Art. 5.15.0.10.

Afvalwater van inrichtingen, vermeld in rubriek 15.4 van deindelingslijst.

Alle verontreinigde afvalwaters worden, voor ze geloosd worden, verzameld en afgevoerd naar een bezink- en koolwaterstofverwijderingsinstallatie. Wanneer wordt geloosd in oppervlaktewater wordt deze bijkomend uitgerust met een coalescentiefilter. De koolwaterstofafscheiders worden zo dikwijls geledigd en gereinigd als nodig is om de goede werking ervan te waarborgen. De afvalstoffen die daarbij vrijkomen, worden opgehaald door een daartoe geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of - makelaar. De exploitant inspecteert daarvoor om de drie maanden de afscheider en houdt van die inspecties een logboek bij.