Art. 51.

De heffingsplichtige kan het gedeelte van de heffing dat hij heeft opgenomen in zijn aangifte en dat hij regelmatig voldaan heeft op de wijze, vermeld in artikel 50, 2, terugvorderen onder de volgende voorwaarden :

1 de heffing is onbetwistbaar en is duidelijk omschreven op een factuur uitgereikt door de heffingsplichtige aan een medecontractant, met verwijzing naar het register, vermeld in artikel 52, eerste lid;
2 de vordering van de heffingsplichtige blijkt definitief oninbaar te zijn bij gebrek aan activa na opname als onbetwistbare vordering in het passief van het faillissement van de medecontractant op grond van een attest, uitgereikt door de behandelende curator;
3 de aanvraag tot teruggave van de heffing wordt ingediend met een aangetekende brief bij de OVAM, en de factuur, vermeld in punt 1, en een afschrift van het attest, uitgereikt door de behandelende curator, vermeld in punt 2, zijn erbij gevoegd.