Hoofdstuk I.
Bescherming van het grondwater.


Art. 3.

§ 1

Om het grondwater te beschermen, met het oog op het eventueel gebruik ervan voor de drinkwatervoorziening, kan de Vlaamse regering volgende maatregelen nemen :

in geheel het Vlaamse Gewest of in delen ervan het direkt of indirekt lozen, het deponeren of opslaan op of in de bodem van stoffen die het grondwater kunnen verontreinigen, verbieden, reglementeren of aan een vergunning onderwerpen;
om reden van openbaar nut, waterwingebieden en beschermingszones afbakenen;
in de waterwingebieden en beschermingszones volgende zaken verbieden, reglementeren of aan een vergunning onderwerpen :
a) het vervoeren, opslaan, deponeren, afvoeren, bedelven, storten, direkt of indirekt lozen en uitstrooien van stoffen die het grondwater kunnen verontreinigen;
b) de kunstwerken, werken en werkzaamheden, alsmede de wijzigingen in de grond of de ondergrond die een gevaar voor verontreiniging van het grondwater kunnen inhouden.

 

 

§ 2

De maatregelen genomen in uitvoering van § 1, 2° en 3°, hebben verordenende kracht.


Art. 4. [...]

Art. 5.

De exploitant van de waterwinning is in de overeenkomstig artikel 3, 2° afgebakende waterwingebieden en beschermingszones, belast met de bescherming van het grondwater.


De Vlaamse regering kan de exploitant van de waterwinning machtigen om door onteigening ten algemene nutte de voor de uitvoering van dit decreet onontbeerlijke onroerende goederen te verwerven.


Art. 6.

§ 1

De Vlaamse regering :

- bepaalt de wijze waarop en de termijnen waarbinnen de aanvragen om vergunning ter uitvoering van de krachtens artikel 3, 1° en 3°, van dit decreet genomen besluiten, worden ingediend en onderzocht;
- wijst de openbare bestuursorganen aan, die beslissen over deze aanvragen, waarbij in ieder afzonderlijk geval een weigering moet gemotiveerd worden of bijzondere voorwaarden kunnen opgelegd worden.
Deze beslissing wordt slechts definitief wanneer is vastgesteld dat de opgelegde voorwaarden zijn nagekomen. De Vlaamse regering bepaalt de bijzonderheden en de termijnen van die vaststelling;
- de wijze waarop en de termijnen waarbinnen beroep kan aangetekend worden tegen de beslissing van het bevoegde openbare bestuursorgaan.

 

 

§ 2

Deze vergunning doet geen afbreuk aan de rechten van derden. Zij kan steeds door het bevoegde openbare bestuursorgaan of de Vlaamse regering bij een met reden omklede beslissing ingetrokken worden, wanneer de opgelegde voorwaarden niet worden nageleefd. Er kunnen ook steeds nieuwe voorwaarden opgelegd worden.

 

§ 3

Het bevoegde openbare bestuursorgaan beslist over de beroepen tegen een weigering binnen zestig dagen na afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat.


Art. 7.

§ 1

De Vlaamse regering bepaalt nadere regelen betreffende de vaststelling en afbakening van de waterwingebieden en de beschermingszones.

 

§ 2

Alvorens de afbakening van de waterwingebieden en beschermingszones vast te stellen, wordt een openbaar onderzoek ingesteld. Daartoe worden volgende stukken gedurende dertig dagen ter inzage gelegd op het gemeentehuis van de gemeenten, geheel of gedeeltelijk gelegen in bedoelde waterwingebieden en beschermingszones :

1. een kaart met nauwkeurige afbakening van de voorgestelde waterwingebieden en beschermingszones;
2. een lijst van de kadastrale percelen gelegen binnen de af te bakenen waterwingebieden en beschermingszones met opgave van naam en adres van de eigenaars;
3. opgave van wijzigingen, stopzettingen, omschakelingen, herstellingen en beperkingen die kunnen voortspruiten uit de in artikel 3, 3° bedoelde maatregelen.


Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking aan het gemeentehuis en publikatie in drie lokale dag- of weekbladen, met vermelding van begin- en einddatum van het openbaar onderzoek.

 

Bezwaren en opmerkingen kunnen schriftelijk worden medegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen of een daartoe aangewezen persoon voor het einde van deze termijn, ofwel mondeling op de plaats, dag en uur, vermeld in het bericht van bekendmaking.

 

De eigenaars bedoeld in punt 2 van deze paragraaf worden bij aangetekend schrijven in kennis gesteld van de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek.

 

Binnen vijftien dagen na beëindiging van het openbaar onderzoek maakt het college van burgemeester en schepenen het dossier, aangevuld met zijn advies, over aan de deputatie.

 

Indien de Vlaamse regering beslist tot afbakening, wordt aan de betrokken gemeentebesturen een exemplaar van het bundel toegestuurd, dat altijd ter inzage is op het gemeentehuis.

 

De Vlaamse regering bepaalt alle andere regelen, noodzakelijk bij dit openbaar onderzoek.


Art. 8.

§ 1

Wanneer als gevolg van maatregelen, genomen in uitvoering van artikel 3, 3°, van dit decreet gebouwen, inrichtingen of kunstwerken moeten worden gewijzigd of gesloopt of wanneer werken, werkzaamheden of wijzigingen in of op de bodem of de ondergrond moeten stopgezet, beperkt, omgeschakeld of in de oorspronkelijke staat hersteld worden, is de eigenaar of exploitant er slechts toe gehouden deze verplichting na te komen, wanneer diegene, aan wie de bescherming ten goede komt, hierom verzoekt.


In dit geval wordt de rechtstreekse materiële schade, die door de eigenaar of de exploitant wordt geleden, vergoed ten laste van diegene aan wie de bescherming ten goede komt.

 

§ 2

De bepalingen van § 1 zijn van toepassing op de gebouwen, inrichtingen, kunstwerken en werkzaamheden, alsmede de wijzigingen in of op de bodem of de ondergrond, die bestaan of uitgeoefend worden op het ogenblik dat het in artikel 7 van dit decreet bepaalde openbaar onderzoek wordt ingesteld en voor zover ze op dat ogenblik beantwoorden aan alle geldende wettelijke en reglementaire beschikkingen ter zake.

 

§ 3

Het recht op vergoeding bedoeld in § 1 van dit artikel ontstaat slechts vanaf het ogenblik dat diegene aan wie de bescherming ten goede komt, de eigenaar of exploitant per aangetekend schrijven verzoekt om wijziging of sloping van de gebouwen, inrichtingen of kunstwerken of om de stopzetting, beperking of omschakeling van werken of werkzaamheden of om het herstel in de oorspronkelijke staat van wijzigingen in de grond of de ondergrond, vermeld in § 2 van dit artikel.

 

§ 4

Op straffe van verval, dient de vordering tot schadevergoeding, bepaald in dit artikel, te worden ingediend binnen drie jaar na het in § 3 bedoelde verzoek.