Art. 34.

§ 1

Alle concessies, vergunningen of andersoortige toestemmingen die in het kader van de gecoördineerde Mijnwetten zijn verleend, vervallen van rechtswege twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
Indien een vergunningsaanvraag wordt ingediend overeenkomstig § 2, eerste of tweede lid, en de Vlaamse Regering heeft binnen de periode, vermeld in § 1, eerste lid, over deze vergunningsaanvraag nog geen beslissing genomen, dan treedt het verval pas in op de dag van de beslissing van de Vlaamse Regering over de vergunningsaanvraag.

§ 2

Tijdens de periode van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet kan de houder van een in de eerste paragraaf vermelde concessie, vergunning of andersoortige toestemming echter, voor zover ze betrekking heeft op de opsporing of de winning van koolwaterstoffen, voor het gebied waarop zijn concessie, vergunning of andersoortige toestemming betrekking heeft of voor een gedeelte daarvan, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet een aanvraag voor een opsporingsvergunning [voor koolwaterstoffen] indienen, zonder dat de procedure, vermeld in artikel 6, gevolgd wordt.
In afwijking van artikel 5, § 2, eerste lid, kan de houder van een in de eerste paragraaf vermelde concessie, vergunning of andersoortige toestemming tijdens de in het eerste lid vermelde periode en voor het in het eerste lid vermelde gebied, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet onmiddellijk een aanvraag voor een winningsvergunning [voor koolwaterstoffen] indienen, zonder dat de procedure, vermeld in artikel 6, gevolgd wordt, op voorwaarde dat hij kan aantonen dat alle voor de winning vereiste informatie reeds voldoende gekend is.
De bepalingen van het eerste lid van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die in de periode voor de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad een vergunningsaanvraag heeft ingediend in het kader van het koninklijk besluit nr. 83 van 28 november 1939 betreffende het opsporen en het ontginnen van bitumineuze gesteenten, van petroleum en van brandbare gassen en van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1997 houdende regeling van de vorm en de wijze van onderzoek van de aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning voor het opsporen en het ontginnen van petroleum en brandbare gassen.

§ 3

Tijdens de periode van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet kunnen, buiten de gevallen opgesomd in § 2, voor de gebieden die het voorwerp uitmaken van in het kader van de gecoördineerde Mijnwetten verleende concessies, vergunningen of andersoortige toestemmingen, voor zover ze betrekking hebben op de opsporing of de winning van koolwaterstoffen, geen aanvragen voor vergunningen in het kader van dit decreet worden ingediend.