Art. 5.2.2.4bis.10.

§ 1.

Voor de aanvang van de mechanische behandeling van de afvalstoffen bezorgt de exploitant de volgende gegevens aan de overheid waarbij de melding is ingediend, en aan de bevoegde toezichthoudende overheid:

de datum van aanvang en de duur van de periode dat de afvalstoffen mechanisch behandeld zullen worden;
de afstand van de inrichting tot de specifieke bouw- en sloopwerf of het specifieke wegenwerk;
de identificatiegegevens van de puinbreker, zoals vastgesteld in het kader van het Geografisch Informatiesysteem (GIS);
een afschrift van het certificaat van de puinbreker die ingezet zal worden, afgeleverd door een geaccrediteerde keuringsinstelling in het kader van het VLAREA;
een beschrijving van de bronsterkte (LW) van de puinbreker in dB(A);
de afstand van de puinbreker tot de dichtstbijzijnde woning en stiltebehoevende instelling. 

 

 

§ 2.

Het register dat de exploitant met toepassing van de afvalstoffenregelgeving bijhoudt, bevat daarnaast de volgende gegevens:

op elk ogenblik: de geraamde hoeveelheid en de aard van de opgeslagen te behandelen afvalstoffen; 
op elk ogenblik: de geraamde hoeveelheid en de aard van de opgeslagen gerecycleerde granulaten;
de tijdstippen (dagen en uren) waarop er afvalstoffen mechanisch worden behandeld. 

 

 

§ 3.

Inerte afvalstoffen en niet-teerhoudend asfalt worden opgeslagen en behandeld op een vlakke verharde bodem, zonder dat uitrusting met een vloeistofdichte verharding noodzakelijk is. De afvalstoffen en gerecycleerde granulaten worden gestapeld op een veilige manier, zonder risico voor de omgeving.

 

§ 4.

De exploitant treft de nodige maatregelen zodat afvalstoffen die niet nuttig worden aangewend binnen de bouw- en sloopwerf of het wegenwerk waarbij de inrichting hoort, regelmatig worden afgevoerd.

 

§ 5.

De inrichting beschikt over een geijkte weeginstallatie met automatische registratie.

 

§ 6.

Tijdens de periodes van aan- en afvoer en tijdens de mechanische behandeling is altijd een verantwoordelijke persoon aanwezig met voldoende vakbekwaamheid en kennis van de na te leven voorwaarden en de te nemen maatregelen. De exploitant deelt de naam van die persoon schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.

 

§ 7.

De exploitant treft alle nodige maatregelen om stofhinder te voorkomen en te beperken.

 

Er wordt zo nodig gebruik gemaakt van een sproei-installatie of sproeiwagen om de opgeslagen en te breken afvalstoffen en gerecycleerde granulaten, alsook de stofgevoelige delen van het terrein, vochtig te houden, zowel tijdens de opslagfase als tijdens het breken.

 

Bij het transport van bouw- en sloopafval en van afval van wegenwerken naar de inrichting en bij afvoer van gerecycleerde granulaten worden de nodige voorzieningen, zoals afdekken of bevochtigen, getroffen om ladingverlies en stofverspreiding tegen te gaan.

 

§ 8.

De machines worden zo opgesteld dat trillingen naar de omgeving worden voorkomen.

 

§ 9.

De puinbreker is uitgerust met een webgebaseerd informatiesysteem dat gelinkt is aan een gps-systeem. Het informatiesysteem is operationeel telkens als de puinbreker in werking is.

 

Het webgebaseerde informatiesysteem, vermeld in het eerste lid, laat de certificatie-instelling en de toezichthouder toe om de locatie van de productie-installatie te visualiseren, de operationaliteit te volgen en de productieperiode na te gaan. Die gegevens worden bijgehouden en opgelijst in een centrale databank die online beschikbaar is voor de certificatie-instelling en de toezichthouder.

 

§ 10.

Binnen dertig dagen na het beëindigen van de activiteiten en binnen de periode van één jaar exploitatie, vermeld in artikel 5.2.2.4bis.5, §1, wordt het terrein volledig schoongemaakt.