Art. 18.
Met behoud van de toepassing van artikel†33 en met inachtneming van de resultaten van de metingen, vermeld in artikel†17, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] verplichten om een financiŽle zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het winnen van koolwaterstoffen.
Met behoud van de toepassing van artikel†33 kan de Vlaamse Regering ook de houder of laatste houder van een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verplichten om een financiŽle zekerheid te stellen voor het dekken van de aansprakelijkheid voor de schade waarvan vermoed wordt dat ze kan ontstaan door bodembeweging als gevolg van het opsporen van koolwaterstoffen.
Als toepassing gemaakt wordt van artikel†32, kan de Vlaamse Regering de houder of laatste houder van [een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen] verplichten om een financiŽle zekerheid te stellen voor het dekken van de kosten die gepaard gaan met de verwijdering, overeenkomstig artikel†32, ߆3, van alle door zijn toedoen opgetrokken gebouwen en installaties.
[De Vlaamse Regering kan de houder van een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen verplichten om vůůr het aanleggen van boorgaten een financiŽle zekerheid te stellen om de kosten te dekken die gepaard gaan met het veilig afsluiten van de aangelegde boorgaten.]
De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop een financiŽle zekerheid gesteld moet worden.