Onderafdeling V.
Wijziging, overdracht, intrekking, schorsing en afstand van de vergunning


Art. 19.

§ 1

Een vergunning kan op verzoek van de houder of ambtshalve door de Vlaamse Regering gewijzigd worden.
Een vergunning kan niet in die mate worden gewijzigd dat ze voor een andere activiteit of een groter [volumegebied] geldt.

§ 2

Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning kan alleen worden ingewilligd als de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning onvoldoende is gebleken om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een behoorlijke wijze te verrichten, en als die activiteiten verricht zijn [in overeenstemming met de vergunning en dit decreet en er, als het een winningsvergunning voor koolwaterstoffen betreft, niet is afgeweken van het winningsplan voor koolwaterstoffen]. De verlenging duurt op haar beurt niet langer dan noodzakelijk is om de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, op een behoorlijke wijze te verrichten.
In het besluit van de Vlaamse Regering waarin de geldigheidsduur van de vergunning wordt verlengd, kan een beperking worden opgenomen van het oorspronkelijk vergunde [volumegebied] tot een deel daarvan. Artikel 11, § 2, is van overeenkomstige toepassing.

§ 3

Een aanvraag tot verkleining van het [volumegebied] waarvoor een vergunning geldt, kan alleen worden ingewilligd met inachtneming van de voorschriften, vermeld in artikel 11, § 2.
Het besluit van de Vlaamse Regering waarbij het [volumegebied] waarvoor de vergunning geldt, verkleind wordt, kan gepaard gaan met een beperking van de oorspronkelijke geldigheidsduur van de vergunning, op voorwaarde dat de nieuwe geldigheidsduur voldoende is om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een behoorlijke wijze te verrichten.

Art. 20.
Een vergunning kan pas worden overgedragen, inclusief het overdragen dat volgt uit wijzigingen in de vennootschapsstructuur, na de schriftelijke toestemming van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beoordeelt de aanvraag tot overdracht met inachtneming van de criteria, vermeld in artikel 9, tweede lid, en in artikel 10.
Als de Vlaamse Regering instemt met de overdracht, neemt de nieuwe vergunninghouder alle verplichtingen in het kader van dit decreet over van de oude vergunninghouder.

Art. 21.

§ 1

Een vergunning kan alleen in de volgende gevallen door de Vlaamse Regering worden ingetrokken:
als de bij de aanvraag verstrekte gegevens in die mate onjuist of onvolledig blijken te zijn dat de Vlaamse Regering op basis van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit gekomen zou zijn bij de beoordeling van de aanvraag;
als dat wordt gerechtvaardigd door een substantiėle wijziging in een vergunningscriterium;
als de [opsporings- of winningsactiviteiten] niet overeenkomstig de vergunning [of dit decreet] zijn uitgevoerd of als substantieel van het winningsplan [voor koolwaterstoffen] is afgeweken;
als de [opsporings- of winningsactiviteiten] gedurende minstens twee opeenvolgende jaren hebben stilgelegen;
als de houder van een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] nagelaten heeft zijn jaarlijkse vergoeding aan het Vlaamse Gewest te betalen overeenkomstig artikel 27;
als de vergunning niet langer noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor ze is verleend;
als de uitvoering van de vergunning [op een ongunstige wijze] interfereert met andere [voordien] vergunde activiteiten in de [...] ondergrond.

§ 2

Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot intrekking van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande intrekking en de vermelding van een termijn van ten minste negentig dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning[, met dit decreet] en, als het een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] betreft, met het winningsplan [voor koolwaterstoffen].
Binnen een termijn van negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet intrekken van de vergunning.

Art. 22.

§ 1

De Vlaamse Regering kan een vergunning onder meer in de volgende gevallen geheel of gedeeltelijk schorsen:
als dat wordt gerechtvaardigd door een substantiėle wijziging in een vergunningscriterium;
als de [opsporings- of winningsactiviteiten] niet overeenkomstig de vergunning [of dit decreet] zijn uitgevoerd of als substantieel is afgeweken van het winningsplan [voor koolwaterstoffen];
als de houder van een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] nagelaten heeft zijn jaarlijkse vergoeding aan het Vlaamse Gewest te betalen overeenkomstig artikel 27;
als de uitvoering van de vergunning [op een ongunstige wijze] interfereert met andere [voordien] vergunde activiteiten in de [...] ondergrond.

§ 2

Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot een gehele of gedeeltelijke schorsing van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande schorsing en de vermelding van een termijn van ten minste vijf dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning[, met dit decreet] en, als het een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] betreft, met het winningsplan [voor koolwaterstoffen].
Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet schorsen van de vergunning. Een besluit tot volledige of gedeeltelijke schorsing van de vergunning vermeldt de voorwaarden waaraan de vergunninghouder moet voldoen om de schorsing ongedaan te maken.

§ 3

Als de vergunninghouder heeft voldaan aan alle voorwaarden om de schorsing ongedaan te maken, neemt de Vlaamse Regering een besluit waarbij de schorsing van de vergunning wordt opgeheven.

Art. 23.
De Vlaamse Regering beoordeelt een aanvraag tot afstand van een vergunning.

Art. 24.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de procedure van een ambtshalve wijziging en voor de procedure om een wijziging, overdracht of afstand van een vergunning te verkrijgen, en voor de procedure van de intrekking of schorsing van een vergunning.

Art. 25.
Geen van de besluiten, vermeld in deze onderafdeling, heeft invloed op de aansprakelijkheid van de houder of laatste houder van de vergunning voor de vergoeding van de schade die is veroorzaakt door de activiteiten waarop de vergunning betrekking heeft of had.
Van een besluit tot [wijziging of] intrekking van de vergunning en van een besluit waarbij de afstand van een vergunning wordt goedgekeurd, wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad.