Art. 53.
Als een opslaglocatie is afgesloten overeenkomstig artikel 52, § 1, 1° of 2°, worden alle wettelijke verplichtingen betreffende de monitoring en de corrigerende maatregelen overeenkomstig de voorschriften van dit hoofdstuk, het inleveren van rechten in geval van lekkages [overeenkomstig de relevante bepalingen van het Energiedecreet en zijn uitvoeringsbesluiten], en de preventieve en herstelmaatregelen overeenkomstig hoofdstukken II en III van titel XV Milieuschade van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, op eigen initiatief of op verzoek van de exploitant overgedragen aan het Vlaamse Gewest, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
[alle] beschikbare gegevens tonen aan dat het opgeslagen koolstofdioxide volledig en permanent ingesloten blijft;
een bepaalde minimumperiode is verstreken, te bepalen door de Vlaamse Regering. Deze minimumperiode bedraagt ten minste twintig jaar na de afsluiting, tenzij de Vlaamse Regering ervan overtuigd is dat vóór het verstrijken van de periode van 20 jaar, aan de in 1° bedoelde voorwaarde is voldaan;
de financiële verplichtingen ingevolge artikel 58 zijn nagekomen;
de opslaglocatie is met zorg afgedicht en de injectiefaciliteiten zijn verwijderd.
De exploitant maakt in dat verband een verslag op waarin wordt aangetoond dat aan de voorwaarde van het eerste lid, 1°, is voldaan en dient dit bij de minister in opdat de Vlaamse Regering de overdracht van verantwoordelijkheid kan goedkeuren. Dit verslag staaft ten minste:
dat het feitelijke gedrag van het geïnjecteerde koolstofdioxide in overeenstemming is met het gemodelleerde gedrag;
dat er geen detecteerbare lekken zijn;
dat de opslaglocatie evolueert naar een toestand van stabiliteit op lange termijn.
Als de Vlaamse Regering van oordeel is dat de voorwaarden in het eerste lid, onder 1° en 2°, zijn vervuld, stelt zij een ontwerpbesluit ter goedkeuring van de overdracht van de verantwoordelijkheid op. Het ontwerpbesluit legt vast hoe wordt bepaald dat de voorwaarde in het eerste lid, onder 4°, is vervuld, en bevat ook geactualiseerde voorschriften voor het afdichten van de opslaglocatie en het verwijderen van de injectiefaciliteiten.
Als de Vlaamse Regering van oordeel is dat de voorwaarden in het eerste lid, onder 1° en 2°, niet zijn vervuld, brengt zij de exploitant van haar motieven op de hoogte.
De Vlaamse Regering bepaalt, conform de Europese verplichtingen ter zake, de nadere regels.