Art. 52.

§ 1

Een opslaglocatie wordt in de volgende gevallen afgesloten:
als de in de opslagvergunning vervatte relevante voorwaarden zijn vervuld;
op met bewijsmateriaal gestaafd verzoek van de exploitant, na instemming van de Vlaamse Regering;
als de Vlaamse Regering daartoe besluit na intrekking van een opslagvergunning overeenkomstig artikel 46, eerste lid.

§ 2

Nadat een opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig § 1, 1° of 2°, blijft de exploitant verantwoordelijk voor de monitoring, de rapportering en de corrigerende maatregelen overeenkomstig de verplichtingen van dit hoofdstuk, alsook voor alle verplichtingen inzake het inleveren van rechten in geval van lekkages [overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan], en preventieve en herstelmaatregelen overeenkomstig titel XV Milieuschade van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, totdat de verantwoordelijkheid voor de opslaglocatie is overgedragen aan het Vlaamse Gewest overeenkomstig artikelen 53 en 54. De exploitant is ook verantwoordelijk voor de afdichting van de opslaglocatie en de verwijdering van de injectiefaciliteiten.
Aan de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, wordt voldaan op basis van een door de exploitant uitgewerkt plan voor de periode na afsluiting, gebaseerd op de beste praktijken en in overeenstemming met de in bijlage II bij dit decreet bedoelde eisen. Een voorlopig plan voor de periode na afsluiting wordt ingediend bij de minister en moet worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
Voordat een opslaglocatie wordt afgesloten overeenkomstig § 1, 1° of 2°, wordt het voorlopige plan voor de periode na afsluiting indien nodig geactualiseerd op basis van de uit te voeren risicoanalyse, van de beste praktijken en technologische verbeteringen, vervolgens ingediend bij de minister, en door de Vlaamse Regering goedgekeurd als het definitieve plan voor de periode na afsluiting.

§ 3

Nadat een opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig § 1, 3°, is het Vlaamse Gewest verantwoordelijk voor de monitoring en de corrigerende maatregelen overeenkomstig de voorschriften van dit hoofdstuk, alsook voor alle verplichtingen inzake het inleveren van rechten in geval van lekkages [overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de uitvoeringsbesluiten ervan], en de preventieve en herstelmaatregelen overeenkomstig hoofdstukken II en III van titel XV Milieuschade van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
Aan de verplichtingen voor de periode na afsluiting, vermeld in het eerste lid, wordt door het Vlaamse Gewest voldaan op basis van het voorlopige en eventueel geactualiseerde plan voor de periode na afsluiting, vermeld in artikel 52, § 2.
De Vlaamse Regering verhaalt op de exploitant de kosten die in verband met de in het eerste en het tweede lid bedoelde maatregelen zijn gemaakt, [met inbegrip van het aanspreken van de financiële zekerheid overeenkomstig artikel 57].

§ 4

De minister legt de volgende registers aan en houdt ze bij:
een register van de verleende opslagvergunningen;
een permanent register van alle afgesloten opslaglocaties en de omliggende opslagcomplexen, met inbegrip van kaarten en dwarsdoorsneden van hun ruimtelijke omvang en de beschikbare informatie [die relevant is] om te beoordelen of het opgeslagen koolstofdioxide volledig en permanent ingesloten zal blijven.
Bij relevante planningsprocedures en bij het vergunnen van activiteiten die de geologische opslag van koolstofdioxide in de geregistreerde opslaglocaties kunnen beďnvloeden of daardoor beďnvloed kunnen worden, wordt rekening gehouden met deze registers.