Bijlage I.
Typen natuurlijke habitats van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is


[Interpretatie
Aanwijzigingen voor de interpretatie van habitattypes vindt men in de “Interpretation Manual of European Union Habitats” zoals goedgekeurd door het Comitť opgericht volgens art.†20 (Habitat Comitť) en gepubliceerd door de Europese Commissie (1) .
De code komt overeen met de code van NATURA 2000
Het ”*” teken duidt een prioritair habitattype aan.
1. KUSTHABITATS EN HALOFYTENVEGETATIES
11.
Mariene wateren en getijdengebieden
1110
Permanent met zeewater van geringe diepte overstroomde zandbanken
1120
* Posidonia-velden (Posidonion oceanicae)
1130
Estuaria
1140
Bij eb droogvallende slikwadden en zandplaten
1150
* Kustlagunen
1160
Grote, ondiepe kreken en baaien
1170
Riffen
1180
Onderzeese structuren, ontstaan door het opborrelen van gassen
12.
Kliffen en keienstranden
1210
Eenjarige vloedmerkvegetatie
1220
Meerjarige vegetatie van keienstranden
1230
Klifvegetatie van de Atlantische kust en de Oostzeekust
1240
Klifvegetatie van de Middellandse-Zeekust met endemische Limonium spp.
1250
Klifvegetatie van het Macaronesisch gebied
13.
Atlantische en continentale kwelders en schorren
1310
Eenjarige pioniersvegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende soorten
1320
Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae)
1330
Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae)
1340
* Zoutmoerassen in het binnenland
14.
Mediterrane en thermo-atlantische kwelders en schorren
1410
Mediterrane schorren (Juncetalia maritimi)
1420
Mediterrane en thermo-atlantische zoutminnende struikvegetaties (Sarcocornetea fructicosi)
1430
Zout- en stikstofminnende struikvegetaties (Pegano-Salsoletea)
15.
Inlandse zout- en gipssteppen
1510
* Mediterrane zoutsteppen (Limonietalia)
1520
* Iberische gipsvegetaties (Gypsophiletalia)
1530
* Pannonische zoutsteppen en zoutmoerassen
16.
Archipels, kusten en oprijzingsgebieden van de boreale Oostzee
1610
Esker-eilanden van de Oostzee met hun zandstrand-, keienstrand-, rotskustvegetaties en de sublittorale vegetaties
1620
Eilandjes van de boreale Oostzee
1630
* Kustweiden van de boreale Oostzee
1640
Zandstranden met meerjarige vegetatie van de boreale Oostzee
1650
Smalle baaien van de boreale Oostzee
2. ZEEKUST- EN LANDDUINEN
21.
Kustduinen van de Atlantische Oceaan, de Noordzee en de Oostzee
2110
Embryonale wandelende duinen
2120
Wandelende duinen op de strandwal met Ammophila arenaria (“witte duinen”)
2130
* Vastgelegde kustduinen met kruidvegetatie (“grijze duinen”)
2140
* Vastgelegde ontkalkte duinen met Empetrum nigrum
2150
* Atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea)
2160
Duinen met HippophaŽ rhamnoides
2170
Duinen met Salix repens ssp. argentea (Salicion arenariae)
2180
Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied
2190
Vochtige duinvalleien
21A0
Machairs (* in Ierland)
22.
Kustduinen van de Middellandse Zeekust
2210
Vastgelegde kustduinen van Crucianellion maritimae
2220
Duinen met Euphorbia terracina
2230
Duingrasland van Malcolmietalia
2240
Duingrasland van Brachypodietalia en eenjarige planten
2250
* Littorale jeneverbesbosjes (Juniperus spp.)
2260
Sclerofiele duinvegetatie van het Cisto-Lavanduletalia
2270
* Duinbossen met Pinus pinea en/of Pinus pinaster
23.
Oude, ontkalkte landduinen
2310
Psammofiele heide met Calluna en Genista
2320
Psammofiele heide met Calluna en Empetrum nigrum
2330
Open grasland met Corynephorus- en Agrostis-soorten op landduinen
2340
* Pannonische binnenlandse duinen
3. ZOETWATERHABITATS
31.
Stilstaande wateren
3110
Mineraalarme oligotrofe wateren van de Atlantische zandvlakten (Littorelletalia uniflorae)
3120
Mineraalarme oligotrofe wateren van de zandvlakten in het westelijke Middellandse-Zeegebied met Isoetes-soorten.
3130
Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of IsoŽto-Nanojuncetea
3140
Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties
3150
Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition
3160
Dystrofe natuurlijke poelen en meren
3170
* Niet-permanente poelen in het Middellandse-Zeegebied
3180
* Turloughs
3190
Gipskarstmeren
31A0
* Lotusvelden in warmwaterbronnen in TranssylvaniŽ
32.
Stromende wateren – delen van waterlopen met een natuurlijke of halfnatuurlijke dynamiek (kleine, middelgrote en grote beddingen) waarvan de waterkwaliteit niet significant aangetast is
3210
Natuurlijke rivieren van FennoscandinaviŽ
3220
Alpiene rivieren met oevervegetatie van kruidachtige planten
3230
Alpiene rivieren met houtige oevervegetatie met Myricaria germanica
3240
Alpiene rivieren met houtige oevervegetatie met Salix elaeagnos
3250
Continu stromende mediterrane rivieren met Glaucium flavum
3260
Submontane en laagland rivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion
3270
Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodietum rubri p.p. en Bidention p.p.
3280
Continu stromende mediterrane rivieren behorend tot het Paspalo-Agrostidion met rivierbossen met Salix spp. en Populus alba
3290
Mediterrane rivieren met periodiek stromend water behorend tot het Paspalo-Agrostidion
32A0
Tufsteenwatervallen in karstrivieren in de Dinarische Alpen
4. HEIDE- EN STRUIKVEGETATIES VAN DE GEMATIGDE KLIMAATZONE
4010
Noord-Atlantische vochtige heide met Erica tetralix
4020
* Gematigde Zuid-Atlantische vochtige heide met Erica ciliaris en Erica tetralix
4030
Droge Europese heide
4040
* Littorale Atlantische droge heide met Erica vagans
4050
* De endemische heide van het Macaronesische gebied
4060
Alpiene en boreale heide
4070
* Duinbossen met Pinus mugo en/of Rhododendron hirsutum (Mugo-Rhododendretum hirsuti)
4080
Struikvegetaties van subarctische Salix spp.
4090
Endemische heide met Genista anglica in het montane Middellandse-Zeegebied
40A0
* Subcontinentale peri-Pannonische struikvegetatie
40B0
Potentilla fruticosa-kreupelbos in het Rhodope-gebergte
40C0
* Pontisch-Sarmatisch loofverliezend kreupelbos
5. SCLEROFIEL STRUIKGEWAS (MATORRALS)
51.
Submediterraan en gematigd struikgewas
5110
Stabiele xero-thermofiele formaties met Buxus sempervirens op rotshellingen (Berberidion p.p.)
5120
Bergformaties van Cytisus purgans
5130
Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland
5140
* Formaties van Cistus palhinhae op maritieme heide
52.
Mediterrane matorrals met boomlaag
5210
Boomvormige matorrals met Juniperus ssp.
5220
* Boomvormige matorrals met Zyziphus
5230
* Boomvormige matorrals met Laurus nobilis
53.
Thermo-mediterrane en halfsteppe-struikvegetaties
5310
Laurus nobilis-kreupelbos
5320
Lage wolfsmelkvegetaties nabij kliffen
5330
Thermo-mediterrane en halfwoestijn-struikvegetaties
54.
Phrygana-vegetaties
5410
West-mediterrane phrygana's van kliftoppen (Astralago-Plantaginetum subulatae)
5420
Sarcopoterium spinosum phryganas
5430
Endemische phrygana's van het Euphorbio-Verbascion
6. NATUURLIJKE EN HALFNATUURLIJKE GRASLANDEN
61.
Natuurlijke graslanden
6110
* Kalkminnend of basifiel grasland op rotsbodem behorend tot het Alysso-Sedion albi
6120
* Kalkminnend grasland op dorre zandbodem
6130
Grasland op zinkhoudende bodem behorend tot het Violetalia calami-nariae
6140
Silicicool grasland met Festuca eskia in de PyreneeŽn
6150
Boreo-alpien silicicool grasland
6160
Oro-Iberisch grasland met Festuca indigesta
6170
Alpien en subalpien kalkminnend grasland
6180
Mesofiele Macaronesische graslanden
6190
Pannonisch grasland op rotsbodem (Stipo-Festucetalia pallentis)
62.
Halfnatuurlijke droge graslanden met struikopslag
6210
Droge half-natuurlijke graslanden en struikvormende-facies op kalkhoudende bodems (Festuco Brometalia) (*gebieden waar opmerkelijke orchideeŽn groeien)
6220
* Halfsteppen met grassen en eenjarige planten (Thero-Brachypodietea)
6230
* Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa)
6240
* Sub-Pannonisch steppengrasland
6250
* Pannonische steppengraslanden op loess
6260
* Pannonische steppengraslanden op zand
6270
* Soortenrijke, laaggelegen, droge tot mesofiele Fennoscandinavische graslanden
6280
* Noordse Alvar en vlakke pre-Cambrische kalkplateau's
62A0
Oostelijke submediterrane droge graslanden (Scorzoneratalia villosae)
62B0
* Cypriotisch grasland op serpentijngesteente
62C0
* Pontisch-Sarmatische steppen
62D0
Zuurminnende graslanden in het montane Moesia-gebied
63.
Sclerofiele bossen met beweiding (Dehesa's)
6310
Dehesa's met wintergroene Quercus ssp.
64.
Halfnatuurlijke vochtige graslanden met hoge kruiden
6410
Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae)
6420
Mediterraan vochtig grasland met hoge kruiden van het Molinion-Holoschoenion
6430
Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones
6440
Periodiek overstroomd alluviaal grasland van Cnidion dubii
6450
Alluviale Noord-boreale graslanden.
6460
Venige graslanden van Troodos
65.
Mesofiele graslanden
6510
Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)
6520
Hooiland in gebergte
6530
* Fennoscandinavische bosgraslanden
6540
Submediterraan grasland van het Molinion-Holoschoenion
7. VENEN
71.
Hoogveen
7110
* Actief hoogveen
7120
Aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is
7130
Bedekkingsveen (* voor actief veen)
7140
Overgangs- en trilveen
7150
Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion
7160
Mineraalrijke bronnen en bronnen van laagvenen in FennoscandinaviŽ
72.
Laagveen
7210
* Kalkhoudende moerassen met Cladium mariscus en soorten van het Caricion davallianae
7220
* Kalktufbronnen met tufsteenformatie (Cratoneurion)
7230
Alkalisch laagveen
7240
* Alpiene pionierformaties van het Caricion bicoloris-atrofuscae
73.
Boreale venen
7310
* Aapa-veen
7320
* Palsa-veen
8. ROTSACHTIGE HABITATS EN GROTTEN
81.
Puinhellingen
8110
Kiezelhoudende puinhellingen van de montane tot de sneeuwzone (Androsacetalia alpinae en Galeopsietalia ladani)
8120
Kalkhoudende puinhellingen en kalkhoudende leistenen van de montane tot de alpine zone (Thlapsietea rotundifolii)
8130
Thermofiele puinhellingen van het westelijke Middellandse-Zeegebied
8140
Puinhellingen van het oostelijke Middellandse-Zeegebied
8150
Midden-Europese kiezelpuinhellingen van hooggelegen gebieden
8160
* Midden-Europese kalkpuinhellingen van het heuvelgebied tot het montaan gebied
82.
Chasmofytische vegetatie van rotshellingen
8210
Kalkhoudende rotshellingen met rotsvegetaties
8220
Kiezelhoudende rotshellingen met rotsvegetaties
8230
Kiezelhoudende rotsen met pionierformaties van het Sedo-Scleranthion, of van het Sedo albi-Veronicion dillenii
8240
* Naakte, kalkhoudende rotsbodem
83.
Overige rotsachtige habitats
8310
Niet voor publiek opengestelde grotten
8320
Lavavlakten en natuurlijke uitgravingen
8330
Geheel of gedeeltelijk onder het zeeoppervlak gelegen grotten
8340
Permanente gletsjers
9. BOSSEN
Natuurlijke en nagenoeg natuurlijke bossen van inheemse soorten. Het betreft bossen met hoog opstaande bomen, met inbegrip van struiklaag, en een typische ondergroei, die aan de volgende criteria beantwoorden: zij zijn zeldzaam of restanten en/of zij vormen het leefgebied van soorten van communautair belang
90.
Bossen van het Europese boreaal gebied
9010
* Westelijke taiga
9020
* Oude natuurlijke loofbossen van het hemi-boreale deel van Fenno-scandinaviŽ, rijk aan epifyten (Quercus, Tillia, Acer, Fraxinus, Ulmus)
9030
* Natuurlijke bossen van de eerste fasen in de successie op geologisch omhoogrijzende kustgebieden
9040
Noordse subalpiene/subarctische bossen met Betula pubescens ssp. Czerepanovii
9050
Fennoscandinavische bossen met Picea abies met soortenrijke kruidlaag.
9060
Naaldbossen op of in nabijheid van fluvio-glaciale eskers
9070
Fennoscandinavische bosweiden
9080
* Moerasbossen van loofbomen in FennoscandinaviŽ.
91.
Bossen van het Europese gematigd gebied
9110
Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum
9120
Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion)
9130
Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum
9140
Midden-Europese subalpiene beukenbossen met Acer spp. en Rumex arifolius
9150
Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagion
9160
Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eiken-haag-beukbossen behorend tot het Carpinion-betuli
9170
Eiken-haagbeukenbossen behorend tot het Galio-Carpinetum
9180
* Hellingbossen of ravijnbossen behorend tot het Tilio-Acerion
9190
Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur
91A0
Oude eikenbossen van de Britse eilanden met Ilex- en Blechnum spp.
91B0
Warmteminnende essenbossen met Fraxinus angustofolia
91C0
* De Caledonische bossen
91D0
* Veenbossen
91E0
* Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)
91F0
Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis en Ulmus minor, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia, langs de grote rivieren (Ulmenion minoris)
91G0
* Pannonische bossen met Quercus petraea en Carpinus betulus
91H0
* Pannonische bossen met Quercus pubescens
91I0
* Euro-Siberische steppebossen met Quercus spp.
91J0
* Bossen van de Britse eilanden met Taxus baccata
91K0
Illyrische beukenbossen (Aremonio-Fagion)
91L0
Illyrische eiken-haagbeukenbossen (Erythronio-Carpinion)
91M0
Pannonisch-Balkanese bossen met moseik en wintereik
91N0
* Pannonische kreupelbos op landduinen (Junipero-Populetum albae)
91P0
Poolse variant van het zilversparren-lariksbos (Abietetum polonicum)
91Q0
West-Karpatische kalkminnende grovedennenbossen
91R0
Dinarische grovedennenbossen op dolomietbodem (Genisto januensis-Pinetum)
91S0
* West-Pontische beukenbossen
91T0
Midden-Europese korstmos-grovedennenbossen
91U0
Sarmatisch steppe-dennenbos
91V0
Dacische beukenbossen (Symphyto-Fagion)
91W0
Beukenbossen in het Moesia-gebied
91X0
* Beukenbossen in het Dobroedzja-gebied
91Y0
Dacische eiken-haagbeukenbossen
91Z0
Bossen van zilverlinden in het Moesia-gebied
91AA
* Oostelijke witte-eikenbossen
91BA
Zilversparrenbossen in het Moesia-gebied
91CA
Grovedennenbossen in het Rhodope- en het Balkangebergte
92.
Mediterrane winterkale bossen
9210
* Beukenbossen in de Apennijnen met Taxus en Ilex
9220
* Beukenbossen in de Apennijnen met Abies alba en beukenbossen met Abies nebrodensis
9230
De Galicisch-Portugese eikenbossen met Quercus robur en Quercus pyrenaica
9240
Iberische bossen met Quercus faginea en Quercus canariensis
9250
Bossen met Quercus trojana
9260
Bossen met Castanea sativa
9270
Griekse beukenbossen met Abies borisii-regis
9280
Bossen met Quercus frainetto
9290
Cipressenbossen (Acero-Cupression)
92A0
Galerijbossen met Salix alba en Populus alba
92B0
Oeverformaties langs mediterrane waterlopen met periodiek stromend water, met Rhododendron ponticum, Salix spp. en andere
92C0
Bossen van Platanus orientalis en Liquidambar orientalis (Platanion orientalis)
92D0
Zuidelijke galerijbossen en stroombegeleidende struikvegetaties (Nerio-Tamariceteae en Securinegion tinctoriae)
93.
Mediterrane sclerofiele bossen
9310
EgeÔsche bossen met Quercus brachyphylla
9320
Bossen met Olea en Ceratonia
9330
Bossen met Quercus suber
9340
Bossen met Quercus ilex en Quercus rotundifolia
9350
Bossen met Quercus macrolepis
9360
* Laurierbossen op de Macaronesische eilanden (Laurus, Ocotea)
9370
* Palmbossen met Phoenix
9380
Bossen met Ilex aquifolium
9390
* Struikgewas en lage bosvegetatie met Quercus alnifolia
93A0
Bosland met Quercus infectoria (Anagyro foetidae-Quercetum infectoriae)
94.
Naaldbossen van de gematigde bergen
9410
Zuurminnende bossen met Picea van het montane en alpiene gebied (Vaccinio-Picetea)
9420
Alpiene bossen met Larix decidua en/of Pinus cembra
9430
Montane en subalpiene bossen met Pinus uncinata (* op gips- of kalkhoudend substraat)
95.
Naaldbossen van de Mediterrane en Macaronesische bergen
9510
* Bossen van de zuidelijke Apennijnen met Abies alba
9520
Bossen met Abies pinsapo
9530
* (Sub)-mediterrane dennenbossen met endemische zwarte den
9540
Mediterrane dennenbossen van het type endemische mesogeÔsche den
9550
Canarische endemische dennebossen
9560
* Endemische bossen met Juniperus spp.
9570
* Bossen met Tetraclinis articulata
9580
* Mediterrane bossen met Taxus baccata
9590
* Bossen met Cedrus brevifolia (Cedrosetum brevifoliae)
95A0
Hoge dennenbossen in het montane Middellandse-Zeegebied
]
(1)
“De Interpretation Manual of European Union Habitats, version EUR†15/2” goedgekeurd door het Habitat Comitť op 4†oktober 1999 en “Amendments to the “Interpretation Manual of European Union Habitats” with a view to EU enlargement” (Hab. 01/11b-rev. 1) goedgekeurd door het Habitat Comitť op 24†april 2002 na schriftelijk overleg, Europese Commissie, DG ENV.