Bijlage I.
In artikel†39 bedoelde criteria voor de karakterisering en beoordeling van het potentiŽle opslagcomplex en het omliggende gebied

De in artikel†39 bedoelde karakterisering en [beoordeling] van het potentiŽle opslagcomplex en het omliggende gebied wordt overeenkomstig de op het moment van de [beoordeling] bestaande [beste] praktijken en met gebruikmaking van de hierna volgende criteria uitgevoerd in drie fasen. Afwijkingen van ťťn of meer van die criteria kunnen door de Vlaamse Regering worden toegestaan op voorwaarde dat de exploitant heeft aangetoond dat niet wordt geraakt aan het vermogen om via karakterisering en [beoordeling] geschikte opslaglocaties aan te duiden overeenkomstig artikel†39.

Fase 1 – Gegevensverzameling
Er moeten voldoende gegevens worden verzameld om een volumetrisch en statisch driedimensionaal (3D) model voor de opslaglocatie en het opslagcomplex uit te werken, met inbegrip van de afdichtende laag en het omliggende gebied, inclusief de hydraulisch verbonden gebieden. Deze gegevens omvatten minimaal de volgende intrinsieke kenmerken met betrekking tot het opslagcomplex;
a)
geologie en geofysica;
b)
hydrogeologie (met name de aanwezigheid van voor consumptie bestemd grondwater);
c)
engineering van het reservoir (onder meer volumetrische berekening van het poriŽnvolume met het oog op koolstofdioxide-injectie en uiteindelijke opslagcapaciteit);
d)
geochemie (oplossnelheid, mineraliseringssnelheid);
e)
geomechanica (permeabiliteit, breukspanning);
l)
seismische activiteit;
g)
aanwezigheid van natuurlijke en door de mens veroorzaakte [migratiewegen], met inbegrip van bronnen en boorgaten die kunnen leiden tot lekkage, en de toestand van deze [migratiewegen].
De volgende kenmerken van de omgeving van het opslagcomplex dienen te worden gedocumenteerd;
h)
[het opslagcomplex omringende domeinen die beÔnvloed kunnen worden door de opslag van koolstofdioxide in de opslaglocatie;]
i)
bevolkingsspreiding in de regio boven de opslaglocatie;
j)
nabijheid van waardevolle natuurlijke rijkdommen (met name onder meer de speciale beschermingszones overeenkomstig het decreet van 21†oktober 1997 betreffende liet natuurbehoud en het natuurlijk milieu, drinkbaar grondwater en koolwaterstoffen);
k)
activiteiten in de omgeving van het opslagcomplex en mogelijke interactie met deze activiteiten (bijvoorbeeld opsporing, winning en opslag van koolwaterstoffen, geothermisch gebruik van waterhoudende grondlagen en gebruik van ondergrondse waterreserves);
l)
nabijheid van de voor opslag in overweging genomen potentiŽle koolstofdioxidebronnen (inclusief raming van de totale potentiŽle massa van koolstofdioxide die economisch beschikbaar is voor opslag) en van adequate vervoersnetwerken.

Fase 2 – Opbouw van het driedimensionaal statisch geologisch model
Met de in fase 1 verzamelde gegevens wordt een driedimensionaal statisch geologisch model, of worden een reeks modellen van het kandidaat-opslagcomplex, met inbegrip van de afdichtende laag en de hydraulisch verbonden gebieden en [fluÔda], opgebouwd met computersimulaties van reservoirs. Met die statische geologische modellen wordt een opslagcomplex gekarakteriseerd in termen van:
a)
de geologische structuur van de fysische insluiting;
b)
de geomechanische, geochemische en [stromingskenmerken] van het reservoir, van de bovenliggende lagen (afdichtende laag, afdichtingen, poreuze en [permeabele] horizons) en van de omliggende formaties;
c)
karakterisering van het [barstensysteem] en de aanwezigheid van door de mens gemaakte [migratiewegen];
d)
oppervlakte en hoogte van het opslagcomplex;
e)
volume van de poriŽnruimte (inclusief de verdeling van de porositeit);
f)
uitgangssituatie van de waterdistributie;
g)
andere relevante kenmerken,
De onzekerheid op het gebied van de afzonderlijke parameters die worden gebruikt om het model te ontwerpen, wordt ingeschat door voor elke parameter een reeks scenario's uit te werken en de desbetreffende betrouwbaarheidsgrenzen te berekenen. Ook de onzekerheid op het gebied van het model als geheel moet worden ingeschat.

Fase 3 – Karakterisering van het dynamisch opslaggedrag, karakterisering van de gevoeligheid, risicobeoordeling
De karakterisering en de beoordeling worden gebaseerd op een dynamische modellering, die een reeks timestep-simulaties van. koolstofdioxide-injecties in de opslaglocatie omvat en waarbij gebruik wordt gemaakt van het statische geologische model voor de in de tweede fase ontworpen computersimulatie van het opslagcomplex,

Fase 3.1 – Karakterisering van het dynamisch opslaggedrag
Ten minste de volgende elementen worden in de beschouwing betrokken:
a)
mogelijke injectiesnelheden en [koolstofdioxidestromingskenmerken];
b)
de efficiŽntie van de modellering van gekoppelde processen (d.w.z. de manier waarop verschillende afzonderlijke effecten in de simulator op elkaar inwerken);
c)
reactieve processen (d.w.z. de manier waarop het model terugkoppelt op reacties van het geÔnjecteerde koolstofdioxide met mineralen in situ);
d)
de gebruikte simulator van het reservoir (om bepaalde bevindingen te valideren, moeten wellicht meerdere simulaties worden gebruikt);
e)
korte- en langetermijnsimulaties (om het gedrag van het koolstofdioxide te bestuderen in een tijdsbestek van decennia, dan wel millennia, inclusief de oplossnelheid van koolstofdioxide in water).
De dynamische modelkring moet een inzicht geven in;
f)
druk en temperatuur van de opslagformatie afgezet tegen de injectiesnelheid en de in de tijd geaccumuleerde injectiehoeveelheid;
g)
oppervlakte en hoogte van de [koolstofdioxidepluim] versus tijd;
h)
aard van de koolstofdioxidestroom in het reservoir, inclusief fasegedrag;
i)
koolstofdioxide-insluitingsmechanismen en -snelheden (inclusief overlooppunten en laterale en verticale afsluitingen);
j)
omliggende opslagformaties in het geheel van het opslagcomplex;
k)
opslagcapaciteit en drukgradiŽnten in de opslaglocatie;
1)
het risico van het doorbreken van de op slagformatie(s) en de afsluitende laag;
m)
het risico dat koolstofdioxide in de afdichtende laag binnendringt;
n)
het risico van lekkage uit de opslaglocatie (bijvoorbeeld via verlaten of niet goed afgesloten putten);
o)
het migratietempo (in niet-begrensde reservoirs);
p)
afdichtingssnelheden bij [barsten];
q)
wijzigingen van de [chemische fluÔdasamenstelling] in formatie(s) en daaruit voortkomende reacties (bijvoorbeeld wijziging van de pH, vorming van mineralen) en integratie van reactieve modellering om de effecten in te schatten;
r)
verplaatsing van [fluÔda] in de opslagformatie;
s)
toegenomen seismische activiteit en landhoogte aan de oppervlakte.

Fase 3.2 – Karakterisering van de gevoeligheid
Er moeten meerdere simulaties worden uitgevoerd ter bepaling van de gevoeligheid van de simulaties aan aannamen voor specifieke parameters. Daarbij worden de parameters in het statische geologische model van de opslaglocatie gewijzigd, alsook de snelheidsaannamen en de aannamen bij de dynamische modellering, Bij de [risicobeoordeling] wordt rekening gehouden met elke significante gevoeligheid.

Fase 3.3 – Risicobeoordeling
De risicobeoordeling omvat onder meer:

3.3.1

Karakterisering van de gevaren
De karakterisering van de gevaren gebeurt op grond van een inschatting van het lekkagerisico voor het opslagcomplex, als bepaald via de hierboven beschreven dynamische modellering en karakterisering van de veiligheid. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:
a)
potentiŽle lekroutes;
b)
potentiŽle omvang van lekkages voor welbepaalde lekroutes (stroomsnelheden);
c)
kritische parameters die het lekkagepotentieel beÔnvloeden (bijvoorbeeld maximale reservoirdruk, maximale injectiesnelheid, temperatuur, gevoeligheid aan de verschillende aannamen in het statische geologische model enzovoort);
d)
secundaire effecten van de opslag van koolstofdioxide, zoals weggedrukte [fluÔda] in de formatie en nieuwe verbindingen die bij de opslag van koolstofdioxide worden gevormd;
e)
andere factoren die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid of het milieu (bijvoorbeeld fysieke structuren in verband met het project).
De karakterisering van de gevaren verloopt voor de volledige reeks potentiŽle bedrijfsomstandigheden waarbij de veiligheid van het opslagcomplex wordt getest,

3.3.2

[Beoordeling] van de blootstelling gebaseerd op de kenmerken van het milieu en de spreiding en de activiteiten van de menselijke bevolking boven het opslagcomplex, en het potentiŽle en toekomstige gedrag van koolstofdioxidelekken via de in fase 3.3.1 geÔdentificeerde potentiŽle lekroutes;

3.3.3

[Beoordeling] van de effecten – gebaseerd op de gevoeligheid van bepaalde soorten, gemeenschappen of habitats voor potentiŽle lekkage-incidenten als geÔdentificeerd in fase 3.3.1. Wanneer relevant worden ook de effecten van blootstelling aan verhoogde koolstofdioxideconcentraties in de biosfeer in rekening gebracht (inclusief bodems, mariene sedimenten en water bij de zeebodem (asfyxiatie, hypercapnia enzovoort) en verlaagde pH in dergelijke omgevingen ten gevolge van weglekkend koolstofdioxide). Dit omvat ook een beoordeling van de effecten van andere stoffen die aanwezig kunnen zijn in de ontsnappende koolstofdioxide stromen (hetzij de in de oorspronkelijke injectiestroom aanwezige onzuiverheden, hetzij nieuwe verbindingen die bij de opslag van koolstofdioxide zijn ontstaan). Deze effecten worden nader bekeken op diverse schalen van ruimte en tijd en er wordt gekeken naar de onderscheiden grootteordes van lekkage-incidenten.

3.3.4

Karakterisering van de risico's – Dit omvat een [beoordeling] van de veiligheid en integriteit van de locatie op korte en lange termijn, met inbegrip van een beoordeling van het lekkagerisico onder de voorgestelde exploitatieomstandigheden en de effecten op milieu en volksgezondheid in het worstcasescenario. De karakterisering van de risico's wordt uitgevoerd op basis van de karakterisering van de gevaren en de [beoordeling] van de blootstelling en de effecten. Zij omvat een beoordeling van de bronnen van onzekerheid die tijdens de karakteriseringsfases en de beoordeling van de opslaglocatie zijn vastgesteld en, indien haalbaar, een beschrijving van de mogelijkheden om de onzekerheid te verminderen.