Art. 12.

Het nemen van monsters en hun ontleding wordt verricht door een laboratorium dat daartoe in het Vlaamse Gewest is erkend met toepassing van de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, onder vrijwaring van de rechten van de verdediging, de wijze waarop de monsters worden genomen. Ze kan eveneens de ontledingsmethodes vaststellen.