Hoofdstuk II.
Reglementering voor het gebruik van grondwater


Art. 9.

De Vlaamse regering kan:

1 aan een vergunning of melding onderwerpen en de voorwaarden opleggen voor het aanleggen, wijzigen, verbouwen en exploiteren van bestaande of nieuwe grondwaterwinningen, in het bijzonder de voorwaarden betreffende de bescherming en het behoud van de grondwaterlagen en van de openbare en private bovengrondse eigendommen. Hierbij worden in ieder geval de economische, landbouwkundige, ecologische en stabiliteitsaspecten in aanmerking genomen;
2 het gebruik reglementeren van grondwater, dat beschikbaar komt bij werken, inzonderheid bij het ontginnen van mijnen, groeven en graverijen.
3

bepalen dat het aanleggen, wijzigen of verbouwen van een constructie die gebruikt kan worden als grondwaterwinning enkel mag gebeuren door een daartoe erkende persoon ongeacht of dit gebeurt voor eigen rekening dan wel voor rekening van derden.

De erkenning, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld via de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Zij kan tevens aan de erkende personen verplichtingen opleggen, met inbegrip van de verplichting tot aanleggen, bijhouden en jaarlijks indienen bij de bevoegde overheid van een register van de door hem aangelegde, gewijzigde en/of verbouwde constructies die gebruikt kunnen worden als grondwaterwinningen; zij kan de gegevens bepalen die voormeld register dient te bevatten.


Art. 10.

De Vlaamse regering stelt de voorwaarden vast waarop een algemene telling van de grondwatervoorraden zal geschieden.