Art. 41.

§ 1

Een opslagvergunning wordt uitsluitend verleend als uit de ingediende aanvraag en uit alle andere relevante informatie blijkt dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de aanvraag voldoet aan alle vereisten, vermeld in dit hoofdstuk, en aan alle andere toepasselijke regelgeving;
de exploitant is financieel solide en technisch bekwaam en betrouwbaar om de locatie te exploiteren en te [beheren], en er is gezorgd voor professionele en technische ontwikkeling en training van de exploitant en van alle personeel;
indien zich in dezelfde hydraulische eenheid meer dan één opslaglocatie bevindt, zijn de potentiële drukinteracties van dien aard dat alle locaties tegelijk aan de vereisten van dit hoofdstuk kunnen voldoen.
Een opslagvergunning wordt uitsluitend verleend indien de Vlaamse Regering enig uit hoofde van artikel 44 verstrekt advies van de Europese Commissie over de ontwerp-vergunning in overweging heeft genomen.

§ 2

Een opslagvergunning wordt niet verleend in de volgende gevallen:
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] waarvoor een ander nog over een geldige opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag of opslagvergunning in het kader van dit hoofdstuk beschikt;
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] dat de Vlaamse Regering niet wil openstellen voor de geologische opslag van koolstofdioxide.
Een opslagvergunning kan onder meer geweigerd worden in de volgende gevallen:
als de aanvraag betrekking heeft op een [volumegebied] waarvoor al een vergunning is verleend in het kader van hoofdstuk II [, een vergunning in het kader van hoofdstuk III/1, een vergunning voor de ondergrondse berging van radioactief afval] of een vergunning in het kader van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ voor het opslaan van gas;
als het niet aannemelijk is dat de geologische opslag van koolstofdioxide binnen het [volumegebied] waarvoor de opslagvergunning zal gelden, economisch of technisch haalbaar is.