Afdeling III.
Vergunningen voor de geologische opslag van koolstofdioxide


Onderafdeling I.
Aanvraagprocedure


Art. 40.

§ 1

Het geologisch opslaan van koolstofdioxide kan enkel met een opslagvergunning van de Vlaamse Regering.
Per opslaglocatie is slechts een exploitant toegelaten en is er geen conflicterend gebruik van de opslaglocatie toegestaan.

§ 2

Een opslagvergunning kan alleen verleend worden op basis van de resultaten die voortvloeien uit een voorafgaande opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag.
De resultaten verkregen uit een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag kunnen door een andere persoon dan de houder van de vergunning slechts worden aangewend na de rechten op de opsporingsresultaten te hebben verworven van de houder of laatste houder van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag, en deze daarvoor passend te hebben vergoed.
Een opslagvergunning wordt bij voorrang verleend aan de houder van een opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag voor de betrokken opslaglocatie, mits de opsporingswerkzaamheden voor die locatie voltooid zijn, aan alle voorwaarden van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag voldaan is en de aanvraag voor een opslagvergunning is ingediend tijdens de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag. Tijdens deze vergunningsprocedure is geen conflicterend gebruik van het opslagcomplex toegestaan.

§ 3

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aanvraagprocedure om een opslagvergunning te verkrijgen, en de vormelijke en inhoudelijke voorwaarden waaraan een dergelijke aanvraag moet voldoen.

Onderafdeling II.
Vergunningscriteria


Art. 41.

§ 1

Een opslagvergunning wordt uitsluitend verleend als uit de ingediende aanvraag en uit alle andere relevante informatie blijkt dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de aanvraag voldoet aan alle vereisten, vermeld in dit hoofdstuk, en aan alle andere toepasselijke regelgeving;
de exploitant is financieel solide en technisch bekwaam en betrouwbaar om de locatie te exploiteren en te [beheren], en er is gezorgd voor professionele en technische ontwikkeling en training van de exploitant en van alle personeel;
indien zich in dezelfde hydraulische eenheid meer dan één opslaglocatie bevindt, zijn de potentiėle drukinteracties van dien aard dat alle locaties tegelijk aan de vereisten van dit hoofdstuk kunnen voldoen.
Een opslagvergunning wordt uitsluitend verleend indien de Vlaamse Regering enig uit hoofde van artikel 44 verstrekt advies van de Europese Commissie over de ontwerp-vergunning in overweging heeft genomen.

§ 2

Een opslagvergunning wordt niet verleend in de volgende gevallen:
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] waarvoor een ander nog over een geldige opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag of opslagvergunning in het kader van dit hoofdstuk beschikt;
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de geologische opslag van koolstofdioxide.
Een opslagvergunning kan onder meer geweigerd worden in de volgende gevallen:
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] waarvoor al een vergunning is verleend in het kader van hoofdstuk II [, een vergunning in het kader van hoofdstuk III/1, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval] of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ voor het opslaan van gas;
als het niet aannemelijk is dat de geologische opslag van koolstofdioxide binnen het [volumegebied] waarvoor de opslagvergunning zal gelden, economisch of technisch haalbaar is.

Art. 42.
Met behoud van de toepassing van artikel 41 worden de vergunningsaanvragen beoordeeld op basis van de volgende criteria:
de technische bekwaamheid van de potentiėle exploitant;
de resultaten die voortvloeien uit de voorafgaande opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag;
de overeenkomstig artikel 39 verkregen resultaten uit de karakterisering van de opslaglocatie en het opslagcomplex en uit de [beoordeling] van de verwachte veiligheid van opslag;
de totale hoeveelheid koolstofdioxide die zal worden geļnjecteerd en opgeslagen, alsmede de toekomstige bronnen en [transportmethoden], de samenstelling van de koolstofdioxidestromen, de injectiesnelheden, de injectiedruk en de locatie van de injectiefaciliteiten;
de beschrijving van maatregelen om significante onregelmatigheden te voorkomen;
het voorgestelde monitoringsplan overeenkomstig artikel 48, § 2;
het voorgestelde plan met corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 51, § 1;
het voorlopige plan voor de periode na afsluiting overeenkomstig [artikel 52, § 2];
de overeenkomstig artikel 4.3.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid verstrekte informatie;
10°
het bewijs dat de financiėle zekerheid of een gelijkwaardige voorziening, zoals vereist overeenkomstig artikel 57, rechtsgeldig en effectief gesteld zal worden voordat de injectie aanvangt;
11°
de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de geologische opslag van koolstofdioxide te verrichten;
12°
in voorkomend geval, het eventuele gebrek aan efficiėntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager in het kader van een andere vergunning blijk heeft gegeven;
13°
in voorkomend geval, de eventuele interferentie met andere reeds vergunde activiteiten in de ondergrond.
Deze criteria kunnen eveneens een grond tot weigering van de opslagvergunning uitmaken.
De Vlaamse Regering [kan nadere regels bepalen] voor de vergunningscriteria.

Onderafdeling III.
Vergunningsvoorwaarden


Art. 43.
Een opslagvergunning bevat ten minste de volgende elementen:
de naam en het adres van de exploitant;
de nauwkeurige ligging en begrenzing van de opslaglocatie en het opslagcomplex, en gegevens betreffende de hydraulische eenheid;
de voorschriften voor het opslagproces, de totale hoeveelheid koolstofdioxide die overeenkomstig de vergunning [geologisch] mag worden opgeslagen, de grenswaarden inzake reservoirdruk en de maximuminjectiesnelheden en -injectiedruk;
de voorschriften voor de samenstelling van de koolstofdioxidestroom en de stroomaanvaardingsprocedure overeenkomstig artikel 47, en, wanneer nodig, verdere voorschriften voor injectie en opslag, met name om significante onregelmatigheden te voorkomen;
het goedgekeurde monitoringsplan, de verplichting om het uit te voeren en eisen inzake de actualisering ervan overeenkomstig artikel 48, alsmede de rapporteringsverplichtingen overeenkomstig artikel 49;
de eis om de Vlaamse Regering in kennis te stellen wanneer zich [lekkages of] significante onregelmatigheden [...] voordoen, het goedgekeurde plan met corrigerende maatregelen en de verplichting om dit plan overeenkomstig artikel 51 uit te voeren als zich [lekkages of] significante onregelmatigheden [...] voordoen;
de voorwaarden voor afsluiting en het goedgekeurde voorlopige plan voor de periode na afsluiting als bedoeld in artikel 52;
alle bepalingen over de wijziging, evaluatie, actualisering en intrekking van de opslagvergunning overeenkomstig artikelen 45 en 46;
de eis om de financiėle zekerheid of een gelijkwaardige voorziening te stellen en aan te houden overeenkomstig artikel 57.

Onderafdeling IV.
Evaluatie van ontwerp-opslagvergunningen door de Europese Commissie


Art. 44.

§ 1

De Vlaamse Regering stelt een vergunningsaanvraag voor een opslagvergunning binnen een maand na ontvangst ter beschikking van de Europese Commissie. Ook alle andere relevante gegevens die in aanmerking worden genomen bij het nemen van een beslissing over de vergunningsaanvraag worden ter beschikking van de Europese Commissie gesteld.
De Vlaamse Regering stelt de Europese Commissie in kennis van de ontwerp-opslagvergunning en van alle andere gegevens die in aanmerking werden genomen bij het vaststellen van de ontwerp-opslagvergunning.

§ 2

De Vlaamse Regering wacht het niet-bindend advies van de Europese Commissie over de ontwerp-opslagvergunning af of wacht de kennisgeving waaruit blijkt dat de Europese Commissie geen advies zal uitbrengen af.
Na het nemen van de definitieve beslissing over de vergunningsaanvraag voor een opslagvergunning stelt de Vlaamse Regering de Europese Commissie hiervan in kennis, waarbij zij een eventuele afwijking van het advies van de Europese Commissie met redenen omkleedt.

Onderafdeling V.
Wijziging, evaluatie, actualisering en intrekking van opslagvergunningen


Art. 45.
De exploitant informeert de Vlaamse Regering over alle geplande wijzigingen in de exploitatie van een opslaglocatie, met inbegrip van wijzigingen in verband met de exploitant. Indien nodig actualiseert de Vlaamse Regering de opslagvergunning of de vergunningsvoorwaarden.
[Belangrijke] wijzigingen in de exploitatie van een opslaglocatie kunnen alleen uitgevoerd worden nadat een nieuwe of geactualiseerde opslagvergunning werd verleend overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. Een [belangrijke] wijziging in de exploitatie van een opslaglocatie is een wijziging in de zin van rubriek 13 van bijlage II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieėn van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage.

Art. 46.
De Vlaamse Regering evalueert [en, waar nodig, actualiseert] de opslagvergunning, of, in laatste instantie en na de exploitant te hebben gehoord, trekt zij deze in:
als ze overeenkomstig artikel 51, § 1, in kennis is gesteld, of op een andere manier op de hoogte is gebracht van [lekkages of] significante onregelmatigheden [...];
als uit de overeenkomstig artikel 49 ingediende verslagen of de overeenkomstig artikel 50 uitgevoerde inspecties blijkt dat de vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd of dat er risico is op [lekkages of] significante onregelmatigheden [...];
als ze op de hoogte is van andere inbreuken van de exploitant op de vergunningsvoorwaarden;
als dit noodzakelijk blijkt op basis van de recentste wetenschappelijke bevindingen en technologische vooruitgang;
met behoud van de toepassing van de bepalingen in 1° tot en met 4°, vijf jaar na het verlenen van de vergunning en vervolgens om de tien jaar.
Nadat een opslagvergunning is ingetrokken overeenkomstig het eerste lid, verleent de Vlaamse Regering een nieuwe opslagvergunning of sluit ze de opslaglocatie af overeenkomstig artikel 52, § 1, 3°. [Totdat een nieuwe opslagvergunning is verleend, neemt de Vlaamse Regering tijdelijk alle wettelijke verplichtingen op zich betreffende de aanvaardingscriteria indien zij besluit de koolstofdioxide-injecties voort te zetten,] de monitoring en de corrigerende maatregelen overeenkomstig de voorschriften van dit hoofdstuk, het inleveren van rechten in geval van lekkage [overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan], en preventieve en herstelmaatregelen overeenkomstig hoofdstukken II en III van titel XV Milieuschade van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De Vlaamse Regering verhaalt alle kosten op de [voormalige] exploitant, onder meer door de financiėle zekerheid van artikel 57 aan te spreken. Indien de opslaglocatie wordt afgesloten overeenkomstig artikel 52, § 1, 3°, is artikel 52, § 3, van toepassing.