Hoofdstuk VI.
Slotbepalingen


Art. 72.
De wetten op de mijnen, de graverijen en de groeven, gecoördineerd op 15 september 1919, worden twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet opgeheven.

Art. 73.
Het koninklijk besluit nr. 83 van 28 november 1939 betreffende het opsporen en het ontginnen van bitumineuze gesteenten, van petroleum en van brandbare gassen wordt opgeheven.

Art. 74.
De wet van 18 juli 1975 betreffende het opsporen en exploiteren van ondergrondse bergruimten in situ bestemd voor het opslaan van gas wordt opgeheven, als het de geologische opslag van koolstofdioxide betreft.

Art. 75.
Alle vergunningen die werden verleend in het kader van het koninklijk besluit nr. 83 van 28 november 1939 betreffende het opsporen en het ontginnen van bitumineuze gesteenten, van petroleum en van brandbare gassen en van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1997 houdende regeling van de vorm en de wijze van onderzoek van de aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning voor het opsporen en het ontginnen van petroleum en brandbare gassen, vervallen van rechtswege twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit decreet.

Art. 76.
[Zodra minstens een opslagvergunning verleend is in het Vlaamse Gewest], wordt aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement [driejaarlijks] verslag uitgebracht over de toepassing van hoofdstuk III van dit decreet.
Dit verslag omvat minstens de volgende informatie:
informatie over het permanent register van alle afgesloten opslaglocaties en omliggende opslagcomplexen;
informatie over het feit of voldoende is aangetoond dat koolstofdioxide permanent is ingesloten op een zodanige manier dat mogelijke negatieve effecten van de opslag van koolstofdioxide op het milieu en daaruit volgende risico's voor [de volksgezondheid en de veiligheid van mens en milieu] zoveel mogelijk worden voorkomen en beperkt;
informatie over de procedures betreffende de evaluatie door de Europese Commissie van de ontwerp-opslagvergunningen, vermeld in artikel 44, en de ontwerpbesluiten inzake overdracht van verantwoordelijkheid, vermeld in artikel 54;
de ervaring met de bepalingen inzake de aanvaardingscriteria en -procedure voor de koolstofdioxidestroom, vermeld in artikel 47;
de ervaring met de bepalingen inzake toegang van derden, vermeld in hoofdstuk III, afdeling V, en met de grensoverschrijdende samenwerking;
de vooruitzichten voor geologische opslag in andere landen;
informatie over de criteria van de bijlagen I en II bij het decreet;
informatie over de eventuele noodzaak om bijkomende regelgeving inzake de aan het transport van koolstofdioxide verbonden milieurisico's;
informatie over het onderzoek, vermeld in artikel 39, waarbij, zo mogelijk, gegevens over de beschikbare opslagcapaciteit en de verleende opslagcapaciteit worden vermeld.

Art. 77.
De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop de bepalingen van dit decreet in werking treden.
De Vlaamse Regering wordt gemachtigd de bijlagen bij dit decreet te wijzigen en aan te vullen. Deze wijzigingen en aanvullingen treden slechts in werking na bekrachtiging door het Vlaams Parlement.