Art. 4.6.1.

§ 1

De aanleg en het beheer van een gesloten distributienet op eigen site is toegelaten na voorafgaande melding aan de VREG.

§ 2

De aanleg van een gesloten distributienet dat de grenzen van de eigen site overschrijdt, is toegestaan na een voorafgaande toelating, verleend door de VREG, die hiertoe het advies van de betrokken netbeheerder inwint.[De adviestermijn voor de betrokken netbeheerder bedraagt vijftien dagen. De VREG beslist over de toelating binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Als de VREG oordeelt dat de toetsing van de aanvraag aan de voorwaarden uit dit hoofdstuk moeilijk tijdig uit te voeren is, dan deelt de VREG aan de aanvrager mee dat de termijn van zestig dagen verlengd wordt tot een termijn van negentig dagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel. Bij gebrek aan beslissing binnen de voormelde termijn, wordt de toelating geacht stilzwijgend te zijn verleend.]
De VREG hanteert hierbij de criteria zoals vermeld in artikel 1.1.3, 56°/2, en houdt ook rekening met de risico's inzake inefficiëntie, de risico's inzake veiligheid, de impact op de nettarieven, de waarborg van de rechten van afnemers, de eventuele weigering van aansluiting op het net door de betrokken netbeheerder of een gebrek aan aanbod tot aansluiting of toegang op het net tegen redelijke economische of technische voorwaarden.
De VREG kan de toelating opheffen zodra wordt vastgesteld dat niet meer aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, is voldaan.
[Als door de aanleg van een gesloten distributienet het openbaar domein [of een gemeenteweg] moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het gesloten distributienet pas worden aangevat als de toelating van de VREG, vermeld in het eerste lid, verworven is.]

§ 3

De VREG kan de nadere modaliteiten vastleggen voor de melding, de toekenning en de opheffing van de toelating[, onverminderd wat bepaald is in paragraaf 2, eerste lid].]

[§ 4

De VREG kan de beheerders van een gesloten distributienet van elektriciteit ontheffen van de plicht om de volgende taken en verplichtingen te vervullen. Dergelijke ontheffing wordt toegekend indien het gesloten distributienet van elektriciteit voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.1.3, 56°/2:
de vereiste om de energie die ze gebruiken om energieverliezen te dekken en om in de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in hun systeem te voorzien, te kopen volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures, vermeld in artikel 4.6.3, eerste lid, 14°;
de vereiste dat de VREG de tarieven of de methodes om ze te berekenen, vermeld in artikel 4.6.10, tweede lid, goedkeurt vóór ze in werking treden;
de vereiste om flexibiliteitsdiensten te kopen, vermeld in artikel 4.6.3, eerste lid, 15°;
de vereiste om het gesloten distributienet te ontwikkelen op basis van een investeringsplan, vermeld in artikel 4.6.3, eerste lid, 16°;
de vereiste om geen oplaadpunten voor elektrische voertuigen te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, vermeld in artikel 4.6.4, derde lid;
de vereiste om geen elektriciteitsopslagfaciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, vermeld in artikel 4.6.4, tweede lid.
]