Art. 54.

Als een heffingsplichtige, om welke redenen dan ook, de aangifte vermeld in artikel 50, 1, niet of te laat heeft ingediend of de verplichtingen vermeld in artikel 52, niet is nagekomen, kan hem door de met invordering belaste ambtenaar een ambtelijke aanslag opgelegd worden voor het bedrag van de heffing die vermoedelijk verschuldigd is.

De heffing wordt in de gevallen, vermeld in het eerste lid, vastgesteld op basis van de gevraagde stukken of, bij ontstentenis daarvan, op basis van gegevens die bewezen kunnen worden door documenten, getuigen en vermoedens.

De ambtelijke aanslag wordt opgelegd onverminderd de mogelijkheid van navordering binnen de termijn, vermeld in artikel 59.