Cites-verordening
Verordening (EG) 338/97 van 9 december 1996 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,
Volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag,

(1)

Overwegende dat door Verordening (EEG) nr. 3626/82 de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten sedert 1 januari 1984 in de Gemeenschap ten uitvoer is gelegd; dat die overeenkomst ten doel heeft de bedreigde dier- en plantesoorten te beschermen door middel van de controle op de internationale handel in specimens van deze soorten;

(2)

Overwegende dat het van belang is Verordening (EEG) nr. 3626/82 te vervangen om in het wild levende dier- en plantesoorten die door de handel worden of kunnen worden bedreigd, beter te beschermen door een verordening waarin rekening wordt gehouden met de wetenschappelijke kennis die sinds de aanneming is opgedaan en met de huidige structuur van het handelsverkeer; dat voorts de opheffing van de controles aan de binnengrenzen ingevolge de interne markt noopt tot de aanneming van strengere controlemaatregelen voor de handel aan de buitengrenzen van de Gemeenschap en daartoe een controle van de documenten en goederen door het grensdouanekantoor van binnenkomst voor te schrijven;

(3)

Overwegende dat de bepalingen van deze verordening geen afbreuk doen aan de strengere maatregelen die de Lid-Staten met inachtneming van het Verdrag kunnen nemen of handhaven, met name wat betreft het houden van specimens van soorten die onder deze verordening vallen;

(4)

Overwegende dat het van belang is objectieve criteria vast te stellen voor het opnemen van in het wild levende dier- en plantesoorten in de bijlagen bij deze verordening;

(5)

Overwegende dat de tenuitvoerlegging van deze verordening vergt dat er gemeenschappelijk voorwaarden worden toegepast voor de afgifte, het gebruik en de overlegging van de documenten in verband met de toestemming om specimens van de soorten die onder deze verordening vallen, in de Gemeenschap binnen te brengen of uit de Gemeenschap uit te voeren dan wel weder uit te voeren; dat het van belang is specifieke bepalingen vast te stellen voor de doorvoer van specimens door de Gemeenschap;

(6)

Overwegende dat een administratieve instantie van de Lid-Staat van bestemming, bijgestaan door de wetenschappelijke autoriteit van die Lid-Staat, in voorkomende gevallen met inachtneming van een advies van de wetenschappelijke adviesgroep, tot taak heeft een beslissing te nemen over de verzoeken om specimens in de Gemeenschap te mogen binnenbrengen;

(7)

Overwegende dat de bepalingen inzake wederuitvoer moeten worden aangevuld met een raadplegingsprocedure om het risico van overtredingen te beperken;

(8)

Overwegende dat er ten behoeve van een doeltreffende bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten aanvullende beperkingen kunnen worden opgelegd voor het binnenbrengen van specimens in de Gemeenschap en de uitvoer uit de Gemeenschap; dat deze beperkingen voor levende specimens op communautair niveau kunnen worden aangevuld met beperkingen voor het houden en het vervoer binnen de Gemeenschap;

(9)

Overwegende dat het noodzakelijk is specifieke bepalingen vast te stellen voor specimens die in gevangenschap zijn geboren en opgegroeid of kunstmatig zijn voortgebracht, voor specimens die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen, alsmede voor leningen, schenkingen of uitwisselingen voor niet-commerciële doeleinden tussen bekende wetenschappers en erkende wetenschappelijke instellingen;

(10)

Overwegende dat het ten behoeve van een volledigere bescherming van de onder deze verordening vallende soorten noodzakelijk is bepalingen vast te stellen voor de controle in de Gemeenschap op de handel en het vervoer van de soorten, alsmede op de manier waarop deze worden ondergebracht; dat voor de certificaten die uit hoofde van deze verordening worden afgeleverd en die bijdragen tot de controle op deze activiteiten, gemeenschappelijk regels moeten worden vastgesteld inzake afgifte, geldigheid en gebruik;

(11)

Overwegende dat er maatregelen moeten worden genomen om de negatieve gevolgen voor de levende specimens van het vervoer naar, uit of binnen de Gemeenschap, zo gering mogelijk te houden;

(12)

Overwegende dat het ten behoeve van een doeltreffende controle en ter vergemakkelijking van de douaneprocedure van belang is douanekantoren aan te wijzen die over gekwalificeerd personeel beschikken en die zullen worden belast met het vervullen van de nodige formaliteiten en bijbehorende verificaties bij het binnenbrengen in de Gemeenschap teneinde de specimens een douane-bestemming te geven in de zin van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, of bij uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap; dat men eveneens dient te beschikken over voorzieningen die garanderen dat de levende specimens zorgvuldig worden ondergebracht en behandeld;

(13)

Overwegende dat voor de tenuitvoerlegging van deze verordening door de Lid-Staten ook administratieve instanties en wetenschappelijke autoriteiten moeten worden aangewezen;

(14)

Overwegende dat voorlichting en bewustmaking van het publiek, met name op de grensposten, over de uitvoeringsbepalingen van deze verordening, de naleving van deze bepalingen kunnen vergemakkelijken;

(15)

Overwegende dat de Lid-Staten ten behoeve van een doeltreffende toepassing van deze verordening aandachtig moeten toezien op de naleving van haar bepalingen en daartoe nauw moeten samenwerken met elkaar en met de Commissie; dat dit vereist dat er informatie in verband met de tenuitvoerlegging van deze verordening wordt doorgegeven;

(16)

Overwegende dat het toezicht op de omvang van het handelsverkeer in de in het wild levende dier- en plantesoorten die onder deze verordening vallen, van cruciaal belang is voor de beoordeling van de effecten van de handel op de staat van instandhouding van de soorten, en dat er gedetailleerde jaarverslagen moeten worden opgesteld volgens een gemeenschappelijk model;

(17)

Overwegende dat het voor de naleving van deze verordening van belang is dat de Lid-Staten aan personen die inbreuken plegen, adequate sancties opleggen die in een passende verhouding staan tot de aard en de ernst daarvan;

(18)

Overwegende dat het van essentieel belang is een communautaire procedure in te stellen waardoor de uitvoeringsbepalingen en de wijzigingen in de bijlagen bij deze verordening binnen een aanvaardbare termijn kunnen worden aangenomen; dat er een comité dient te worden opgericht voor een nauwe en doeltreffende samenwerking op dit gebied tussen de Lid-Staten en de Commissie;

(19)

Overwegende dat het gezien de talrijke biologische en ecologische aspecten die bij de tenuitvoerlegging van deze verordening in aanmerking moeten worden genomen, van belang is een wetenschappelijke studiegroep op te richten waarvan de adviezen door de Commissie aan het comité en aan de administratieve instanties van de Lid-Staten zullen worden meegedeeld teneinde deze bij hun besluitvorming te helpen,
(...)

Artikel 1. Doel

Deze verordening heeft ten doel, in het wild levende dier- en plantesoorten te beschermen en in stand te houden door de controle op het desbetreffende handelsverkeer overeenkomstig de in de volgende artikelen vastgestelde bepalingen.
Deze verordening is van toepassing met inachtneming van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van de in artikel 2 omschreven Overeenkomst.

Art. 2. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a)
“het comité”: het bij artikel 18 opgerichte comité voor de handel in wilde dier- en plantesoorten;
b)
de Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten (CITES);
c)
land van herkomst”: land waar een specimen is gevangen of aan de natuur is onttrokken, in gevangenschap is gekweekt of door kunstmatige voortplanting is verkregen;
d)
kennisgeving van invoer”: de kennisgeving die op het moment dat een specimen van een in bijlage C of D genoemde soort in de Gemeenschap wordt binnengebracht, door de invoerder, zijn gemachtigde of vertegenwoordiger wordt gedaan op een formulier dat de Commissie volgens de procedure van artikel 18 heeft voorgeschreven;
e)
aanvoer vanuit zee”: het rechtstreeks binnenbrengen in de Gemeenschap van een specimen dat is onttrokken aan het mariene milieu dat niet tot het rechtsgebied van enige staat behoort, met inbegrip van het luchtruim boven de zee en de zeebodem en ondergrond daaronder;
f)
afgifte”: de afhandeling van de gehele procedure van het opstellen en valideren van een vergunning of certificaat, alsmede de overhandiging daarvan aan de aanvrager;
g)
administratieve instantie”: een nationale administratieve instantie die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder a), waar het een Lid-Staat betreft en overeenkomstig artikel IX van de Overeenkomst waar het een derde land betreft dat partij is bij de Overeenkomst;
h)
Lid-Staat van bestemming”: de Lid-Staat van bestemming die wordt vermeld in het document voor de uitvoer of de wederuitvoer van een specimen; in geval van aanvoer vanuit zee de Lid-Staat waaronder de plaats van bestemming van een specimen ressorteert;
i)
tekoopstelling”: het te koop aanbieden alsmede elke handeling die redelijkerwijs als dusdanig uitgelegd kan worden, met inbegrip van rechtstreekse of onrechtstreekse reclame met het oog op verkoop en het uitnodigen tot zaken doen;
j)
persoonlijke bezittingen of huisraad”: dode specimens alsmede delen en produkten daarvan, die een particulier toebehoren en die deel uitmaken van zijn gewone persoonlijke bezittingen of daartoe bestemd zijn;
k)
plaats van bestemming”: de plaats die op het moment van het binnenbrengen van de specimens in de Gemeenschap geldt als hun voorziene gewone bewaarplaats; voor levende specimens is dit de eerste plaats waar zij naar verwachting zullen worden ondergebracht na afloop van een eventuele quarantaine of enige andere vorm van isolatie ten behoeve van sanitaire keuring en controle;
l)
populatie”: een volledige in biologisch of geografisch opzicht onderscheiden groep individuen;
m)
“overwegend commerciële doeleinden”: alle doeleinden waarvan de niet-commerciële aspecten niet duidelijk de overhand hebben;
n)
wederuitvoer uit de Gemeenschap”: uitvoer uit de Gemeenschap van een specimen dat daar eerder is binnengebracht;
o)
“reïntroductie in de Gemeenschap”: het binnenbrengen van een specimen dat eerder werd uitgevoerd of wederuitgevoerd;
p)
verkoop”: alle vormen van verkoop. Voor de toepassing van deze verordening worden huur, ruil of uitwisseling gelijkgesteld met verkoop; uitdrukkingen van dezelfde strekking worden in dezelfde zin geïnterpreteerd;
q)
wetenschappelijke autoriteit”: een door een Lid-Staat overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder b), of door een derde land dat partij is bij de Overeenkomst conform artikel IX van de Overeenkomst, aangewezen wetenschappelijke autoriteit;
r)
wetenschappelijke studiegroep”: het bij artikel 17 ingestelde adviesorgaan;
s)
soort”: een soort, ondersoort of populatie daarvan;
t)
specimen”: elk dier of elke plant, dood of levend, van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten, elk deel daarvan en elk daarvan verkregen produkt, al dan niet in andere goederen vervat, alsmede alle goederen waarvan op grond van een bewijsstuk, verpakking, merkteken of etiket of enige andere omstandigheid moet worden aangenomen dat het gaat om delen of produkten van tot deze soorten behorende dieren of planten, tenzij deze delen of produkten door middel van een aanduiding in die zin in de bijlagen waarin de betrokken soorten genoemd worden, expliciet van het toepassingsgebied van deze verordening of van de bepalingen met betrekking tot de betrokken bijlage zijn uitgesloten.
Een specimen wordt beschouwd als een specimen behorend tot één van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten indien het een dier of een plant is, dan wel een deel of een afgeleid produkt van een dier of een plant, waarvan ten minste één “ouder” tot een dergelijke soort behoort. Wanneer de “ouders” van een dergelijk dier of een dergelijke plant behoren tot soorten die in verschillende bijlagen worden genoemd, of tot soorten waarvan er slechts één in een bijlage wordt genoemd, zijn de bepalingen van de meest restrictieve bijlage van toepassing. Voor specimens van hybride planten waarvan slechts een “ouder” behoort tot een in bijlage A genoemde soort, zijn de bepalingen van de meest restrictieve bijlage evenwel slechts van toepassing indien zulks met betrekking tot deze soort in de bijlage is vermeld;
u)
handel”: het binnenbrengen in de Gemeenschap met inbegrip van de aanvoer vanuit zee, de uitvoer en wederuitvoer vanuit de Gemeenschap en het gebruik, het vervoer en de overdracht van eigendom, in de Gemeenschap of in een Lid-Staat, van specimens waarop de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn;
v)
doorvoer”: het vervoeren van specimens tussen twee punten buiten de Gemeenschap via het grondgebied van de Gemeenschap, naar een met name genoemde consignataris en zonder andere onderbrekingen van de reis dan die welke bij deze vorm van vervoer onvermijdelijk zijn;
w)
meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte specimens”: specimens die meer dan 50 jaar vóór de inwerkingtreding van deze verordening ter vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat en waarvan ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken Lid-Staat is aangetoond dat zij onder die voorwaarden zijn verworven. Dergelijke specimens gelden enkel als bewerkt indien zij duidelijk passen in een van de genoemde categorieën en indien zij de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig zijn;
x)
controles bij het binnenbrengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de doorvoer”: de documentcontrole betreffende de bij deze verordening vereiste certificaten, vergunningen en kennisgevingen en, indien communautaire bepalingen zulks voorschrijven of in de overige gevallen door een representatieve steekproef van de zendingen, het onderzoek van specimens, eventueel vergezeld van een monsterneming voor een grondiger onderzoek of controle.

Art. 3. Toepassingsgebied

1

Bijlage A bij deze verordening omvat:
a)
de in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor de Lid-Staten geen voorbehoud hebben gemaakt;
b)
soorten
i)
die voor gebruik in de Gemeenschap afgenomen worden of kunnen worden of die het voorwerp van internationale handel uitmaken of kunnen uitmaken, en die met uitsterven bedreigd worden dan wel zo zeldzaam zijn dat ook het meest beperkte handelsverkeer het voortbestaan van de soort in gevaar zou brengen,
of
ii)
die behoren tot een genus waarvan de meeste soorten, of die een soort vormen waarvan de meeste ondersoorten, op basis van de onder a) of onder b), i), vermelde criteria in bijlage A zijn opgenomen en die zelf ook in die bijlage dienen te worden opgenomen, omdat anders een doeltreffende bescherming van de beoogde taxa onmogelijk is.

2

Bijlage B bij deze verordening omvat:
a)
de in bijlage II bij de Overeenkomst opgenomen soorten die niet in bijlage A zijn opgenomen, en waarvoor de Lid-Staten geen voorbehoud hebben gemaakt;
b)
de in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt;
c)
niet in de bijlagen I of II bij de Overeenkomst opgenomen soorten:
i)
die het voorwerp uitmaken van zoveel internationale handel dat deze een bedreiging zou kunnen vormen:
voor het voortbestaan van deze soorten, of het voortbestaan van de populaties daarvan in bepaalde landen, of
voor de instandhouding van de populatie op een voldoende getalsterkte opdat deze soorten in de ecosystemen waarin ze voorkomen hun rol naar behoren zouden kunnen vervullen;
of
ii)
waarvan de opneming in de bijlage, gezien hun uiterlijke gelijkenis met andere in bijlage A of bijlage B opgenomen soorten, onontbeerlijk is om de handel in tot deze soorten behorende specimens daadwerkelijk te kunnen controleren;
d)
soorten waarvan vaststaat dat het binnenbrengen van levende specimens in het natuurlijk milieu van de Gemeenschap een ecologische bedreiging vormt voor inheemse, in het wild levende dier- en plantesoorten van de Gemeenschap.

3

Bijlage C bij deze verordening omvat:
a)
de in bijlage III bij de Overeenkomst opgenomen soorten die niet in de bijlagen A of B zijn opgenomen en waarvoor de Lid-Staten geen voorbehoud hebben gemaakt;
b)
de in bijlage II bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt.

4

Bijlage D bij deze verordening omvat:
a)
niet in de bijlagen A, B en C vermelde soorten waarvan de omvang van de invoer in de Gemeenschap een controle rechtvaardigt,
en
b)
de in bijlage III bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt.

5

Waar het bestand van de soorten die onder deze verordening vallen, hun opname in één van de bijlagen bij deze Overeenkomst noodzakelijk maakt, zullen de Lid-Staten aan de nodige wijzigingen bijdragen.

Art. 4. Binnenbrengen in de Gemeenschap

1

Specimens van in bijlage A bij deze verordening genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, een invoervergunning is voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat van bestemming.
Die invoervergunning mag enkel worden afgegeven met inachtneming van de in lid 6 opgelegde beperkingen en indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a)
uitgaande van het advies van de wetenschappelijke studiegroep is de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van mening dat het binnenbrengen in de Gemeenschap:
i)
geen nadelig effect zal hebben op de instandhouding of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort;
ii)
geschiedt:
voor een van de in artikel 8, lid 3, onder e), f) en g), genoemde doeleinden, dan wel
voor andere doeleinden die het voortbestaan van de betrokken soort niet nadelig beïnvloeden;
b)
i)
de aanvrager bewijst dat de specimens zijn verkregen overeenkomstig de wetgeving betreffende de bescherming van de betrokken soort, hetgeen, in het geval van de invoer uit derde landen van specimens van een in de bijlagen bij de Overeenkomst opgenomen soort inhoudt dat een conform de Overeenkomst door een bevoegde autoriteit van het land van uitvoer of wederuitvoer afgegeven uitvoervergunning, wederuitvoercertificaat of een kopie daarvan, dient te worden overgelegd;
ii)
voor de afgifte van een invoervergunning voor de soorten die in bijlage A zijn opgenomen op grond van artikel 3, lid 1, onder a), is een dergelijk bewijsstuk evenwel niet vereist, maar de originele invoervergunning wordt pas aan de aanvrager overhandigd, nadat hij een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat heeft voorgelegd;
c)
de bevoegde wetenschappelijke autoriteit heeft de zekerheid verkregen dat levende specimens op de plaats van bestemming zullen worden ondergebracht in ruimten die beschikken over adequate voorzieningen om de specimens in stand te houden en goed te verzorgen;
d)
de administratieve instantie heeft de zekerheid verkregen dat het specimen niet voor overwegend commerciële doeleinden gebruikt zal worden;
e)
de administratieve instantie heeft via overleg met de bevoegde wetenschappelijke autoriteit de zekerheid verkregen dat er geen andere argumenten in verband met de instandhouding van de soort pleiten tegen de afgifte van de invoervergunning; en
f)
in geval van aanvoer vanuit zee heeft de administratieve instantie de zekerheid verkregen dat levende specimens op een zodanige wijze voor vervoer worden gereedgemaakt en verzonden dat de risico's van verwonding, ziekte of ruwe behandeling worden voorkomen.

2

Specimens van in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, een invoervergunning is voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat van bestemming.
De invoervergunning mag enkel worden afgegeven met inachtneming van de in lid 6 opgelegde beperkingen en wanneer:
a)
de bevoegde wetenschappelijke autoriteit, na onderzoek van de beschikbare gegevens en uitgaande van het advies van de wetenschappelijke studiegroep, oordeelt dat het binnenbrengen in de Gemeenschap, rekening houdend met het huidige of te verwachten niveau van de handel, geen nadelig effect zal hebben op de instandhouding of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort. Dit advies blijft geldig voor latere invoer, zolang de bovenvermelde elementen niet ingrijpend zijn gewijzigd;
b)
de aanvrager aan de hand van documenten staaft dat levende specimens op de plaats van bestemming zullen worden ondergebracht in ruimten die beschikken over adequate voorzieningen om de specimens in stand te houden en goed te verzorgen;
c)
aan de voorwaarden van lid 1, onder b), i), e) en f), is voldaan.

3

Specimens van de in bijlage C genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht kennisgeving van invoer is gedaan, en:
a)
de aanvrager, in geval van uitvoer uit een land dat met betrekking tot de betrokken soort in bijlage C is genoemd, door middel van een overeenkomstig de Overeenkomst door een daartoe bevoegde autoriteit van het betrokken land afgegeven uitvoervergunning staaft dat de specimens zijn verkregen in overeenstemming met de nationale wetgeving inzake de instandhouding van de betrokken soort, of
b)
de aanvrager, in geval van uitvoer uit een land dat niet met betrekking tot de betrokken soort in bijlage C is genoemd, of in geval van wederuitvoer uit welk land ook, een overeenkomstig de Overeenkomst door een bevoegde autoriteit van het land van uitvoer of wederuitvoer afgegeven uitvoervergunning, wederuitvoercertificaat of certificaat van oorsprong voorlegt.

4

Specimens van de in bijlage D bij deze verordening genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht kennisgeving van invoer is gedaan.

5

De in lid 1, onder a) en d), en in lid 2, onder a), b) en c), genoemde voorwaarden voor de afgifte van een invoervergunning zijn niet van toepassing op specimens waarvoor de aanvrager aan de hand van een document bewijst:
a)
dat zij voorheen langs legale weg in de Gemeenschap zijn binnengebracht of verworven en dat zij, al dan niet gewijzigd, opnieuw in de Gemeenschap worden binnengebracht, of
b)
dat het bewerkte specimens zijn die meer dan 50 jaar geleden werden verkregen.

6

[In overleg met de betrokken landen van herkomst kan de Commissie volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure en met inachtneming van de adviezen van de wetenschappelijke studiegroep, algemene – of bepaalde landen van herkomst betreffende – beperkingen opleggen ten aanzien van het binnenbrengen in de Gemeenschap:]
a)
van specimens van in bijlage A genoemde soorten, op basis van de in lid 1, onder a), i), of e), genoemde voorwaarden,
b)
van specimens van in bijlage B genoemde soorten, op basis van de in lid 1, onder e), of lid 2, onder a), genoemde voorwaarden, en
c)
van levende specimens van in bijlage B genoemde soorten die een grote sterfte tijdens het vervoer vertonen of waarvan vaststaat dat zij in gevangenschap een drastisch verlaagde levensverwachting hebben, of
d)
van levende specimens van soorten waarvan vaststaat dat introductie in het natuurlijk milieu van de Gemeenschap een ecologische bedreiging vormt voor inheemse in het wild levende dier- en plantesoorten van de Gemeenschap.
De Commissie maakt elk kwartaal een lijst van de eventuele beperkingen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend.

7

[Indien bepaalde specimens, wanneer zij in de Gemeenschap worden binnengebracht, op schepen worden overgeladen, dan wel per vliegtuig of per spoor worden vervoerd, worden door de Commissie ontheffingen toegestaan op de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde controle en voorlegging van invoerdocumenten in het douanekantoor aan de grens waar zij worden binnengebracht, zodat deze controle en voorlegging in een ander, overeenkomstig artikel 12, lid 1, aangewezen douanekantoor kunnen geschieden.
Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

Art. 5. Uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap

1

Specimens van de in bijlage A van deze verordening genoemde soorten mogen slechts uit de Gemeenschap uitgevoerd of wederuitgevoerd worden indien de nodige controles zijn verricht en vooraf bij het douanekantoor waar de uitvoerformaliteiten vervuld worden, een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat is voorgelegd, dat is afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat waar de specimens zich bevinden.

2

Voor de in bijlage A genoemde specimens mag enkel een uitvoervergunning worden afgegeven indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
a)
de bevoegde wetenschappelijke autoriteit heeft in een schriftelijk advies gesteld dat het vangen of verzamelen van de specimens of de uitvoer daarvan geen nadelig effect heeft op de instandhouding van de soort of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort;
b)
de aanvrager staaft aan de hand van documenten dat de specimens verkregen zijn overeenkomstig de vigerende wetgeving betreffende de bescherming van de betrokken soort; indien de aanvraag wordt ingediend bij een andere Lid-Staat dan de Staat van herkomst, kan zulks geschieden door middel van een certificaat waarin wordt verklaard dat het specimen aan zijn natuurlijk milieu is onttrokken overeenkomstig de vigerende wetgeving op zijn grondgebied;
c)
de administratieve instantie heeft de zekerheid verkregen dat:
i)
levende specimens op een zodanige wijze voor vervoer gereed gemaakt en verzonden zullen worden dat de risico's van verwonding, ziekte of ruwe behandeling tot een minimum beperkt zijn, en
ii)
de specimens van soorten die niet in bijlage I bij de Overeenkomst zijn vermeld, niet voor overwegend commerciële doeleinden zullen worden gebruikt, of
in geval van uitvoer van specimens van de in artikel 3, lid 1, onder a), bedoelde soorten naar een Staat die partij is bij de Overeenkomst, een invoervergunning is afgegeven;
en
d)
de administratieve instantie van de Lid-Staat heeft via overleg met de bevoegde wetenschappelijke autoriteit de zekerheid verkregen dat er geen andere argumenten in verband met de instandhouding van de soort pleiten tegen afgifte van de uitvoervergunning.

3

Een wederuitvoercertificaat mag enkel worden afgegeven indien is voldaan aan de in lid 2, onder c) en d), genoemde voorwaarden en de aanvrager aan de hand van documenten bewijst dat de specimens:
a)
overeenkomstig de bepalingen van deze verordening in de Gemeenschap werden binnengebracht, of
b)
overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3626/82 in de Gemeenschap werden binnengebracht, indien dit plaatsvond vóór de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, of
c)
in de internationale handel zijn gebracht overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst, indien het gaat om vóór 1984 in de Gemeenschap binnengebrachte specimens, of
d)
langs wettelijke weg op het grondgebied van een Lid-Staat binnengebracht werden voordat de in de onder a) en b) bedoelde verordeningen of de Overeenkomst op die specimens, of in die Lid-Staat, van toepassing werden.

4

Specimens van de in de bijlagen B en C genoemde soorten mogen slechts uit de Gemeenschap uitgevoerd of wederuitgevoerd worden indien de nodige controles zijn verricht en vooraf bij het douanekantoor waar de uitvoerformaliteiten vervuld worden, een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat is voorgelegd die/dat werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat waar de specimens zich bevinden.
Een uitvoervergunning mag enkel worden afgegeven indien aan de in lid 2, onder a), b), c), i), en d), genoemde voorwaarden is voldaan.
Een wederuitvoercertificaat mag enkel worden afgegeven indien is voldaan aan de in lid 2, onder c), i) en d), en in lid 3, onder a), b), c), en d), genoemde voorwaarden.

5

[Indien een aanvraag voor een wederuitvoercertificaat betrekking heeft op specimens die bij binnenkomst in de Gemeenschap vergezeld gingen van een door een andere lidstaat afgegeven invoervergunning, pleegt de administratieve instantie vooraf overleg met de administratieve instantie die de invoervergunning heeft afgegeven. De overlegprocedures en de gevallen waarin overleg vereist is, worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

6

De in lid 2, onder a) en c), ii), genoemde voorwaarden voor de afgifte van een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat zijn niet van toepassing op:
i)
bewerkte specimens die meer dan 50 jaar geleden werden verkregen, of
ii)
dode specimens, delen daarvan en van deze specimens verkregen produkten waarvoor de aanvrager aan de hand van documenten kan bewijzen dat zij langs legale weg zijn verkregen voordat de bepalingen van deze verordening, van Verordening (EEG) nr. 3626/82 of van de Overeenkomst daarop van toepassing werden.

7

a)
De bevoegde wetenschappelijke autoriteit van elke Lid-Staat controleert de door die Lid-Staat afgegeven uitvoervergunningen voor specimens van de in bijlage B opgenomen soorten alsmede de daadwerkelijke uitvoer van deze specimens. Zodra een wetenschappelijke autoriteit van oordeel is dat de uitvoer van specimens behorend tot een dergelijke soort beperkt dient te worden met het oog op de instandhouding van die soort in haar gehele areaal op een niveau waarop zij haar rol in het ecosysteem waarin ze voorkomt naar behoren kan vervullen, en ver boven het niveau waarop zij overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), of onder b), i), voor opneming in bijlage A in aanmerking zou komen, deelt de wetenschappelijke autoriteit de bevoegde administratieve instantie schriftelijk mee welke de gepaste maatregelen zijn die moeten worden genomen om de afgifte van uitvoervergunningen voor de specimens van deze soort te beperken.
b)
[Wanneer een administratieve instantie van dergelijke maatregelen op de hoogte is gebracht, deelt zij die – tezamen met haar opmerkingen – mee aan de Commissie; volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure beveelt de Commissie eventueel uitvoerbeperkingen met betrekking tot de betrokken soort aan.]

Art. 6. Afwijzing van aanvragen voor in de artikelen 4, 5 en 10 bedoelde vergunningen en certificaten

1

Wanneer een Lid-Staat een aanvraag voor een vergunning of certificaat afwijst en wanneer het in het licht van de doelstellingen van deze verordening gaat om een significant geval, stelt hij de Commissie daarvan onverwijld in kennis en deelt hij haar de redenen van zijn afwijzing mee.

2

Met het oog op de eenvormige toepassing van deze verordening deelt de Commissie aan de andere Lid-Staten de informatie mee die zij overeenkomstig lid 1 heeft verkregen.

3

Wanneer een vergunning of certificaat wordt aangevraagd voor specimens waarvoor eerder een dergelijke aanvraag werd afgewezen, dient de aanvrager de bevoegde instantie waarbij de aanvraag wordt ingediend van deze vroegere afwijzing op de hoogte te brengen.

4

a)
De Lid-Staten erkennen de afwijzing van aanvragen door de bevoegde instanties van de andere Lid-Staten wanneer deze op bepalingen van de onderhavige verordening gebaseerd zijn.
b)
Dit geldt evenwel niet indien de omstandigheden fundamenteel gewijzigd zijn of indien een aanvraag stoelt op nieuwe documenten. Indien een administratieve instantie in dergelijke gevallen een vergunning of certificaat afgeeft, brengt zij de Commissie van deze afgifte en van de redenen daarvoor op de hoogte.

Art. 7. Afwijkingen


1 In gevangenschap geboren en gefokte of kunstmatig gekweekte specimens

a)

Met uitzondering van de toepassing van artikel 8 zijn op specimens van de in bijlage A genoemde soorten die in gevangenschap zijn geboren en gefokt of kunstmatig zijn gekweekt, de bepalingen van toepassing die gelden voor specimens van in bijlage B genoemde soorten.

b)

Voor kunstmatig gekweekte planten kan van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 worden afgeweken onder welbepaalde, door de Commissie vast te stellen voorwaarden met betrekking tot:
i)
het gebruik van fytosanitaire certificaten,
ii)
de transacties van ingeschreven handelaren en van de in lid 4 van dit artikel bedoelde wetenschappelijke instellingen, en
iii)
de handel in hybride specimens.

c)

[De Commissie stelt naast de onder b) bedoelde bijzondere voorwaarden, ook de criteria vast aan de hand waarvan moet worden uitgemaakt of een specimen in gevangenschap geboren en gefokt of kunstmatig gekweekt is en of dit al dan niet voor handelsdoeleinden gebeurde. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

2 Doorvoer

a)

In afwijking van artikel 4 zijn, indien een specimen via de Gemeenschap wordt doorgevoerd, de controle en de overlegging van de voorgeschreven vergunningen, certificaten en kennisgevingen in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, niet vereist.

b)

In het geval van soorten die overeenkomstig artikel 3, lid 1 en lid 2, onder a) en b), in de bijlagen zijn opgenomen, is de onder a) bedoelde afwijking alleen van toepassing indien een geldig document voor uitvoer of wederuitvoer zoals in de Overeenkomst is bepaald, dat overeenkomt met de specimens waarvoor het als begeleidend document dient, en waarin de bestemming van het specimen nader wordt vermeld, is afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het derde land van uitvoer of wederuitvoer.

c)

[Indien het onder b) bedoelde document niet vóór de uitvoer of wederuitvoer is afgegeven, moet het specimen in beslag worden genomen en kan het in voorkomend geval verbeurd worden verklaard, tenzij het document achteraf toch wordt overgelegd onder de door de Commissie vastgestelde voorwaarden. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

[3 Persoonlijke bezittingen en huisraad
In afwijking van de artikelen 4 en 5 zijn de daarin vervatte bepalingen niet van toepassing op dode specimens, delen daarvan of daaruit verkregen producten van soorten genoemd in de bijlagen A tot en met D bij deze verordening die vallen onder persoonlijke bezittingen of huisraad die in de Gemeenschap worden binnengebracht dan wel uit de Gemeenschap worden uitgevoerd of wederuitgevoerd, in overeenstemming met de bepalingen die door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

4 [Wetenschappelijke instellingen
De in de artikelen 4, 5, 8 en 9 bedoelde documenten behoeven niet te worden overgelegd wanneer het gaat om uitlening, schenking of uitwisseling voor niet-commerciële doeleinden tussen wetenschappers en wetenschappelijke instellingen die door een administratieve instantie van de staat waarin ze zijn gevestigd, zijn ingeschreven, van specimens uit herbaria en van andere geconserveerde gedroogde of ingesloten specimens uit musea en van levende planten die voorzien zijn van een etiket waarvan het model wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure of van een gelijksoortig etiket, afgegeven of goedgekeurd door een administratieve instantie van een derde land.]

Art. 8. Bepalingen betreffende de controle op handelsactiviteiten

1

De aankoop, het te koop vragen, de verwerving voor commerciële doeleinden, het tentoonstellen voor commerciële doeleinden, het gebruik met winstoogmerk en het verkopen, het in bezit hebben met het oog op verkoop, het ten verkoop aanbieden of het vervoeren met het oog op verkoop van specimens van de in bijlage A genoemde soorten, is verboden.

2

De Lid-Staten kunnen het in bezit hebben van specimens, met name van tot de in bijlage A genoemde soorten behorende levende dieren, verbieden.

3

In overeenstemming met de voorschriften van andere Gemeenschapswetgeving betreffende de instandhouding van wilde fauna en flora kan per geval ontheffing van de in lid 1 genoemde verbodsbepalingen worden verleend door afgifte van een daartoe strekkend certificaat door een administratieve instantie van de Lid-Staat waarin de specimens zich bevinden, indien de specimens:
a)
werden verkregen of werden binnengebracht voordat de bepalingen betreffende de soorten als genoemd in bijlage I bij de Overeenkomst of in bijlage C 1 bij Verordening (EEG) nr. 3626/82 of in bijlage A bij de onderhavige verordening, van toepassing werden op die specimens; of
b)
bewerkte specimens zijn die meer dan 50 jaar geleden zijn verkregen; of
c)
in de Gemeenschap werden binnengebracht overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en bestemd zijn om te worden gebruikt voor doeleinden die het voortbestaan van de betrokken soort niet nadelig beïnvloeden; of
d)
in gevangenschap geboren en gefokte specimens zijn van een diersoort of kunstmatig gekweekte specimens van een plantesoort of een deel van zo'n dier of zo'n plant zijn of daaruit zijn verkregen; of
e)
onder bijzondere omstandigheden en met naleving van Richtlijn 86/609/EEG van de Raad van 24 november 1986 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt nodig zijn met het oog op de vooruitgang van de wetenschap of voor belangrijke biomedische doeleinden indien de betrokken soort de enige blijkt te zijn die daarvoor geschikt is, en geen in gevangenschap geboren en gefokte specimens van die soort beschikbaar zijn; of
f)
bestemd zijn voor fok- of kweekdoeleinden en dientengevolge zullen bijdragen tot de instandhouding van de betrokken soorten; of
g)
bestemd zijn voor onderzoek of onderwijs dat de bescherming of de instandhouding van de soort op het oog heeft; of
h)
van oorsprong zijn uit een Lid-Staat en overeenkomstig de in die Lid-Staat geldende wetgeving aan hun natuurlijk milieu werden onttrokken.

4

[De Commissie kan, op basis van de voorwaarden van lid 3, algemene afwijkingen van de verbodsbepalingen van lid 1 vaststellen, alsmede algemene ontheffingen met betrekking tot de soorten die overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), ii), in bijlage A zijn opgenomen. Dergelijke afwijkingen moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van andere Gemeenschapswetgeving inzake de instandhouding van wilde fauna en flora. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

5

De in lid 1 genoemde verbodsbepalingen gelden ook voor specimens van de soorten genoemd in bijlage B, behalve indien ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat is aangetoond dat die specimens verkregen werden en, indien zij niet uit de Gemeenschap afkomstig zijn, daarin werden binnengebracht overeenkomstig de geldende wetgeving inzake de instandhouding van de wilde flora en fauna.

6

De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten kunnen de specimens van de in de bijlagen B tot en met D bij deze verordening genoemde soorten die zij uit hoofde van deze verordening verbeurd hebben verklaard, verkopen op voorwaarde dat zij op deze wijze niet rechtstreeks terugkeren naar de natuurlijke of rechtspersoon waarvan zij in beslag werden genomen of die medeschuldig aan de inbreuk is. Deze specimens kunnen dan voor alle doeleinden worden gebruikt alsof zij legaal waren verworven.

Art. 9. Vervoer van levende specimens

1

Voor elk vervoer binnen de Gemeenschap van een levend specimen van een soort opgenomen in bijlage A van de plaats die vermeld wordt op de invoervergunning of op een certificaat dat in overeenstemming met deze verordening is afgegeven, is de voorafgaande toestemming vereist van een administratieve instantie van de Lid-Staat waarin het specimen zich bevindt. In de overige gevallen van vervoer moet de persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer in voorkomend geval het bewijs van de wettelijke oorsprong van het specimen kunnen leveren.

2

Toestemming wordt:
a)
alleen verleend wanneer de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van die Lid-Staat of – indien het vervoer naar een andere Lid-Staat plaatsvindt – wanneer de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van deze laatste zich ervan heeft vergewist dat de geplande accommodatie op de plaats van bestemming van een levend specimen voldoende is uitgerust om het in stand te houden en goed te verzorgen;
b)
bevestigd door afgifte van een certificaat; en
c)
indien van toepassing, onmiddellijk meegedeeld aan een administratieve instantie van de Lid-Staat waarnaar het specimen zal worden verzonden.

3

Deze toestemming is evenwel niet vereist indien een levend dier voor een urgente veterinaire behandeling moet worden vervoerd en daarna rechtstreeks wordt teruggebracht naar de plaats waar het zich mag bevinden.

4

Indien een levend specimen van een soort genoemd in bijlage B binnen de Gemeenschap wordt vervoerd, mag degene die het specimen in zijn bezit heeft, hiervan uitsluitend afstand doen indien de toekomstige ontvanger voldoende is ingelicht over het onderbrengen, de uitrusting en de handelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het specimen op gepaste wijze zal worden behandeld.

5

Indien levende specimens vervoerd worden naar, uit of binnen de Gemeenschap, of bij doorvoer of overlading op een bepaalde plaats worden gehouden, dienen zij op een zodanige wijze te worden gereeedgemaakt, vervoerd en verzorgd dat risico's van verwondingen, ziekte en ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt en dit, indien het om dieren gaat, in overeenstemming met de communautaire regelgeving inzake de bescherming van dieren gedurende het vervoer.

6

[De Commissie kan beperkingen opleggen ten aanzien van het in het bezit hebben of vervoer van levende specimens van soorten waarvoor overeenkomstig artikel 4, lid 6, beperkingen inzake het binnenbrengen in de Gemeenschap zijn vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

Art. 10. Af te geven certificaten

Wanneer zij van de betrokkene een van de nodige bewijsstukken vergezelde aanvraag ontvangt en wanneer is voldaan aan de voorwaarden inzake afgifte, kan een administratieve instantie van een Lid-Staat een certificaat afgeven voor de doeleinden van artikel 5, lid 2, onder b), artikel 5, lid 3, artikel 5, lid 4, artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 2, onder b).

Art. 11. Geldigheid van en speciale voorwaarden met betrekking tot vergunningen en certificaten

1

Onverminderd strengere maatregelen die de Lid-Staten kunnen aannemen of handhaven zijn vergunningen en certificaten die overeenkomstig deze verordening door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten zijn verstrekt, in de hele Gemeenschap geldig.

2

a)
Elke vergunning of elk certificaat evenwel, alsmede elke vergunning of elk certificaat die/dat op basis daarvan werd afgegeven, wordt als nietig beschouwd indien door een bevoegde autoriteit of door de Commissie in overleg met de bevoegde autoriteit die de vergunning of het certificaat heeft afgeleverd, wordt bewezen dat dit is geschied aan de hand van de foute veronderstelling dat aan de voorwaarden voor afgifte was voldaan.
b)
Specimens die zich bevinden op het grondgebied van een Lid-Staat en waarvoor dat soort documenten werd opgemaakt, worden in beslag genomen door de bevoegde autoriteiten van die Lid-Staat en kunnen verbeurd worden verklaard.

3

Aan elke vergunning of elk certificaat dat overeenkomstig deze verordening door een autoriteit werd afgegeven, kunnen voorwaarden en vereisten worden verbonden die door die autoriteit zijn opgelegd om te garanderen dat aan de bepalingen daarvan wordt voldaan. Indien dergelijke voorwaarden als vereisten als standaardformulering in vergunningen of certificaten dienen te worden opgenomen, stellen de Lid-Staten de Commissie daarvan in kennis.

4

Elke invoervergunning die is afgegeven op basis van een kopie van de overeenkomstige uitvoervergunning, respectievelijk het overeenkomstige wederuitvoercertificaat, is alleen geldig voor het binnenbrengen van specimens in de Gemeenschap indien zij vergezeld gaat van het originele exemplaar van de uitvoervergunning, respectievelijk van het uitvoercertificaat.

5

[De Commissie stelt de termijnen voor de afgifte van vergunningen en certificaten vast. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

Art. 12. Plaats van binnenkomst en uitvoer

1

De Lid-Staten wijzen de douanekantoren aan waar de controles en formaliteiten worden vervuld voor het binnenbrengen in de Gemeenschap, ten behoeve van het verlenen van een douanebestemming overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek, en voor de uitvoer uit de Gemeenschap van specimens van onder deze verordening vallende soorten; zij geven tevens aan welke douanekantoren speciaal voor levende specimens zijn bestemd.

2

Alle krachtens lid 1 aangewezen kantoren worden voorzien van voldoende en deskundig personeel. De Lid-Staten zorgen ervoor dat adequate accommodatievoorzieningen beschikbaar zijn, overeenkomstig de bepalingen van de relevante communautaire wetgeving inzake het vervoer en het onderbrengen van levende dieren en, wanneer zulks nodig is, dat adequate voorzieningen voor levende planten worden getroffen.

3

Alle overeenkomstig lid 1 aangewezen kantoren worden meegedeeld aan de Commissie, die de lijst ervan publiceert in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

4

[In uitzonderlijke gevallen en overeenkomstig de door de Commissie vastgestelde criteria kan een administratieve instantie toestemming geven om de betrokken specimens via een ander douanekantoor dan die welke overeenkomstig lid 1 zijn aangewezen, in de Gemeenschap binnen te brengen, c.q. daaruit uit te voeren of weder uit te voeren. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële elementen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

5

De Lid-Staten zorgen ervoor dat het publiek bij de grenspost wordt geïnformeerd over de toepassingsbepalingen van deze verordening.

Art. 13. Administratieve instanties, wetenschappelijke autoriteiten en andere bevoegde instanties

1

a)
Iedere Lid-Staat wijst een administratieve hoofdinstantie aan die belast wordt met de uitvoering van deze verordening en de contacten met de Commissie.
b)
Iedere Lid-Staat kan tevens nog meer administratieve instanties en andere bevoegde instanties aanwijzen die bijstand verlenen bij de uitvoering, in welk geval de administratieve hoofdinstantie ervoor verantwoordelijk is dat de instanties die assistentie verlenen alle informatie krijgen die voor een correcte toepassing van de verordening nodig is.

2

Iedere Lid-Staat wijst een of meer wetenschappelijke autoriteiten aan die over de nodige kwalificaties beschikken en andere taken hebben dan die van de aangewezen administratieve instanties.

3

a)
Uiterlijk drie maanden vóór de toepassingsdatum van deze verordening delen de Lid-Staten aan de Commissie de namen en adressen mee van de administratieve instanties, de wetenschappelijke autoriteiten en andere autoriteiten die bevoegd zijn om vergunningen en certificaten af te geven; deze informatie wordt binnen een maand bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
b)
Iedere in lid 1, onder a), bedoelde administratieve instantie deelt op verzoek van de Commissie binnen twee maanden de namen en voorbeelden van handtekeningen mee van personen die gemachtigd zijn om vergunningen of certificaten te ondertekenen, alsmede stempelafdrukken, zegels of andere merken die gebruikt worden om vergunningen of certificaten te legaliseren.
c)
De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van elke verandering in de reeds verstrekte informatie, en zulks niet later dan twee maanden nadat een wijziging is doorgevoerd.

Art. 14. Controle op de uitvoering en onderzoek naar inbreuken

1

a)
De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten zien toe op de naleving van de bepalingen van deze verordening.
b)
Indien de bevoegde autoriteiten op een bepaald ogenblik redenen hebben om te geloven dat deze bepalingen niet worden nageleefd, nemen zij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden nageleefd of om een rechtsvordering in te stellen.
c)
De Lid-Staten delen de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst, wat betreft de in de bijlagen bij de Overeenkomst vermelde soorten, alle maatregelen mee die de bevoegde autoriteiten ten aanzien van significante overtredingen van deze verordening hebben genomen, waaronder inbeslagname en verbeurdverklaring.

2

De Commissie vestigt de aandacht van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten op de zaken waarvoor zij een onderzoek in het kader van deze verordening noodzakelijk acht. De Lid-Staten delen de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst, wat betreft de in de bijlagen bij de Overeenkomst vermelde soorten, het resultaat van alle daaropvolgende onderzoeken mee.

3

a)
Er wordt een Toezichtsgroep opgericht, bestaande uit de vertegenwoordigers van de autoriteiten van iedere Lid-Staat, die belast zijn met de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze verordening. De Groep wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.
b)
De Toezichtsgroep bestudeert ieder technisch vraagstuk betreffende de tenuitvoerlegging van deze verordening dat de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van de leden van de Groep of het comité aan de orde stelt.
c)
De Commissie deelt de in de Toezichtsgroep geuite opvattingen mee aan het comité.

Art. 15. Verstrekken van informatie

1

De Lid-Staten en de Commissie verstrekken elkaar de nodige informatie voor de uitvoering van deze verordening.
De Lid-Staten en de Commissie zien erop toe dat de nodige maatregelen worden genomen om het publiek bewust te maken van en te informeren over de toepassingsbepalingen van de Overeenkomst en van deze verordening, en van de uitvoeringsmaatregelen daarvan.

2

De Commissie onderhoudt contacten met het secretariaat van de Overeenkomst om ervoor te zorgen dat de Overeenkomst doeltreffend ten uitvoer wordt gelegd op het grondgebied waarop deze verordening van toepassing is.

3

De Commissie deelt adviezen van de wetenschappelijke studiegroep onmiddellijk mee aan de administratieve instanties van de betrokken Lid-Staten.

4

a)
De administratieve instanties van de Lid-Staten delen de Commissie elk jaar vóór 15 juni alle informatie mee betreffende het voorafgaande jaar die nodig is om de in artikel 8, lid 7, van de Overeenkomst bedoelde rapporten op te stellen, alsmede gelijkwaardige informatie over de internationale handel in alle specimens van de in de bijlagen A, B en C genoemde soorten en over het binnenbrengen in de Gemeenschap van specimens van de in bijlage D genoemde soorten. [De Commissie bepaalt volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure welke informatie moet worden verstrekt en in welke vorm dat dient te geschieden.]
b)
[Op basis van de door de lidstaten verstrekte, in punt a), bedoelde informatie maken de diensten van de Commissie vóór 31 oktober van elk jaar een overzicht voor de hele Unie openbaar over het binnenbrengen in de Unie en de uitvoer en wederuitvoer uit de Unie van de specimens van de soorten waarop deze verordening van toepassing is, en verstrekken zij het secretariaat van de Overeenkomst informatie over de onder de Overeenkomst vallende soorten.]
c)
[Onverminderd artikel 20 van deze verordening verstrekken de administratieve instanties van de lidstaten de Commissie één jaar vóór elke vergadering van de Conferentie van de Partijen bij de Overeenkomst alle relevante informatie betreffende de voorgaande periode die vereist is voor het opstellen van de in artikel VIII, lid 7, onder b), van de overeenkomst bedoelde verslagen en gelijkwaardige informatie over de bepalingen van deze verordening die buiten het toepassingsgebied van de Overeenkomst vallen. Het format voor de indiening ervan wordt door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen vastgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 18, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.]
d)
[De Commissie maakt op basis van de door de lidstaten verstrekte, onder c), bedoelde informatie een overzicht voor de hele Unie over de tenuitvoerlegging en handhaving van deze verordening openbaar.]
e)
[De administratieve instanties van de lidstaten voorzien de Commissie elk jaar vóór 15 juni van alle informatie betreffende het voorafgaande jaar die vereist is voor het opstellen van het jaarlijkse verslag inzake illegale handel dat wordt genoemd in de Cites-resolutie Conf. 11.17 (rev. CoP17).]

5

[Met het oog op de wijzigingen van de bijlagen delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de Commissie alle relevante informatie mee. Volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure bepaalt de Commissie welke informatie vereist is.]

6

Onverminderd Richtlijn 90/313/EEG van de Raad van 7 juni 1990 inzake de vrije toegang tot milieu-informatie neemt de Commissie de nodige maatregelen om te waarborgen dat de informatie die overeenkomstig de toepassing van deze verordening is verkregen, vertrouwelijk wordt behandeld.

Art. 16. Sancties

1

De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om er ten minste voor te zorgen dat sancties worden opgelegd indien op de bepalingen van deze verordening de volgende inbreuken worden gemaakt:
a)
binnenbrengen in of uitvoeren dan wel wederuitvoeren uit de Gemeenschap van specimens zonder de passende vergunning of het passende certificaat, of met een niet naar waarheid ingevulde, vervalste of ongeldige vergunning of certificaat dan wel een vergunning of certificaat waarin wijzigingen zijn aangebracht zonder toestemming van de autoriteit die deze heeft afgegeven;
b)
niet voldoen aan de bepalingen die op een overeenkomstig deze verordening afgegeven vergunning of certificaat zijn vermeld;
c)
afleggen van een valse verklaring of het bewust verstrekken van verkeerde informatie om zodoende een vergunning of een certificaat te kunnen verkrijgen;
d)
gebruik van een niet naar waarheid ingevulde, vervalste of ongeldige vergunning of certificaat dan wel van een vergunning of certificaat waarin zonder toestemming wijzigingen zijn aangebracht, met de bedoeling om een communautaire vergunning of een communautair certificaat te verkrijgen dan wel met het oog op een ander officieel doel dat met deze verordening in verband staat;
e)
niet of niet naar waarheid kennisgeven van invoer;
f)
vervoer van levende specimens die niet op zodanige wijze zijn gereedgemaakt dat risico's van verwondingen, ziekte of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt;
g)
ander gebruik van de specimens van soorten genoemd in bijlage A dan dat waarvoor bij afgifte van de invoervergunning of daarna toestemming werd verleend;
h)
handel in kunstmatig gekweekte planten in strijd met de overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b), vastgestelde bepalingen;
i)
vervoer van specimens naar of uit de Gemeenschap of doorvoer via de Gemeenschap zonder dat er in overeenstemming met deze verordening of, in het geval van uitvoer of wederuitvoer uit een derde land dat partij is bij de Overeenkomst, in overeenstemming met die Overeenkomst, een passende vergunning of passend certificaat is afgegeven, of een bevredigend bewijs van het bestaan daarvan geleverd is;
j)
in strijd met artikel 8 aankopen, te koop vragen, verwerven voor commerciële doeleinden, gebruiken voor commerciële doeleinden, ten toon stellen voor commerciële doeleinden, verkopen, in bezit hebben met het oog op verkoop, ten verkoop aanbieden of vervoeren met het oog op verkoop van specimens;
k)
gebruiken van een vergunning of certificaat voor een ander specimen dan dat waarvoor zij werd afgegeven;
l)
vervalsen of wijzigen van een overeenkomstig deze verordening afgegeven vergunning of certificaat;
m)
verzwijgen van het feit dat een aanvraag voor een vergunning of certificaat overeenkomstig artikel 6, lid 3, werd afgewezen.

2

De in lid 1 bedoelde maatregelen staan in een passende verhouding tot de aard en de ernst van de inbreuk en bevatten onder meer voorzieningen met betrekking tot de inbeslagname en, in voorkomend geval, verbeurdverklaring van de specimens.

3

Indien een specimen verbeurd wordt verklaard, wordt het toevertrouwd aan een bevoegde autoriteit van de Lid-Staat die tot verbeurdverklaring is overgegaan, die:
a)
na overleg met een wetenschappelijke autoriteit van die Lid-Staat, het specimen ergens onderbrengt of het van de hand doet op een manier die zij geschikt en verenigbaar acht met de doelstellingen en bepalingen van de onderhavige verordening; en
b)
in het geval van een levend specimen dat in de Gemeenschap is binnengebracht, na overleg met het land van uitvoer, dat specimen op kosten van degene die veroordeeld is, naar dat land kan terugsturen.

4

Indien een levend specimen van een soort genoemd in bijlage B of C op een bepaalde plaats wordt binnengebracht zonder de/het passende geldige vergunning of certificaat, moet het specimen in beslag worden genomen en kan het verbeurd worden verklaard of kunnen, indien de geadresseerde het specimen weigert te accepteren, de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten waarin deze plaats van binnenkomst gelegen is, zo nodig de zending weigeren en van de vervoerder eisen dat hij het specimen naar de plaats van vertrek terugzendt.

Art. 17. De wetenschappelijke studiegroep

1

Er wordt een wetenschappelijke studiegroep opgericht bestaande uit de vertegenwoordigers van de wetenschappelijke autoriteit(en) van de verschillende Lid-Staten, en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2

a)
De wetenschappelijke studiegroep onderzoekt alle wetenschappelijke vraagstukken met betrekking tot de uitvoering van deze verordening – met name die inzake artikel 4, leden 1, onder a), 2, onder a), en 6 – die door haar voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de leden van de groep of van het comité, aan de orde worden gesteld.
b)
De Commissie deelt de adviezen van de wetenschappelijke studiegroep aan het comité mee.

Art. 18.

[1

De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2

Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden. Voor de taken waarvoor het comité krachtens artikel 19, punten 1 en 2, bevoegd is, worden de voorgestelde maatregelen, indien de Raad na verloop van een termijn van drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, door de Commissie vastgesteld.

3

[Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.]

4

[Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 5ter, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.]
De in artikel 5bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden vastgesteld op respectievelijk één maand, één maand en twee maanden.]

Art. 19.

[1

Volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure neemt de Commissie de maatregelen aan bedoeld in artikel 4, lid 6, artikel 5, lid 7, onder b), artikel 7, lid 4, artikel 15, lid 4, onder a) en c), artikel 15, lid 5, en artikel 21, lid 3.
De Commissie stelt het model vast van de in artikel 4, artikel 5, artikel 7, lid 4, en artikel 10 bedoelde documenten, volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.

2

De Commissie neemt de maatregelen aan bedoeld in artikel 4, lid 7, artikel 5, lid 5, artikel 7, lid 1, onder c), lid 2, onder c), en lid 3, artikel 8, lid 4, artikel 9, lid 6, artikel 11, lid 5, en artikel 12, lid 4. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3

De Commissie stelt uniforme bepalingen en criteria vast voor:
a)
de afgifte, de geldigheid en het gebruik van de documenten bedoeld in artikel 4, artikel 5, artikel 7, lid 4, en artikel 10;
b)
het gebruik van de in artikel 7, lid 1, onder b), i), bedoelde fytosanitaire certificaten;
c)
het opstellen, wanneer zulks nodig is, van procedures voor het merken van specimens als hulpmiddel bij de identificatie ervan en ter naleving van de verordening.
Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

4

De Commissie neemt zo nodig aanvullende maatregelen aan om de resoluties van de conferentie van de partijen bij de overeenkomst, besluiten of aanbevelingen van het Permanent Comité van de overeenkomst en aanbevelingen van het secretariaat van de overeenkomst ten uitvoer te leggen. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

5

De Commissie wijzigt de bijlagen A tot en met D, met uitzondering van de wijzigingen van bijlage A die niet uit de besluiten van de conferentie van de partijen bij de overeenkomst voortvloeien. Die maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.]

Art. 20. Slotbepalingen

Elke Lid-Staat stelt de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst in kennis van de specifieke bepalingen die hij met het oog op de uitvoering van deze verordening treft, en van alle rechtsinstrumenten die worden aangewend en de maatregelen die zijn genomen om deze ten uitvoer te leggen en toe te passen.
De Commissie stelt de overige Lid-Staten daarvan in kennis.

Art. 21.

1

Verordening (EEG) nr. 3626/82 wordt ingetrokken.

2

Zolang de in artikel 19, leden 1 en 2, bedoelde maatregelen niet zijn aangenomen kunnen de Lid-Staten de overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3626/82 en Verordening (EEG) nr. 3418/83 van de Commissie van 28 november 1983 houdende bepalingen voor eenvormige afgifte en gebruik van documenten die vereist zijn voor de toepassing in de Gemeenschap van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten, aangenomen maatregelen handhaven of blijven toepassen.

3

[Twee maanden voor de toepassing van deze verordening handelt de Commissie volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure en in overleg met de wetenschappelijke studiegroep als volgt:]
a)
zij onderzoekt of beperkingen op het binnenbrengen in de Gemeenschap van de niet in bijlage A van deze verordening opgenomen soorten van bijlage C1 van Verordening (EEG) nr. 3626/82 op grond van enig element verantwoord zijn;
b)
zij stelt een verordening vast waarbij bijlage D wordt gewijzigd in een representatieve lijst van soorten die beantwoorden aan de criteria van artikel 3, lid 4, onder a).

Art. 22.
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juni 1997.
De artikelen 12 en 13, artikel 14, lid 3, de artikelen 16, 17, 18, 19 en 21, lid 3, zijn van toepassing vanaf de dag van inwerkingtreding van deze verordening.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Bijlage
Opmerkingen over de interpretatie van de bijlagen A, B, C en D

1

De in de bijlagen A, B, C en D opgenomen soorten worden aangeduid:
a)
met de naam van de soort, of
b)
met de verzamelnaam der soorten die behoren tot een hoger taxon of een aangegeven deel daarvan.

2

De afkorting “spp.” dient ter aanduiding van alle soorten van een hoger taxon.

3

Andere verwijzingen naar taxa van een hogere categorie dan de soort worden uitsluitend ter informatie of classificatie gegeven.

4

Vetgedrukte soorten in bijlage A zijn daarin opgenomen overeenkomstig hun bescherming uit hoofde van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad of Richtlijn 92/43/EEG van de Raad.

5

De volgende afkortingen worden gebruikt ter aanduiding van subspecifieke plantentaxa:
a)
“ssp.” ter aanduiding van een ondersoort (subspecies);
b)
“var.” ter aanduiding van een variëteit (varietas), en
c)
“fa.” ter aanduiding van een vorm (forma).

6

De tekens “(I)”, “(II)” en “(III)” achter de naam van een soort of hoger taxon verwijzen naar de bijlagen bij de overeenkomst waarin de betrokken soorten zijn opgenomen, zoals aangegeven in de opmerkingen 7, 8 en 9. Indien geen van deze tekens is aangebracht, zijn de betrokken soorten niet in de bijlagen bij de overeenkomst opgenomen.

7

(I) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage I bij de overeenkomst.

8

(II) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage II bij de overeenkomst.

9

(III) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage III bij de overeenkomst. In dat geval wordt tevens het land aangegeven met betrekking waartoe de soort of het hogere taxon in bijlage III is opgenomen.

10

Onder “cultivar” wordt, overeenkomstig de definitie in de 8e editie van de International Code of Nomenclature for Cultivated Plants, een verzameling planten verstaan die a) geselecteerd is op een bepaald kenmerk of een bepaalde combinatie van kenmerken, b) wat deze kenmerken betreft onderscheidbaar, uniform en stabiel is, en c) bij toepassing van passende vermeerderingsmethoden deze kenmerken behoudt. Geen nieuw cultivar-taxon kan als zodanig worden erkend alvorens de categorische naam en omschrijving ervan officieel zijn gepubliceerd in de meest recente editie van de International Code of Nomenclature for Cultivated Plants.

11

Hybriden kunnen uitdrukkelijk in de bijlagen worden opgenomen, doch uitsluitend indien zij in de vrije natuur onderscheidbare, stabiele populaties vormen. Op hybride dieren die in de laatste vier vooroudergeneraties van de lijn één of meer specimens van enige in bijlage A of B opgenomen soort tellen, is deze verordening van toepassing alsof zij tot die soort zelf behoorden, zelfs indien de betrokken hybride niet uitdrukkelijk in de bijlage(n) is opgenomen.

12

Wanneer een soort in bijlage A, B of C is opgenomen, zijn het hele dier of de hele plant, al dan niet levend, en alle delen en producten van die soort tevens daarin opgenomen. Met betrekking tot de in bijlage C opgenomen diersoorten en de in de bijlagen B of C opgenomen plantensoorten geldt dat ook alle delen en producten van de soort in dezelfde bijlage zijn opgenomen, tenzij voor die soort door middel van een annotatie is aangegeven dat alleen specifieke delen en producten daarin zijn opgenomen. Overeenkomstig artikel 2, onder t), dient het teken “#”, gevolgd door een cijfer, achter de naam van een in bijlage B of C opgenomen soort of hoger taxon om delen of producten te omschrijven die in dit verband ter fine van deze verordening zijn vermeld, als volgt:
#1
Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:
a)
zaden, sporen en pollen (met inbegrip van pollinia);
b)
in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem die in steriele recipiënten worden getransporteerd;
c)
afgesneden bloemen van kunstmatig gekweekte planten, en
d)
vruchten en delen en producten daarvan van kunstmatig gekweekte planten van het genus Vanilla.
#2
Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:
a)
zaden en pollen, en
b)
verpakte eindproducten die zijn klaargemaakt voor de detailhandel.
#3
Ter omschrijving van complete en versneden wortels en delen van wortels, maar niet van verwerkte delen of producten zoals poeders, pillen, extracten, tonica, theeën en snoepjes.
#4
Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:
a)
zaden (met inbegrip van zaadhulsels van Orchidaceae), sporen en pollen (met inbegrip van pollinia). De uitzondering is niet van toepassing op uit Mexico uitgevoerde zaden van Cactaceae spp. en op uit Madagaskar uitgevoerde zaden van Beccariophoenix madagascariensis en Dypsis decaryi;
b)
in vitro, zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem die in steriele recipiënten worden getransporteerd;
c)
afgesneden bloemen van kunstmatig gekweekte planten;
d)
vruchten en delen en producten daarvan van verwilderde of kunstmatig gekweekte planten van het genus Vanilla (Orchidaceae) en van de familie Cactaceae;
e)
stengels, bloemen en delen en producten daarvan van verwilderde of kunstmatig gekweekte planten van de geslachten Opuntia subgenus Opuntia en Selenicereus (Cactaceae), en
f)
verpakte eindproducten van Aloe ferox en Euphorbia antisyphilitica die zijn klaargemaakt voor de detailhandel.
#5
Ter omschrijving van stammen of blokken, planken en vellen fineer.
#6
Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer en gelaagd/geplakt hout.
#7
Ter omschrijving van stammen of blokken, houtspanen, poeders en extracten.
#8
Ter omschrijving van ondergrondse delen (d.w.z. wortels, wortelstokken): compleet, in stukken of in poedervorm.
#9
Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van die waarop een etiket is aangebracht met de vermelding “Produced from Hoodia spp. material obtained through controlled harvesting and production under the terms of an agreement with the relevant Cites Management Authority of [Botswana under agreement No. BW/xxxxxx] [Namibia under agreement No. NA/xxxxxx] [South Africa under agreement No. ZA/xxxxxx]”.
#10
Ter omschrijving van stammen of blokken, planken en vellen fineer, met inbegrip van niet-afgewerkte houten artikelen bestemd voor de fabricage van strijkstokken voor muziekinstrumenten.
#11
Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer, gelaagd/geplakt hout, poeders en extracten. Verpakte eindproducten die dergelijke extracten als ingrediënt hebben, met inbegrip van parfums, worden niet geacht onder deze annotatie te vallen.
#12
Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer, gelaagd/geplakt hout en extracten. Verpakte eindproducten die dergelijke extracten als ingrediënt hebben, met inbegrip van parfums, worden niet geacht onder deze annotatie te vallen.
#13
Ter omschrijving van de zaadkern (ook “endosperm”, “kokosvlees” of “kopra” genoemd) en alle daarvan afgeleide producten.
#14
Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:
a)
zaden en pollen;
b)
in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem die in steriele recipiënten worden getransporteerd;
c)
vruchten;
d)
bladeren;
e)
afgewerkt agarhoutpoeder, met inbegrip van alle vormen van compactpoeder, en
f)
verpakte eindproducten die zijn klaargemaakt voor de detailhandel, deze vrijstelling geldt niet voor spaanders, kralen, bidsnoerkralen en snijwerk.
#15
Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:
a)
bladeren, bloemen, pollen, vruchten en zaden;
b)
eindproducten met een maximaal gewicht van hout van de in de lijst opgenomen soorten tot 10 kg per zending;
c)
afgewerkte muziekinstrumenten, afgewerkte onderdelen van muziekinstrumenten en afgewerkte accessoires voor muziekinstrumenten;
d)
delen en producten van Dalbergia cochinchinensis die onder annotatie #4 vallen;
e)
delen en producten van Dalbergia spp. van oorsprong en uitgevoerd uit Mexico die onder annotatie #6 vallen;
#16
Ter omschrijving van zaden, vruchten en oliën;
#17
Stammen of blokken, planken, vellen fineer, gelaagd/geplakt hout en bewerkt hout.

13

De onderstaande termen en uitdrukkingen uit de annotaties in deze bijlagen worden als volgt gedefinieerd:

Extract
Alle stoffen die direct via natuurkundige of scheikundige middelen uit plantaardig materiaal zijn verkregen, ongeacht het productieproces. Een extract kan vast zijn (bv. kristallen, hars, fijne of grove deeltjes), halfvast (bv. gommen, was) of vloeibaar (bv. oplossingen, tincturen, olie en essentiële oliën).

Afgewerkte muziekinstrumenten
Een muziekinstrument (als vermeld in hoofdstuk 92 van het geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie; muziekinstrumenten, delen en toebehoren van muziekinstrumenten) dat direct bespeeld kan worden of enkel de installatie van onderdelen benodigt om het te kunnen bespelen. Hieronder vallen antieke instrumenten (zoals gedefinieerd in de codes 97.05 en 97.06 van het geharmoniseerd systeem; Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten).

Afgewerkte accessoires voor muziekinstrumenten
Een accessoire voor een muziekinstrument (als vermeld in hoofdstuk 92 van het geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie; muziekinstrumenten, delen en toebehoren van muziekinstrumenten) dat losstaat van het muziekinstrument en specifiek is ontworpen of gevormd om expliciet te worden gebruikt in combinatie met een instrument, en waarvoor geen verdere wijzigingen hoeven te worden aangebracht.

Afgewerkte onderdelen voor muziekinstrumenten
Een onderdeel (als vermeld in hoofdstuk 92 van het geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie; muziekinstrumenten, delen en toebehoren van muziekinstrumenten) van een muziekinstrument dat klaar is om te worden geïnstalleerd en dat specifiek is ontworpen en gevormd om expliciet te worden gebruikt in combinatie met het instrument om het bespeelbaar te maken.

Verpakte eindproducten die zijn klaargemaakt voor de detailhandel
Producten die afzonderlijk of in bulk worden vervoerd en geen verdere verwerking vergen, die verpakt en geëtiketteerd zijn voor eindgebruik of voor de detailhandel in een toestand die geschikt is om door het publiek te worden gekocht of gebruikt.

Poeder
Een droge, vaste stof in de vorm van fijne of grove deeltjes.

Zending
Vracht die wordt vervoerd onder de voorwaarden van één cognossement of luchtvrachtbrief, ongeacht de hoeveelheid of het aantal containers of colli; of voorwerpen die worden gedragen, vervoerd of die zijn opgenomen in persoonlijke bagage.

10 kg per zending
Voor de term “10 kg per zending” moet de grenswaarde van 10 kg worden geïnterpreteerd als betrekking hebbend op het gewicht van de afzonderlijke porties van elke zending van hout van de betrokken soort. Met andere woorden, de grens van 10 kg moet worden beoordeeld aan de hand van het gewicht van de afzonderlijke porties hout van de soorten Dalbergia/Guibourtia in elk artikel van de zending, in plaats van aan de hand van het totale gewicht van de zending.

Bewerkt hout
Omschreven in code 44.09 van het geharmoniseerd systeem. Hout (niet-ineengezette plankjes voor parketvloeren daaronder begrepen), waarvan ten minste één zijde of uiteinde over de gehele lengte is geprofileerd (geploegd, van sponningen voorzien, afgerond met V-verbinding of dergelijke), ook indien geschaafd, geschuurd of in de lengte verbonden.

Houtspaanders
Hout dat tot kleine stukjes is verkleind.

14

Aangezien voor geen van de in bijlage A opgenomen plantensoorten of hogere plantentaxa door middel van een annotatie is aangegeven dat op hybriden daarvan artikel 4, lid 1, van toepassing is, betekent dit dat kunstmatig gekweekte hybriden van een of meer van deze soorten of taxa verhandeld mogen worden met een certificaat van kunstmatige kweek, en dat zaden en pollen (met inbegrip van pollinia), afgesneden bloemen en in steriele recipiënten vervoerde in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem van deze hybriden niet onder deze verordening vallen.

15

Urine, feces en grijze amber die excretieproducten zijn welke werden verkregen zonder dat het dier in kwestie werd gemanipuleerd, vallen niet onder deze verordening.

16

Wat de in bijlage D opgenomen diersoorten betreft, is deze verordening alleen van toepassing op levende specimens en complete of in essentie complete dode specimens, behalve voor de taxa die als volgt zijn geannoteerd om aan te geven dat die bepalingen ook gelden voor andere delen en producten:
§ 1 Complete of in essentie complete, al dan niet gelooide huiden.

17

Wat de in bijlage D opgenomen plantensoorten betreft, is deze verordening alleen van toepassing op levende specimens, behalve voor de taxa die als volgt zijn geannoteerd om aan te geven dat de desbetreffende bepalingen ook gelden voor andere delen en producten:
§ 3 Gedroogde en verse planten, zo nodig met inbegrip van: bladeren, wortels/stammen, stengels/stammen, zaden/ sporen, schors en vruchten.
§ 4 Stammen of blokken, planken en vellen fineer.
 
Bijlage A
Bijlage B
Bijlage C
Gewone naam
FAUNA
CHORDATA (CHORDADIEREN)
MAMMALIA
 
 
 
Zoogdieren
ARTIODACTYLA
 
 
 
Evenhoevigen
Antilocapridae
 
 
 
Gaffelantilopen
 
Antilocapra americana (I) (Alleen de populatie in Mexico; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen)
 
 
Gaffelantiloop (populatie in Mexico)
Bovidae
 
 
 
Holhoornigen
 
Addax nasomaculatus (I)
Addax of Mendes-antiloop
 
Ammotragus lervia (II)
Manenschaap
 
Antilope cervicapra (III Nepal/Pakistan)
Indische antiloop
Bos gaurus (I) (Omvat niet de gedomesticeerde vorm die Bos frontalis wordt genoemd, waarop deze verordening niet van toepassing is)
 
 
Gaur
Bos mutus (I) (Omvat niet de gedomesticeerde vorm die Bos grunniens wordt genoemd, waarop deze verordening niet van toepassing is)
Wilde jak
Bos sauveli (I)
 
Kouprey
 
Boselaphus tragocamelus (III Pakistan)
Nijlgau of nilgai
Bubalus arnee (III Nepal) (Omvat niet de gedomesticeerde vorm die Bubalus bubalis wordt genoemd, waarop deze verordening niet van toepassing is)
Aziatische wilde buffel of waterbuffel
Bubalus depressicornis (I)
 
Laaglandbuffel
Bubalus mindorensis (I)
Tamarou
Bubalus quarlesi (I)
Berganoa
 
Budorcas taxicolor (II)
Takin
Capra falconeri (I)
 
Schroefhoorngeit
 
Capra caucasica (II)
 
West-Kaukasische toer of Koebantoer
 
Capra hircus aegagrus (III Pakistan) (Op specimens van de gedomesticeerde vorm is deze verordening niet van toepassing)
Wilde geit
Capra sibirica (III Pakistan)
Siberische steenbok
Capricornis milneedwardsii (I)
 
Chinese bosgems
Capricornis rubidus (I)
Rode bosgems
Capricornis sumatraensis (I)
Sumatraanse bosgems
Capricornis thar (I)
 
Himalaya-bosgems
 
Cephalophus brookei (II)
Brooke's duiker
Cephalophus dorsalis (II)
Zwartrugduiker
Cephalophus jentinki (I)
 
Jentink's duiker
 
Cephalophus ogilbyi (II)
Ogilby's duiker
Cephalophus silvicultor (II)
Geelrugduiker
Cephalophus zebra (II)
Zebraduiker
Damaliscus pygargus pygargus (II)
Bontebok
 
Gazella bennettii (III Pakistan)
Indische gazelle
Gazella cuvieri (I)
 
Cuvier's gazelle
 
Gazella dorcas (III Algerije/Tunesië)
Dorcasgazelle
Gazella leptoceros (I)
 
Duingazelle
Hippotragus niger variani (I)
Reuzenpaardantiloop
 
Kobus leche (II)
Litschie-waterbok
Naemorhedus baileyi (I)
 
Rode goral
Naemorhedus caudatus (I)
Langstaartgoral
Naemorhedus goral (I)
Gewone goral
Naemorhedus griseus (I)
Grijze goral
Nanger dama (I)
Damagazelle
Oryx dammah (I)
Algazelle
Oryx leucoryx (I)
Arabische oryx
 
Ovis ammon (II)
Altai argali
Ovis arabica (II)
Arabische wilde schapen
Ovis bochariensis (II)
Bukhara oerial
Ovis canadensis (II) (Alleen de populatie in Mexico; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen)
Dikhoornschaap (Mexicaanse populatie)
Ovis collium (II) (*)
Kazakhstan argali
Ovis cycloceros (II)
Afghaanse oerial
Ovis darwini (II) (*)
Gobi argali
Ovis gmelini (I) (populatie in Cyprus)
 
Anatolische schapen
Ovis hodgsonii (I)
Tibetaanse argali
 
Ovis jubata (II) (*)
Shansi argali
Ovis karelini (II) (*)
Tianshan argali
Ovis nigrimontana (I)
 
Karatau argali
 
Ovis polii (II) (*)
Marco Polo argali
Ovis punjabiensis (II)
Punjab oerial
Ovis severtzovi (II) (*)
Severtzov's agali
Ovis vignei (I)
 
Ladakh-oerial
Pantholops hodgsonii (I)
Tibetaanse antiloop
 
Philantomba monticola (II)
Blauwe duiker
 
Pseudois nayaur (III Pakistan)
Blauwschaap, naur of bharal
Pseudoryx nghetinhensis (I)
 
 
Saola of Aziatische eenhoorn
Rupicapra pyrenaica ornata (II)
Apennijnengems
 
Saiga borealis (II) (Een nulquotum voor wilde soorten die voor commerciële doeleinden worden verhandeld)
Mongoolse saiga-antiloop
Saiga tatarica (II) (Er is een exportquotum van nul vastgesteld voor voor commerciële doeleinden aan de natuur onttrokken specimens)
Saiga-antiloop
 
Tetracerus quadricornis (III Nepal)
Vierhoornantiloop
Camelidae
 
 
 
Kameelachtigen
 
Lama guanicoe (II)
Guanaco
Vicugna vicugna (I) (Met uitzondering van de populiaties in: Argentinië [de populaties in de provincies Jujuy, Catamarca en Salta, en de halfwilde populaties in de provincies Jujuy, Salta, Catamarca, La Rioja en San Juan]; Bolivia [de hele populatie]; Chili [populaties in de regio Tarapacá en de regio Arica en Parinacota]; Ecuador [de hele populatie] en Peru [de hele populatie]; deze populaties zijn opgenomen in bijlage B)
Vicugna vicugna (II) (Uitsluitend de populaties in: Argentinië [de populaties in de provincies Jujuy, Catamarca en Salta, en de halfwilde populaties in de provincies Jujuy, Salta, Catamarca, La Rioja en San Juan]; Bolivia [de hele populatie]; Chili [populaties in de regio Tarapacá en de regio Arica en Parinacota]; Ecuador [de hele populatie] en Peru [de hele populatie]; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A. (1)
Vicuña
Cervidae
 
 
 
Herten
 
Axis calamianensis (I)
Filipijns zwijnshert
Axis kuhlii (I)
Bawean-zwijnshert
 
Axis porcinus (III Pakistan (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen ondersoort))
Zwijnshert of varkenshert
Axis porcinus annamiticus (I)
 
Annam-zwijnshert
Blastocerus dichotomus (I)
Moerashert
 
Cervus elaphus bactrianus (II)
Afghaans edelhert
 
Cervus elaphus barbarus (III Algerije/ Tunesië)
Noord-Afrikaans edelhert
Cervus elaphus hanglu (I)
 
Kasjmir-edelhert
Dama dama mesopotamica (I)
Iraans damhert
Hippocamelus spp. (I)
Andesherten
 
Mazama temama cerasina (III Guatemala)
Midden-Amerikaans spieshert
Muntiacus crinifrons (I)
 
Zwarte muntjak
Muntiacus vuquangensis (I)
Indochinese muntjak
 
Odocoileus virginianus mayensis (III Guatemala)
Guatemalteeks waaierstaarthert
Ozotoceros bezoarticus (I)
 
Pampahert
 
Pudu mephistophiles (II)
Ecuadoraanse poedoe
Pudu puda (I)
 
Chileense poedoe
Rucervus duvaucelii (I)
Barasingha
Rucervus eldii (I)
Lierhert
Giraffidae
 
Giraffa camelopardalis (II)
 
Giraffes Giraf
Hippopotamidae
 
 
 
Nijlpaarden
 
Hexaprotodon liberiensis (II)
Dwergnijlpaard
Hippopotamus amphibius (II)
Nijlpaard
Moschidae
 
 
 
Muskusherten
 
Moschus spp. (I) (Alleen de populaties in Afghanistan, Bhutan, India, Myanmar, Nepal en Pakistan; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B)
Moschus spp. (II) (Met uitzondering van de populaties in Afghanistan, Bhutan, India, Myanmar, Nepal en Pakistan, die in bijlage A zijn opgenomen)
Muskusherten
Suidae
 
 
 
Varkens
 
Babyrousa babyrussa (I)
Gouden babiroessa of hertzwijn
Babyrousa bolabatuensis (I)
Bola Batu-babiroessa
Babyrousa celebensis (I)
Sulawesi-babiroessa
Babyrousa togeanensis (I)
Malenge- of Togian-babiroessa
Sus salvanius (I)
Dwergzwijn
Tayassuidae
 
 
 
Pecari's
 
Tayassuidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van de populaties van Pecari tajacu in Mexico en de Verenigde Staten, die niet in de bijlagen bij deze verordening zijn opgenomen)
Pecari's
Catagonus wagneri (I)
 
Chaco-pecari
CARNIVORA
 
 
 
 
Ailuridae
 
Ailurus fulgens (I)
Kleine panda
Canidae
 
 
 
Hondachtigen
 
Canis aureus (III India)
Goudjakhals
Canis lupus (I/II) (Alle populaties behalve die in Spanje ten noorden van de Duero en die in Griekenland ten noorden van de 39e breedtegraad. De populaties in Bhutan, India, Nepal en Pakistan zijn opgenomen in bijlage I; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage II. Uitgesloten zijn de gedomesticeerde vorm en de dingo die zijn vermeld als Canis lupus familiaris en Canis lupus dingo)
Canis lupus (II) (Populaties in Spanje ten noorden van de Duero en populaties in Griekenland ten noorden van de 39e breedtegraad. Uitgesloten zijn de gedomesticeerde vorm en de dingo die respectievelijk Canis lupus familiaris en Canis lupus dingo worden genoemd)
 
Wolf
Canis simensis
 
Ethiopische wolf
Cerdocyon thous (II)
Krabbenetende vos
Chrysocyon brachyurus (II)
Manenwolf
Cuon alpinus (II)
Aziatische boshond of dhole
Lycalopex culpaeus (II)
Andes-jakhalsvos
Lycalopex fulvipes (II)
Darwinvos
Lycalopex griseus (II)
Argentijnse jakhalsvos
Lycalopex gymnocercus (II)
Pampajakhalsvos
Speothos venaticus (I)
 
Zuid-Amerikaanse boshond
 
Vulpes bengalensis (III India)
Bengaalse vos
Vulpes cana (II)
 
Grijze vos
Vulpes zerda (II)
Fennek
Eupleridae
 
 
 
Madagaskar-civetkatten
 
Cryptoprocta ferox (II)
Fretkat of fossa
Eupleres goudotii (II)
Mierencivetkat of kleine falanoek
Fossa fossana (II)
Fanaloka of grote falanoek
Felidae
 
 
 
Katachtigen
 
Felidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species. Op specimens van de gedomesticeerde vorm is deze verordening niet van toepassing. Voor de Afrikaanse populaties van Panthera leo zijn de volgende voorwaarden van toepassing: Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht van beenderen, stukken van beenderen, producten van beenderen, klauwen, skeletten, schedels en tanden.
Voor beenderen, stukken van beenderen, producten van beenderen, klauwen, skeletten, schedels en tanden die afkomstig zijn van fokkerijactiviteiten in gevangenschap in Zuid-Afrika zullen jaarlijkse exportquota worden vastgesteld die jaarlijks aan het Cites-secretariaat zullen worden meegedeeld.)
Katachtigen
 
Acinonyx jubatus (I) (De volgende jaarlijkse exportquota voor levende specimens en jachttrofeeën zijn vastgesteld: Botswana: 5; Namibië: 150; Zimbabwe: 50. Voor de handel in deze specimens gelden de bepalingen van artikel 4, lid 1.
 
Jachtluipaard of cheetah
Caracal caracal (I) (Alleen de populatie in Azië; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B)
Aziatische caracal
Catopuma temminckii (I)
Aziatische goudkat
Felis nigripes (I)
Zwartvoetkat
Felis silvestris (II)
Wilde kat
Herpailurus yagouaroundi (I) (Alleen de populaties in Midden- en Noord-Amerika; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B)
Jaguarundi
Leopardus geoffroyi (I)
Geoffroys kat
Leopardus guttulus (I)
Zuidelijke tijgerkat
Leopardus jacobita (I)
Bergkat
Leopardus pardalis (I)
Ocelot
Leopardus tigrinus (I)
Oncilla of Amerikaanse tijgerkat
Leopardus wiedii (I)
Margay
Lynx lynx (II)
Euraziatische lynx
Lynx pardinus (I)
Pardellynx
Neofelis diardi (I)
Soenda-nevelplanter
Neofelis nebulosa (I)
Nevelpanter
Panthera leo (I) (Alleen de populatie in India; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B)
Aziatische leeuw
 
Panthera onca (I)
Jaguar
Panthera pardus (I)
Luipaard
Panthera tigris (I)
Tijger
Panthera uncia (I)
Sneeuwpanter
Pardofelis marmorata (I)
Marmerkat
Prionailurus bengalensis bengalensis (I) (Alleen de populaties in Bangladesh, India en Thailand; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B)
Bengaalse kat
Prionailurus iriomotensis (II)
Iriomote-kat
Prionailurus planiceps (I)
Platkopkat
Prionailurus rubiginosus (I) (Alleen de populatie in India; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B)
Roestkat
Puma concolor (I) (Alleen de populaties van Costa Rica en Panama; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B)
Costa Ricaanse poema
Herpestidae
 
 
 
Mangoesten
 
Herpestes edwardsi (III India/Pakistan)
Indische grijze mangoest
Herpestes fuscus (III India)
Indische bruine mangoest
Herpestes javanicus (III Pakistan)
Indische mangoest
Herpestes javanicus auropunctatus (III India)
Indische mangoest
Herpestes smithii (III India)
Rode mangoest
Herpestes urva (III India)
Krabbenmangoest
Herpestes vitticollis (III India)
Gestreepte mangoest
Hyaenidae
 
 
 
Hyena's
 
Hyaena hyaena (III Pakistan)
Gestreepte hyena
Proteles cristata (III Botswana)
Aardwolf
Mephitidae
 
Conepatus humboldtii (II)
 
Stinkdieren Patagonische varkenssnuitskunk
Mustelidae
 
 
 
Marterachtigen
Lutrinae
Otters
 
Lutrinae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Otters
Aonyx capensis microdon (I) (Alleen de populaties in Kameroen en Nigeria; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B)
 
Afrikaanse of Kaapse otter
Aonyx cinerea (I)
Kleinklauwotter
Enhydra lutris nereis (I)
Zuidelijke zeeotter
Lontra felina (I)
Chungungo-otter
Lontra longicaudis (I)
Langstaartotter
Lontra provocax (I)
Zuidelijke rivierotter
Lutra lutra (I)
Euraziatische otter
Lutra nippon (I)
Japanse otter
Lutrogale perspicillata (I)
Slanke otter
Pteronura brasiliensis (I)
Reuzenotter
Mustelinae
 
 
 
Marters en wezels
 
Eira barbara (III Honduras)
Tayra
Martes flavigula (III India)
Maleise bonte marter
Martes foina intermedia (III India)
Indiase steenmarter
Martes gwatkinsii (III India)
Zuid-Indiase marter
Mellivora capensis (III Botswana)
Honingdas of ratel
Mustela nigripes (I)
 
Zwartvoetbunzing
Odobenidae
 
 
 
Walrussen
 
Odobenus rosmarus (III Canada)
Walrussen
Otariidae
 
 
 
Pelsrobben
 
Arctocephalus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species.)
Pelsrobben
Arctocephalus philippii (II)
 
Juan Fernandez-pelsrob
Arctocephalus townsendi (I)
Guadeloupe-pelsrob
Phocidae
 
 
 
Zeehonden, robben
 
Mirounga leonina (II)
Zuidelijke zeeolifant
Monachus spp. (I)
 
Monniksrobben
Procyonidae
 
 
 
Wasbeerachtigen
 
Nasua narica (III Honduras)
Neusbeer
Nasua nasua solitaria (III Uruguay)
Zuid-Braziliaanse neusbeer
Potos flavus (III Honduras)
Rolstaartbeer
Ursidae
 
 
 
Beren
 
Ursidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Beren
Ailuropoda melanoleuca (I)
 
Grote panda
Helarctos malayanus (I)
Maleise beer
Melursus ursinus (I)
Lippenbeer
Tremarctos ornatus (I)
Brilbeer
Ursus arctos (I/II) (Alleen de populaties in Bhutan, China, Mexico en Mongolië en de ondersoort Ursus arctos isabellinus zijn opgenomen in bijlage I; alle andere populaties en ondersoorten zijn opgenomen in bijlage II.)
Bruine beer
Ursus thibetanus (I)
Kraagbeer of Aziatische zwarte beer
Viverridae
 
 
 
Echte civetkatten
 
Arctictis binturong (III India)
Binturong
 
 
 
Civettictis civetta (III Botswana)
Afrikaanse civetkat
Cynogale bennettii (II)
 
Ottercivetkat
Hemigalus derbyanus (II)
Bandcivetkat
 
Paguma larvata (III India)
Gemaskerde larvenroller
Paradoxurus hermaphroditus (III India)
Loeak
Paradoxurus jerdoni (III India)
Jerdons palmcivetkat
 
Prionodon linsang (II)
 
Gestreepte linsang
Prionodon pardicolor (I)
 
Gevlekte linsang
 
Viverra civettina (III India)
Grote gevlekte civetkat
Viverra zibetha (III India)
Aziatische civetkat
Viverricula indica (III India)
Kleine civetkat
CETACEA
 
 
 
Walvisachtigen
 
CETACEAspp. (I/II) (2)
Walvisachtigen
CHIROPTERA
 
 
 
Vleermuizen
Phyllostomidae
Bladneusvleermuizen
 
Platyrrhinus lineatus (III Uruguay)
Witstreepvampier
Pteropodidae
 
 
 
Vliegende honden
 
Acerodon spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Schijnkalongs
Acerodon jubatus (I)
 
Filipijnse vliegende hond
 
Pteropus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van Pteropus brunneus.)
Schijnkalongs
Pteropus insularis (I)
 
Vliegende hond van Truk
Pteropus livingstonii (II)
Vliegende hond van de Comoren
Pteropus loochoensis (I)
Japanse vliegende hond
Pteropus mariannus (I)
Vliegende hond van de Marianen
Pteropus molossinus (I)
Vliegende hond van Pohnpei
Pteropus pelewensis (I)
Vliegende hond van Palau
Pteropus pilosus (I)
Grote vliegende hond van Palau
Pteropus rodricensis (II)
Vliegende hond van Rodriguez
Pteropus samoensis (I)
Vliegende hond van Samoa
Pteropus tonganus (I)
Pacifische vliegende hond
Pteropus ualanus (I)
Vliegende hond van Kosrae
Pteropus voeltzkowi (II)
Vliegende hond van Pemba
Pteropus yapensis (I)
Vliegende hond van Yap
CINGULATA
 
 
 
Gordeldierachtigen
Dasypodidae
Gordeldieren
 
Cabassous tatouay (III Uruguay)
Zuid-Amerikaans kaalstaartgordeldier
Chaetophractus nationi (II) (Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld. Alle specimens worden beschouwd als specimens van een soort van bijlage A en op de handel daarin is de desbetreffende regelgeving van toepassing.)
 
Boliviaans harig gordeldier
Priodontes maximus (I)
 
Reuzengordeldier
DASYUROMORPHIA
 
 
 
Roofbuideldieren
Dasyuridae
Echte roofbuideldieren
 
Sminthopsis longicaudata (I)
Langstaartsmalvoetbuidelmuis
Sminthopsis psammophila (I)
Smalvoetbuidelmuis
DIPROTODONTIA
 
 
 
Klimbuideldieren, wombats en kangoeroes
Macropodidae
Kangoeroes en wallaby's
 
Dendrolagus inustus (II)
Bruine boomkangoeroe
Dendrolagus ursinus (II)
Zwarte boomkangoeroe
Lagorchestes hirsutus (I)
 
Westelijke haaskangoeroe
Phalangeridae
 
 
 
Koeskoezen
 
Phalanger intercastellanus (II)
Oostelijke koeskoes
Phalanger mimicus (II)
Zuidelijke koeskoes
Phalanger orientalis (II)
Grijze koeskoes
Spilocuscus kraemeri (II)
Krämers koeskoes
Spilocuscus maculatus (II)
Gevlekte koeskoes
Spilocuscus papuensis (II)
Papoea-koeskoes
Potoroidae
 
 
 
Ratkangoeroes
 
Bettongia spp. (I)
Buidelkonijnen
Vombatidae
 
 
 
Wombats
 
Lasiorhinus krefftii (I)
Breedkopwombat
LAGOMORPHA
 
 
 
Haasachtigen
Leporidae
Hazen en konijnen
 
Caprolagus hispidus (I)
Borstelige haas of Assam-konijn
Romerolagus diazi (I)
Vulkaankonijn
MONOTREMATA
 
 
 
Eierleggende zoogdieren
Tachyglossidae
Mierenegels
 
Zaglossus spp. (II)
Vachtegels
PERAMELEMORPHIA
 
 
 
 
Peramelidae
Echte buideldassen
 
Perameles bougainville (I)
Gestreepte spitsneusbuideldas
Thylacomyidae
 
 
 
Langoorbuideldassen
 
Macrotis lagotis (I)
Grote langoorbuideldas
PERISSODACTYLA
 
 
 
Onevenhoevigen
Equidae
 
Paardachtigen
 
Equus africanus (I) ((Omvat niet de gedomesticeerde vorm die Equus asinus wordt genoemd, waarop deze verordening niet van toepassing is)
Wilde ezel
Equus grevyi (I)
Grevyzebra
Equus hemionus (I/II) (De soort is opgenomen in bijlage II maar de ondersoorten Equus hemionus hemionus en Equus hemionus khur zijn opgenomen in bijlage I)
Koelan
Equus kiang (II)
Kiang
Equus przewalskii (I)
Przewalskipaard
 
Equus zebra hartmannae (II)
Hartmanns bergzebra
Equus zebra zebra (II)
Kaapse bergzebra
Rhinocerotidae
 
 
 
Neushoorns
 
Rhinocerotidae spp. (I) (Met uitzondering van de in bijlage B opgenomen ondersoort)
Neushoorns
 
Ceratotherium simum simum (II) (Alleen de populaties in Eswatini en Zuid-Afrika; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A. Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationaal verkeer van levende dieren, voor zover daaraan een passende en aanvaardbare bestemming is gegeven, alsook handel in jachttrofeeën. Alle andere specimens worden als specimens van een soort van bijlage A beschouwd en op de handel daarin is de desbetreffende regelgeving van toepassing.)
Zuidelijke breedlipneushoorn
Tapiridae
 
 
 
Tapirs
 
Tapiridae spp. (I) (Met uitzondering van de in bijlage B opgenomen subspecies)
Tapirs
 
Tapirus terrestris (II)
Zuid-Amerikaanse tapir
PHOLIDOTA
 
 
 
Schubdierachtigen
Manidae
 
Schubdieren
 
Manis spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Schubdieren
Manis crassicaudata (I)
 
Indisch schubdier
Manis culionensis (I)
Palawanschubdier
Manis gigantea (I)
Reuzenschubdier
Manis javanica (I)
Javaans schubdier
Manis pentadactyla (I)
Chinees schubdier
Manis temminckii (I)
Temmincks schubdier
Manis tetradactyla (I)
Langstaartschubdier
Manis tricuspis (I)
Afrikaans boomschubdier
PILOSA
 
 
 
Luiaarden en miereneters
Bradypodidae
Drievingerluiaards
 
Bradypus pygmaeus (II)
Escudo-eilandluiaard
Bradypus variegatus (II)
Westelijke drievingerluiaard
Myrmecophagidae
 
 
 
Miereneters
 
Myrmecophaga tridactyla (II)
Reuzenmiereneter
 
Tamandua mexicana (III Guatemala)
Boommiereneter
PRIMATES
 
 
 
Opperdieren of primaten
 
PRIMATES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Opperdieren of primaten
Atelidae
 
 
 
Grijpstaartapen
Alouatta coibensis (I)
Coiba-brulaap
Alouatta palliata (I)
Mantelbrulaap
Alouatta pigra (I)
Guatemalteekse brulaap
Ateles geoffroyi frontatus (I)
Zwarthandslingeraap
Ateles geoffroyi ornatus (I)
Roodbuikslingeraap
Brachyteles arachnoides (I)
Spinaap
Brachyteles hypoxanthus (I)
Gele spinaap of gele muriqui
Oreonax flavicauda (I)
Geelstaartwolaap
Cebidae
 
 
 
Klauwaapjes
 
Callimico goeldii (I)
Springtamarin
Callithrix aurita (I)
Witoorpenseelaapje
Callithrix flaviceps (I)
Geelkoppenseelaapje
Leontopithecus spp. (I)
Leeuwaapjes
Saguinus bicolor (I)
Mantelaapje
Saguinus geoffroyi (I)
Geoffroy's tamarin
Saguinus leucopus (I)
Witvoettamarin
Saguinus martinsi (I)
Martins” mantelaapje
Saguinus oedipus (I)
Pinché-aapje
Saimiri oerstedii (I)
Geel doodshoofdaapje
Cercopithecidae
 
 
 
Smalneusapen excl. mensapen
 
Cercocebus galeritus (I)
Kuifmangabey
Cercopithecus diana (I)
Dianameerkat
Cercopithecus roloway (I)
Roloway-meerkat
Cercopithecus solatus (II)
Zonstaartmeerkat
Colobus satanas (II)
Zwarte franjeaap
Macaca silenus (I)
Baardaap
Macaca sylvanus (I)
Berberaap
Mandrillus leucophaeus (I)
 
 
Dril
Mandrillus sphinx (I)
Mandril
Nasalis larvatus (I)
Neusaap
Piliocolobus foai (II)
Centraal-Afrikaanse rode franjeaap
Piliocolobus gordonorum (II)
Uzungwa-franjeaap
Piliocolobus kirkii (I)
Zanzibar-franjeaap
Piliocolobus pennantii (II)
Pennant's franjeaap
Piliocolobus preussi (II)
Preuss' franjeaap
Piliocolobus rufomitratus (I)
Tana-franjeaap
Piliocolobus tephrosceles (II)
Oegandese rode franjeaap
Piliocolobus tholloni (II)
Thollon's franjeaap
Presbytis potenziani (I)
Mentawai-langoer
Pygathrix spp. (I)
Doeklangoeren
Rhinopithecus spp. (I)
Stompneusapen
Semnopithecus ajax (I)
Kasjmir-hoelman
Semnopithecus dussumieri (I)
Dussumiers hoelman
Semnopithecus entellus (I)
Hoelman
Semnopithecus hector (I)
Tarai-hoelman
Semnopithecus hypoleucos (I)
Zwartvoethoelman
Semnopithecus priam (I)
Ceylon-hoelman
Semnopithecus schistaceus (I)
Berghoelman
Simias concolor (I)
Simakobou
Trachypithecus delacouri (II)
Delacour's langoer
Trachypithecus francoisi (II)
Tonkin-langoer
Trachypithecus geei (I)
Gee's golden langoer
Trachypithecus hatinhensis (II)
Ha tinh-langoer
Trachypithecus johnii (II)
Nilgiri-langoer
Trachypithecus laotum (II)
Laos-langoer of witbrauwlangoer
Trachypithecus pileatus (I)
Kuiflangoer
Trachypithecus poliocephalus (II)
Witkoplangoer
Trachypithecus shortridgei (I)
Shortridge's langoer
Cheirogaleidae
 
 
 
Dwerg- en katmaki's
 
Cheirogaleidae spp. (I)
Dwergmaki's, katmaki's
Daubentoniidae
 
 
 
Vingerdieren
 
Daubentonia madagascariensis (I)
Vingerdieren
Hominidae
 
 
 
Echte mensapen
 
Gorilla beringei (I)
Oostelijke gorilla
Gorilla gorilla (I)
Westelijke gorilla
Pan spp. (I)
Chimpansee en Bonobo
Pongo abelii (I)
Sumatraanse orang-oetan
Pongo pygmaeus (I)
Borneose orang-oetan
Hylobatidae
 
 
 
Gibbons
 
Hylobatidae spp. (I)
Gibbons
Indriidae
 
 
 
Indri's, sifaka's en wolmaki's
 
Indriidae spp. (I)
Indri's, sifaka's en wolmaki's
Lemuridae
 
 
 
Maki's
 
Lemuridae spp. (I)
Maki's
Lepilemuridae
 
 
 
Wezelmaki's
 
Lepilemuridae spp. (I)
Wezelmaki's
Lorisidae
 
 
 
Lori's
 
Nycticebus spp. (I)
Plompe lori's
Pitheciidae
 
 
 
Sakiachtigen
 
Cacajao spp. (I)
Oeakari's
Callicebus barbarabrownae (II)
Noord-Bahiaanse blonde springaap
Callicebus melanochir (II)
Zwarthandspringaap
Callicebus nigrifrons (II)
Zwartkopspringaap
Callicebus personatus (II)
Zwartkopspringaap
Chiropotes albinasus (I)
Witneussaki
Tarsiidae
 
 
 
Spookdiertjes
 
Tarsius spp. (II)
Spookdiertjes
PROBOSCIDEA
 
 
 
Slurfdieren
Elephantidae
Olifanten
 
Elephas maximus (I)
Aziatische olifant
Loxodonta africana (I) (Met uitzondering van de populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe, die zijn opgenomen in bijlage B)
Loxodonta africana (II)
(Alleen de populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe (3) ; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A)
Afrikaanse olifant
RODENTIA
 
 
 
Knaagdieren
Chinchillidae
Chinchilla's
 
Chinchilla spp. (I) (Op specimens van de gedomesticeerde vorm is deze verordening niet van toepassing.)
Chinchilla's
Cuniculidae
 
 
 
Paca's
 
Cuniculus paca (III Honduras)
Laaglandpaca
Dasyproctidae
 
 
 
Agoeti's
 
Dasyprocta punctata (III Honduras)
Midden-Amerikaanse agoeti
Erethizontidae
 
 
 
Boomstekelvarkens
 
Sphiggurus mexicanus (III Honduras)
Mexicaans boomstekelvarken
Sphiggurus spinosus (III Uruguay)
Paraguayaans boomstekelvarken
Hystricidae
 
 
 
Stekelvarkens
 
Hystrix cristata
Stekelvarken
Muridae
 
 
 
Muizen en ratten
 
Leporillus conditor (II)
Langoorhaasrat
Pseudomys fieldi (II)
Vale schijnmuis
Xeromys myoides (II)
Onechte waterrat
Zyzomys pedunculatus (II)
Macdonnells rotsrat
Sciuridae
 
 
 
Eekhoorns
 
Cynomys mexicanus (I)
Mexicaanse prairiehond
 
Marmota caudata (III India)
Langstaartmarmot
Marmota himalayana (III India)
Himalaya-marmot
Ratufa spp. (II)
 
Reuzeneekhoorns
SCANDENTIA
 
 
 
Boomspitsmuizen
 
SCANDENTIA spp. (II)
Boomspitsmuizen
SIRENIA
 
 
 
Zeekoeien
Dugongidae
Doejong
 
Dugong dugon (I)
Doejong
Trichechidae
 
 
 
Lamantijnen
 
Trichechus inunguis (I)
 
Trichechus manatus (I)
 
Trichechus senegalensis (I)
 
AVES
 
 
 
Vogels
ANSERIFORMES
 
 
 
Eendachtigen
Anatidae
Eenden, ganzen en zwanen
 
Anas aucklandica (I)
 
Auckland-taling
 
Anas bernieri (II)
Madagaskar-eend
Anas chlorotis (I)
 
Nieuw-Zeelandse bruine taling
 
Anas formosa (II)
Baikal-taling
Anas laysanensis (I)
 
Laysan-taling
Anas nesiotis (I)
Campbell Island-taling
Anas querquedula
Zomertaling
Asarcornis scutulata (I)
Witvleugelboseend
Aythya innotata
Madagaskar-witoogeend
Aythya nyroca
Witoogeend
Branta canadensis leucopareia (I)
Canadese gans (ondersoort van de Aleoeten)
Branta ruficollis (II)
Roodhalsgans
Branta sandvicensis (I)
Hawaii-gans
 
Coscoroba coscoroba (II)
Coscoroba
Cygnus melancoryphus (II)
Zwarthalszwaan
Dendrocygna arborea (II)
West-Indische fluiteend
 
Dendrocygna autumnalis (III Honduras)
Zwartbuikfluiteend
Dendrocygna bicolor (III Honduras)
Rosse fluiteend
Mergus octosetaceus
 
Braziliaanse zaagbek
Oxyura leucocephala (II)
Witkopeend
Rhodonessa caryophyllacea (I)
Rozekopeend
 
Sarkidiornis melanotos (II)
Knobbeleend
Tadorna cristata
 
Kuifcasarca
APODIFORMES
 
 
 
Salanganen, gierzwaluwen en kolobries
Trochilidae
Kolibries
 
Trochilidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Kolibries
Glaucis dohrnii (I)
 
Bronsstaartheremietkolibrie
CHARADRIIFORMES
 
 
 
Steltlopers, meeuwen, sterns en alken
Burhinidae
Grielen
 
Burhinus bistriatus (III Guatemala)
Caribische griel
Laridae
 
 
 
Meeuwen en sterns
 
Larus relictus (I)
Mongoolse zwartkopmeeuw
Scolopacidae
 
 
 
Snippen, wulpen, ruiters en strandlopers
 
Numenius borealis (I)
 
 
Arctische wulp
 
Numenius tenuirostris (I)
 
 
Dunbekwulp
 
Tringa guttifer (I)
 
 
Gevlekte groenpootruiter
CICONIIFORMES
 
 
 
Reigers, ooievaars, ibissen en flamingo's
Ardeidae
Reigers
 
Ardea alba
Grote zilverreiger
Bubulcus ibis
Koereiger
Egretta garzetta
Kleine zilverreiger
Balaenicipitidae
 
 
 
Schoenbekooievaars
 
Balaeniceps rex (II)
Schoenbekooievaar
Ciconiidae
 
 
 
Ooievaars
 
Ciconia boyciana (I)
Zwartsnavelooievaar
Ciconia nigra (II)
Zwarte ooievaar
Ciconia stormi
Storms ooievaar
Jabiru mycteria (I)
Jabiru
Leptoptilos dubius
Argala-maraboe of Indische maraboe
Mycteria cinerea (I)
Maleise nimmerzat
Phoenicopteridae
 
 
 
Flamingo's
 
Phoenicopteridae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Flamingo's
Phoenicopterus ruber (II)
 
Rode flamingo
Threskiornithidae
 
 
 
Ibissen en lepelaars
 
Eudocimus ruber (II)
Rode ibis
Geronticus calvus (II)
 
Kaapse ibis
Geronticus eremita (I)
Kaalkopibis of heremietibis
Nipponia nippon (I)
Japanse kuifibis
Platalea leucorodia (II)
Lepelaar
Pseudibis gigantea
Reuzenibis
COLUMBIFORMES
 
 
 
Duifachtigen
Columbidae
Duiven
 
Caloenas nicobarica (I)
Manenduif
Claravis godefrida
Purperbandgrondduif
 
Columba livia
 
 
Rotsduif
Ducula mindorensis (I)
Mindoro-muskaatduif
 
Gallicolumba luzonica (II)
Luzon-dolksteekduif
Goura spp. (II)
Kroonduiven
Leptotila wellsi
 
Grenada-loopduif
 
Nesoenas mayeri (III Mauritius)
Mauritius-duif
Streptopelia turtur
 
Tortel
CORACIIFORMES
 
 
 
Scharrelvogels
Bucerotidae
Neushoornvogels
 
Aceros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Neushoornvogels
Aceros nipalensis (I)
 
Himalaya-jaarvogel
 
Anorrhinus spp. (II)
Neushoornvogels
Anthracoceros spp. (II)
Neushoornvogels
Berenicornis spp. (II)
Neushoornvogels
Buceros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Neushoornvogels
Buceros bicornis (I)
 
Dubbelhoornige neushoornvogel
 
Penelopides spp. (II)
Neushoornvogels
Rhinoplax vigil (I)
 
Gehelmde neushoornvogel
 
Rhyticeros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Neushoornvogels
Rhyticeros subruficollis (I)
 
Kleine jaarvogel
CUCULIFORMES
 
 
 
Koekoekachtigen
Musophagidae
Toerako's
 
Tauraco spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Toerako's
Tauraco bannermani (II)
 
Bannermans toerako
FALCONIFORMES
 
 
 
Dagroofvogels
 
 
FALCONIFORMES spp. (II)
Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen subspecies; met uitzondering van één soort van de familie van de Cathartidae, opgenomen in bijlage C; de overige species van die familie zijn niet in de bijlagen bij deze verordening opgenomen; en met uitzondering van Caracara lutosa)
 
Dagroofvogels
Accipitridae
 
 
 
Haviken, arenden en gieren
 
Accipiter brevipes (II)
Balkansperwer
Accipiter gentilis (II)
Havik
Accipiter nisus (II)
Sperwer
Aegypius monachus (II)
Monniksgier
Aquila adalberti (I)
Spaanse keizersarend
Aquila chrysaetos (II)
Steenarend
Aquila clanga (II)
Bastaardarend
Aquila heliaca (I)
Keizersarend
Aquila pomarina (II)
Schreeuwarend
Buteo buteo (II)
Buizerd
Buteo lagopus (II)
Ruigpootbuizerd
Buteo rufinus (II)
Arendbuizerd
Chondrohierax uncinatus wilsonii (I)
Cubaanse langsnavelwouw
Circaetus gallicus (II)
Slangenarend
Circus aeruginosus (II)
Bruine kiekendief
Circus cyaneus (II)
Blauwe kiekendief
Circus macrourus (II)
Steppekiekendief
Circus pygargus (II)
Grauwe kiekendief
Elanus caeruleus (II)
Grijze wouw
Eutriorchis astur (II)
 
 
Madagaskar-slangenarend
Gypaetus barbatus (II)
Lammergier
Gyps fulvus (II)
Vale gier
Haliaeetus spp. (I/II) (Haliaeetus albicilla is opgenomen in bijlage I; de andere soorten zijn opgenomen in bijlage II)
Zeearenden
Harpia harpyja (I)
Harpij
Hieraaetus fasciatus (II)
Havikarend
Hieraaetus pennatus (II)
Dwergarend
Leucopternis occidentalis (II)
Salvins bonte buizerd
Milvus migrans (II) (Met uitzondering van Milvus migrans lineatus die in bijlage B is opgenomen)
Zwarte wouw
Milvus milvus (II)
Rode wouw
Neophron percnopterus (II)
Aasgier
Pernis apivorus (II)
Wespendief
Pithecophaga jefferyi (I)
Apenarend
Cathartidae
 
 
 
Gieren van de Nieuwe Wereld
 
Gymnogyps californianus (I)
Californische condor
 
Sarcoramphus papa (III Honduras)
Koningsgier
Vultur gryphus (I)
 
Andes-condor
Falconidae
 
 
 
Valken
 
Falco araeus (I)
Seychellen-torenvalk
Falco biarmicus (II)
Lannervalk
Falco cherrug (II)
Sakervalk
Falco columbarius (II)
Smelleken
 
Falco eleonorae (II)
 
 
Eleonora's valk
Falco jugger (I)
Indische lannervalk
Falco naumanni (II)
Kleine torenvalk
Falco newtoni (I) (Alleen de populatie op de Seychellen)
Madagaskar-torenvalk
Falco pelegrinoides (I)
Barbarijse valk
Falco peregrinus (I)
Slechtvalk
Falco punctatus (I)
Mauritius-torenvalk
Falco rusticolus (I)
Giervalk
Falco subbuteo (II)
Boomvalk
Falco tinnunculus (II)
Torenvalk
Falco vespertinus (II)
Roodpootvalk
Pandionidae
 
 
 
Visarenden
 
Pandion haliaetus (II)
Visarend
GALLIFORMES
 
 
 
Hoenderachtigen
Cracidae
Hokko's en sjakohoenders
 
Crax alberti (III Colombia)
Blauwknobbelhokko
Crax blumenbachii (I)
Roodsnavelhokko
 
Crax daubentoni (III Colombia)
Geelknobbelhokko
Crax fasciolata
 
Maskerhokko
 
Crax globulosa (III Colombia)
Knobbelhokko
Crax rubra (III Colombia/Guatemala/ Honduras)
Bruine hokko
Mitu mitu (I)
 
Mesbekpauwies
Oreophasis derbianus (I)
Gehoornde goean
 
Ortalis vetula (III Guatemala/Honduras)
Bruine chachalaca
Pauxi pauxi (III Colombia)
Helmhokko
Penelope albipennis (I)
 
Witvleugelgoean
 
Penelope purpurascens (III Honduras)
Kuifsjakohoen
Penelopina nigra (III Guatemala)
Berggoean
Pipile jacutinga (I)
 
Spix' fluitgoean
Pipile pipile (I)
Trinidad-blauwkeelgoean
Megapodiidae
 
 
 
Grootpoothoenders
 
Macrocephalon maleo (I)
Hamerhoen
Phasianidae
 
 
 
Fazantachtigen
 
Argusianus argus (II)
Argusfazant
Catreus wallichii (I)
 
Wallichs fazant
Colinus virginianus ridgwayi (I)
Noordwest-Mexicaanse boomkwartel
Crossoptilon crossoptilon (I)
Witte oorfazant
Crossoptilon mantchuricum (I)
Bruine oorfazant
 
Gallus sonneratii (II)
Sonnerats hoen
Ithaginis cruentus (II)
Bloedfazant
Lophophorus impejanus (I)
 
Himalaya-glansfazant
Lophophorus lhuysii (I)
Chinese glansfazant
Lophophorus sclateri (I)
Sclaters glansfazant
Lophura edwardsi (I)
Edwards' fazant
 
Lophura hatinhensis
Vietnamese vuurrugfazant
 
Lophura leucomelanos (III Pakistan)
Nepalfazant
Lophura swinhoii (I)
 
Swinhoe's fazant
 
Meleagris ocellata (III Guatemala)
Pauwkalkoen
Odontophorus strophium
 
Witkeeltandkwartel
Ophrysia superciliosa
Himalaya-patrijs
 
Pavo cristatus (III Pakistan)
Blauwe pauw
Pavo muticus (II)
 
Groene pauw
Polyplectron bicalcaratum (II)
Spiegelpauw
Polyplectron germaini (II)
Germains spiegelpauw
Polyplectron malacense (II)
Maleise spiegelpauw
Polyplectron napoleonis (I)
 
Palawan-spiegelpauw
 
Polyplectron schleiermacheri (II)
Schleiermachers pauwfazant
 
Pucrasia macrolopha (III Pakistan)
Koklasfazant
Rheinardia ocellata (I)
 
Gekuifde argusfazant
Syrmaticus ellioti (I)
Elliots fazant
Syrmaticus humiae (I)
Humes fazant
Syrmaticus mikado (I)
Mikadofazant
 
Syrmaticus reevesii (II)
Koningsfazant
Tetraogallus caspius (I)
 
Kaspisch berghoen
Tetraogallus tibetanus (I)
Tibetaans berghoen
Tragopan blythii (I)
Blyths saterhoen
Tragopan caboti (I)
Cabots saterhoen
Tragopan melanocephalus (I)
Westelijk saterhoen
 
Tragopan satyra (III Nepal)
Rood saterhoen
Tympanuchus cupido attwateri (II)
 
Attwaters prairiehoen
GRUIFORMES
 
 
 
Kraanvogels en rallen
Gruidae
Kraanvogels
 
Gruidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species))
Kraanvogels
Balearica pavonina (I)
 
Zwarte kroonkraanvogel
Grus americana (I)
Trompetkraanvogel
Grus canadensis (I/II) (De soort is opgenomen in bijlage II, maar de ondersoorten Grus canadensis nesiotes en Grus canadensis pulla zijn opgenomen in bijlage I)
Canadese kraanvogel
Grus grus (II)
Kraanvogel
Grus japonensis (I)
Chinese kraanvogel
Grus leucogeranus (I)
Siberische witte kraanvogel
Grus monacha (I)
Monnikskraanvogel
Grus nigricollis (I)
Zwarthalskraanvogel
Grus vipio (I)
Withalskraanvogel
Otididae
 
 
 
Trappen
 
Otididae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Trappen
Ardeotis nigriceps (I)
 
Indische trap
Chlamydotis macqueenii (I)
Macqueen's kraagtrap
Chlamydotis undulata (I)
Kraagtrap
Houbaropsis bengalensis (I)
Baardtrap
Otis tarda (II)
Grote trap
Sypheotides indicus (II)
Kleine Indische trap
Tetrax tetrax (II)
Kleine trap
Rallidae
 
 
 
Rallen
 
Gallirallus sylvestris (I)
Lord Howe-ral
Rhynochetidae
 
 
 
Kagoes
 
Rhynochetos jubatus (I)
Kagoes
PASSERIFORMES
 
 
 
Zangvogels
Atrichornithidae
Doornkruipers
 
Atrichornis clamosus (I)
West-Australische doornkruiper
Cotingidae
 
 
 
Cotinga's
 
Cephalopterus ornatus (III Colombia)
Amazone-parasolvogel
Cephalopterus penduliger (III Colombia)
Ecuadoraanse parasolvogel
Cotinga maculata (I)
 
Halsbandcotinga
 
Rupicola spp. (II)
Rotshanen
Xipholena atropurpurea (I)
 
Zwartpurperen cotinga
Emberizidae
 
 
 
Gorzen
 
Gubernatrix cristata (II)
Groene kardinaal
Paroaria capitata (II)
Geelsnavelkardinaal
Paroaria coronata (II)
Roodkuifkardinaal
Tangara fastuosa (II)
Veelkleurige tangara
Estrildidae
 
 
 
Astrilden
 
Amandava formosa (II)
Olijfastrilde
Lonchura fuscata
Bruine rijstvogel
Lonchura oryzivora (II)
Rijstvogel
Poephila cincta cincta (II)
Gordelamadine
Fringillidae
 
 
 
Vinken
 
Carduelis cucullata (I)
Kapoetsensijs
 
Carduelis yarrellii (II)
Geelwangsijs
Hirundinidae
 
 
 
Zwaluwen
 
Pseudochelidon sirintarae (I)
Siantara-zwaluw
Icteridae
 
 
 
Troepialen
 
Xanthopsar flavus (I)
Saffraantroepiaal
Meliphagidae
 
 
 
Honingeters
 
Lichenostomus melanops cassidix (II)
Helmhoningeter
Muscicapidae
 
 
 
Vliegenvangers
 
Acrocephalus rodericanus (III Mauritius)
Rodriguez-struikzanger
 
Cyornis ruckii (II)
Ruecks niltava
Dasyornis broadbenti litoralis (II)
Borstelvogel
Dasyornis longirostris (II)
Westelijke borstelvogel
Garrulax canorus (II)
Witbrauwlijstergaai
Garrulax taewanus (II)
Taiwanese lijstergaai
Leiothrix argentauris (II)
Zilveroortimalia
Leiothrix lutea (II)
Japanse nachtegaal
Liocichla omeiensis (II)
Omei-timalia
Picathartes gymnocephalus (I)
 
Witnekkaalkopkraai
Picathartes oreas (I)
Grijsnekkaalkopkraai
 
Terpsiphone bourbonnensis (III Mauritius)
Mascarenen-paradijsvliegenvanger
Paradisaeidae
 
 
 
Paradijsvogels
 
Paradisaeidae spp. (II)
Paradijsvogels
Pittidae
 
 
 
Pitta's
 
Pitta guajana (II)
Blauwstaartpitta
Pitta gurneyi (I)
 
Gurneys pitta
Pitta kochi (I)
Kochs pitta
 
Pitta nympha (II)
Chinese pitta
Pycnonotidae
 
Pycnonotus zeylanicus (II)
 
Buulbuuls Geelkruinbuulbuul
Sturnidae
 
 
 
Spreeuwen
 
Gracula religiosa (II)
Beo
Leucopsar rothschildi (I)
 
Bali-spreeuw
Zosteropidae
 
 
 
Brilvogels
 
Zosterops albogularis (I)
Witkeelbrilvogel
PELECANIFORMES
 
 
 
Pelikaanachtigen
Fregatidae
Fregatvogels
 
Fregata andrewsi (I)
Witbuikfregatvogel
Pelecanidae
 
 
 
Pelikanen
 
Pelecanus crispus (I)
Kroeskoppelikaan
Sulidae
 
 
 
Jan-van-genten
 
Papasula abbotti (I)
Abbotts gent
PICIFORMES
 
 
 
Spechtachtigen
Capitonidae
Baardvogels
 
Semnornis ramphastinus (III Colombia)
Toekanbaardvogel
Picidae
 
 
 
Spechten
 
Dryocopus javensis richardsi (I)
Witbuikspecht
Ramphastidae
 
 
 
Toekans
 
 
Baillonius bailloni (III Argentina)
Goudtoekan
Pteroglossus aracari (II)
 
Zwarte toekan
 
Pteroglossus castanotis (III Argentina)
Buinoorarassari
Pteroglossus viridis (II)
 
Groene arassari
 
Ramphastos dicolorus (III Argentina)
Roodborsttoekan
Ramphastos sulfuratus (II)
 
Zwavelborsttoekan
Ramphastos toco (II)
Reuzentoekan
Ramphastos tucanus (II)
Roodsnaveltoekan
Ramphastos vitellinus (II)
Groefsnaveltoekan
 
Selenidera maculirostris (III Argentina)
Vleksnavelpepervreter
PODICIPEDIFORMES
 
 
 
Fuutachtigen
Podicipedidae
Futen
 
Podilymbus gigas (I)
Atitlan-fuut
PROCELLARIIFORMES
 
 
 
Stormvogelachtigen
Diomedeidae
Albatrossen
 
Phoebastria albatrus (I)
Stellers albatros
PSITTACIFORMES
 
 
 
Papegaaiachtigen
 
PSITTACIFORMES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van Agapornis roseicollis, Melopsittacus undulatus, Nymphicus hollandicus en Psittacula krameri, die niet in de bijlagen bij deze verordening zijn opgenomen)
Papegaaiachtigen
Cacatuidae
 
Kaketoes
 
Cacatua goffiniana (I)
 
 
Goffins kaketoe
Cacatua haematuropygia (I)
Filipijnse kaketoe
Cacatua moluccensis (I)
Molukken-kaketoe
Cacatua sulphurea (I)
Kleine geelkuifkaketoe
Probosciger aterrimus (I)
Palmkaketoe
Loriidae
 
 
 
Lori's
 
Eos histrio (I)
Diadeemlori
Vini spp. (I/II) (Vini ultramarina is opgenomen in bijlage I, de andere soorten zijn opgenomen in bijlage II)
Vinilori's
Psittacidae
 
 
 
Papegaaien en parkieten
 
Amazona arausiaca (I)
Roodkeelamazone
Amazona auropalliata (I)
Geelnekamazone
Amazona barbadensis (I)
Geelvleugelamazone
Amazona brasiliensis (I)
Roodstaartamazone
Amazona finschi (I)
Finchs amazone
Amazona guildingii (I)
Sint Vincent- of koningsamazone
Amazona imperialis (I)
Keizeramazone
Amazona leucocephala (I)
Cubaanse amazone
Amazona oratrix (I)
 
 
Geelkopamazone
Amazona pretrei (I)
Roodbrilamazone
Amazona rhodocorytha (I)
Roodkruinamazone
Amazona tucumana (I)
Tucuman-amazone
Amazona versicolor (I)
Sint Lucia-amazone
Amazona vinacea (I)
Wijnkleurige amazone
Amazona viridigenalis (I)
Groenwangamazone
Amazona vittata (I)
Portoricaanse amazone
Anodorhynchus spp. (I)
Hyacinthara's
Ara ambiguus (I)
Buffons ara
Ara glaucogularis (I)
Blauwkeelara
Ara macao (I)
Geelvleugelara
Ara militaris (I)
Soldatenara
Ara rubrogenys (I)
Roodwangara
Cyanopsitta spixii (I)
Spix' ara
Cyanoramphus cookii (I)
De Norfolkkakariki
Cyanoramphus forbesi (I)
Geelvoorhoofdkakariki
Cyanoramphus novaezelandiae (I)
Roodvoorhoofdkakariki
Cyanoramphus saisseti (I)
Nieuw-Caledonische kakariki
Cyclopsitta diophthalma coxeni (I)
Coxens dubbeloogvijgpapegaai
Eunymphicus cornutus (I)
Hoornparkiet
Guarouba guarouba (I)
Goudparkiet
Neophema chrysogaster (I)
Oranjebuikparkiet
Ognorhynchus icterotis (I)
Geeloorparkiet
Pezoporus occidentalis (I)
Australische nachtpapegaai
Pezoporus wallicus (I)
 
 
Grondpapegaai
Pionopsitta pileata (I)
Roodkappapegaai
Primolius couloni (I)
Blauwkopara
Primolius maracana (I)
Illigers ara
Psephotus chrysopterygius (I)
Goudschouderparkiet
Psephotus dissimilis (I)
Kapparkiet
Psephotus pulcherrimus (I)
Paradijsparkiet
Psittacula echo (I)
Mauritius-papegaai
Psittacus erithacus (I)
Grijze roodstaartpapegaai
Pyrrhura cruentata (I)
Blauwkeelconure
Rhynchopsitta spp. (I)
Dikbekpapegaaien
Strigops habroptilus (I)
Kakapo of uilpapegaai
RHEIFORMES
 
 
 
Nandoes
Rheidae
Nandoes
 
Pterocnemia pennata (I) ((Met uitzondering van Pterocnemia pennata pennata, die in bijlage B is opgenomen.)
Darwins nandoe
 
Pterocnemia pennata pennata (II)
Darwins nandoe
Rhea americana (II)
Nandoe
SPHENISCIFORMES
 
 
 
Pinguïns
Spheniscidae
Pinguïns
 
Spheniscus demersus (II)
Zwartvoetpinguin
Spheniscus humboldti (I)
 
Humboldtpinguin
STRIGIFORMES
 
 
 
Uilen
 
STRIGIFORMES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van Sceloglaux albifacies)
Uilen
Strigidae
 
 
 
Uilen
 
Aegolius funereus (II)
Ruigpootuil
Asio flammeus (II)
Velduil
Asio otus (II)
Ransuil
Athene noctua (II)
Steenuil
Bubo bubo (II) (Met uitzondering van Bubo bubo bengalensis, die in bijlage B is opgenomen)
Oehoe
Glaucidium passerinum (II)
Dwerguil
Heteroglaux blewitti (I)
Bossteenuil
Mimizuku gurneyi (I)
Grote dwergooruil
Ninox natalis (I)
Christmas Island-valkuil
Nyctea scandiaca (II)
Sneeuwuil
Otus ireneae (II)
Sokoke-dwergooruil
Otus scops (II)
Dwergooruil
Strix aluco (II)
Bosuil
Strix nebulosa (II)
Laplanduil
Strix uralensis (II) (Met uitzondering van Strix uralensis davidi die in bijlage B is opgenomen)
Oeraluil
Surnia ulula (II)
Sperweruil
Tytonidae
 
 
 
Kerkuilen
 
Tyto alba (II)
Kerkuil
Tyto soumagnei (I)
Madagaskar-grasuil
STRUTHIONIFORMES
 
 
 
Struisvogels
Struthionidae
 
Struisvogels
 
Struthio camelus (I) (Alleen de populaties in Algerije, Burkina Faso, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Mali, Mauritanië, Marokko, Niger, Nigeria, Senegal en Soedan; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)
Struisvogel
TINAMIFORMES
 
 
 
Tinamoes of stuithoenders
Tinamidae
Tinamoes of stuithoenders
 
Tinamus solitarius (I)
Kluizenaarstuithoen
TROGONIFORMES
 
 
 
Trogons
Trogonidae
Trogons
 
Pharomachrus mocinno (I)
Quetzal
REPTILIA
 
 
 
Reptielen
CROCODYLIA
 
 
 
Krokodilachtigen
 
CROCODYLIA spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Krokodilachtigen
Alligatoridae
 
 
 
Alligators en kaaimannen
 
Alligator sinensis (I)
Chinese alligator
Caiman crocodilus apaporiensis (I)
Apaporis-brilkaaiman
Caiman latirostris (I) (Met uitzondering van de populatie in Argentinië, die is opgenomen in bijlage B)
Breedsnuitkaaiman
Melanosuchus niger (I) (Met uitzondering van de populatie in Brazilië, die is opgenomen in bijlage B, en de populatie in Ecuador, die is opgenomen in bijlage B en waarvoor het jaarlijks exportquotum vastgesteld blijft op nul totdat door het Cites-secretariaat en de Crocodile Specialist Group van IUCN/ SSC een jaarlijks exportquotum is goedgekeurd)
Zwarte kaaiman
Crocodylidae
 
 
 
Krokodillen
 
Crocodylus acutus (I) (Met uitzondering van de populatie in het geïntegreerde beheersgebied van mangroves van de baai van Cispata, Tinajones, La Balsa en de omliggende gebieden, in het departement Córdoba in Colombia, en de populatie in Cuba, die zijn opgenomen in bijlage B, en de populatie in Mexico, die zijn opgenomen in bijlage B en waarvoor een exportquotum van nul vastgesteld voor voor commerciële doeleinden aan de natuur onttrokken specimens)
 
 
Spitssnuitkrokodil
Crocodylus cataphractus (I)
Pantserkrokodil
Crocodylus intermedius (I)
Orinoco-krokodil
Crocodylus mindorensis (I)
Filipijnse krokodil
Crocodylus moreletii (I) (Met uitzondering van de populatie in Belize die in bijlage B is opgenomen, met een nulquotum voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden worden verhandeld, en de populatie in Mexico die in bijlage B is opgenomen)
Bultkrokodil
Crocodylus niloticus (I) (Met uitzondering van de populaties in Botswana, Egypte [met een nulquotum voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden worden verhandeld], Ethiopia, Kenya, Madagascar, Malawi, Mozambique, Namibia, South Africa, Uganda, the United Republic of Tanzania [[waarvoor een jaarlijks exportquotum is vastgesteld van ten hoogste 1600 aan de natuur onttrokken specimens, inclusief jachttrofeeën, naast de van ranching afkomstige specimens], Zambia en Zimbabwe; deze populaties zijn opgenomen in bijlage B.)
Nijlkrokodil
 
Crocodylus palustris (I)
 
 
Moeraskrokodil
Crocodylus porosus (I) (Met uitzondering van de populaties in Australië, Indonesië, Maleisië [voor de populatie in Maleisië is de onttrekking aan de natuur beperkt tot de staat Sarawak en geldt voor de overige staten van Maleisië (Sabah en West-Maleisië) een nulquotum voor aan de natuur onttrokken specimens; dit nulquotum kan enkel met de goedkeuring van de Cites-partijen worden gewijzigd] en Papoea-Nieuw-Guinea, die zijn opgenomen in bijlage B
Zeekrokodil
Crocodylus rhombifer (I)
Cubaanse of ruitkrokodil
Crocodylus siamensis (I)
Siamese krokodil
Osteolaemus tetraspis (I)
Breedvoorhoofdkrokodil
Tomistoma schlegelii (I)
Onechte gaviaal
Gavialidae
 
 
 
Gavialen
 
Gavialis gangeticus (I)
Ganges-gaviaal
RHYNCHOCEPHALIA
 
 
 
Brughagedisachtigen
Sphenodontidae
Brughagedissen
 
Sphenodon spp. (I)
Brughagedissen
SAURIA
 
 
 
Hagedissen
Agamidae
Agamen
 
Ceratophora aspera (II) (Exportquotum van nul voor voor commerciële doeleinden aan de natuur onttrokken specimens
 
Korthoornpadhagedis
Ceratophora erdeleni (I)
 
Erdelen's padhagedis
Ceratophora karu (I)
Karu's (pad)hagedis
 
Ceratophora stoddartii (II) (Exportquotum van nul voor voor commerciële doeleinden aan de natuur onttrokken specimens)
Neushoornhagedis
Ceratophora tennentii (I)
 
Tennent's leaf – nosed hagedis
Cophotis ceylanica (I)
 
 
Korthoornpadhagedis
Cophotis dumbara (I)
Lyriocephalus scutatus (II) (Exportquotum van nul voor voor commerciële doeleinden aan de natuur onttrokken specimens)
 
Knuckles korthoornpadhagedis Lierkopagame
Saara spp. (II)
 
Uromastyx spp. (II)
Doornstaartagamen
Anguidae
 
 
 
Hazelwormen
 
 
Abronia spp. (II) (met uitzondering van de in bijlage A opgenomen soorten. Er is een exportquotum van nul vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens van Abronia aurita, A. gaiophantasma, A. montecristoi, A. salvadorensis en A. vasconcelosii))
Hazelwormen
Abronia anzuetoi (I)
 
 
Abronia campbelli (I)
 
Abronia fimbriata (I)
 
Abronia frosti (I)
 
Abronia meledona (I)
 
Chamaeleonidae
 
 
 
Echte kameleons
 
Archaius spp. (II)
 
Bradypodion spp. (II)
Kortstaartdwergkameleons
Brookesia spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Kortstaartdwergkameleons
Brookesia perarmata (I)
 
Pantserdwergkameleon
 
Calumma spp. (II)
Madagaskar-kameleons
Chamaeleo spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Echte kameleons
Chamaeleo chamaeleon (II)
 
Gewone kameleon
 
Furcifer spp. (II)
Madagaskar-kameleons
Kinyongia spp. (II)
Dwergkameleons
Nadzikambia spp. (II)
Dwergkameleons
Palleon spp. (II)
 
Rhampholeon spp. (II)
Pygmy chamaeleons
Rieppeleon spp. (II)
Pygmy chamaeleons
Trioceros spp. (II)
 
Cordylidae
 
 
 
Doornstaartagamen
 
 
Cordylus spp. (II)
 
Echte gordelstaarthagedissen
 
 
Hemicordylus spp. (II)
 
 
 
 
Karusaurus spp. (II)
 
 
 
 
Namazonurus spp. (II)
 
 
 
 
Ninurta spp. (II)
 
 
 
 
Ouroborus spp. (II)
 
 
 
 
Pseudocordylus spp. (II)
 
 
 
 
Smaug spp. (II)
 
 
Eublepharidae
 
 
 
Gekko's met beweegbaar ooglid
 
Goniurosaurus spp. (II) (met uitzondering van inheemse species uit Japan)
Tijgergekko's
Gekkonidae
 
 
 
Gekko's
 
Cnemaspis psychedelica (I)
Psychedelic rock gecko
 
Dactylocnemis spp. (III Nieuw-Zeeland)
 
Gekko gecko (II)
 
Tokeh
Gonatodes daudini (I)
 
Grenadines gekko met klauwen
 
Hoplodactylus spp. (III Nieuw-Zeeland)
Nieuw-Zeelandse gekko's
Lygodactylus williamsi (I)
 
Azuurblauwe daggekko
 
Mokopirirakau spp. (III Nieuw-Zeeland)
 
Nactus serpensinsula (II)
 
Slangeneiland-gekko
Naultinus spp. (II)
Nieuw-Zeelandse boomgekko's
Paroedura androyensis (II)
Granddidier's Madagascargrondgekko
Paroedura masobe (II)
Masobe gecko
Phelsuma spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Daggekko's
Phelsuma guentheri (II)
 
Round Island-daggekko
 
Rhoptropella spp. (II)
 
 
Sphaerodactylus armasi (III Cuba)
Sphaerodactylus celicara (III Cuba)
Sphaerodactylus dimorphicus (III Cuba)
Sphaerodactylus intermedius (III Cuba)
Sphaerodactylus nigropunctatus alayoi (III Cuba)
Sphaerodactylus nigropunctatus granti (III Cuba)
Sphaerodactylus nigropunctatus lissodesmus (III Cuba)
Sphaerodactylus nigropunctatus ocujal (III Cuba)
Sphaerodactylus nigropunctatus strategus (III Cuba)
Sphaerodactylus notatus atactus (III Cuba)
Sphaerodactylus oliveri (III Cuba)
Sphaerodactylus pimienta (III Cuba)
Sphaerodactylus ruibali (III Cuba)
Sphaerodactylus siboney (III Cuba)
Sphaerodactylus torrei (III Cuba)
Toropuku spp. (III Nieuw Zeeland)
Tukutuku spp. (III Nieuw Zeeland)
Uroplatus spp. (II)
 
Platstaartgekko's
 
Woodworthia spp. (III Nieuw Zeeland)
 
Helodermatidae
 
 
 
Korsthagedissen
 
Heloderma spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen ondersoort)
Korsthagedissen
Heloderma horridum charlesbogerti (I)
 
Guatemalteekse korsthagedis
Iguanidae
 
 
 
Leguanen
 
Amblyrhynchus cristatus (II)
Galapagos-zeeleguaan
Brachylophus spp. (I)
 
Fiji-leguanen
 
Conolophus spp. (II)
Galapagos-landleguanen
Ctenosaura spp. (II)
Spiny-tailed iguanas
Cyclura spp. (I)
 
Ringstaartleguanen
 
Iguana spp. (II)
Leguanen
Phrynosoma blainvillii (II)
Blaineville's padhagedis
Phrynosoma cerroense (II)
Phrynosoma coronatum
Phrynosoma coronatum (II)
Californische padhagedis
Phrynosoma wigginsi (II)
Californische padhagedis
Sauromalus varius (I)
 
San Esteban-chuckwalla
Lacertidae
 
 
 
Echte hagedissen
 
Gallotia simonyi (I)
Simony's hagedis
Podarcis lilfordi (II)
Balearen-hagedis
Podarcis pityusensis (II)
Pityusen-hagedis
Lanthanotidae
 
 
 
Dove varanen
 
Lanthanotidae spp. (II) (Er is een exportquotum van nul vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)
 
Polychrotidae
 
 
 
Anoles
 
Anolis agueroi (III Cuba)
 
Anolis baracoae (III Cuba)
Anolis barbatus (III Cuba)
Anolis chamaeleonides (III Cuba)
Anolis equestris (III Cuba)
Anolis guamuhaya (III Cuba)
Anolis luteogularis (III Cuba)
Anolis pigmaequestris (III Cuba)
Anolis porcus (III Cuba)
Scincidae
 
 
 
Skinks
 
Corucia zebrata (II)
Grijpstaartskink
Teiidae
 
 
 
Krokodilstaarthagedissen en teju's
 
Crocodilurus amazonicus (II)
Krokodilstaarthagedis
Dracaena spp. (II)
Kaaimanteju's
Salvator spp. (II)
 
Tupinambis spp. (II)
Reuzenteju's
Varanidae
 
 
 
Varanen
 
 
Varanus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Varanen
Varanus bengalensis (I)
 
Bengaalse varaan
Varanus flavescens (I)
Gele varaan
Varanus griseus (I)
Woestijnvaraan
Varanus komodoensis (I)
Komodo-varaan
Varanus nebulosus (I)
Nevelvaraan
Varanus olivaceus (II)
Grays varaan
Xenosauridae
 
 
 
Knobbelhagedissen
 
Shinisaurus crocodilurus (I)
Knobbelhagedissen
SERPENTES
 
 
 
Slangen
Boidae
 
Boa's
 
Boidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Boa's
Acrantophis spp. (I)
 
Madagaskar-boa's
Boa constrictor occidentalis (I)
Argentijnse boa constrictor
Epicrates inornatus (I)
Gewone slanke boa
Epicrates monensis (I)
Mona-boa
Epicrates subflavus (I)
Gele slanke boa
Eryx jaculus (II)
Kleine zandboa
Sanzinia madagascariensis (I)
Madagaskar-hondskopboa
Bolyeriidae
 
 
 
Round Island-boa's
 
Bolyeriidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Round Island-boa's
Bolyeria multocarinata (I)
 
Round Island-boa
Casarea dussumieri (I)
Dussumiers boa
Colubridae
 
 
 
Ringslangen
 
Atretium schistosum (III India)
Indiase kielrugslang
Cerberus rynchops (III India)
Hondskopwaterslang
Clelia clelia (II)
 
Mussurana
Cyclagras gigas (II)
Reuzenwaterslang
Elachistodon westermanni (II)
Indische eierslang
Ptyas mucosus (II)
Oosterse rattenslang
 
Xenochrophis piscator (III India)
Visslang
Xenochrophis schnurrenbergeri (III India)
 
Xenochrophis tytleri (III India)
 
Elapidae
 
 
 
Cobra's en koraalslangen
 
Hoplocephalus bungaroides (II)
Breedkopslang
 
Micrurus diastema (III Honduras)
Atlantische koraalslang
Micrurus nigrocinctus (III Honduras)
Midden-Amerikaanse koraalslang
Micrurus ruatanus (III Honduras)
 
Naja atra (II)
 
Chinese brilslang
Naja kaouthia (II)
Indiase brilslang
Naja mandalayensis (II)
Burmese brilslang
Naja naja (II)
Brilslang of cobra
Naja oxiana (II)
Centraal-Aziatische brilslang
Naja philippinensis (II)
Filipijnse brilslang
Naja sagittifera (II)
Andamanen-brilslang
Naja samarensis (II)
Samar-brilslang
Naja siamensis (II)
Indochinese brilslang
 
 
Naja sputatrix (II)
Spuwende brilslang
Naja sumatrana (II)
Sumatraanse brilslang
Ophiophagus hannah (II)
Koningscobra
Loxocemidae
 
 
 
Spitskoppythons
 
 
Loxocemidae spp. (II)
 
Spitskoppythons
Pythonidae
 
 
 
Pythons
 
Pythonidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen ondersoort)
Pythons
Python molurus molurus (I)
 
Tijgerpython
Tropidophiidae
 
 
 
Bosslangen
 
Tropidophiidae spp. (II)
Bosslangen
Viperidae
 
 
 
Adders
 
Atheris desaixi (II)
Mt. Kenya bush viper
Bitis worthingtoni (II)
Kenya horned viper
 
Crotalus durissus (III Honduras)
Zuid-Amerikaanse ratelslang
Crotalus durissusunicolor
 
Aruba-ratelslang
 
Daboia russelii (III India)
Russells adder
Pseudocerastes urarachnoides (II)
 
Spinstaartadder
Trimeresurus mangshanensis (II)
Mangshan groefkopadder
Vipera latifii
 
Latifi's adder
Vipera ursinii (I) (Uitsluitend de populatie in Europa, met uitzondering van het grondgebied van de voormalige USSR; laatstgenoemde populaties zijn niet in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)
Spitssnuitadder
 
Vipera wagneri (II)
Wagners adder
TESTUDINES
 
 
 
Schildpadden
Carettochelyidae
 
 
 
Nieuw-Guinese tweeklauwschildpadden
 
 
Carettochelys insculpta (II)
 
Nieuw-Guinese tweeklauwschildpad
Chelidae
 
 
 
Slangenhalsschildpadden
 
 
Chelodina mccordi (II) ((Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens.)
 
Slangenhalsschildpad
 
Pseudemydura umbrina (I)
 
 
Onechte spitskopschildpad
Cheloniidae
 
 
 
Zeeschildpadden
 
Cheloniidae spp. (I)
 
 
Zeeschildpadden
Chelydridae
 
 
 
Bijtschildpadden
 
Chelydra serpentina (III Verenigde Staten van Amerika)
 
Macrochelys temminckii (III Verenigde Staten van Amerika)
Alligatorschildpad of gierschildpad
Dermatemydidae
 
 
 
Tabasco-schildpadden
 
 
Dermatemys mawii (II)
 
Tabasco-schildpadden
Dermochelyidae
 
 
 
Lederschildpadden
 
Dermochelys coriacea (I)
Lederschildpadden
Emydidae
 
 
 
Doos- en moerasschildpadden
 
Chrysemys picta (Enkel levende specimens)
Westelijke sierschildpad
Clemmys guttata (II)
Druppelschildpad
Emydoidea blandingii (II)
Amerikaanse moerasschildpad
Glyptemys insculpta (II)
Amerikaanse bosschildpad
Glyptemys muhlenbergii (I)
 
Muhlenbergs schildpad
 
 
Graptemys spp. (III Verenigde Staten van Amerika)
Zaagrug- of landkaartschildpadden
Malaclemys terrapin (II)
 
Diamantrugschildpad
Terrapene spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Doosschildpadden
Terrapene coahuila (I)
 
Mexicaanse doosschildpad
Geoemydidae
 
 
 
Aardschildpadachtigen
 
Batagur affinis (I)
Zuidelijke rivierschildpad
Batagur baska (I)
Batagur of tuntong
 
Batagur borneoensis (II) ((Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)
 
Batagur dhongoka (II)
Batagur kachuga (II)
Batagur trivittata (II) (Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)
Cuora spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species, is er een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor Cuora aurocapitata, C. f lavomarginata, C. galbinifrons, C. mccordi, C. mouhotii, C. pani, C. trifasciata, C. yunnanensis en C. zhoui voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)
Aziatische doosschildpadden
Cuora bourreti (I)
 
Bourrets doosschildpad
Cuora picturata (I)
 
Achterindische doosschildpad
 
Cyclemys spp. (II)
Doornschildpadden
Geoclemys hamiltonii (I)
 
Driekielstraalschildpad
 
Geoemyda japonica (II)
Japanse aardschildpad
Geoemyda spengleri (II)
Spenglers aardschildpad
Hardella thurjii (II)
Diadeemschildpad
Heosemys annandalii (II) (Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)
Tempelschildpad
Heosemys depressa (II) (Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)
Arakan-aardschildpad
Heosemys grandis (II)
Reuzenaardschildpad
Heosemys spinosa (II)
Gestekelde aardschildpad
Leucocephalon yuwonoi (II)
Sulawesi-aardschildpad
Malayemys macrocephala (II)
Maleisische slakkeneter
Malayemys subtrijuga (II)
Rijstveldschildpad
Mauremys annamensis (I)
 
Annamese schildpad
 
Mauremys iversoni (III China)
Iversons moerasschildpad
Mauremys japonica (II)
 
Japanse waterschildpad of Japanse beekschildpad
 
Mauremys megalocephala (III China)
Grootkopdriekielschildpad
Mauremys mutica (II)
 
Gele moerasschildpad
Mauremys nigricans (II)
 
Kwantung-moerasschildpad of Chinese roodkeelschildpad
 
Mauremys pritchardi (III China)
Pritchard's moerasschildpad
Mauremys reevesii (III China)
Chinese driekielschildpad
Mauremys sinensis (III China)
Chinese streepnekschildpad
Melanochelys tricarinata (I)
 
Driekielaardschildpad
 
Melanochelys trijuga (II)
Zwartbuikaardschildpad
Morenia ocellata (I)
 
Achterindische pauwoogmoerasschildpad
 
Morenia petersi (II)
Voorindische pauwoogschildpad
Notochelys platynota (II)
Maleise platrugschildpad
 
Ocadia glyphistoma (III China)
Gleufbek-streepnekschildpad
Ocadia philippeni (III China)
Philippen's streepnekschildpad
Orlitia borneensis (II) (Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)
 
Borneo-rivierschildpad
Pangshura spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Dakschildpadden
Pangshura tecta (I)
 
Indische dakschildpad
 
Sacalia bealei (II)
Beal's pauwoogschildpad
 
Sacalia pseudocellata (III China)
Chinese schijnoogschildpad
Sacalia quadriocellata (II)
 
Vieroogschildpad
Siebenrockiella crassicollis (II)
Zwarte dikkopschildpad
Siebenrockiella leytensis (II)
Filipijnse aardschildpad
Vijayachelys silvatica (II)
Geelkopaardschildpad of roodkopaardschildpad
Platysternidae
 
 
 
Grootkopschildpadden
 
Platysternidae spp. (I)
Grootkopschildpadden
Podocnemididae
 
 
 
Scheenplaatschildpadden
 
Erymnochelys madagascariensis (II)
Madagaskar-scheenplaatschildpad
Peltocephalus dumerilianus (II)
Zuid-Amerikaanse grootkopschildpad
Podocnemis spp. (II)
Zuid-Amerikaanse scheenplaatschildpadden
Testudinidae
 
 
 
Landschildpadden
 
Testudinidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species; voor Geochelone sulcata is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor overwegend commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)
Landschildpadden
Astrochelys radiata (I)
 
Stralenschildpad
Astrochelys yniphora (I)
Madagaskar-schildpad
Chelonoidis niger (I)
Galapagos-landschildpad
Geochelone elegans (I)
Sterschildpad
Geochelone platynota (I)
Birmese stralenschildpad
Gopherus flavomarginatus (I)
Mexicaanse reuzengofferschildpad
Malacochersus tornieri (I)
Pannenkoekschildpad
Psammobates geometricus (I)
Geometrische landschildpad
Pyxis arachnoides (I)
Madagaskar-spinschildpad
Pyxis planicauda (I)
Madagaskar-platstaartschildpad
Testudo graeca (II)
Moorse landschildpad
Testudo hermanni (II)
Griekse landschildpad
Testudo kleinmanni (I)
Kleinmanns landschildpad
Testudo marginata (II)
Klokschildpad
Trionychidae
 
 
 
Drieklauw- en weekschildpadden
 
Amyda cartilaginea (II)
Zuidoost-Aziatische weekschildpad
 
Apalone ferox (III Verenigde Staten van Amerika)
 
Apalone mutica (III Verenigde Staten van Amerika)
Apalone spinifera (III Verenigde Staten van Amerika) (met uitzondering van de in bijlage A opgenomen ondersoort)
Apalone spinifera atra (I)
 
Zwarte drieklauwschildpad
 
Chitra spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Smalkopweekschildpadden
Chitra chitra (I)
 
Aziatische smalkopweekschildpad
Chitra vandijki (I)
Birmese smalkopweekschildpad
 
Cyclanorbis elegans (II)
Rugvlekweekschildpad
Cyclanorbis senegalensis (II)
Senegalese weekschildpad
Cycloderma aubryi (II)
Roodrugweekschildpad
Cycloderma frenatum (II)
Grijsrugweekschildpad
Dogania subplana (II)
Maleise weekschildpad
Lissemys ceylonensis (II)
Lissemys ceylonensis
Lissemys punctata (II)
Indische klepweekschildpad
Lissemys scutata (II)
Birmese klepweekschildpad
Nilssonia formosa (II)
Birmese drieklauw
Nilssonia gangetica (I)
 
Ganges-drieklauwschildpad
Nilssonia hurum (I)
 
Indiase pauwoogweekschildpad
 
Nilssonia leithii (II)
Leith's drieklauwschildpad
Nilssonia nigricans (I)
 
Zwarte drieklauwschildpad
 
Palea steindachneri (II)
Halskwabweekschildpad
Pelochelys spp. (II)
Reuzenweekschildpadden
Pelodiscus axenaria (II)
Hunan-weekschildpad
Pelodiscus maackii (II)
Amoer-weekschildpad
Pelodiscus parviformis (II)
Chinese weekschildpad
Rafetus euphraticus (II)
Eufraat-drieklauw
Rafetus swinhoei (II)
Yangtze-weekschildpad
Trionyx triunguis (II)
Afrikaanse drieklauw
AMPHIBIA
 
 
 
Amfibieën
ANURA
Kikkers en padden
Aromobatidae
 
 
 
Aromobatidae
 
Allobates femoralis (II)
Dijvlekgifkikker
Allobates hodli (II)
 
Allobates myersi (II)
Myers” gifkikker
Allobates zaparo (II)
Zaparo-gifkikker
Anomaloglossus rufulus (II)
Chimanta poison frog
Bufonidae
 
 
 
Padden
 
Altiphrynoides spp. (I)
Malcolm's Ethiopische padden
Amietophrynus channingi (I)
 
Amietophrynus superciliaris (I)
Wenkbrauwpad
Atelopus zeteki (I)
Bonte klompvoetkikker
Incilius periglenes (I)
Gouden pad
Nectophrynoides spp. (I)
Levendbarende padden
Nimbaphrynoides spp. (I)
Nimba-padden
Calyptocephalellidae
 
 
 
 
 
Calyptocephalella gayi (III Chile)
Helmkop
Conrauidae
 
 
 
Kikkers
 
Conraua goliath
Goliathkikker
Dendrobatidae
 
 
 
Gifkikkers
 
Adelphobates spp. (II)
 
Ameerega spp. (II)
Andinobates spp. (II)
Dendrobates spp. (II)
Boomgifkikkers
Epipedobates spp. (II)
Boomgifkikkers
Excidobates spp. (II)
 
Hyloxalus azureiventris (II)
Blauwbuikgifkikker
Minyobates spp. (II)
Minyobates steyermarki
Oophaga spp. (II)
 
Phyllobates spp. (II)
Boomgifkikkers
Ranitomeya spp. (II)
 
Dicroglossidae
 
 
 
Kikkers
 
Euphlyctis hexadactylus (II)
Zesteenkikker
Hoplobatrachus tigerinus (II)
Tijgerkikker
Hylidae
 
 
 
Boomkikkers
 
Agalychnis spp. (II)
 
Mantellidae
 
 
 
Gouden prachtkikkers
 
Mantella spp. (II)
Gouden prachtkikkers
Microhylidae
 
 
 
Tomaatkikkers
 
Dyscophus antongilii (II)
Tomaatkikker
Dyscophus guineti (II)
False tomato frog
Dyscophus insularis (II)
Antsouhy tomato frog
Scaphiophryne boribory (II)
Green marbled burrowing frog
Scaphiophryne gottlebei (II)
Gottlebes smalbekkikker
Scaphiophryne marmorata (II)
Green marbled burrowing frog
Scaphiophryne spinosa (II)
Green marbled burrowing frog
Myobatrachidae
 
 
 
Australische fluitkikkers
 
Rheobatrachus spp. (II) (Met uitzondering van Rheobatrachus silus en Rheobatrachus vitellinus)
Australische fluitkikker
Telmatobiidae
 
 
 
Water frogs
 
Telmatobius culeus (I)
Titicacakikker
CAUDATA
 
 
 
Salamanders
Ambystomatidae
Axolotls
 
Ambystoma dumerilii (II)
Achaque
Ambystoma mexicanum (II)
Axolotl
Cryptobranchidae
 
 
 
Reuzensalamanders
 
Andrias spp. (I)
Reuzensalamanders
 
Cryptobranchus alleganiensis (III Verenigde Staten van Amerika)
Modderduivel
Hynobiidae
 
 
 
Aziatische salamanders
 
Hynobius amjiensis (III China)
 
Salamandridae
 
 
 
Echte salamanders
 
Echinotriton chinhaiensis (II)
Chinhai salamander
Echinotriton maxiquadratus (II)
Bergsalamander
Neurergus kaiseri (I)
 
Luristan-beeksalamander
 
Paramesotriton spp. (II)
Wrattensalamanders
 
Salamandra algira (III Algerije)
 
Tylototriton spp. (II)
 
Krokodilsalamanders
ELASMOBRANCHII
 
 
 
Kraakbeenvissen
CARCHARHINIFORMES
Grondhaaien
Carcharhinidae
Requiemhaaien of menshaaien of roofhaaien
 
Carcharhinus falciformis (II)
Zijdehaai
Carcharhinus longimanus (II)
Oceanische witpunthaai
Sphyrnidae
 
 
 
Hamerhaaien
 
Sphyrna lewini (II)
Geschulpte hamerhaai
Sphyrna mokarran (II)
Grote hamerhaai
Sphyrna zygaena (II)
Gladde hamerhaai
LAMNIFORMES
 
 
 
Haringhaaiachtigen
Alopiidae
Voshaaien
 
Alopias spp. (II)
Voshaaien
Cetorhinidae
 
 
 
Reuzenhaaien
 
Cetorhinus maximus (II)
Reuzenhaai
Lamnidae
 
 
 
Makreelhaaien
 
Carcharodon carcharias (II)
Mensenhaai
Isurus oxyrinchus (II)
Makreelhaai
Isurus paucus (II)
Langvinmakreelhaai
Lamna nasus (II)
Haringhaai of neushaai
MYLIOBATIFORMES
 
 
 
 
Myliobatidae
Adelaarsroggen
 
Manta spp. (II)
Manta roggen
Mobula spp. (II)
Duivelsroggen
Potamotrygonidae
 
 
 
Zoetwaterroggen
 
Paratrygon aiereba (III Colombia)
 
Potamotrygon spp. (III Brazilië) (populatie in Brazilië)
Potamotrygon constellata (III Colombia)
Potamotrygon magdalenae (III Colombia)
Potamotrygon motoro (III Colombia)
Potamotrygon orbignyi (III Colombia)
Potamotrygon schroederi (III Colombia)
Potamotrygon scobina (III Colombia)
Potamotrygon yepezi (III Colombia)
ORECTOLOBIFORMES
 
 
 
Bakerhaaien
Rhincodontidae
Walvishaaien
 
Rhincodon typus (II)
Walvishaai
PRISTIFORMES
 
 
 
 
Pristidae
Zaagvissen
 
Pristidae spp. (I)
Zaagvissen
RHINOPRISTIFORMES
 
 
 
 
Glaucostegidae
Reuzenvioolroggen
 
Glaucostegus spp. (II)
Reuzenvioolrog
Rhinidae
 
 
 
Kegroggen
 
Rhinidae spp. (II)
Kegroggen
ACTINOPTERI
 
 
 
Vissen
ACIPENSERIFORMES
Steurachtigen
 
ACIPENSERIFORMES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Steurachtigen
Acipenseridae
 
 
 
Steuren
 
Acipenser brevirostrum (I)
Kortsnuitsteur
Acipenser sturio (I)
Gewone steur
ANGUILLIFORMES
 
 
 
Palingachtigen
Anguillidae
Palingen
 
Anguilla anguilla (II)
Europese paling of aal
CYPRINIFORMES
 
Karperachtigen
Catostomidae
Zuigkarpers
 
Chasmistes cujus (I)
Zuigkarpers
Cyprinidae
 
 
 
Echte karpers
 
Caecobarbus geertsii (II)
Afrikaanse blinde barbeel
Probarbus jullieni (I)
 
Julliens barbeel
OSTEOGLOSSIFORMES
 
 
 
Beentongvissen
Arapaimidae
Beentongvissen
 
Arapaima gigas (II)
Arapaima
Osteoglossidae
 
 
 
Echte beentongvissen
 
Scleropages formosus (I)
Aziatische beentongvis
Scleropages inscriptus
 
PERCIFORMES
 
 
 
Baarsachtigen
Labridae
Lipvissen
 
Cheilinus undulatus (II)
Napoleonvis
Pomacanthidae
 
 
 
Engel- of keizersvissen
 
 
Holacanthus clarionensis (II)
 
Clarion angelfish
Sciaenidae
 
 
 
Ombervissen
 
Totoaba macdonaldi (I)
Macdonalds trommelvis
SILURIFORMES
 
 
 
Meervalachtigen
Pangasiidae
Reuzenmeervallen
 
Pangasianodon gigas (I)
Reuzenmeerval
Loricariidae
 
 
 
Harnasmeervallen
 
 
 
Hypancistrus zebra (III Brazil)
 
SYNGNATHIFORMES
 
 
 
Zeenaaldachtigen
Syngnathidae
Zeenaalden en zeepaardjes
 
Hippocampus spp. (II)
Zeepaardjes
DIPNEUSTI
 
 
 
Kwastvinnige vissen
CERATODONTIFORMES
Australische longvissen
Ceratodontidae
Australische longvissen
 
Neoceratodus forsteri (II)
Australische longvis
COELACANTHI
 
 
 
Coelacanten
COELACANTHIFORMES
Coelacantachtigen
Latimeriidae
Coelacanten
 
Latimeria spp. (I)
Coelacanten
ECHINODERMATA (STEKELHUIDIGEN)
HOLOTHUROIDEA
 
 
 
Zeekomkommers
ASPIDOCHIROTIDA
Zeekomkommers
Stichopodidae
Zeekomkommers
 
Isostichopus fuscus (III Ecuador)
Bruine zeekomkommer
HOLOTHURIIDA
 
 
 
 
Holothuriidae
Teatfishes, zeekomkommers
 
Holothuria fuscogilva (II) (Deze vermelding treedt in werking op 28 augustus 2020)
Teatfish
Holothuria nobilis (II) (Deze vermelding treedt in werking op 28 augustus 2020)
 
Holothuria whitmaei (II) (Deze vermelding treedt in werking op 28 augustus 2020)
ARTHROPODA (GELEEDPOTIGEN)
ARACHNIDA
 
 
 
Spinachtigen
ARANEAE
Spinnen
Theraphosidae
Vogelspinnen
 
Aphonopelma albiceps (II)
 
Aphonopelma pallidum (II)
Mexicaanse grijze tarantula
Brachypelma spp. (II)
Vogelspinnen
Poecilotheria spp. (II)
Tijgerspinnen
SCORPIONES
 
 
 
Schorpioenen
Scorpionidae
 
Schorpioenen
 
Pandinus camerounensis (II)
 
Pandinus dictator (II)
Pandinus gambiensis (II)
Senegalese reuzenschorpioen
Pandinus imperator (II)
Keizerschorpioen
Pandinus roeseli (II)
 
INSECTA
 
 
 
Insecten
COLEOPTERA
Kevers
Lucanidae
Vliegende herten
Colophon spp. (III Zuid-Afrika)
Kaapse vliegende herten
Scarabaeidae
 
 
 
Bladsprietkevers
Dynastes satanas (II)
Satanaskever
LEPIDOPTERA
 
 
 
Vlinders en motten
Nymphalidae
Schoenlappers
 
Agrias amydon boliviensis (III Bolivia) Morpho godartii lachaumei (III Bolivia) Prepona praeneste buckleyana (III Bolivia)
 
Papilionidae
 
 
 
Pages en pauwogen
 
Achillides chikae chikae (I)
Luzon-pauwoog
Achillides chikae hermeli (I)
Mindoro-pauwoog
 
Atrophaneura jophon (II)
Sri Lanka-roospage
Atrophaneura palu
Palu-roospage
Atrophaneura pandiyana (II)
Malabar-roospage
Bhutanitis spp. (II)
Bhutan-koninginnenpages
Graphium sandawanum
Apo-koninginnenpage
Graphium stresemanni
Seram-koninginnenpage
Ornithoptera spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)
Vogelvleugelvlinders
Ornithoptera alexandrae (I)
 
Alexandra's vogelvleugelvlinder
 
Papilio benguetanus Filipijnse pauwoog
 
 
 
Papilio esperanza Oaxaca-pauwoog
 
 
Papilio homerus (I)
 
Homeruspauwoog
Papilio hospiton (II)
Corsicaanse pauwoog
 
Papilio morondavana
Madagaskar-keizerpauwoog
Papilio neumoegeni Sumba-pauwoog
 
Parides ascanius
Rio de Janeiro-pauwoog
Parides hahneli
Hahnels Amazone-pauwoog
Parides burchellanus (I)
 
Rivierpauwoog
Parnassius apollo (II)
Apollovlinder
 
Teinopalpus spp. (II)
Kaiser-I-hindvlinders
Trogonoptera spp. (II)
Vogelvleugelvlinders
Troides spp. (II)
Vogelvleugelvlinders
ANNELIDA (GELEDE WORMEN)
HIRUDINOIDEA
 
 
 
Bloedzuigers
ARHYNCHOBDELLIDA
 
Hirudinidae
Bloedzuigers
 
Hirudo medicinalis (II)
Noordelijke medicinale bloedzuiger
Hirudo verbana (II)
Zuidelijke medicinale bloedzuiger
MOLLUSCA (WEEKDIEREN)
BIVALVIA
 
 
 
Tweekleppigen
MYTILOIDA
Zeemossels
Mytilidae
Echte mossels
 
Lithophaga lithophaga (II)
Steenboorder
UNIONOIDA
 
 
 
Zoetwatermossels
Unionidae
Echte zoetwatermossels
 
Conradilla caelata (I)
Vogelvleugelparelmossel
 
Cyprogenia aberti (II)
Westelijke waaierschelp
Dromus dromas (I)
 
 
Dromedarisparelmossel
Epioblasma curtisii (I)
Curtis' parelmossel
Epioblasma florentina (I)
Geelbloesemparelmossel
Epioblasma sampsonii (I)
Sampsons parelmossel
Epioblasma sulcata perobliqua (I)
Purperen kattenpootmossel
Epioblasma torulosa gubernaculum (I)
Groenbloesemparelmossel
 
Epioblasma torulosa rangiana (II)
Taanbloesemparelmossel
Epioblasma torulosa torulosa (I)
 
Knobbelbloesemparelmossel
Epioblasma turgidula (I)
Zwelbloesemparelmossel
Epioblasma walkeri (I)
Bruinbloesemparelmossel
Fusconaia cuneolus (I)
Fijnstraal-varkensteenparelmossel
Fusconaia edgariana (I)
Glanzende varkensteenparelmossel
Lampsilis higginsii (I)
Higgins' oogparelmossel
Lampsilis orbiculata orbiculata (I)
Roze slijkmossel
Lampsilis satur (I)
Gewone boekparelmossel
Lampsilis virescens (I)
Alabama-lampmossel
Plethobasus cicatricosus (I)
Witte wrattenrugparelmossel
Plethobasus cooperianus (I)
Oranjevoetpuistmossel
 
Pleurobema clava (II)
Klompschelpparelmossel
Pleurobema plenum (I)
 
Ruige varkensteenparelmossel
Potamilus capax (I)
Dikboekparelmossel
Quadrula intermedia (I)
Cumberland-apensnoetparelmossel
Quadrula sparsa (I)
Appalachen-apensnoetparelmossel
Toxolasma cylindrella (I)
Bleke lilliputparelmossel
Unio nickliniana (I)
Nicklins parelmossel
Unio tampicoensis tecomatensis (I)
Tampico-parelmossel
Villosa trabalis (I)
Cumberland-boonparelmossel
VENEROIDA
 
 
 
 
Tridacnidae
Doopvontschelpen
 
Tridacnidae spp. (II)
Doopvontschelpen
CEPHALOPODA
 
 
 
 
NAUTILIDA
 
Nautilidae
Nautilussen
 
Nautilidae spp. (II)
Nautilussen
GASTROPODA
 
 
 
Buikpotigen of slakken
MESOGASTROPODA
 
Strombidae
Kroonslakken
 
Strombus gigas (II)
Karko of roze vleugelhoorn
STYLOMMATOPHORA
 
 
 
 
Achatinellidae
Hawaï-boomslakken
 
Achatinella spp. (I)
Kleine agaatslakken
Camaenidae
 
 
 
Groenslakken
 
Papustyla pulcherrima (II)
Groenslak
Cepolidae
 
 
 
 
 
Polymita spp. (I)
Cuban landsnails
CNIDARIA (HOLTEDIEREN)
ANTHOZOA
 
 
 
Koralen en zeeanemonen
ANTIPATHARIA
 
 
 
Doornkoralen
 
ANTIPATHARIA spp. (II)
Doornkoralen
GORGONACEAE
 
 
 
Hoornkoralen
Coralliidae
Bloedkoralen
 
Corallium elatius (III China)
 
Corallium japonicum (III China)
Corallium konjoi (III China)
Corallium secundum (III China)
HELIOPORACEA
 
 
 
 
Helioporidae
Blauwe koralen
 
Helioporidae spp. (II) (Omvat uitsluitend de soort Heliopora coerulea) (4)
Blauwe koralen
SCLERACTINIA
 
 
 
 
 
SCLERACTINIA spp. (II) (4)
Echte koralen
STOLONIFERA
 
 
 
Buiskoralen
Tubiporidae
Orgelpijpkoralen
 
Tubiporidae spp. (II) (4)
Orgelpijpkoralen
HYDROZOA
 
 
 
Poliepen
MILLEPORINA
 
 
 
 
Milleporidae
Brandkoralen of vuurkoralen
 
Milleporidae spp. (II) (4)
Brandkoralen of vuurkoralen
STYLASTERINA
 
 
 
 
Stylasteridae
Kantkoralen
 
Stylasteridae spp. (II) (4)
Kantkoralen
FLORA (PLANTEN)
AGAVACEAE
 
 
 
Agavefamilie
 
Agave parviflora (I)
Santa Cruz-streepagave
 
Agave victoriae-reginae (II) #4
Koningin Victoria-agave
 
 
Nolina interrata (II)
 
San Diego-berengras
Yucca queretaroensis (II)
Queretaro yucca
AMARYLLIDACEAE
 
 
 
Narcisfamilie
 
Galanthus spp. (II) #4
Sneeuwklokjes
Sternbergia spp. (II) #4
Leliën des velds
ANACARDIACEAE
 
 
 
Pruikenboomfamilie
 
Operculicarya decaryi (II)
Jabihy
Operculicarya hyphaenoides (II)
Jabihy
Operculicarya pachypus (II)
Tabily
APOCYNACEAE
 
 
 
 
 
Hoodia spp. (II) #9
Hoodia's
Pachypodium spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4
Madagaskar-palmen
Pachypodium ambongense (I)
 
 
Pachypodium baronii (I)
Pachypodium decaryi (I)
 
Rauvolfia serpentina (II) #2
Slangenwortel-duivelspeper
ARALIACEAE
 
 
 
Klimopfamilie
 
Panax ginseng (II) (Alleen de populatie in de Russische Federatie; geen andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen) #3
Ginseng
Panax quinquefolius (II) #3
Amerikaanse ginseng
ARAUCARIACEAE
 
 
 
Araucariafamilie
 
Araucaria araucana (I)
Apenverdriet
ASPARAGACEAE
 
 
 
 
 
Beaucarnea spp. (II)
Olifantspoot
BERBERIDACEAE
 
 
 
Berberisfamilie
 
Podophyllum hexandrum (II) #2
Indische alruinwortel
BROMELIACEAE
 
 
 
Bromeliafamilie
 
Tillandsia harrisii (II) #4
Harris' tillandsia
Tillandsia kammii (II) #4
Kamms tillandsia
Tillandsia xerographica (II) (5) #4
Xerografie-tillandsia
CACTACEAE
 
 
 
Cactusfamilie
 
CACTACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en Pereskia spp., Pereskiopsis spp. en Quiabentia spp.) (6) #4
Cactusfamilie
Ariocarpus spp. (I)
 
Levendesteencactussen
Astrophytum asterias (I)
Stercactus
Aztekium ritteri (I)
Aztekencactus
Coryphantha werdermannii (I)
Zwijnspeldenkussen
Discocactus spp. (I)
Schijfcactussen
Echinocereus ferrerianus ssp. lindsayorum (I)
Lindsays egelcactus
Echinocereus schmollii (I)
Lamsstaartcactus
Escobaria minima (I)
Nellie Cory's cactus
Escobaria sneedii (I)
Sneeds speldenkussen
Mammillaria pectinifera (I) (Omvat ssp. solisioides)
Biggencactus
Melocactus conoideus (I)
Kegelvormige Turksemutscactus
Melocactus deinacanthus (I)
Prachtborstelige Turksemutscactus
Melocactus glaucescens (I)
Wollige wassteel-Turksemutscactus
Melocactus paucispinus (I)
Geringstekelige Turksemutscactus
Obregonia denegrii (I)
Artisjokcactus
Pachycereus militaris (I)
Teddybeercactus
Pediocactus bradyi (I)
Brady's speldenkussen
Pediocactus knowltonii (I)
Knowltons cactus
Pediocactus paradinei (I)
Paradines cactus
Pediocactus peeblesianus (I)
Peebles' navajocactus
Pediocactus sileri (I)
Silers speldenkussen
Pelecyphora spp. (I)
Bijltjescactussen
Sclerocactus blainei (I)
Blaine's fishhook cactus
Sclerocactus brevihamatus ssp. tobuschii (I)
Tobuschs vishaakcactus
Sclerocactus brevispinus (I)
Pariette cactus
Sclerocactus cloverae (I)
New Mexico fishhook cactus
Sclerocactus erectocentrus (I)
Acuña-cactus
Sclerocactus glaucus (I)
Colorado hookless cactus
Sclerocactus mariposensis (I)
Lloyds vlindercactus
Sclerocactus mesae-verdae (I)
Mesa Verde-cactus
Sclerocactus nyensis (I)
Tonopah-vishaakcactus
Sclerocactus papyracanthus (I)
Papierstekelvishaakcactus
Sclerocactus pubispinus (I)
Great Basin-vishaakcactus
Sclerocactus sileri (I)
Siler's fishhook cactus
Sclerocactus wetlandicus (I)
Unita Basin hookless cactus
Sclerocactus wrightiae (I)
Wrights vishaakcactus
Strombocactus spp. (I)
Tolcactussen
Turbinicarpus spp. (I)
Turbinecactussen
Uebelmannia spp. (I)
Uebelmanns cactussen
CARYOCARACEAE
 
 
 
Caryocarfamilie
 
Caryocar costaricense (II) #4
Knoflookboom
COMPOSITAE (ASTERACEAE)
 
 
 
Asterfamilie (composieten)
 
Saussurea costus (I) (ook S. lappa, Aucklandia lappa of A. costus genoemd)
COST, kutki of kuth
CUCURBITACEAE
 
 
 
Komkommerfamilie
 
Zygosicyos pubescens (II) (Ook Xerosicyos pubescens genoemd)
Tobory
Zygosicyos tripartitus (II)
Betoboky
CUPRESSACEAE
 
 
 
Cipresfamilie
 
Fitzroya cupressoides (I)
Alerce
 
Pilgerodendron uviferum (I)
Chileense cipres
 
Widdringtonia whytei (II)
Mulanje-cipres
CYATHEACEAE
 
 
 
Cyatheafamilie (boomvarens)
 
Cyathea spp. (II) #4
Cyatheafamilie (boomvarens)
CYCADACEAE
 
 
 
Cycaspalmen
 
CYCADACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4
Cycaspalmen
Cycas beddomei (I)
 
Beddome's cycad
DICKSONIACEAE
 
 
 
Cyatheafamilie (boomvarens)
 
Cibotium barometz (II) #4
 
Dicksonia spp. (II) (Alleen de Amerikaanse populaties; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen. Dit omvat de synonymen Dicksonia berteriana, D. externa, D. sellowiana en D. stuebelii) #4
Cyatheafamilie (boomvarens)
DIDIEREACEAE
 
 
 
Didiereafamilie
 
DIDIEREACEAE spp. (II) #4
Madagaskar-boomvarens, aluaudia's
DIOSCOREACEAE
 
 
 
Yamswortelfamilie
 
Dioscorea deltoidea (II) #4
DROSERACEAE
DROSERACEAE
 
 
 
Zonnedauwfamilie
 
Dionaea muscipula (II) #4
Venusvliegenval
EBENACEAE
 
 
 
Ebbenhoutfamilie
 
Diospyros spp. (II) (Alleen de populaties in Madagascar; geen andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen) #5
 
EUPHORBIACEAE
 
 
 
Wolfsmelkfamilie
 
Euphorbia spp. (II) #4 (Uitsluitend succulente species, met uitzondering van:
Euphorbia's of wolfsmelken
 1)  Euphorbia misera;
 2)  kunstmatig gekweekte specimens van cultivars van Euphorbia trigona;
 3)  kunstmatig gekweekte specimens van Euphorbia lactea die op een kunstmatig gekweekte onderstam van Euphorbia neriifolia zijn geënt, mits zij:
 –  kamvormig of
 –  waaiervormig of
 –  kleurmutanten zijn;
 4)  kunstmatig gekweekte specimens van cultivars van Euphorbia “Milii”, mits zij:
 –  gemakkelijk als kunstmatig gekweekte specimens herkenbaar zijn, en
 –  in partijen van 100 of meer planten in de Unie worden binnengebracht of uit de Unie worden (her)uitgevoerd;
op bovengenoemde categorieën is deze verordening niet van toepassing, en
 5)  de in bijlage A opgenomen species.
Euphorbia ambovombensis (I)
 
Euphorbia capsaintemariensis (I)
Euphorbia cremersii (I) (Met inbegrip van de vorm viridifolia en de variëteit rakotozafyi)
Euphorbia cylindrifolia (I) (Met inbegrip van de ssp. tuberifera)
Euphorbia decaryi (I) (Met inbegrip van de variëteiten ampanihyensis, robinsonii en sprirosticha)
Euphorbia francoisii (I)
Euphorbia handiensis (II)
Euphorbia lambii (II)
Euphorbia moratii (I) (Met inbegrip van de variëteiten antsingiensis, bemarahensis en multiflora)
Euphorbia parvicyathophora (I)
Euphorbia quartziticola (I)
Euphorbia stygiana (II)
Euphorbia tulearensis (I)
FAGACEAE
 
 
 
Napjesdragersfamilie (beuken, eiken)
Quercus mongolica (III Russische Federatie) #5
Mongoolse eik
FOUQUIERIACEAE
 
 
 
Fouquieriafamilie
 
Fouquieria columnaris (II) #4
Flesboom, boojumboom of grote waskaars
Fouquieria fasciculata (I)
 
Ocotillo
Fouquieria purpusii (I)
 
GNETACEAE
 
 
 
Gnetumfamilie
 
Gnetum montanum (III Nepal) #1
 
JUGLANDACEAE
 
 
 
Okkernootfamilie
 
Oreomunnea pterocarpa (II) #4
Caribische walnoot
LAURACEAE
 
 
 
Laurierfamilie
 
Aniba rosaeodora (II) (ook A. duckei genoemd) #12
Braziliaans rozenhout
LEGUMINOSAE (FABACEAE)
 
 
 
Vlinderbloemigen
 
Dalbergia spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #15
 
Dalbergia nigra (I)
 
Braziliaans rozenhout
 
Dipteryx panamensis (III Costa Rica/Nicaragua)
Amandelboom
Guibourtia demeusei (II) #15
 
Red bubinga
Guibourtia pellegriniana (II) #15
Rose bubinga, kevazingo
Guibourtia tessmannii (II) #15
Rose bubinga, kevazingo
Paubrasilia echinata (II) #10
Brazielhout of pernambuk
Pericopsis elata (II) #17
Afrormosia of Afrikaans teak
Platymiscium parviflorum (II) #4
Christobal of ñambar
Pterocarpus erinaceus (II)
African rosewood, Senegalese rosewood, kosso
Pterocarpus santalinus (II) #7
 
Rood sandelhout
Pterocarpus tinctorius (II) #6
 
Afrikaans padoek
Senna meridionalis (II)
 
Taraby
LILIACEAE
 
 
 
Leliefamilie
 
Aloe spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en Aloe vera, ook genoemd Aloe barbadensis, die niet in de bijlagen is opgenomen) #4
 
Aloë's
Aloe albida (I)
 
Aloe albiflora (I)
Aloe alfredii (I)
Aloe bakeri (I)
Aloe bellatula (I)
Aloe calcairophila (I)
Aloe compressa (I) (Met inbegrip van de variëteiten paucituberculata, rugosquamosa en schistophila)
Aloe delphinensis (I)
Aloe descoingsii (I)
Aloe fragilis (I)
Aloe haworthioides (I) (Met inbegrip van de variëteit aurantiaca)
Aloe helenae (I)
Aloe laeta (I) (Met inbegrip van de variëteit maniaensis)
Aloe parallelifolia (I)
Aloe parvula (I)
Aloe pillansii (I)
Aloe polyphylla (I)
Aloe rauhii (I)
Aloe suzannae (I)
Aloe versicolor (I)
Aloe vossii (I)
MAGNOLIACEAE
 
 
 
Tulpenboomfamilie
 
Magnolia liliifera var. obovata (III Nepal) #1
Safan
MALVACEAE
 
 
 
 
 
Adansonia grandidieri (II) #16
Baobab van Grandidier
MELIACEAE
 
 
 
Mahoniefamilie
 
Cedrela spp. #6 (Neotropische populaties, deze opneming treedt in werking op 28 augustus 2020)
 
 
Cedrela fissilis (III Bolivia, Brazil) #5 (tot 27 augustus 2020)
Cedrela lilloi (III Bolivia, Brazil) #5 (tot 27 augustus 2020)
Cedrela odorata (III Bolivia/Brazil. Daarnaast hebben de volgende landen hun inheemse populaties opgenomen: Colombia, Guatemala en Peru) #5 (tot 27 augustus 2020)
Spaanse ceder
Swietenia humilis (II) #4
 
Mexicaanse mahonieboom
Swietenia macrophylla (II) (Neotropische populatie – omvat Midden- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied) #6
Braziliaanse mahonieboom
Swietenia mahagoni (II) #5
Cubaanse mahonieboom
NEPENTHACEAE
 
 
 
Bekerplantenfamilie
 
Nepenthes spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4
Bekerplanten
Nepenthes khasiana (I)
 
Indiase bekerplant
Nepenthes rajah (I)
Reuzenbekerplant
OLEACEAE
 
 
 
Olijfbomen, essen
 
Fraxinus mandshurica (III Russische Federatie) #5
Mantsjoerije-es
ORCHIDACEAE
 
 
 
Orchideeën
 
ORCHIDACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) (7) #4
Orchideeën
Voor alle hierna genoemde orchideeënsoorten van bijlage A is deze verordening niet van toepassing op zaailing- of weefselculturen indien deze:
 
 
 –  in vitro zijn verkregen op een vaste of vloeibare voedingsbodem;
 –  voldoen aan de definitie van “kunstmatig gekweekt” overeenkomstig artikel 56 van Verordening (EG) nr. 865/2006, van de Commissie (8) , en
 –  bij het binnenbrengen in de Unie of bij de (weder)uitvoer uit de Unie in steriele recipiënten worden getransporteerd.
Aerangis ellisii (I)
Cattleya jongheana (I)
Cattleya lobata (I)
Cephalanthera cucullata (II)
Kretenzisch nieskruid
Cypripedium calceolus (II)
Vrouwenschoentje
Dendrobium cruentum (I)
 
Goodyera macrophylla (II)
Madeira-netbladorchidee
Liparis loeselii (II)
Groenknolorchis
Mexipedium xerophyticum (I)
 
Ophrys argolica (II)
Geoogde bijenorchis
Ophrys lunulata (II)
Halvemaanorchidee
Orchis scopulorum (II)
Madeira-orchis
Paphiopedilum spp. (I)
Venusschoentjes
Peristeria elata (I)
Heiligegeestorchidee
Phragmipedium spp. (I)
Zuid-Amerikaanse pantoffelorchideeën
Renanthera imschootiana (I)
Rode Vanda-orchidee
Spiranthes aestivalis (II)
Zomerschroeforchis
OROBANCHACEAE
 
 
 
Bremraapfamilie
 
Cistanche deserticola (II) #4
Woestijnbremraap
PALMAE (ARECACEAE)
 
 
 
Palmenfamilie
 
Beccariophoenix madagascariensis (II) #4
Manaranopalm
Dypsis decaryi (II) #4
Triangle palm
Dypsis decipiens (I)
 
Vlinderpalm
 
Lemurophoenix halleuxii (II)
Rode makipalm
 
Lodoicea maldivica (III Seychellen) #13
Coco de mer
Marojejya darianii (II)
 
Grootbladpalm
Ravenea louvelii (II)
Madagaskar-palm
Ravenea rivularis (II)
Majesteitpalm
Satranala decussilvae (II)
Satranabepalm
Voanioala gerardii (II)
Boskokosnoot
PAPAVERACEAE
 
 
 
Papaverfamilie
 
Meconopsis regia (III Nepal) #1
Himalaya-klaproos
PASSIFLORACEAE
 
 
 
Passiebloemfamilie
 
Adenia firingalavensis (II)
Adenia firingalavensis
Adenia olaboensis (II)
Vahisasety
Adenia subsessilifolia (II)
Adenia subsessilifolia
PEDALIACEAE
 
 
 
Pedaliacea
 
Uncarina grandidieri (II)
Uncarina
Uncarina stellulifera (II)
Uncarina
PINACEAE
 
 
 
Dennenfamilie
 
Abies guatemalensis (I)
Guatemala-spar
 
Pinus koraiensis (III Russische Federatie) #5
 
PODOCARPACEAE
 
 
 
Podocarpusfamilie
 
Podocarpus neriifolius (III Nepal) #1
Geelhoutden
Podocarpus parlatorei (I)
 
Parlatore's podocarpus
PORTULACACEAE
 
 
 
Posteleinfamilie
 
Anacampseros spp. (II) #4
Postelein
Avonia spp. (II) #4
 
Lewisia serrata (II) #4
Maguires bitterwortel
PRIMULACEAE
 
 
 
Sleutelbloemfamilie
 
 
Cyclamen spp. (II) (9) #4
 
Cyclamens
RANUNCULACEAE
 
 
 
Ranonkelfamilie
 
Adonis vernalis (II) #2
Voorjaarsadonis
Hydrastis canadensis (II) #8
Goudzegel of Canadese geelwortel
ROSACEAE
 
 
 
Rozenfamilie
 
Prunus africana (II) #4
 
Afrikaanse kers of roodstinkhout
RUBIACEAE
 
 
 
Ayugue
 
Balmea stormiae (I)
Ayugue
SANTALACEAE
 
 
 
 
 
Sandelhoutfamilie Osyris lanceolata (II) (Alleen de populaties in Burundi, Ethiopië, Kenia, Rwanda, Uganda en de Verenigde Republiek Tanzania; geen andere populatie is in de bijlagen opgenomen) #2
Oost-Afrikaans sandelhout
SARRACENIACEAE
 
 
 
Trompetbekerplantenfamilie
 
Sarracenia spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4
Trompetbekerplanten
Sarracenia oreophila (I)
 
Groene trompetbekerplant
Sarracenia rubra ssp. alabamensis (I)
Alabama-trompetbekerplant
Sarracenia rubra ssp. jonesii (I)
Zoete bergtrompetbekerplant
SCROPHULARIACEAE
 
 
 
Helmkruidfamilie
 
Picrorhiza kurrooa (II) (met uitsluiting van Picrorhiza scrophulariiflora) #2
Katki
STANGERIACEAE
 
 
 
Stangeriafamilie
 
Bowenia spp. (II) #4
Cycaspalmen
Stangeria eriopus (I)
 
Hottentottenhoofd
TAXACEAE
 
 
 
Taxusfamilie
 
Taxus chinensis en de infraspecifieke taxa van deze soort (II) #2
Chinese taxus
Taxus cuspidata en de infraspecifieke taxa van deze soor (II) (10) #2
Japanse taxus
Taxus fuana en de infraspecifieke taxa van deze soort (II) #2
Tibetaanse taxus
Taxus sumatrana en de infraspecifieke taxa van deze soort (II) #2
Sumatraanse taxus
Taxus wallichiana (II) #2
Himalaya-taxus
THYMELAEACEAE (AQUILARIACEAE)
 
 
 
Peperboompjesfamilie
 
Aquilaria spp. (II) #14
Agarhout
Gonystylus spp. (II) #4
Ramin
Gyrinops spp. (II) #14
Agarhout
TROCHODENDRACEAE (TETRACENTRACEAE)
 
 
 
Tetracentronfamilie
 
Tetracentron sinense (III Nepal) #1
 
VALERIANACEAE
 
 
 
Valeriaanfamilie
 
Nardostachys grandiflora (II) #2
 
VITACEAE
 
 
 
Wijnstokfamilie
 
Cyphostemma elephantopus (II)
Lazampasika
Cyphostemma laza (II)
Laza
Cyphostemma montagnacii (II)
Lazambohitra
WELWITSCHIACEAE
 
 
 
Welwitschiafamilie
 
Welwitschia mirabilis (II) #4
Welwitschia
ZAMIACEAE
 
 
 
Cycaspalmen
 
ZAMIACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4
Cycaspalmen
Ceratozamia spp. (I)
 
Hoornkegelpalmen
Encephalartos spp. (I)
 
Broodbomen
 
Microcycas calocoma (I)
 
 
Kurkpalm
Zamia restrepoi (I)
 
ZINGIBERACEAE
 
 
 
Gemberfamilie
 
Hedychium philippinense (II) #4
Filipijnse guirlande of gemberlelie
Siphonochilus aethiopicus (II) (Populaties in Mozambique, Eswatini, Zuid-Afrika en Zimbabwe)
Natal ginger
ZYGOPHYLLACEAE
 
 
 
Pokhoutfamilie
 
Bulnesia sarmientoi (II) #11
Gayak
Guaiacum spp. (II) #2
Pokhoutfamilie
(*)
Dit taxon wordt in bijlage XIII bij Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie Ovis ammon genoemd.
(1)
Deze annotatie heeft uitsluitend tot doel de internationale handel in vezels van vicuñas (Vicugna vicugna) en daarvan afgeleide producten enkel mogelijk te maken wanneer de vezels afkomstig zijn van het scheren van levende vicuñas. De handel in van de vezel afgeleide producten kan slechts plaatsvinden in overeenstemming met de volgende bepalingen:
a)
Elke persoon of entiteit die vezels van vicuña produceert voor de vervaardiging van weefsels en kleding moet van de bevoegde overheden van het land van oorsprong toelating vragen [Landen van oorsprong: De landen waar de soort voorkomt, te weten Argentinië, Bolivia, Chili, Ecuador en Peru] om het opschrift, het merk of het logo “vicuña” gevolgd door de naam van het land van oorsprong te voeren, die zijn aangenomen door de staten waar de soort voorkomt en die partij zijn bij de Convenio para la Conservación y Manejo de la Vicuña.
b)
Weefsels en kleding die in de handel worden gebracht moeten overeenkomstig de volgende bepalingen worden gemerkt of geïdentificeerd:
i)
Voor de internationale handel in weefsels uit vezels van levend geschoren vicuñas, ongeacht het feit of het weefsel werd vervaardigd in de staten waar de soort voorkomt of daarbuiten, moet het opschrift, het merk of het logo worden gebruikt zodat het land van oorsprong kan worden bepaald. Het opschrift, het merk of het logo VICUÑA [LAND VAN OORSPRONG] moet als volgt worden vormgegeven:
Het opschrift, het merk of het logo moet op de achterkant van het weefsel zijn aangebracht. Bovendien moeten de zelfkanten van het weefsel zijn voorzien van het opschrift VICUÑA [LAND VAN OORSPRONG].
ii)
Voor de internationale handel in kleding uit vezels van levend geschoren vicuñas, ongeacht het feit of de kleding werd vervaardigd in de staten waar de soort voorkomt of daarbuiten, moet het in punt b), i) bedoelde opschrift, merk of logo worden gebruikt. Dit opschrift, merk of logo moet op een etiket in de kleding zelf zijn aangebracht. Indien de kleding is vervaardigd buiten het land van oorsprong moet, behalve het onder b), i) bedoelde opschrift, merk of logo, tevens de naam worden aangegeven van het land waar de kleding is vervaardigd.
c)
Voor de internationale handel in artefacten uit vezels van levend geschoren vicuñas die zijn vervaardigd in de staten waar de soort voorkomt, moet het hieronder beschreven opschrift, merk of logo VICUÑA [LAND VAN OORSPRONG] – ARTESANÍA worden gebruikt:
d)
Indien voor de vervaardiging van weefsels en kleding vezels van levend geschoren vicuñas uit verschillende landen van oorsprong zijn gebruikt, moet voor elk land van oorsprong van de vezels het onder b), i en ii) beschreven opschrift, merk of logo worden gebruikt.
e)
Alle andere specimens worden als specimens van een soort van bijlage I beschouwd en de handel daarin wordt dienovereenkomstig gereguleerd.
(2)
Alle soorten zijn opgenomen in bijlage II bij de overeenkomst, met uitzondering van Balaena mysticetus, Eubalaena spp., Balaenoptera acutorostrata (met uitzondering van de West-Groenlandse populatie), Balaenoptera bonaerensis, Balaenoptera borealis, Balaenoptera edeni, Balaenoptera musculus, Balaenoptera omurai, Balaenoptera physalus, Megaptera novaeangliae, Orcaella brevirostris, Orcaella heinsohni, Sotalia spp., Sousa spp., Eschrichtius robustus, Lipotes vexillifer, Caperea marginata, Neophocaena asiaeorientalis, Neophocaena phocaenoides, Phocoena sinus, Physeter macrocephalus, Platanista spp., Berardius spp., Hyperoodon spp., die zijn opgenomen in bijlage I. Specimens van de in bijlage II bij de overeenkomst vermelde soorten die door Groenlanders krachtens een door de betrokken bevoegde autoriteit verleende vergunning werden gevangen, met inbegrip van de producten en derivaten daarvan maar met uitzondering van de voor commerciële doeleinden bestemde vleesproducten, worden behandeld als vallend onder bijlage B. Er wordt een jaarlijks exportquotum van nul vastgesteld voor levende specimens van Tursiops truncatus afkomstig van de populatie van de Zwarte Zee die aan de natuur werden onttrokken en voor overwegend commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.
(3)
Populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe (opgenomen in bijlage B):
Uitsluitend met het oog op het toestaan van: a) niet-commercieel verkeer van jachttrofeeën; b) verkeer van levende dieren met een passende en aanvaardbare bestemming als omschreven in Resolution Conf. 11.20 (REv. CoP18) voor Botswana en Zimbabwe en ten behoeve van instandhoudingsprogramma's in situ voor Namibië en Zuid-Afrika; c) handel in huiden; d) handel in haar; e) handel in lederwaren: commercieel en niet-commercieel verkeer in het geval van Botswana, Namibië en Zuid-Afrika en niet-commercieel verkeer in het geval van Zimbabwe; f) niet-commercieel verkeer van individueel gemerkte en gecertificeerde, in afgewerkte sieraden verwerkte ekipa's voor Namibië en niet-commercieel verkeer van ivoorsnijwerk voor Zimbabwe; g) handel in geregistreerd onbewerkt ivoor (voor Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe: complete slagtanden en stukken), voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan: i) uitsluitend geregistreerde voorraden die eigendom zijn van de overheid en afkomstig zijn uit het betrokken land (met uitsluiting van in beslag genomen ivoor en ivoor van onbekende herkomst); ii) uitsluitend naar handelspartners waarvan door het Secretariaat in overleg met het Permanent Comité is vastgesteld dat zij over adequate nationale wetgeving en adequate interne mechanismen voor controle op de handel beschikken om te garanderen dat het ingevoerde ivoor niet wordt wederuitgevoerd en wordt beheerd conform alle eisen van Resoluition Conf. 10.10 (als herzien door CoP18) inzake de binnenlandse verwerking en handel; iii) niet alvorens het Secretariaat de toekomstige invoerende landen en de geregistreerde voorraden in overheidsbezit heeft gecontroleerd; iv) onbewerkt ivoor in het kader van de voorwaardelijke verkoop van geregistreerde ivoorvoorraden die eigendom zijn van de overheid, zoals overeengekomen op CdP12, ten belope van 20 000 kg (Botswana), 10 000 kg (Namibië) resp. 30 000 kg (Zuid-Afrika); v) bovenop de op CdP12 overeengekomen hoeveelheden mag ivoor in overheidsbezit van Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe, voor zover het vóór 31 januari 2007 werd geregistreerd en door het Secretariaat is gecontroleerd, samen met het hiervoor onder g), iv), bedoeld ivoor worden verhandeld en verzonden in het kader van één enkele transactie per bestemming onder streng toezicht van het Secretariaat; vi) de opbrengst van de verkoop wordt uitsluitend gebruikt voor programma's ter instandhouding van de olifant en voor het behoud en de ontwikkeling van gemeenschappen in of grenzend aan het verspreidingsgebied van de olifant; en vii) de onder g), v), bedoelde extra hoeveelheden worden alleen verhandeld nadat het Permanent Comité heeft bevestigd dat aan bovenvermelde voorwaarden is voldaan; h) er worden aan de Conferentie der Partijen geen verdere voorstellen tot toelating van handel in olifantenivoor afkomstig van reeds in bijlage B opgenomen populaties voorgelegd voor de periode die aanvangt met CdP14 en eindigt negen jaar na het tijdstip van de ene verkoop van ivoor die plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde onder g), i), g), ii), g), iii), g), vi) en g), vii). Dergelijke verdere voorstellen worden voorts behandeld overeenkomstig de Besluiten 14.77 en 14.78 (Rev. CdP15). Op voorstel van het Secretariaat kan het Permanent Comité besluiten dit handelsverkeer geheel of gedeeltelijk stop te zetten indien de uitvoerende of invoerende landen de regels niet naleven of indien wordt aangetoond dat dit verkeer schadelijke gevolgen heeft voor andere olifantenpopulaties. Alle andere specimens dienen als specimens van een soort van bijlage A te worden beschouwd en de handel daarin dient in overeenstemming daarmee te worden gereguleerd.
(4)
Deze Verordening is niet van toepassing op:
Fossielen;
Koraalzand, dat wil zeggen, materiaal dat volledig of gedeeltelijk bestaat uit fijngemalen stukken dood koraal met een doorsnede van maximaal 2 mm, dat niet identificeerbaar is op het niveau van het geslacht, en dat onder andere ook de resten van Foraminifera, schelpen van weekdieren, pantsers van schaaldieren en kalkalgen kan bevatten;
koraalfragmenten (met inbegrip van grind en puin), dat wil zeggen, stukken gebroken vingervormig dood koraal en ander materiaal van 2 tot 30 mm min welke richting dan ook gemeten, dat niet identificeerbaar is op het niveau van het geslacht.
(5)
Het verhandelen van specimens met oorsprongscode A is alleen toegestaan als de verhandelde specimens laagtebladeren (catafyllen) hebben.
(6)
Op kunstmatig gekweekte specimens van de volgende hybriden en/of cultivars zijn de bepalingen van de verordening niet van toepassing:
Hatiora x graeseri
Schlumbergera x buckleyi
Schlumbergera russelliana x Schlumbergera truncata
Schlumbergera orssichiana x Schlumbergera truncata
Schlumbergera opuntioides x Schlumbergera truncata
Schlumbergera truncata (cultivars)
Cactaceae spp.: de kleurmutanten die zijn geënt op de volgende onderstammen: Harrisia “Jusbertii”, Hylocereus trigonus of Hylocereus undatus
Opuntia microdasys (cultivars)
(7)
Op kunstmatig gekweekte specimens van hybriden van Cymbidium, Dendrobium, Phalaenopsis en Vanda zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing, indien zij gemakkelijk als kunstmatig gekweekte specimens kunnen worden herkend en geen tekenen vertonen dat zij aan de wilde natuur zijn onttrokken, zoals mechanische schade of sterke uitdroging als gevolg van het verzamelen, onregelmatige groei en heterogeniteit qua grootte en vorm binnen hetzelfde taxon en dezelfde partij, aan de bladeren klevende algen of andere epifyllen of door insecten of andere organismen veroorzaakte schade, en
a)
indien zij in niet-bloeiende toestand worden verzonden, dienen de specimens te worden verhandeld in zendingen die bestaan uit individuele recipiënten (bijvoorbeeld pakken, dozen, kratten of afzonderlijke laadborden met CC-containers) met telkens 20 of meer exemplaren van dezelfde hybride vorm; de planten in elke recipiënt dienen een hoge mate van uniformiteit te vertonen en in goede gezondheid te verkeren; en de zendingen dienen vergezeld te gaan van documentatie, zoals een factuur, waarin het aantal planten van elke hybride vorm duidelijk is aangegeven, of
b)
indien zij in bloeiende toestand worden verzonden, met ten minste één volledig geopende bloem per specimen, is geen minimumaantal specimens per zending vereist maar dienen de specimens op professionele wijze te zijn klaargemaakt voor de detailverkoop, bijvoorbeeld door het aanbrengen van gedrukte etiketten of het gebruik van bedrukte verpakkingen waarop de naam van de hybride en die van het land van laatste verwerking zijn vermeld. Deze informatie dient duidelijk zichtbaar te zijn en een vlotte controle mogelijk te maken.
Planten die niet duidelijk voor deze vrijstelling in aanmerking komen, moeten vergezeld gaan van de passende Cites-documenten.
(8)
Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PB L 166 van 19.6.2006, blz. 1).
(9)
Op kunstmatig gekweekte specimens van cultivars van Cyclamen persicum zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing. Deze vrijstelling geldt evenwel niet voor als slapende knollen verhandelde specimens.
(10)
Op levende, kunstmatig gekweekte hybriden en cultivars van Taxus cuspidata in potten of andere kleine recipiënten, deel uitmakend van een zending die vergezeld gaat van een etiket of document waarop de naam van het taxon of de taxa en de tekst “artificially propagated/kunstmatig gekweekt” zijn vermeld, zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing.
 
Bijlage D
Gewone naam
FAUNA
CHORDATA (CHORDADIEREN)
MAMMALIA
 
Zoogdieren
CARNIVORA
 
 
Canidae
Hondachtigen
 
Vulpes vulpes griffithi (III India) § 1
Griffiths vos
Vulpes vulpes montana (III India) § 1
Griffiths vos
Vulpes vulpes pusilla (III India) § 1
Griffiths vos
Mustelidae
 
Marterachtigen
 
Mustela altaica (III India) § 1
Bergwezel
Mustela erminea ferghanae (III India) § 1
Indische bergwezel
Mustela kathiah (III India) § 1
Geelbuikwezel
Mustela sibirica (III India) § 1
Siberische wezel
DIPROTODONTIA
 
Klimbuideldieren, wombats e