Art. 42.
Met behoud van de toepassing van artikel 41 worden de vergunningsaanvragen beoordeeld op basis van de volgende criteria:
de technische bekwaamheid van de potentiële exploitant;
de resultaten die voortvloeien uit de voorafgaande opsporingsvergunning voor koolstofdioxideopslag;
de overeenkomstig artikel 39 verkregen resultaten uit de karakterisering van de opslaglocatie en het opslagcomplex en uit de [beoordeling] van de verwachte veiligheid van opslag;
de totale hoeveelheid koolstofdioxide die zal worden geïnjecteerd en opgeslagen, alsmede de toekomstige bronnen en [transportmethoden], de samenstelling van de koolstofdioxidestromen, de injectiesnelheden, de injectiedruk en de locatie van de injectiefaciliteiten;
de beschrijving van maatregelen om significante onregelmatigheden te voorkomen;
het voorgestelde monitoringsplan overeenkomstig artikel 48, § 2;
het voorgestelde plan met corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 51, § 1;
het voorlopige plan voor de periode na afsluiting overeenkomstig [artikel 52, § 2];
de overeenkomstig artikel 4.3.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid verstrekte informatie;
10°
het bewijs dat de financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening, zoals vereist overeenkomstig artikel 57, rechtsgeldig en effectief gesteld zal worden voordat de injectie aanvangt;
11°
de manier waarop de aanvrager zich voorneemt de geologische opslag van koolstofdioxide te verrichten;
12°
in voorkomend geval, het eventuele gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin waarvan de aanvrager in het kader van een andere vergunning blijk heeft gegeven;
13°
in voorkomend geval, de eventuele interferentie met andere reeds vergunde activiteiten in de ondergrond.
Deze criteria kunnen eveneens een grond tot weigering van de opslagvergunning uitmaken.
De Vlaamse Regering [kan nadere regels bepalen] voor de vergunningscriteria.