Art. 24.

ß 1

Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, wordt per sector, of, in voorkomend geval, per deelsector, een inspectiedienst ingesteld, belast met de controle op de naleving door de exploitanten van die sector of deelsector van de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten.

ß 2

De Koning wijst, voor een bepaalde sector, of, in voorkomend geval, per deelsector, de bevoegde inspectiedienst aan om de controle uit te voeren.
Hij kan de nadere regels van de controle vastleggen.
[Voor de sector financiŽn wordt de Nationale Bank van BelgiŽ aangeduid als inspectiedienst belast met het controleren van de toepassing van de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
Daartoe mag de Nationale Bank van BelgiŽ gebruik maken van de informatie waarover zij beschikt in het kader van haar wettelijke opdrachten met betrekking tot het prudentieel toezicht en het toezicht (oversight) en houdt zij, in het bijzonder, rekening met de vaststellingen die in dit kader zijn gedaan. Evenzo mag de Nationale Bank van BelgiŽ in het kader van haar wettelijke opdrachten met betrekking tot het prudentieel toezicht en het toezicht (oversight) de informatie gebruiken waarover zij met toepassing van deze wet beschikt.]

ß 3

De leden van de inspectiedienst [die belast zijn met de controleopdrachten bedoeld in paragraaf†1] zijn voorzien van een legitimatiekaart waarvan het model wordt vastgesteld door de Koning, per sector.
[Deze paragraaf is niet van toepassing op de inspectiedienst die is aangeduid krachtens paragraaf†2, derde lid.]

ß 4

De Koning kan de voorwaarden van vorming bepalen waaraan de leden van de inspectiedienst moeten voldoen voor een bepaalde sector of deelsector.