Hoofdstuk V.
Wijzigingsbepalingen


Art. 65.
In artikel 591, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek van 10 oktober 1967 worden de woorden “bepaald in de gecoördineerde wetten van 15 september 1919 op de mijnen, groeven en graverijen en van de geschillen betreffende het herstel van de schade veroorzaakt door de opsporing of de exploitatie van de bedding bedoeld bij het koninklijk besluit van 28 november 1939 betreffende de opsporing en de exploitatie van bitumineuze gesteenten, petroleum en brandbare gassen” vervangen door de woorden “en van de geschillen betreffende de vergoeding van de schade, veroorzaakt door het opsporen of het winnen van koolwaterstoffen of door de geologische opslag van koolstofdioxide en betreffende de vergoeding van het genotsverlies ten gevolge van het bezetten van gronden in het kader van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond”.

Art. 66.
Aan artikel 6 van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling III, van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 7 november 1988 en het decreet van 4 april 2003, wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
(...)

Art. 67.
In artikel 46, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 7 november 1988, worden de woordenartikel 6, § 1, 2°, 3°, 4° en 6°, en § 2vervangen door de woordenartikel 6, § 1, 2°, 3°, 4° en 6°, § 2 en § 3”.

Art. 68.
In artikel 16 van de wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas worden, twee jaar na de inwerkingtreding van dit decreet, de volgende wijzigingen aangebracht:
§ 1 wordt opgeheven;
in § 4 wordt het laatste lid geschrapt.

Art. 69.
In artikel 4 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, vervangen bij het decreet van 20 april 1994 en gewijzigd bij de decreten van 4 april 2003 en 19 mei 2006, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
(...)

Art. 70.
In de artikelen 5, 6 en 21 van het decreet van 19 december 1997 houdende oprichting van de naamloze vennootschap Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied worden, twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet, de woorden artikel 58 van de gecoördineerde wetten van 15 september 1919 op de mijnen, groeven en graverijen telkens vervangen door de woorden artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond”.

Art. 71.
In artikel 16.1.1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en volledig vervangen bij het decreet van 8 mei 2009, wordt een punt 19°bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
(...)