Onderafdeling IV.
Verplichtingen van de vergunninghouders


Art. 13.
De houder of laatste houder van een vergunning neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om te voorkomen dat de activiteiten waarop de vergunning slaat:
milieuverstoring veroorzaken;
schade door bodembeweging veroorzaken;
de openbare veiligheid schaden;
[het planmatige beheer van de koolwaterstofvoorraden en van andere toepassingen in de ondergrond verstoren.]

Art. 14.
De houder van een vergunning deelt elke substantiŽle wijziging in een vergunningscriterium, vermeld in artikelen†9 en 10, onmiddellijk [...] mee aan de Vlaamse Regering.

Art. 15.

ß 1

Koolwaterstoffen worden gewonnen overeenkomstig een [winningsplan voor koolwaterstoffen], waarvoor de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk is. Het [winningsplan voor koolwaterstoffen] is gebaseerd op de resultaten die voortvloeien uit het onderzoek in het kader van een voorafgaande opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen.
Het is verboden om koolwaterstoffen te winnen voor men over een door de Vlaamse Regering goedgekeurd [winningsplan voor koolwaterstoffen] beschikt, of op een wijze die substantieel afwijkt van het door de Vlaamse Regering goedgekeurde [winningsplan voor koolwaterstoffen].
Als dat noodzakelijk is voor een efficiŽnte winning van de koolwaterstoffen, kan het [winningsplan voor koolwaterstoffen] op initiatief van de vergunninghouder gewijzigd of geactualiseerd worden. Voor het gewijzigde of geactualiseerde [winningsplan voor koolwaterstoffen] is opnieuw de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.

ß 2

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de inhoud en de goedkeuringsprocedure van het [winningsplan voor koolwaterstoffen].

Art. 16.
De houder van een vergunning dient jaarlijks [...] een rapport in bij de Vlaamse Regering met een overzicht van de in het voorbije jaar verrichte activiteiten, en een overzicht van de in het eerstvolgende jaar geplande activiteiten. Als er in het voorbije jaar geen activiteiten verricht zijn, of in het eerstvolgende jaar geen activiteiten gepland zijn, is de vergunninghouder niet ontslagen van zijn verplichting om dat in een jaarlijks rapport aan de Vlaamse Regering te melden.
Het jaarlijkse rapport wordt ingediend uiterlijk voor het einde van de derde maand nadat een jaarlijkse periode verstreken is vanaf de datum van het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de vergunning verleend is.

Art. 17.
De houder of laatste houder van een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] verricht voor de aanvang van het winnen van koolwaterstoffen, tijdens het winnen en tot dertig jaar na het beŽindigen van het winnen metingen om de kans op bodembeweging in te schatten als gevolg van het winnen van koolwaterstoffen. De Vlaamse Regering kan, als daar aanleiding toe bestaat, de termijn van dertig jaar inkorten of verlengen, met dien verstande dat inkorting enkel mogelijk is indien uit alle beschikbare gegevens blijkt dat de kans op bodembeweging verwaarloosbaar klein is.
De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor die metingen en de rapportage over de resultaten daarvan.

Art. 18.
Met behoud van de toepassing van artikel†33 en met inachtneming van de resultaten van de metingen, vermeld in artikel†17, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] verplichten om een financiŽle zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het winnen van koolwaterstoffen.
Met behoud van de toepassing van artikel†33 kan de Vlaamse Regering ook de houder of laatste houder van een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verplichten om een financiŽle zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het opsporen van koolwaterstoffen.
Als toepassing gemaakt wordt van artikel†32, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van [een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen] verplichten om een financiŽle zekerheid te stellen voor het dekken van de kosten die gepaard gaan met de verwijdering, overeenkomstig artikel†32, ߆3, van alle door zijn toedoen opgetrokken gebouwen en installaties.
[De Vlaamse Regering kan de houder van een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen verplichten om vůůr het aanleggen van boorgaten een financiŽle zekerheid te stellen om de kosten te dekken die gepaard gaan met het veilig afsluiten van de aangelegde boorgaten.]
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop een financiŽle zekerheid gesteld moet worden.