Art. 11.

Voor dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen het toezicht, het onderzoek, de vaststelling en de bestraffing van de milieu-inbreuken en milieumisdrijven, alsook het nemen van bestuurlijke maatregelen en veiligheidsmaatregelen, volgens de regels, vermeld in titel XVI, hoofdstuk III tot en met VII, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tenzij het uitdrukkelijk anders wordt bepaald in artikel 29 van dit decreet.