Art. 27.

§ 1

De houder van een [winningsvergunning voor koolwaterstoffen] is jaarlijks een vergoeding verschuldigd aan het Vlaamse Gewest.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt het tarief van de jaarlijkse vergoeding bij het verlenen van de [winningsvergunning voor koolwaterstoffen]. Het tarief bedraagt ten minste 2 % en ten hoogste 20 % van de gemiddelde marktwaarde van de in de voorbije winningsperiode gewonnen hoeveelheid koolwaterstoffen. Het tarief kan binnen een [winningsvergunning voor koolwaterstoffen] variëren naargelang van het type koolwaterstof dat gewonnen wordt.
Het tarief wordt in elk geval zo vastgesteld dat het onafhankelijke beheer van de vergunninghouder gewaarborgd blijft.
Een winningsperiode start op de dag van het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de [winningsvergunning voor koolwaterstoffen] verleend is, en nadien op elke verjaardag daarvan, en duurt telkens één jaar.

§ 3

Als toepassing wordt gemaakt van onderafdeling II, wordt het bedrag van de jaarlijkse vergoeding dat de vergunninghouder verschuldigd is, beperkt in verhouding tot de grootte van zijn belang in de deelneming.

§ 4

De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de aangifte van de gewonnen hoeveelheid koolwaterstoffen, het tarief en de inning van de vergoeding.