Afdeling 2.
Identificatie en aanduiding van de kritieke infrastructuren


Art. 5.

§ 1 [

Teneinde de kritieke infrastructuren die onder haar bevoegdheid vallen te identificeren, overlegt de sectorale overheid vooraf met de ADCC, en raadpleegt, indien ze dit nuttig acht, de vertegenwoordigers van de sector en de exploitanten van potentiėle kritieke infrastructuren.
Met hetzelfde doel gaat de sectorale overheid over tot de voorafgaande raadpleging van de gewesten, voor de potentiėle kritieke infrastructuren die onder hun bevoegdheid vallen
]

§ 2

De te volgen procedure voor de identificatie van de nationale en de Europese kritieke infrastructuren wordt vastgesteld in bijlage.

Art. 6.

§ 1

De sectorale overheid bepaalt de sectorale criteria waaraan de nationale kritieke infrastructuren moeten beantwoorden rekening houdend met de bijzondere eigenschappen van de betrokken sector, in overleg met de ADCC en, in voorkomend geval, na raadpleging van de betrokken gewesten.

§ 2

De sectorale overheid bepaalt de sectorale criteria waaraan de Europese kritieke infrastructuren moeten beantwoorden, rekening houdend met de bijzondere eigenschappen van de betrokken sector, in overleg met de ADCC en, in voorkomend geval, na raadpleging van de betrokken gewesten.

§ 3

De intersectorale criteria waaraan de nationale en de Europese kritieke infrastructuren moeten beantwoorden, zijn:
het aantal potentiėle slachtoffers, met name het aantal doden of gewonden, of
de potentiėle economische weerslag, met name de omvang van de economische verliezen en/of van de kwaliteitsvermindering van producten of diensten, met inbegrip van de weerslag op het milieu, of
de potentiėle weerslag op de bevolking, met name de weerslag op het vertrouwen van de bevolking, het fysieke lijden en de verstoring van het dagelijkse leven, met inbegrip van het uitvallen van essentiėle diensten.

§ 4

De sectorale overheid bepaalt de niveaus van weerslag of de drempelwaarden die van toepassing zijn op de intersectorale criteria waaraan de nationale kritieke infrastructuren moeten beantwoorden, in overleg met de ADCC en, in voorkomend geval, na raadpleging van de betrokken gewesten.
De niveaus van weerslag of de drempelwaarden van de intersectorale criteria worden gebaseerd op de ernst van de gevolgen van de verstoring van de werking of de vernietiging van een bepaalde infrastructuur.

§ 5

De sectorale overheid bepaalt geval per geval de niveaus van weerslag of de drempelwaarden die van toepassing zijn op de intersectorale criteria waaraan de Europese kritieke infrastructuren dienen te beantwoorden, in overleg met de ADCC, met de betrokken lidstaten en, in voorkomend geval, na raadpleging van de betrokken gewesten.
De niveaus van weerslag of de drempelwaarden van de intersectorale criteria worden gebaseerd op de ernst van de gevolgen van de verstoring van de werking of de vernietiging van een bepaalde infrastructuur.

Art. 7.

§ 1 [

De sectorale overheid maakt een lijst op van de geļdentificeerde potentiėle nationale kritieke infrastructuren en zendt deze over aan de ADCC en, in voorkomend geval, aan de betrokken gewesten.
Zij voegt bij deze lijst de sectorale en intersectorale criteria, de niveaus van weerslag of de drempelwaarden die zij bepaald heeft met toepassing van artikel 6, §§ 1, 3, en 4 en zet de redenen hiervan uiteen.
Vervolgens gaat zij over tot de aanduiding van de nationale kritieke infrastructuren na advies van de ADCC en, in voorkomend geval, na raadpleging van de betrokken gewesten.
]

§ 2 [

De sectorale overheid maakt een lijst op van de geļdentificeerde potentiėle Europese kritieke infrastructuren en zendt deze over aan de ADCC en, in voorkomend geval, aan de betrokken gewesten.
Zij voegt bij deze lijst de sectorale en intersectorale criteria, de niveaus van weerslag of de drempelwaarden die zij bepaald heeft met toepassing van artikel 6, §§ 2, 3, en 5 en zet de redenen hiervan uiteen.
In samenwerking met de sectorale overheid en, in voorkomend geval, met de betrokken gewesten, is het EPCIP-contactpunt belast met het voeren van bilaterale of multilaterale besprekingen met de betrokken lidstaten van de Europese Unie, zowel inzake de potentiėle Europese kritieke infrastructuren geļdentificeerd op Belgisch grondgebied als degenen geļdentificeerd door de andere lidstaten op hun grondgebied.
Wanneer een akkoord is bereikt over de Europese kritieke infrastructuren op Belgisch grondgebied, gaat de sectorale overheid over tot de aanduiding van deze infrastructuren, na advies van de ADCC en, in voorkomend geval, na raadpleging van de betrokken gewesten.
]

[§ 3

Wanneer geen enkele kritieke infrastructuur gelegen op het Belgisch grondgebied geļdentificeerd werd binnen een sector of deelsector, zet de bevoegde sectorale overheid, in een brief ter attentie van de ADCC, de redenen uiteen die geleid hebben tot deze afwezigheid van identificatie.
]

[§ 4

Elke sectorale overheid gaat minstens één keer om de vijf jaar over tot de vernieuwing van het identificatieproces zoals beschreven in §§ 1 tot 3, voor wat betreft de kritieke infrastructuren die tot haar sector behoren
]

Art. 8.
[De sectorale overheid betekent aan de exploitant de met redenen omklede beslissing tot aanduiding van zijn infrastructuur als kritieke infrastructuur en bezorgt een kopie van deze beslissing met vermelding van de datum van betekening aan de ADCC.
De ADCC deelt eveneens de informatiegegevens die nuttig zijn voor de uitvoering van de in artikel 10 bedoelde dreigingsanalyse, met inbegrip van de datum van de betekening, mee aan het OCAD.]
[De ADCC brengt de burgemeester van de gemeente op het grondgebied waarvan de kritieke infrastructuur zich bevindt, op de hoogte van deze aanduiding.
In de in artikel 13, § 7, bedoelde gevallen brengt de ADCC de gouverneur van de provincie op het grondgebied waarvan de kritieke infrastructuur zich bevindt op de hoogte van deze aanduiding of, wanneer de kritieke infrastructuur zich op het grondgebied van de Brusselse agglomeratie bevindt, de bevoegde overheid krachtens artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen.]

Art. 9.
De sectorale overheid zorgt voor de permanente opvolging van het identificatie- en aanduidingsproces van de kritieke infrastructuren, en vernieuwt het, in elk geval op eerste verzoek van de ADCC en binnen de termijn die zij bepaalt, met name in functie van de verplichtingen die de Europese Unie oplegt.

Art. 10.

§ 1 [

Binnen een termijn van negen maanden te rekenen vanaf de betekening van de aanduiding van een infrastructuur als kritieke infrastructuur, voert het OCAD een dreigingsanalyse uit voor die infrastructuur en voor de deelsector waarvan ze deel uitmaakt.
Deze analyse wordt minstens één keer om de vijf jaar vernieuwd.
]

§ 2

De dreigingsanalyse in de zin van dit hoofdstuk slaat op elk type van dreiging die onder de bevoegdheid van de ondersteunende diensten valt bedoeld in het artikel 2, 2°, van de wet van 10 juli 2006 betreffende de analyse van de dreiging.
[Overeenkomstig artikel 8, 1°, van de wet van 10 juli 2006 betreffende de analyse van de dreiging, bestaat de dreigingsanalyse uit een strategische gemeenschappelijke evaluatie. Onverminderd artikel 8 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, wordt deze evaluatie meegedeeld aan de exploitant, teneinde hem in staat te stellen de conclusies van die evaluatie te integreren in de risicoanalyse die hij dient uit te voeren krachtens artikel 13, § 3, 2°.]

Art. 11.

§ 1

In functie van de verplichtingen die de Europese Unie oplegt, brengt de sectorale overheid schriftelijk verslag uit aan het EPCIP-contactpunt, op zijn verzoek, over de Europese kritieke infrastructuur die onder de bevoegdheid van haar sector valt en over de aard van de ondervonden risico's.

§ 2

[...]