Onderafdeling I.
Aanvraagprocedure


Art. 5.

§ 1

Het opsporen of het winnen van koolwaterstoffen kan alleen met een vergunning van de Vlaamse Regering.

§ 2

Een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] kan alleen verleend worden op basis van de resultaten die voortvloeien uit een voorafgaande opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen.
De resultaten verkregen uit een opsporingsvergunning [voor koolwaterstoffen] kunnen door een andere persoon dan de houder van de vergunning slechts worden aangewend na de rechten op de opsporingsresultaten te hebben verworven van de houder of laatste houder van de opsporingsvergunning [voor koolwaterstoffen], en deze daarvoor passend te hebben vergoed.

§ 3

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aanvraagprocedure om een vergunning te verkrijgen, en de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen.

Art. 6.

§ 1

Nadat een aanvraag voor een vergunning is ingediend en volledig bevonden werd, neemt de Vlaamse Regering het initiatief om in het Publicatieblad van de Europese [Unie] een uitnodiging te publiceren om aanvragen in te dienen voor een soortgelijke vergunning voor hetzelfde [volumegebied].
Die uitnodiging maakt melding van de aard van de vergunning, het [volumegebied] waarvoor een aanvraag kan worden ingediend, de termijn waarin een aanvraag tot mededinging kan worden ingediend, de toepasselijke regelgeving, en de voorgenomen datum waarop of de termijn waarin over de vergunningsaanvraag beslist zal worden.
Als de voorkeur wordt gegeven aan aanvragen die uitgaan van individuele natuurlijke personen of rechtspersonen, moet dat in de uitnodiging worden vermeld.

§ 2

Andere belangstellenden kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van de uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese [Unie] eveneens een aanvraag indienen voor een soortgelijke vergunning voor hetzelfde [volumegebied].

Art. 7.

§ 1

In de volgende gevallen wordt de procedure, vermeld in artikel 6, niet gevolgd:
als de houder van een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen die met gebruikmaking van die vergunning de aanwezigheid van koolwaterstoffen heeft aangetoond, gedurende de geldigheidsduur van die vergunning, voor hetzelfde [volumegebied] of gedeelten daarvan een aanvraag voor een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] indient. Als de aanwezigheid van koolwaterstoffen maar in een deel van het vergunde [volumegebied] is aangetoond, kan de winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] beperkt worden tot dat deel van het [volumegebied]. In afwijking van artikel 11, § 1, blijft de opsporingsvergunning [voor koolwaterstoffen], voor zover ze betrekking heeft op het aangevraagde [volumegebied], in elk geval gelden tot wanneer de beslissing over de aanvraag voor de winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] onherroepelijk wordt;
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] waarvoor op dat ogenblik al een soortgelijke vergunning in het kader van dit hoofdstuk of een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag in het kader van hoofdstuk III is verleend;
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de opsporing of de winning van koolwaterstoffen;
tijdens de eerste twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet, als het een aanvraag overeenkomstig artikel 34, § 2, betreft.

§ 2

De Vlaamse Regering kan in de volgende gevallen beslissen de procedure, vermeld in artikel 6, niet te volgen:
als er geologische redenen of redenen in verband met de opsporing of winning zijn om de vergunning voor een [volumegebied] bij voorkeur aan de houder van een vergunning voor een aangrenzend [volumegebied] toe te kennen. In dat geval worden de houders van vergunningen voor eventuele andere aangrenzende [volumegebieden] uitgenodigd om binnen een termijn van negentig dagen eveneens een aanvraag in te dienen of hun opmerkingen mee te delen;
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] waarvoor op dat ogenblik al een opslagvergunning in het kader van hoofdstuk III [, een opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte in het kader van hoofdstuk III/1, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval] of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ voor het opslaan van gas is verleend.

Art. 8.
De Vlaamse Regering kan ook op eigen initiatief beslissen een uitnodiging tot het indienen van aanvragen voor een vergunning in het Publicatieblad van de Europese [Unie] te publiceren. De voorschriften, vermeld in artikel 6, § 1, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Belangstellenden kunnen binnen een termijn van negentig dagen na de publicatie van de uitnodiging een aanvraag indienen.