Hoofdstuk III.
Toezicht


Art. 11.

Voor dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen het toezicht, het onderzoek, de vaststelling en de bestraffing van de milieu-inbreuken en milieumisdrijven, alsook het nemen van bestuurlijke maatregelen en veiligheidsmaatregelen, volgens de regels, vermeld in titel XVI, hoofdstuk III tot en met VII, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tenzij het uitdrukkelijk anders wordt bepaald in artikel 29 van dit decreet.


Art. 12.

Het nemen van monsters en hun ontleding wordt verricht door een laboratorium dat daartoe in het Vlaamse Gewest is erkend met toepassing van de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, onder vrijwaring van de rechten van de verdediging, de wijze waarop de monsters worden genomen. Ze kan eveneens de ontledingsmethodes vaststellen.


Art. 13. [...]