Art. 21.

§ 1

Een vergunning kan alleen in de volgende gevallen door de Vlaamse Regering worden ingetrokken:
als de bij de aanvraag verstrekte gegevens in die mate onjuist of onvolledig blijken te zijn dat de Vlaamse Regering op basis van de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit gekomen zou zijn bij de beoordeling van de aanvraag;
als dat wordt gerechtvaardigd door een substantiėle wijziging in een vergunningscriterium;
als de [opsporings- of winningsactiviteiten] niet overeenkomstig de vergunning [of dit decreet] zijn uitgevoerd of als substantieel van het winningsplan [voor koolwaterstoffen] is afgeweken;
als de [opsporings- of winningsactiviteiten] gedurende minstens twee opeenvolgende jaren hebben stilgelegen;
als de houder van een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] nagelaten heeft zijn jaarlijkse vergoeding aan het Vlaamse Gewest te betalen overeenkomstig artikel 27;
als de vergunning niet langer noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de activiteiten waarvoor ze is verleend;
als de uitvoering van de vergunning [op een ongunstige wijze] interfereert met andere [voordien] vergunde activiteiten in de [...] ondergrond.

§ 2

Voor de Vlaamse Regering kan overgaan tot intrekking van een vergunning, stuurt ze een ingebrekestelling aangetekend naar de vergunninghouder. De ingebrekestelling bevat een omschrijving van de redenen voor de geplande intrekking en de vermelding van een termijn van ten minste negentig dagen waarin de vergunninghouder uitleg kan verschaffen, bezwaar kan aantekenen, of zijn activiteiten in overeenstemming kan brengen met de vergunning[, met dit decreet] en, als het een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] betreft, met het winningsplan [voor koolwaterstoffen].
Binnen een termijn van negentig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, neemt de Vlaamse Regering een besluit over het al dan niet intrekken van de vergunning.