Art. 29.

1

De Vlaamse Regering kan het verlenen van een vergunning afhankelijk maken van een deelneming door het Vlaamse Gewest in de activiteit waarop de vergunning betrekking heeft, via een door de Vlaamse Regering in de vergunning aangewezen vennootschap.
Met behoud van de toepassing van artikel30, 1, tweede lid, 1, bepaalt de Vlaamse Regering in de vergunning de grootte van het belang van het Vlaamse Gewest in de deelneming.

2

Als de Vlaamse Regering het verlenen van een vergunning afhankelijk heeft gemaakt van een deelneming door het Vlaamse Gewest, verlenen de vergunninghouder en de in de vergunning aangewezen vennootschap hun medewerking aan de totstandkoming van een overeenkomst, krachtens welke de vergunninghouder en de aangewezen vennootschap de activiteit waarop de deelneming betrekking heeft, voor hun gezamenlijke rekening zullen verrichten.
De overeenkomst komt tot stand binnen een termijn van zes maanden nadat de vergunning is verleend. De Vlaamse Regering kan die termijn eenmalig met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen.
Voor de overeenkomst, en ook voor de wijziging of de ontbinding ervan, is de goedkeuring van de Vlaamse Regering noodzakelijk.

3

Voor men over een door de Vlaamse Regering goedgekeurde overeenkomst beschikt, wordt er geen activiteit verricht waarop de deelneming betrekking heeft.