten, en via de website van de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging. Bij de bekendmaking wordt er gewezen op het recht op inspraak van het publiek in de besluitvorming over de plannen en programma’s, en wordt er vermeld aan welke instantie vragen en opmerkingen als vermeld in dit artikel gericht moeten worden. Gedurende een termijn van een maand, die ingaat op de dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, kan het publiek bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging; 
3°  tegelijkertijd met de bekendmaking ervan wordt het ontwerp bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen en aan de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen een vervaltermijn van een maand nadat ze het ontwerp hebben ontvangen. Die adviezen zijn niet bindend; 
4°  het plan of programma of de wijziging of herziening ervan wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering, rekening houdend met de gegeven adviezen en met de ingediende bezwaren of opmerkingen. Als de Vlaamse Regering het door de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen of door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen uitgebrachte advies, of de door het publiek ter kennis gebrachte bezwaren en opmerkingen geheel of gedeeltelijk niet volgt, verantwoordt ze dat in een verslag, gevoegd bij bekendmaking vermeld in punt 5°; 
5°  het plan of programma of de wijziging of herziening ervan wordt samen met het verslag, vermeld in punt 4°, bekendgemaakt aan het publiek via de publicatie in twee kranten en via de website van de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging. Het plan of programma wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. 

 

 


Art. 2.5.2.4.4.

Als een alarmdrempel, grenswaarde of streefwaarde, verhoogd met de toepasselijke overschrijdingsmarge, of een langetermijndoelstelling wordt overschreden ten gevolge van aanzienlijk grensoverschrijdend transport van verontreinigende stoffen of de precursoren daarvan, wordt met de landen in kwestie samengewerkt en worden, indien mogelijk, gezamenlijke activiteiten ontplooid, zoals het opstellen van gezamenlijke of gecoördineerde luchtkwaliteitsplannen overeenkomstig artikel 2.5.2.4.1, om de overschrijdingen op te heffen door passende maar evenredige maatregelen uit te voeren.

 

De Europese Commissie wordt uitgenodigd om bij samenwerkingsactiviteiten vermeld in lid 1 aanwezig te zijn en daaraan haar medewerking te verlenen.

 

Als dat opportuun is overeenkomstig artikel 2.5.2.4.2 wordt overgegaan tot het opstellen en uitvoeren van gezamenlijke kortetermijnactieplannen die naburige zones in andere landen bestrijken. De Vlaamse minister zorgt ervoor dat als naburige zones in andere landen kortetermijnactieplannen hebben ontwikkeld, ze alle relevante gegevens ontvangen.

 

Als de informatiedrempel of de alarmdrempels worden overschreden in zones of agglomeraties in de nabijheid van nationale grenzen, worden zo snel mogelijk door de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu gegevens verstrekt aan de bevoegde instanties van het naburige land in kwestie. Die gegevens worden ook aan de bevolking ter beschikking gesteld.

 

Bij het opstellen van plannen overeenkomstig lid 1 en 3 en bij het verstrekken van informatie aan de bevolking overeenkomstig lid 4 wordt, als dat opportuun is, gestreefd naar samenwerking met derde landen en met name met kandidaat-lidstaten van de Europese Unie.