K.B. producteisen houtpellets
Koninklijk besluit van 5 april 2011 tot bepaling van de eisen waaraan houtpellets moeten voldoen om gebruikt te worden als brandstof voor niet-industriële verwarmingstoestellen

Gelet op de Grondwet, de artikelen 37 en 108;
Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, artikel 5, § 1, 1°, 3°, 5°, 6°, 10° en 11°;
Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn, in het kader van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu van 16 februari 2009;
Gelet op het advies van de Hoge Gezondheidsraad, gegeven op 12 mei 2009;
Gelet op het advies van de Raad voor het Verbruik, gegeven op 14 mei 2009;
Gelet op het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, gegeven op 27 mei 2009;
Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 17 juni 2009;
Gelet op de notificatie aan de Europese Commissie, gegeven op 6 juli 2009;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 mei 2010;
Gelet op advies 48.459/3 van de Raad van State, gegeven op 12 juli 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
(...)

Artikel 1.
Dit besluit heeft als doel het vastleggen van de voorwaarden voor het op de markt brengen van de houtpellets bestemd als brandstof voor ketels en kachels met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of lager dan 300 kW.


Definities


Art. 2.
Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder:
niet-industrieel verwarmingstoestel: elk verwarmingstoestel waarop het koninklijk besluit van 12 oktober 2010 tot regeling van de minimale eisen van rendement en emissieniveaus van verontreinigende stoffen voor verwarmingsapparaten voor vaste brandstoffen betrekking heeft;
biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;
gevaarlijke stof: stoffen zoals vermeld in artikel 2, punt 7, van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid;
hernieuwbare vaste brandstof: alle vaste brandstof die gemaakt wordt uit 100 % biomassa die niet vervuild is door gevaarlijke stoffen;
houtpellets: hernieuwbare vaste gecompacteerde brandstof afkomstig van vermalen houtige biomassa, met of zonder organisch bindmiddel, meestal cilindervormig met een willekeurige lengte van 3,15 ā 45 mm, en met afgebroken uiteinden;
organisch bindmiddel: organische stoffen die toegevoegd zijn vķķr of tijdens het compacteringsproces om de cohesie van het product te verhogen, terwijl alle overige parameters ongewijzigd blijven; bijvoorbeeld zetmeel of melasse;
niet chemisch behandeld hout: hout dat niet behandeld werd door toevoeging van lijm, lak, verf, impregnatie, behandeling ter bestrijding van fungiciden, enz.
etiket van gecertificeerde kwaliteit: etiket waardoor de verbruiker kennis neemt van de gecertificeerde eisen van de houtpellets;
erkend laboratorium: geaccrediteerd laboratorium in het kader van dit besluit;
10°
bevoegde overheid: Het Directoraat-generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
11°
bevoegde dienst: De Inspectiedienst van het Directoraat-generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.


Voorwaarden voor het op de markt brengen


Art. 3.

§ 1

Het is verboden houtpellets op de markt te brengen die:
niet beantwoorden aan de productnormen van artikel 5;
niet voorzien zijn van het etiket van gecertificeerde kwaliteit.

§ 2

De bevoegde overheid erkent de kwaliteitskeuren gecertificeerd door andere lidstaten van de Europese Unie.

§ 3

De gecertificeerde kwaliteitskeuren bedoeld in § 2 moeten worden vermeld op alle pelletszakken.


Etiket van gecertificeerde kwaliteit


Art. 4.

§ 1

Het etiket van gecertificeerde kwaliteit bevat minimum de volgende informatie:
de naam van de fabrikant of zijn in de Europese Unie gevestigde gemachtigde;
de oorsprong van biomassa (land(en))
het commerciële merk van de houtpellets;
de zin: “met deze verklaren we dat deze houtpellets in overeenstemming zijn met de eisen van het koninklijk besluit van 5 april 2011 tot bepaling van de eisen waaraan houtpellets moeten voldoen om gebruikt te worden als brandstof voor niet-industriële verwarmingstoestellen”;
de vochtigheid in % van de vochtige massa;
het asgehalte in % van de droge massa;
de verbrandingswaarde in MJ/kg, berekend op basis van de vochtigheid en het asgehalte;
de lengte in mm;
de doorsnede in mm;
het gehalte aan fijne fractie in % in de verkooppunten;
mechanische weerstand in % of wel
afslijten;
de fabricagedatum volgens het formaat dd/mm/jjjj.

§ 2

Wanneer de houtpellets op de markt worden gebracht in zakken, moet het etiket van de gecertificeerde kwaliteit zichtbaar en leesbaar worden aangebracht op alle zakken.
In het geval van het op de markt brengen in bulk moet een etiket dat de gecertificeerde kwaliteit bewijst overgemaakt worden aan de klant samen met zijn factuur.

§ 3

De etiketten zijn gesteld in de taal of de talen van het taalgebied waar de houtpellets op de markt gebracht worden.


Productnormen


Art. 5.

§ 1

In overeenstemming met artikel 4, § 1, moeten de houtpellets beantwoorden aan de volgende duurzame voorwaarden voor de oorsprong van hout, nodig voor de productie en de volgende technische eisen:
1. Duurzaamheid
Oorsprong van hout: hout dat wordt gebruikt voor de productie van pellets moet chemisch onbehandeld hout bevatten en afkomstig zijn van werkzaamheden uit duurzaam bosbeheer zoals die met het FSC- en PEFC-label. Andere labels kunnen gebruikt worden zolang ze dezelfde doelstellingen rond duurzaam bosbeheer respecteren als de labels FSC en PEFC.
2. Technische eisen
a.
Vochtigheid in % van vochtige massa: < 10 % gemeten in overeenstemming met de norm EN 14774-2
b.
Asgehalte op basis van droge massa: < 1,5 % gemeten in overeenstemming met de norm EN 14775
c.
Verbrandingswaarde bereken op basis van de vochtigheid en van het asgehalte: ≥ 16,3 MJ/kg gemeten in overeenstemming met de norm EN 14918, CEN/TS 15234 annex E formula 2
d.
Lengte (l) *: 3,15 ≤ l ≤ 40 mm gemeten in overeenstemming met de norm prEN 14961-2 (*5 % van pellets met L > 40 mm worden aanvaard, L max = 45 mm)
e.
Doorsnede (d): 5 ≤ d < 9 mm gemeten in overeenstemming met de norm prEN 14961-2
f.
Gehalte fijne fractie (in de verkooppunten): ≤ 2 % gemeten in overeenstemming met de norm CEN/TS 15149-2
g.
Of mechanische weerstand (af fabriek): ≤ 97,5 % gemeten in overeenstemming met de norm EN 15210-1
Of afslijten: < 2,3 gemeten in overeenstemming met de norm DIN 51731
h.
Gehalte fijne fractie (productie-eenheid): ≤ 1 % gemeten in overeenstemming met de norm CEN/TS 15149-2
i.
Dichtheid in bulk: ≥ 600 kg / m3 gemeten in overeenstemming met de norm EN 15103
j.
Bindmiddel (wordt door de producent van houtpellets aangegeven): < 2 % gemeten in overeenstemming met de norm prEN 14961-2
k.
Zwavelgehalte (S) op basis van droge stof: ≤ 0,03 % gemeten in overeenstemming met de norm CEN/TS 15289
l.
Stikstof gehalte (N): ≤ 0,5 % gemeten in overeenstemming met de norm CEN/ TS 15289
m.
Chloor gehalte (Cl): ≤ 0,02 % gemeten in overeenstemming met de norm EN 15103
n.
Arseen (As): ≤ 1,0 mg/kg gemeten in overeenstemming met de norm prEN15297
o.
Cadmium (Cd): ≤ 0,5 mg/kg gemeten in overeenstemming met de norm prEN15297
p.
Chroom (Cr): ≤ 10 mg/kg gemeten in overeenstemming met de norm prEN15297
q.
Koper (Cu): ≤ 10 mg/kg gemeten in overeenstemming met de norm prEN15297
r.
Lood (Pb): ≤ 10 mg/kg gemeten in overeenstemming met de norm prEN15297
s.
Kwik (Hg): ≤ 0,1 mg/kg gemeten in overeenstemming met de norm prEN15297
t.
Nickel (Ni): ≤ 10 mg/kg gemeten in overeenstemming met de norm prEN 15297
u.
Zink (Zn): ≤ 100 mg/kg gemeten in overeenstemming met de norm prEN15297

§ 2

De metingen en testmethoden inzake houtpellets moeten conform de normen vermeld in bijlage 1 uitgevoerd worden.


Markttoezicht


Art. 6.

§ 1

De erkende laboratoria maken zich bekend bij de minister bevoegd voor Leefmilieu.

§ 2

Laboratoria die reeds erkend zijn in het kader van de DIN+- en ÖNORM-certificering of andere, worden erkend door BELAC.

Art. 7.

§ 1

De bevoegde dienst gaat over tot controles van de productie binnen de productie-eenheden en in de verkooppunten.

§ 2

Om de conformiteit van houtpellets te waarborgen, moeten de te volbrengen proeven en metingen door een erkend laboratorium worden uitgevoerd

§ 3

In geval van controles van de productie binnen de productie-eenheden, onderneemt de bevoegde dienst minstens één maal per jaar een onvoorziene controle. De parameters van artikel 5 dienen volgens de voorziene normen en door een erkend laboratorium geanalyseerd te worden.
De procedure voor het nemen van stalen wordt volbracht in overeenkomst met de methodes in de normen NBN CEN/TS 14778 en 14779 uitgevoerd.
Het groeperen en in zakken stoppen van houtpellets worden als productieactiviteiten beschouwd.

§ 4

In geval van toezicht op de verkooppunten controleert de bevoegde dienst de zakken houtpellets minstens één maal per jaar. Aan het eind van de proeven en metingen, vermeld in § 2, moeten drie stalen houtpellets, die elk 15 kg wegen en die willekeurig zijn uitgekozen, kosteloos ter beschikking van de bevoegde dienst worden gesteld.
Die plakt verzegelingen op de drie stalen. Het tweede en het derde staal worden bewaard in het verkooppunt door de distributeur.
Voor tegenexpertise worden het tweede en het derde staal gekeurd. In dit laatste geval zijn alle kosten ten laste van de distributeur.

§ 5

Het erkende laboratorium maakt het verslag van de analyses over aan de bevoegde overheid.

§ 6

In geval van niet-conformiteit met artikel 3, § 1, wordt de bevoegde dienst ermee belast alle betrokken houtpellets uit de handel te doen nemen.
De betrokken houtpellets zullen op basis van hun fabricagedatum geīdentificeerd worden.


Slotbepalingen


Art. 8.
De bevoegde overheid publiceert regelmatig:
de lijst van de merken van houtpellets in overeenstemming met dit besluit. Deze lijst is toegankelijk op de webstek van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, www.health.fgov.be, Milieu, Duurzame productie en consumptie, producten;
de lijst van de verkooppunten van de houtpellets.

Art. 9.
Dit besluit treedt in werking drie maanden na datum waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt gepubliceerd.

Art. 10.
De minister bevoegd voor Leefmilieu en ken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage I.
Tabel van de eisen van houtpellets in toepassing van artikel 5, § 1

De metingen en testmethoden inzake houtpellets moeten conform de volgende normen uitgevoerd worden:
 –  EN 14961-1:2010: Solid biofuels vaste biobrandstoffen – Fuel specifications and classes
 –  EN 14774-1, Solid biofuels – Methods for the determination of moisture content – Oven dry method – Part 1: Total moisture – Reference method
 –  EN 14774-2, Solid biofuels – Methods for the determination of moisture content – Oven dry method – Part 2: Total moisture – Simplified procedure
 –  EN 14775, Solid biofuels – Methods for the determination of ash content
 –  prEN 15370, Solid Biofuels – Methods for the determination of ash melting behaviour – Part 1: Characteristic temperatures method
 –  CEN/TS 14778-1, Solid Biofuels – Methods for sampling
 –  CEN/TS 14779, Solid Biofuels – Methods for preparing sampling plans and sampling certificates
 –  CEN/TS 14780, Solid Biofuels – Methods for sample reduction
 –  EN 14918, Solid Biofuels – Method for the determination of calorific values
 –  EN 15103, Solid Biofuels – Methods for the determination of bulk density
 –  prEN 15104, Solid Biofuels – Determination of carbon, hydrogen and nitrogen – Instrumental method
 –  CEN/TS 15105, Solid Biofuels – Methods for the determination of the water soluble content of chloride, sodium and potassium
 –  CEN/TS 15149-2, Solid Biofuels – Methods for the determination of particle size distribution – Part 2: Vibrating screen method for small particles using screen apertures of 3,15 mm and below
 –  EN 15210-1, Solid Biofuels – Methods for the determination of mechanical durability of pellets and briquettes – Part 1: Pellets
 –  CEN/TS 15234, Solid Biofuels – Fuel quality assurance
 –  prEN 15297, Solid Biofuels – determination of minor elements