Art. 19.

§ 1

Een vergunning kan op verzoek van de houder of ambtshalve door de Vlaamse Regering gewijzigd worden.
Een vergunning kan niet in die mate worden gewijzigd dat ze voor een andere activiteit of een groter [volumegebied] geldt.

§ 2

Een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een vergunning kan alleen worden ingewilligd als de geldigheidsduur van de oorspronkelijke vergunning onvoldoende is gebleken om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een behoorlijke wijze te verrichten, en als die activiteiten verricht zijn [in overeenstemming met de vergunning en dit decreet en er, als het een winningsvergunning voor koolwaterstoffen betreft, niet is afgeweken van het winningsplan voor koolwaterstoffen]. De verlenging duurt op haar beurt niet langer dan noodzakelijk is om de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, op een behoorlijke wijze te verrichten.
In het besluit van de Vlaamse Regering waarin de geldigheidsduur van de vergunning wordt verlengd, kan een beperking worden opgenomen van het oorspronkelijk vergunde [volumegebied] tot een deel daarvan. Artikel 11, § 2, is van overeenkomstige toepassing.

§ 3

Een aanvraag tot verkleining van het [volumegebied] waarvoor een vergunning geldt, kan alleen worden ingewilligd met inachtneming van de voorschriften, vermeld in artikel 11, § 2.
Het besluit van de Vlaamse Regering waarbij het [volumegebied] waarvoor de vergunning geldt, verkleind wordt, kan gepaard gaan met een beperking van de oorspronkelijke geldigheidsduur van de vergunning, op voorwaarde dat de nieuwe geldigheidsduur voldoende is om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, op een behoorlijke wijze te verrichten.